(19. jan. 2025)

Aan de noordoostkant van de eilanden in Zuidwest-Nederland vond vanouds onder invloed van zeestroming en wind aangroei plaats in de vorm van strandhaken met lage duinen. Langs Goeree stroomde zoet Maaswater door het Haringvliet naar zee en kwam zout water tweemaal daags naar binnen. Onder deze brakke omstandigheden vormden zich achter de strandhaken en tegen de oudere polders nieuw land in de vorm van kale slikken en begroeide gorzen. Momenteel is de Kwade Hoek zo’n nieuwe strandhaak. Waren de gorzen voldoende opgeslibd en was de economie gunstig, dan vond  inpoldering plaats. Incidenteel was er wel eens een inbraak bij stormvloed.

In het algemeen gaat het aan de oostkant van Goeree om polders met vooral zavelige klei. Langs het Haringvliet ligt een lage duinenrij, soms wat opgehoogd. De kleine Bokkepolder ontstond door aanleg van een reserve- of inlaagdijk in een bestaande grote polder. De naam van de polders verwijst vaak naar de initiatiefnemer voor de inpoldering of de ligging. De sloten met bomen erlangs zorgden de voor afwatering van de vrij brede kavels. De boeren hadden er meestal een gemengd bedrijf. Er lagen akkers, weilanden en ook productiebos.

De polders langs de monding van het Haringvliet vertellen nog steeds het verhaal van de bijzondere landschappelijke geschiedenis.

Dr. Frans Beekman, historisch geograaf