Samenvatting onderzoek korstmossen Zuid-Kennemerland, 2019 (Aptroot 2021)

Hier vindt u een pdf van het hele rapport

In 2019 is voor het eerst in de geschiedenis van Zuid-Kennemerland een systematische inventarisatie uitgevoerd van epifytische mossen en korstmossen voorkomend in Nationaal Park Zuid- Kennemerland (NPZK). Het doel van die inventarisatie was om de rijkdom van het Park op het gebied van epifyten te leren kennen, in aansluiting op het al langer bekende voorkomen in het aangrenzende Noordhollands Duinreservaat (NHD). Daarnaast was het doel een nulmeting te doen voor het monitoren van ontwikkelingen in klimaat en luchtkwaliteit, omdat zoals bekend epifyten daar gevoeliger voor zijn dan andere soortgroepen en hiervoor dus goede indicatoren vormen.

De inventarisatie vond plaats per kilometerhok; in totaal werden 49 kilometerhokken onderzocht (fig. 2). In die hokken zijn 357 (groepen van) bomen onderzocht en vastgelegd, in totaal bijna 1200 bomen. Er zijn daarbij 5000 soortregistraties gedaan, verdeeld over 130 soorten korstmossen en 33 soorten mossen; gemiddeld werden 14 soorten per meetpunt gevonden, wat vrij hoog is (NHD: 11 soorten in 2018). Van de 163 soorten (NHD: 165) staan er 23 op de Rode Lijst, wat ook hoog is ten opzichte van 17 RL-soorten in het NHD. Richting de binnenduinrand neemt de soortenrijkdom per km- hok toe; de meeste Rode Lijstsoorten zitten in de zuidelijke helft van het gebied, met als toplocatie Landgoed Elswout.

De inventarisatie heeft één ‘hernieuwde’ soort voor Nederland opgeleverd: de sinds de jaren 90 van de vorige eeuw in Nederland als uitgestorven te boek staande Regenbaankorst (Bacidia incompta). Destijds bekend van oude iepen aan de binnenduinrand van het NHD, werd de soort nu op twee plekken op oude populieren in het middenduin gevonden.

In de zeereep staan weinig bomen en daardoor is de soortenrijkdom aan epifyten laag; vanwege inwaai van ammoniak uit zee is het aandeel nitrofyten hier hoog. De epifytenflora in de middenduinen is weer vrij rijk. De groepen oude populieren bleken meestal wel één of meer van de soorten te bevatten die vroeger aan iepen gebonden waren en die met het verdwijnen van de iepen aan de binnenduinrand vrijwel verdwenen waren, maar naar blijkt zich nu weer weten te vestigen op oude populieren. Veel van deze soorten staan op de Rode Lijst. Deze vestiging op populieren was al bekend van Meijendel en omgeving, is nu dus ook vastgesteld voor het NPZK maar (nog) niet voor het NHD. Het NPZK kan voor dit moment als het bolwerk van iepensoorten in Nederland beschouwd worden.

De binnenduinrand is in totaal de soortenrijkste zone, al verschilt dit sterk van plek tot plek. Op veel plaatsen aan de binnenduinrand is het donker en droog, met veel jonge bomen tussen de oudere potentieel epifytenrijke bomen. De rijkere plekken zijn die waar er veel ruimte tussen de bomen is, bijvoorbeeld langs paden of omdat er een soort parkaanleg is. Verreweg de rijkste plekken zijn gelegen langs wateren, zoals de sprengen van Elswout.

In de verspreiding van de soorten is geen duidelijke invloed van de IJmond-industrie merkbaar. Wel komen nitrofytische korstmossen opvallend uitbundig voor in het Kraansvlak (fig. 12), hetgeen herkomst van een lokale bron uit Zandvoort suggereert. Soorten met een zuidelijke herkomst komen net als in het NHD veel voor in het NPZK (fig. 15).

Het NPZK is op basis van de aangetroffen epifytenflora als een vrij rijk gebied te karakteriseren, met als bijzonderheid een aantal soorten die voorheen alleen op iepen voorkwamen. Veel standplaatsen zijn evenwel door de lage luchtvochtigheid soortenarm. Het is afwachten wat de klimaatverandering in dit opzicht gaat betekenen voor de epifyten van het Nationaal Park.