Weeskinderen in de Bokkepolder (Goeree)
Rob Rossel

Voorbeeld van een nachtvlinder, die niet zeldzaam is, maar een heel mooie wetenschappelijke naam heeft: Scoliopterix libatrix. Eerlijk is eerlijk, dat klinkt toch mooier dan de Nederlandse naam ‘roesje’: naar de roestkleurige vleugels.
[eerder gepubliceerd: 2021 nr 2 van In de Branding, aangevuld en bewerkt 2024]
(Overzicht van alle online artikelen over de omgeving van de Goereese Nieuwendijk/Bokkepolder: klik hier.)
Na het volgen van een dagvlindercursus van het KNNV/IVN in 2016 werd ik al snel gegrepen door de bijzondere kleurenpracht van nachtvlinders. Ik inventariseer sindsdien nachtvlinders en ook doe ik sinds 2018 mee met het nachtvlindermeetnet van de Vlinderstichting. Hier worden de waarnemingen op een gestandaardiseerde manier verzameld en doorgegeven. Wat valt er op aan mijn vondsten in de Bokkepolder?
De Bokkepolder

De Bokkepolder, net ten zuiden van de Kwade Hoek
In 1801 werd door de Bataafsche Republiek toestemming gegeven aan Mooses van der Bok c.s. om een stuk grond, grenzend aan de Rooklaaspolder, als strandpolder te bedijken. De polder is waarschijnlijk vernoemd naar deze Mooses van der Bok. De huidige oppervlakte beslaat ongeveer 25 hectare en bestaat voor 40% uit akkerland. De overige 60% bestaat uit bewoning, daarnaast liggen er veelal onbemeste graslanden, houtwallen en bosjes. De Bokkepolder ligt tegen de Kwade Hoek aan. Om de weilanden liggen windsingels met (ratel) populieren, iepen en meidoornstruiken. Verder zijn er tuinen met tuinplanten, vruchtbomen en poelen. Tevens vindt er nog wat akkerbouw plaats. Kortom, een heel gevarieerd gebied met de kans op veel verschillende soorten nachtvlinders. De polder ligt ten westen van Goeree-Havenhoofd en ligt ingeklemd tussen de Kwade Hoek en de Nieuwendijk.
Drie methodes om nachtvlinders te vangen; lees hier meer
Resultaten
Hieronder staan de vanaf 2019 tot en met 2023 gevonden aantallen soorten. In totaal zijn er voor de Bokkenpolder nu 328 soorten gezien. Maar is dat nu veel? Daarvoor vergelijken we mijn aantallen met de landelijke data (zie tabel 1)


De lichtgroene kolommen in tabel 1 zijn het aantal meetpunten per aantal waargenomen soorten (aantalsklasse). Opmerkelijk is de toename van het aantal meetpunten in Nederland vanaf 2018. In 2019 waren er bijvoorbeeld 290 meetpunten in Nederland, dat jaar heb ik 168 soorten macronachtvlinders gevangen. Ik val dan in de klasse 151-200. In 2020 waren er 579 meetpunten en ving ik 142 soorten en zat dus in de klasse 101-150. Zie de gele markeringen. 2021 en 2022 waren tot nu topjaren. Hieruit valt te concluderen dat we in een zeer rijk gebied zitten. Dat in 2023 de aantallen lager uitvallen valt binnen de normale ecologische variatie.
Vlinders vliegen, afhankelijk van de soort, soms maar een korte periode. Wanneer je in deze korte periode de val niet aanzet zal je deze soort ook niet vangen. Hoe vaker je de val aanzet hoe meer kans je hebt om de desbetreffende soort te vangen. Sommige vlindersoorten vang je ieder jaar weer, andere vang je incidenteel. In 2020 ben ik meer met het laken bezig geweest en heb dus minder vaak de skinnerval aangezet waardoor de resultaten mogelijk achterbleven ten opzichte van het voorgaande jaar.
De grootste groep waarnemers zit in de klasse 1-50. Op de vangstlocatie moeten natuurlijk ook daadwerkelijk veel soorten rondvliegen, in steden zullen dat er aanmerkelijk minder zijn dan in natuurgebieden. Daarnaast heeft het waarschijnlijk ook te maken met de waarnemingsfrequentie en de sterkte van de lichtbron. In de Bokkepolder heb ik tot nu toe ongeveer 328 macrosoorten gevangen, dit is inclusief de vlinders die op het laken of op de smeer afkomen. Deze tellen niet mee voor het meetnet maar worden, in de meeste gevallen, wel op waarneming.nl gezet. Dit draagt bij aan het inzicht over waar de verschillende soorten nachtvlinders vliegen.In totaal zijn er ongeveer 965 macrovlinders. Ik denk dat ik uiteindelijk de helft hier zal gaan vinden in de Bokkepolder.
We kunnen alle nachtvlinders in dit artikel natuurlijk nalopen maar ik denk dat ik zelfs de geïnteresseerde lezer dan snel kwijt ben. Vandaar dat ik me beperk tot een aantal grotere vlinders, de weeskinderen.
Weeskinderen
Weeskinderen vinden we in twee families, de nog jonge familie van de spinneruilen (Erebidae) en de uilen (Noctuidae). De (Griekse) geslachtsnaam Catocala betekent ‘van onderen mooi’. Hierbij wordt gedoeld op de mooi gekleurde en getekende ondervleugel. Er zijn verschillende weeskinderen in Nederland, maar tot nu toe is op Goeree-Overflakkee slechts een beperkt aantal gevonden.

Rood weeskind
De naam rood weeskind (Catocala nupta) is niet toevallig gekozen. Het refereert aan het uniform dat de weeskinderen in Amsterdam tot begin 20e eeuw verplicht moesten dragen. Het wapen van Amsterdam is rood met een zwarte baan. De kleur van het uniform was dan ook rood met zwart. Daaraan waren ze op straat makkelijk te herkennen als wezen. Dat kwam orde en tucht ten goede, want weglopers konden zo makkelijk in de kraag worden gevat. Ook was het verboden aan wezen alcoholische dranken te verkopen of te schenken, het verplichte uniform voorkwam overtreding van dat verbod. Misschien dat ze het gebrek aan alcohol willen inhalen. De rode weeskinderen worden namelijk meestal gevonden op smeer. De voorvleugels van het rood weeskind zijn bruin en zodanig getekend dat de vlinder niet opvalt wanneer deze op een boom zit. Op het moment dat er een dreiging is, spreidt de vlinder de voorvleugels en komt er een felrode achtervleugel tevoorschijn met hierop een zwarte band met als doel de belager af te schikken. Proeven met vogels geven aan dat vooral gele en rode kleuren afschrikken.Het rode weeskind vliegt van begin juli tot begin november en legt haar eitjes op de (ratel)populier of wilg. De soort overwintert als ei, in het voorjaar ontwikkelt het ei zich tot rups en pop.

Karmozijnrood weeskind

Blauw weeskind
Het zeer zeldzame blauwe weeskind (Catocala fraxini) is een echte trekvlinder en wordt af en toe langs de kust en in Limburg gezien. Op waarneming.nl zie je vanaf 2014 de aantallen oplopen. Vóor deze tijd waren er jaren met slechts kleine aantallen of zelfs helemaal geen blauwe weeskinderen. Het kan zijn dat de aantallen toenemen als gevolg van de popularisering van het nachtvlinderen. Zeker heeft de digitalisering en de komst van een uitgebreide Nederlandse nachtvlindergids hierbij geholpen. Echter ook de invloed van de klimaatverandering kan hierin meespelen. De noordgrens van deze soort lag in Noord-Frankrijk. Het blauwe weeskind dat 22 september op het laken van een bezoekende collega (Guus Dekkers) kwam, was daarom een niet alledaagse gebeurtenis. Nu ook in de Bokkepolder! De benaming fraxini zou erop wijzen dat de waardplant een gewone es (Fraxinus) zou zijn, dit klopt echter niet. De soort overwintert als ei in een schorsspleet van de voedselplant de (ratel)populier.

Zwart weeskind
Het zwart weeskind (Mormo Maura) is ook geen alledaagse verschijning. Dit is een soort in de familie van de uilen. De wetenschappelijke naam Mormo maura duidt op een afschuwelijk vrouwelijk monster dat uit Mauretanië zou komen. Het is een mooie, grote zwart gekleurde vlinder waar ik zelf niets monsterlijks in zie. De vlinders rusten overdag in fietstunneltjes, gebouwen en nestkasten. De soort overwintert als jonge rups, laag in de vegetatie. In het voorjaar eet de rups vooral kardinaalsmuts, klimop, berk en meidoorn. In het najaar eten de jonge rupsen kruiden zoals zuring, vogelmuur en dovenetel.
In de Bokkepolder zijn vier soorten weeskinderen gevonden (rood, karmozijn, blauw en zwart), ze weerspiegelen de ongekende rijkdom aan nachtvlindersoorten.





