Broedvogels van de Bokkepolder (Goeree) 1979 – 2024
Rolf Roos en George Tanis
(Dit artikel verscheen in Sterna, september 2024)
(Overzicht van alle online artikelen over de omgeving van de Goereese Nieuwendijk/Bokkepolder: klik hier.)
Bijna een halve eeuw onderzoeken vrijwilligers de vogelstand in het poldertje dat net ten zuiden van de Kwade Hoek: de Bokkepolder, gelegen tussen Stellingweg, Helmdijk en Nieuwendijk. Omdat het met al die bosjes, akkers, huisjes en dijken oppervlakkig gezien hetzelfde oogt als een halve eeuw eerder zou je kunnen denken dat er weinig zou veranderen in 45 jaar, maar de data logen niet, nog geen 20 procent van al die broedvogels (61 soorten in totaal) bleek min of meer stabiel te zijn. Zelfs in een ogenschijnlijk stabiel hoekje landschap blijkt er veel aan de hand. Wij schetsen de opvallende veranderingen tussen ca 1980 en ca 2020 bij de zeer rijke vogelbevolking in dit unieke hoekje cultuurlandschap van ca 25 hectare. Wat deden die weidevogels daar vroeger en welke soorten zijn de laatste jaren juist verschenen? Is de Bokkepolder nog steeds het land van putter en wielewaal?
Het landschap
In 1803 kwam de Bokkepolder tot stand aangelegd nadat eerder, in 1727, de Nieuwendijk als beschermende inlaagdijk voor de destijds bedreigde Rooklaasplaatpolder was aangelegd. Vanaf halverwege de 19e eeuw verschenen hier een tiental huizen, nu bijna allemaal met ruime kavels met bos en hooilanden. Tegenwoordig is 1/3 agrarisch en intensief gebruikt (maar door de provincie aangeduid als te verwerven ‘natuurnetwerk’) en 2/3 is particuliere natuur en erven.
Vergelijken we de topografische kaartjes van 1986 en 2021 dan valt op dat er destijds meer agrarisch grasland was en het duin was lager begroeid, met duindoorn en niet met hoge esdoorns en abelen zoals nu. Al bijna 50 jaar is het een heel gevarieerd cultuurlandschap met een afwisseling zoals we die nog maar zelden aantreffen. Er ligt een oude dijk, sinds 1984 als hooiland in beheer bij Natuurmonumenten en er zijn bomenrijen en houtwallen. Graslanden, poelen en erfbeplanting bij de huizen langs de Nieuwendijk. Tot voor kort was er een bosrijk erf langs de Stellingweg maar dat is grotendeels gekapt en strakgetrokken. Niet elke particulier zet zich in voor de natuur
Hoe veranderde het landschap? Vergelijk de topografische kaart 1979 en 2021 en zie de ogenschijnlijk geringe verschillen. Destijds was en nog enig agrarisch grasland – nu is vrijwel alle agrarische grond intensief gebruikt bouwland (mais, bieten) en resterende graslanden liggen besloten tussen houtwallen. Destijds stond er ook hoog bos nabij de Helmdijk, maar die populieren zijn gekapt. Aan de duinrand langs de Stellingweg was er 40 jaar terug nog opgaand struweel met duindoorn en hoekjes open duin maar toen al begonnen esdoorn en abelen het over te nemen en zo kregen we de beboste duinen van nu. Alleen nabij en boven Havenhoofd zijn nog stukjes duingrasland, met moeite open gemaaid.
Onderzoek
Natuurkenners Gerard Lokker en Krijn Tanis turfden al in 1979 de broedvogels van de Bokkepolder. Dat hielden ze jaren vol en ze beschreven hun resultaten in ‘Vogels, planten en dieren van de Bokkepolder’ dat in 1989 uitkwam. Zo zijn de jaren 80 goed gedocumenteerd. Ook Frans Lokker deed in 2018 volgens de SOVON-methodiek een zgn. BMP-kartering, George Tanis deed de inventarisaties in 2021 en 2024 en zo kunnen de we jaren voor 2000 goed vergelijken met de laatste ca 10 jaar.
Een aantal van 54 soorten in de jaren 80 van de vorige eeuw, rond 2020 is het aantal wat lager namelijk 43, wellicht – als we een kerkuil meerekenen – 44. Die getallen zijn niet geheel vergelijkbaar want in de jaren 80 is er in meer jaren onderzoek gedaan en dat geeft bijna altijd ook meer soorten.
Patrijzen, waarvan er op Goeree in de jaren 60 soms tientallen op een dag konden worden geschoten, zijn geheel verdwenen. We horen de zomertortel en soms de wielewaal nog steeds, maar de trends zijn, niet onverdeeld gunstig. Wel is het aardig om te zien dat als we alle broedvogelparen bij elkaar optellen, er steeds rond de 250 paartjes zitten. In recente jaren niet minder dan vroeger, ondanks de toegenomen predatiedruk van o.a. havik en sperwer. Het blijken vooral meer bosvogels te zijn die tot broeden komen.
Maar veel bleef gelijk. De slootjes waren toen en nu overbemest en vrijwel levenloos, maar houtwallen en bomensingels bleven. Bij veel particulieren verschenen soms grote poelen in vaak extensief gebruikte graslanden die grenzen aan percelen zwaar bemest akkerland.
De data
Bokkepolder 1979 -2024. Gegevens van Gerard Lokker, Krijn & George Tanis, Frans Lokker.
Bijgaand een grote tabel, met alle gegevens 1979-2024. We spreken hieronder enkele hoofdlijnen bij de vogelbevolking. We hebben de soorten in zes groepen ingedeeld:
- Incidenteel aanwezige soorten (3);
- soorten die recent niet meer als broedvogel zijn waargenomen (16);
- soorten die recent er duidelijk minder zijn dan vroeger (12);
- soorten die steeds van de partij zijn (stabiele soorten) (10);
- soorten die toenemen (14);
- recent verschenen soorten (6).
Verdwijners
We beginnen met de droefste categorie, de verdwenen soorten. Het zijn er 16 maar (ter relativering) hierbij zijn er 7 die slechts mondjesmaat zijn waargenomen en waarvan je nooit weet of ze zich toch weer laten zien als broedvogel, zoals boerenzwaluw (nu een incidentele erfvogel) en ransuil.

De graspieper is verdwenen. Foto René van Rossum
Wat vooral opvalt is dat aan het vroegere bescheiden voorkomen van weidevogels (incl. graspieper) in de Bokkepolder finaal een einde is gekomen. Een grutto zal je in de mais van nu niet treffen. En de enkele veldleeuwerik, bergeend en slobeend van weleer zijn geschiedenis. Wel horen we het laatste tien jaar boomleeuweriken langs de duinrand, maar die vallen net buiten de Bokkepolder en tellen dus niet mee. Het verdwijnen van patrijs en ringmus past in het landelijk beeld en is het gevolg van steeds intensievere landbouw. Kneu doet het na 2019 landelijk weer beter, maar wordt in de Bokkenpolder nog nauwelijks als broedvogel geteld, waarschijnlijk door het ontbreken van geschikte struikjes om in de broeden.
Dalers
Dan de groep van dalers. Soorten die het minder doen dan veertig jaar geleden, twaalf in totaal. De fitisstand is dramatisch gekelderd, helaas is dat het landelijke beeld en dat wordt wel geweten aan de omstandigheden in verre Afrikaanse overwinteringsgebieden. Dat nachtegaal, braamsluiper en tuinfluiter achteruit zijn gegaan moet hier samenhangen met afname van struweel en toename van meer hoog bos. Of gaat de insectenstand achteruit? Onderzoek naar nachtvlinders geeft daar geen aanwijzingen voor, maar onderzoek hiernaar is zeer gewenst.
Hoewel er op de kop van Goeree in landelijk perspectief nog heel wat zomertortels zitten, maken de gegevens in de Bokkepolder duidelijk dat ze hier nog zijn, maar de aantallen zijn verontrustend laag, de trend is zorgelijk en elk reddingsplan ter plekke, zoals de aanleg van zaadstroken, moeten we verwelkomen. In 2024 zaten op de kop van Goeree ca 30 paar, vrijwel alle in het duingebied. Op tijd (eind mei) maaien van hooilanden zoals de noordzijde van de Nieuwendijk zou wel eens meer voedselgebied kunnen opleveren.
Huismussen zijn in de Bokkenpolder gebonden aan een enkel erf met voldoende dekking, Oudhollandse dakpannen om onder te nestelen en veel struikjes om dekking te zoeken voor de langs scherende sperwers (ze broeden hier niet maar eten er dagelijks kleine vogels).
Stabiele soorten
Er is ook rust in de Bokkepolder: tien soorten die er 45 jaar geleden al waren en nog steeds zijn en ook in redelijke aantallen. Krassende grasmussen en incidenteel ook grauwe vliegenvangers, liefhebbers van de bosrand of lage bosschages. Sfeerbepalend door hun gezang en hun kleurrijke uiterlijk zijn de putters die al vanaf vroege voorjaar zich in groepjes laten zien en verspreid nestelen, tot in de fruitbomen aan toe. Een boomgaardminnaar. In de rustigste hoekjes met hoge populieren zat vroeger steevast de wielewaal, in een enkel jaar mogelijk zelfs met twee paar. Ook tegenwoordig horen we ze, maar niet meer elk jaar.
Stijgers
Dan de stijgers. Van de veertien soorten die er 45 jaar geleden (veel) minder waren maar nu extra veel zijn, komen er een aantal voorbij die het landelijk voor de wind gaat: grote bonte specht, Turkse tortel en vink bijvoorbeeld. Opvallend zijn veel andere bos- of parkvogels die het hier steeds beter gaat: merel, roodborst, mezensoorten, waaronder de staartmees. Zanglijsters doen het ook goed en samen met heggemus en winterkoninkje verzorgen ze de vroege voorjaarszang rond de beplante erven. De toename van het aantal holenbroeders weerspiegelt het ouder worden van het bos (o.a. groene specht, holenduif, mezen en boomkruiper).
Nieuwkomers
Dan tenslotte de echte feestcategorie: zes nieuwe soorten broedvogels van de laatste jaren en vroeger niet gespot! Broedende boomkruipers, goudvinken en houtsnippen bijvoorbeeld. Ze passen net als buizerd en groene specht in het grotere landschapsverhaal met meer opgaand bos in de binnenduinrand. De talrijke groene spechten doen zich te goed aan mieren in graslanden van de vele particuliere erven en vinden net als de toenemende aantallen grote bonte spechten volop nestgelegenheid. Een kerkuil (niet opgenomen in de tabel) deed in 2021 en 2022 op een erf in een nestkast een broedpoging, maar die mislukte.

De goudvink kwam tot broeden.
Ten slotte
Valt er een balans op te maken? Jazeker. De broedvogelpopulatie van de Bokkepolder is zeer gevarieerd en rijk, maar de dynamiek is veel hoger dan je zou verwachten in zo’n intiem en rustig hoekje landschap. Interne oorzaken (intensiever agrarisch landgebruik, minder grasland, minder struweel, meer bos) zijn aanwijsbare oorzaken, naast landelijk trends waarbij we bij fitis en zomertortel de wenkbrauwen mogen fronsen. Ook het gegeven dat er minder soorten broedvogels zijn dan veertig jaar terug is een teken aan de wand, al zien we flexibiliteit bij nieuwkomers die zich vestigden.
Het hooilandbeheer op de Nieuwendijk zelf en in enkele particuliere percelen heeft geen impuls gegevens aan aan dit biotoop gebonden soorten. Hooilandbeheer op de Nieuwendijk zou hier heel precies moeten zijn, ook gezien de bijzondere bijen en bloemen die vooral op de zuidzijde voorkomen. Het is sinds 1984 in beheer bij Natuurmonumenten, maar gaat het ook vooruit?
Graspiepers en patrijzen verdwenen uit de Bokkepolder, fazanten handhaafden zich, ook in de lommerrijke tuinen.

Boomklever: nog niet in de Bokkepolder
Komend decennium verwachten we broedgevallen van ijsvogels die nu al naar visjes en libellelarven duiken in recent gegraven poelen met schoon water. En het zal geen jaren meer duren of vogels van ouder bos als bosuil en boomklever laten zich horen. Als de intensieve akkers (nu nog ca 9 ha) kunnen worden omgezet in extensief gebruikt en vochtig grasland zou de hele polder niet aan verder aan waarde inboeten maar zich prachtig herstellen. Als er bovendien aan waterberging zou worden gedaan en de sloten breder zouden worden met minder steile oevers, zou een duurzamer cultuurlandschap ontstaan om van te genieten, door mensen en vogels. Bokkepolder: het land van putter en wielewaal.
Dit artikel is een actualisering van een online artikel op duinenenmensen.nl uit 2023: Broedvogels van de Bokkepolder (Goeree) 1979 – 2021
Verder lezen over Bokkepolder met oude en nieuwe rapporten online: Zie https://duinenenmensen.nl/tag/bokkepolder/
Reageren of aanvullingen? Dat kan hieronder of per mail.







