(Vrij) Waardevol struweel met gladde iep, gewone basterdkraakwilg, duindoorn, eenstijlige meidoorn, egelantier, gewone vlier, grauwe wilg, hondsroos, wegedoorn, wilde kardinaalsmuts, wilde liguster.
In aanvulling op de online bron (onderaan) meldde de auteur Bert Maes ons per mail:
” Op de kaart groen erfgoed staan alleen de wilde bomen en struiken. Volgens mijn detaildata is vegetatie een mix van struweelsoorten en allerlei opgaande niet-wilde bomen als esdoorns, grauwe abeel, Canadapopulier, zomereik, schietwilg en kraakwilg. Ik tel zo’n 14 autochtone taxa met o.a. wegedoorn en egelantier. Dus zeker een waardevol struweel. Het element staat ook op de kaart van 1850. De Gelderse roos en gewone vogelkers zijn waarschijnlijk aangeplant.
Ik zou vooral de esdoorns verwijderen door ze te schillen en jongere opslag er uit te trekken. Abelen is lastiger. En in het algemeen vooral het struweel bevoordelen.” Voor vervolgadvies raadde hij Lodewijk van Kemenade aan.
Online bron: webviewer RCE; bij inzooomen op postcode 3252LK komt beeld Bokkepolder met omschrijving belang/soorten (klik op beeld voor vergroting):

