Een duin als tuin
(Uit de serie: Erven rijk aan natuur)
Rolf Roos
juni 2024
De meeste mensen die de vele vrijstaande huisjes op weg naar de kern van Ouddorp passeren, zien niets. Maar er zijn mensen die langs lopen en het wel zien: “Daar staat een wilde orchidee!”

Boerencrocussen in februari
Je fietst zo langs de ruim tien meter lange voortuin van Clarie en Krijn Tanis aan de Dorpsweg te Ouddorp. In het vroege voorjaar is het een golvend veldje boerencrocussen met daarop de eerste vroege bijen, in mei een bloemenzee. Niet van dahlia’s of afrikaantjes maar van wilde planten. Bij Clarie en Krijn wuift de veldzuring, en bloeit het geel van ratelaars en wondklavers. Ertussen groeien ranke grassen die we vooral uit de duinen kennen zoals reukgras en bevertjes. Door wat margrietjes lijkt het ook wel op een mooie dijkberm, maar deze voortuin is als duin ontworpen.
Hoe het begon
In 1976 had Krijn, timmerman van beroep, zijn eigen huis gebouwd. Toen hij dat jaar met Clarie trouwde, was de voortuin nog een kale boel maar toen ze na de bruiloft thuiskwamen, bleek er als verrassing een keurig tuintje aangelegd zoals je ze veel ziet in Ouddorp. Aardig, maar niet erg karakteristiek. Nu waren Clarie en Krijn net in die jaren gegrepen door de wilde natuur van Goeree en na de vogels leerden ze de planten goed kennen. Bioloog Ger Londo schreef in die tijd het boek ‘Natuurtuinen en parken’ wat hen inspireerde tot een forse ingreep: de tuin werd een duin.
Tuinbeplanting ging er radicaal uit, net als 50 kub te voedselrijke tuingrond. Het diepe gat werd onderin deels voorzien van folie om water vast te houden en er boven op kwam 50 kub kalkarm en schraal duinzand afkomstig van de bouwlocatie Noordzeepark. Daarop stond vooral veel veldbies. Dit zand werd aangevuld met kalkrijk zand uit ’t Zandhoekje bij de Kille en ook werd fijn schelpmateriaal opgebracht.

Krijn toont een zeldzaam gras: bevertjes
De bovenlaag werd glooiend gemaakt en wilde planten mochten zich vestigen of er werd hier en daar een polletje of wat zaad aangevoerd. Krijn weet nu niet meer of het wild of verwilderd is, maar er staan rietorchissen, de bokkenorchis en zelfs de harlekijn verscheen. Er zullen weinig inwoners op Goeree zijn met zoveel soorten van de Rode Lijst onder hun voorraam. Alleen de woekerende paardenstaart (heermoes) wordt met de hand geplukt.
Zo ontstond een ouderwets veldboeket als voortuin. Maar niet plukken of betreden! Ook Krijn zet geen stap in de hoge bloemenzee, met meer dan 100 soorten, totdat hij eind augustus met de elektrische heggenschaar de vegetatie afsnijdt en het hooi afvoert. En nog later in het jaar: een keertje extra laag maaien met een gewone grasmaaier. En weer het maaisel afvoeren. De bodem blijkt zelfs na 40 jaar maaien en afvoeren nog steeds niet echt arm. “Het moet goed kort de winter door.” Een adagium dat ook in veel natuurterreinen (en grasbermen) van nu niet misstaat.

Mienpalen langs de Dorpsweg
Ook cultuurhistorie hoort er hier bij. Een viertal betonnen paaltjes uit de oorlog, (‘mienpalen’ afkomstig van de Atlantikwal, werden langs de weg geplaatst. Een stoere strandpaal werd geplaatst in het ‘duin’ en werd voorzien van het jaartal ‘1976’. En de woning heet ook niet voor niets ‘Huize Sant Gors’, een verwijzing naar een duingebied op een 17e-eeuwse kaart van Goeree.
Voor echt vermogende mensen is het mogelijk een huis tegen de duinrand te kopen en dan zien we niet zelden dat ze de tuin heel suf en steriel aanleggen. Bij de familie Tanis ging het andersom. En zo kwam een rijk duintje midden in een dorp te liggen. “Maar er was ook een dorpsgenoot die aan mijn broer vroeg of ik nog wel spoorde met dat tuintje. Alleen maar vuulte, allemaal onkruid.” Maar als je dit ‘vuulte’ wil noemen is het wellicht tijd de blik wat te verruimen.






