Duinen-en-mensen-punt-nl-met-payoff

 

Het onderstaande is een raamwerk. De officiële regels zullen je nooit precies voor elke situatie vertellen hoe het moet. Je (= de eindredacteur) moet altijd zelf beslissen wat je doet.
  1. Spelling: http://woordenlijst.org/ voor officiële spelling. In speciale gevallen ruimte nemen voor eigen oplossingen. Aardrijkskundige namen met hoofdletters, zie http://woordenlijst.org/leidraad/16/3/x Denk aan speciale gevallen als: de Hondsbossche Zeewering en:  het Noordhollandsch Kanaal.
  2. Wetenschappelijke en Nederlandse namen van soorten zijn te vinden in het Nederlands Soortenregister: http://www.nederlandsesoorten.nl/ – een officiële site in de lucht gehouden door Naturalis.
    Algemene spellingsregel: Nederlandse soortnamen met een kleine letter. Dit wordt hier toegelicht: https://onzetaal.nl/taaladvies/advies/planten-en-dierennamen. Daaruit de volgende toelichting:

Een hoofdletter komt alleen in de volgende gevallen voor:
– Als in de planten- of dierennaam een aardrijkskundige naam als bijvoeglijk naamwoord zit: Amerikaanse eik, Deense dog, Drentse heideschapen, Duitse herder, Friese staander, Guinees biggetje, Kaukasisch vergeet-mij-nietje, Mechelse herder etc.;
– In de wetenschappelijke benaming van een plant of dier wordt de geslachtsnaam (de eerste) met een hoofdletter geschreven: Aconitum henryi, Geranium sanguineum, Malus domestica, Meles taxus, Mustela putorius,Talpa europaea, etc. De geslachtsnaam krijgt dus een hoofdletter, de soortnaam een kleine. De eventuele aanduiding van een variëteit staat tussen aanhalingstekens en krijgt hoofdletters: Aconitum henryi ‘Spark’s’, Hydrangea arborescens ‘Annabelle’.
In vakteksten, zoals een dieren- of plantengids, wordt voor Nederlandse namen soms ook de Latijnse conventie gehanteerd, dat wil zeggen dat elke dieren- of plantennaam met een hoofdletter begint: Kleine vos, Gele lis. Dit heeft als voordeel dat duidelijk is of kleuraanduidingen of woorden als kleine en grote deel uitmaken van de naam of niet. Hoofdletters verderop in de naam zijn in het Nederlands niet nodig: Kleine plevier, Paarse dovenetel, Gewoon duizendblad. In ‘gewone’ teksten heeft deze conventie niet de voorkeur.

LET OP! Soms zijn officiële Nederlandse namen een verrassing: ‘Vlaamse gaai’ is recent bijvoorbeeld aangepast tot ‘gaai’. Het staat natuurlijk iedereen vrij om die maatregel te volgen of te negeren.

  1. Maten en gewichten, eenheden. Richtlijn voor populaire teksten: zo weinig mogelijk maten / gewichten / natuurkundige eenheden. Er zijn geen harde regels, maar in principe gebruiken we hele woorden (millimeter, procent, graden Celsius), m.n. als het in een zin staat. Bij vermeldingen tussen haakjes afkorten…wat geeft mooi tekstbeeld..dat is de vraag!
    Hier kun je van afwijken je in een stuk tekst echt niet ontkomt aan dergelijke eenheden. Dan is het zelfs aan te raden om je eigen weg te kiezen en wel met afkortingen te werken. Bijvoorbeeld in een stuk over veedichtheid: gve/ha (grootvee-eenheden per hectare); wel goed inleiden / uitleggen!
  1. Schrappen van toelichtende woorden en zinsdelen – bijvoeglijke naamwoorden, bepalingen van tijd en plaats. Die worden door auteurs vaak meerdere keren herhaald in één alinea. Vaak blijkt vaak al uit context of zinsverband hoe het plaats en tijd zit. Recept: per alinea kijken wat er weg kan.
  1. Geen witregels. Tussenkoppen met witregel ervoor en erna. Als tekstblokken erg lang zijn: suggestie voor een tussenkop.
  1. Interpunctie
  • Dubbele spaties en Verdwaalde spaties: haakje spatie letter, letter spatie komma, etc. Deze zijn allemaal automatisch te verwijderen, met zoeken/vervangen.
  • Vergeten spaties: letter punt beginletter – die komen er met de spellingscontrole uit.
  • Als je een zin afsluit met een afkorting die zelf een punt aan het eind heeft (bijvoorbeeld 200v.Chr.) zou je, als je braaf bent, twee punten achter elkaar krijgen. Niet doen. Een zin eindigt altijd met één punt. Ook: een afkorting die met een punt eindigt niet samen gebruiken met bijv. een dubbele punt, zoals in ‘bijv.:’ – dat is gemakkelijk op te lossen door ‘bijv.’ te vervangen door ‘bijvoorbeeld’ of ‘zoals’.
  • Komma’s: zo weinig mogelijk, en alleen gebruiken als het verhelderend werkt voor het begrip van de zin. Hardop voorlezen helpt. En natuurlijk letten op uitbreidende of beperkende bijzin. Gebruik van komma’s (en ook van de voegwoorden maar en want) krijg je vaak in te lange zinnen. Deel ze op! Een zin moet een eenheid zijn.
  • Aanhalingstekens: ‘enkel’ bij titels, sommige woorden en zinsneden; vooral bij woorden zo vaak mogelijk verwijderen. Aanhalingstekens worden veel te ‘vaak’ toegepast. “Dubbel” bij echte citaten (zinnen).
    • Moet er een punt achter een woord tussen aanhalingstekens: punt na laatste ‘aanhalingsteken’.
    • Bij een punt aan het eind van een geciteerde zin: “In dat geval komt het laatste aanhalingsteken na de punt.”
    • ALTERNATIEF: in de hele tekst alleen met enkele aanhalingstekens werken (methode Kester Freriks). = VOORKEUR!!
  1. Geen woorden in kapitalen. Ook ‘vet’ en ‘onderstrepen’ doen we in de tekst niet, we gebruiken in alleen cursief (soms, bijvoorbeeld voor wetenschappelijke soortnamen) (zie ook 13).
  1. Alle ‘formats’ eruit: doorgetrokken lijnen, kaderlijnen, kleuren enz. Uitzonderingen: grote citaten.
  1. Aanwijzingen voor de vormgever, zoals <<lead>> laten staan.
  1. Geen dubbele tussenkoppen. Bijv.: Het Noordhollands Duinreservaat: een droge oase
  1. Verwijzingen intact laten, zowel met dubbele apenstaartjes als naar paragrafen; die laatste mogen bij overbodigheid wel verdwijnen – het moeten er niet teveel worden. Het is er irritant als in een boek / tekst de hele tijd naar elders in de tekst verwezen wordt (bijv. ‘zie verderop’).
  1. Afkortingen: voluit, of vervangen door een andere formulering.
  1. Buitenlandse namen en woorden: ‘Seefront IJmuiden’ vervangen door Seefront IJmuiden – maar als het gangbare woorden zijn (überhaupt) niet cursief. Als er teveel cursief in een alinea komt overnieuw kijken en maatregelen nemen (vertalen bijv.).
  1. Duizendtallen: uitpunten op duizendtallen: niet 5000 maar 5.000. Maar wel: 5000 v.Chr. (zonder puntje)
  1. Als namen van gebieden je vreemd voorkomen: vaak is googlen al genoeg om ze te checken.
  1. Speciale gevallen, alfabetisch (aan te vullen)
    • 17e eeuw, dus niet 17e of 17de
    • ook: 17e-eeuws
    • niet: ‘jaren zeventig’ of ‘jaren ‘70’ maar: ‘jaren 70’ – zonder apostrof. Officiële regel! Alleen gebruiken voor decennia van de 20e eeuw.
    • 5000 v.Chr. (zonder spatie tussen v. en Chr.), evenzo 800 n.Chr. – maar na Christus mag ook bijv. ‘het jaar 800’ of ‘Na 800’ enz.
    • Amsterdamse Waterleidingduinen
    • duinroos moet zijn: duinroosje
    • Engelse landschapsstijl e.d. zonder quote-tekens
    • Heerenduinen: in Heerenduinen, bij Heerenduinen enz. dus niet: in de Heerenduinen
    • heerewegen, maar Heereweg
    • Jonge Duinen en ook: Oude Duinen
    • Middeleeuwen moet zijn: middeleeuwen. Gouden Eeuw moet zijn: gouden eeuw. Maar: Tweede Wereldoorlog.
    • Nationaal Park Zuid-Kennemerland
    • Noordhollands Duinreservaat (dus niet: Noord-Hollands Duinreservaat); Noordhollandsch Kanaal
    • Schoorlse Duinen
  • hoofdletters botanische tuinen (maar niet allemaal)
    Arboretum Poort Bulten
    Belmonte Arboretum
    Botanische Tuin Arboretum Oudenbosch
    Botanische Tuin De Kruidhof
    Botanische Tuin Kerkrade
    Botanische Tuin TU Delft
    Botanische tuin Zuidas
    Botanische Tuinen Utrecht
    Diergaarde Blijdorp
    Domies Toen
    Historische Tuin Aalsmeer
    Hortus Alkmaar
    Hortus Botanicus Amsterdam
    Hortus botanicus Leiden
    Hortus Haren
    Hortus Nijmegen
    Koninklijke Burgers’ Zoo
    Landgoed Schovenhorst
    Landgoed Twickel
    Nederlands Openluchtmuseum
    Oranjerie De Groene Parel
    Paleis Het Loo
    Pinetum Blijdenstein
    Trompenburg Tuinen en Arboretum
    Von Gimborn Arboretum