Florabalans 2024: duindennenbos waardevol voor paddenstoelen
Melchior van Tweel, met medewerking van Peter-Jan Keizer en Martin Gotink
Dennenbossen in de duinen zijn heel waardevol voor paddenstoelen. Sommige soorten komen vrijwel uitsluitend in deze bossen voor. Het is daarom belangrijk de meest waardevolle te behouden en goed te beheren.
Waardoor zijn duindennenbossen zo waardevol?
Duindennenbossen zijn soorten-rijker dan de binnenlandse dennenbossen en vormen voor veel karakteristieke naaldbospaddenstoelen een laatste vluchtplaats. De naaldbossen in het binnenland zijn sterk verarmd. Lang werd aangenomen dat de lagere soortenrijkdom van binnenlandse dennenbossen te wijten zou zijn aan de hogere stikstof depositie in het binnenland. Dit blijkt maar ten dele zo te zijn. Binnenlandse dennenbossen staan meestal op sterk verzuurde pleistocene zandbodems met nog maar weinig bufferend vermogen. Deze bossen zijn vaak sterk vergrast of verbraamd. De jongere bodems onder duindennenbossen beschikken vaak nog over enige kalkbuffering en zijn minder verzuurd. Dat geldt zelfs voor de kalkarme duinen in het Waddendistrict. Door de buffering verteert het naaldenstrooisel sneller en is de strooisellaag dunner. Dat is vooral langs de paden goed te zien. De duindennenbossen hebben ook vaker een natuurlijk relieĢf waardoor plaatselijk minder strooisel zich ophoopt. Duindennenbossen kunnen een rijke paddenstoelenflora herbergen, maar in de praktijk geldt dat maar voor een klein deel (ca 5-10%) van het areaal. Soortenrijk zijn vooral die plekken waar het bos grenst aan: (a) open, dynamische duinen, (b) vochtige duinvalleien, (c) gemaaid of begraasd kort duin- grasland en (d) (schelpen)paden. Rijke vindplaatsen zijn vaak te herkennen aan een goed ontwikkelde mos- en korstmosvegetatie.
Lees het hele artikel als pdf

Valse melkboleet; foto Martijn Oud




