Vincent van Gogh, Brieven aan zijn broeder. Deel 2

 287

(Uit: brieven aan Theo van Gogh, datum?? 30 mei 1883)

Dit zijn Turfspitters in ’t duin – de eigentlijke teekening is nu geworden 1 meter bij 1/2 meter ongeveer.’t Is een almagtig mooi geval in de natuur, waar een oneindig aantal motieven uit te halen zijn, ik was er deze laatste weken veel en heb er allerlei studies van. Rappard zag studies er van maar toen hij hier was wisten we nog niet hoe het zamen te brengen. Maar deze compositie is sedert ontstaan. En toen ik ’t eenmaal zoowat bijeen gevonden had vlotte het nogal en zat ik s’morgens 4 uur er al aan te werken op den zolder.

(…)

Ik ben laatst met v.d. Weele in ’t duin geweest. We vonden daar een plek waar de duinen afgegraven worden voor zand, een mooi ding met kerels en kruiwagens.

288

Ik kan U mededeelen dat mijne eerste compositie, waarvan ik U croquis zond, tot op eene zekere hoogte is gevorderd zoodat ze betrekkelijk af is. Ik heb de teekening eerst gemaakt met fusain, daarna nog eens er over heen gewerkt met ’t penseel en drukinkt. Er zit dus nogal kracht in, en geloof ik men de tweede keer men ’t bekijkt er nog weer wat in zou kunnen vinden, wat men den eersten keer niet gezien had. En dan is sedert ik U croquis zond, eene tweede teekening van een soortgelijk geval er bij ontstaan.

Weet ge nog dat indertijd gij me (verleden jaar) beschreeft een ongeluk in een carrière op de butte Montmartre, waar ge een troep werklui zaagt, terwijl er een in de groeve zich geblesseerd had? Nu ’t is een dergelijk geval, maar eenvoudig de ploeg werklui aan den arbeid. Ik was met v.d. Weele in Dekkersduin en we kwamen daar aan die zandgraving en ging ik er sedert heen, en had druk model dag in dag uit, en zoo staat de tweede er ook op.

Het zijn kerels met kruiwagens, en spittertjes, ik zal zien ik er ook een croquis van maak, doch ’t is een ingewikkelde compopositie en in croquis misschien zoowel de een als de ander moeielijk te zien. De figuren zijn naar uitvoerige studies geteekend. Ik wou erg graag ze gereproduceerd konden worden. De eerste is op grijs papier, de andere op geel.

Uit: brieven aan Anthon van Rappard, 25 mei 1883

Amice Rappard,
’t is me behoefte U nog eens opnieuw te zeggen dat ’t bezoek bij U mij zeer heeft geanimeerd. Ik ben voornemens ook eenige grootere composities op touw te zetten en een daarvan heb ik reeds op touw.
Dat zijn n.l. turfspitters in het duin. 1 meter bij 1/2 meter ongeveer.1
Herinnert ge U ik U vertelde van dat het daar in ’t duin zoo’n mooi geval was. Het heeft iets van ’t opwerpen van een barricade. Zoodra ‘k bij U vandaan kwam ben ik ook begonnen want in mijn hoofd was het reeds rijp betrekkelijk. Zoo als over eenige andere composities ik reeds veel heb gedacht en studies voor heb ook reeds.
Als ik echter ’t geld van U niet gehad had zoo zoude ik dit b.v. niet hebben kunnen doen op ’t moment.
Ik heb een houten passepartout laten maken op de wijs van de Uwe doch geen lijst. Ik denk er over die passepartout, nu nog ongeverfd, de kleur van notenhout te geven. Zòò als Uw lijst is. Het werkt prettig als men de teekening afsluit en zoodra ik Uw teekeningen zag besloot ik ook zoo’n passepartout te nemen.