Zeer natte duinen en de flora (1): orchideeën in 2024
Rolf Roos
2024 was het jaar van klagende fietsers en wandelaars die niet meer over de eens zo comfortabele paadjes in de duinen konden. Dankzij vele inzendingen maakten we op duinenenmensen een fotocollectie van onze verzopen duinen tot en met juni 2024. Zie ook een mopperbericht over Schiermonnikoog.
Maar wat zijn eigenlijk de consequenties voor de duinnatuur? We geven een eerste indruk, met speciale aandacht voor de diverse wilde orchideeën. Zie elders een verhaal over parnassia, 2024. Aanvullingen bij dit artikel zijn zeer welkom. Dat kan per mail of onder dit bericht.
Enkele waarnemingen in vogelvlucht

Foto Irene Mulder; Strandweg bij Ballum, Ameland, 2024
Vanaf de herfst van 2023 was het zeer nat en in 2024 was er een piek in de neerslag. Waar 800 mm normaal was, viel in een jaar soms 1400 mm. Zie dit bericht van het KNMI, juni 2024: de 12 maanden van 1 juni 2023 t/m 31 mei 2024 waren de natste aaneengesloten twaalf maanden ooit gemeten. April en mei waren recordnat. Enkele duinbeheerders, zoals bij het Zwanenwater, konden het overtollige water deels gaan afvoeren via een oude afvoersloot, maar of dat hielp? Bij veel duinen zijn nauwelijks operationele afvoersloten of greppels. Oude duinrellen zijn vaak dichtgegroeid of gedempt. In de normale situatie zijn valleien in de winter nat of ze staan blank. Dan moet het duinsysteem het hebben van
- natuurlijke verdamping
- wegzijging naar diepere bodemlagen
- of geleidelijke ondergrondse afvloeiing naar zee of polder.
Vanaf april vallen valleien van nature droog om pas laat in het najaar weer onder water komen te staan. Niet zonder betekenis is dat duinwaterwinning op veel plekken de laatste 25 jaar is verminderd (Noord-Holland) of geheel is gestopt (Zuid-Kennemerland). Mede daardoor kwam aan een lange periode van verdroging een einde. Slechts enkele plekken kennen geen (Zwanenwater) of vrijwel geen waterwinning (Voorne). Na stoppen van de waterwinning kwam het grondwater op veel plekken weer omhoog, de laatste jaren ook bevorderd door de forsere regenval. Deze vernatting ging bovendien gepaard met uitgraven van veel verruigde valleien. Geen wonder dat we nu in plaats van droogvallende valleien heel wat meertjes zien. Water blijft lang staan.

Harlekijn is kritisch voor inundatie
Was 2024 anders?
Al vroeg in het voorjaar van 2024 kwamen berichten van Texel (Kees Bruin) dat door de hoge waterstanden struikheide, een soort van droge bodem, rond de valleien bruin en zwart kleurde. Ook meldde hij het afsterven van kraaihei. “Zelfs dophei heeft het moeilijk”. In het verzopen Kammosvlakkie met een vindplaats van de bijzondere vlozegge resteerden slechts enkele sprietjes die wat hoger stonden. Bij terreinbezoek in juni bleek ons dat de voorheen grote bolwerken van groenknolorchis ten zuiden van de Horsmeertjes ter hoogte van de Kreeftepolder totaal blank stonden. Geen groenknolorchis te vinden. Alleen wat vleeskleurige orchis en rietorchis aan hogere randen, en harlekijnen zagen we alleen op een redelijk ontwaterd duin bij de Boet van Hopman. Verder was het zo nat dat er vaak geen orchidee meer te vinden was.
Uit de Amsterdamse Waterleidingduinen meldden Vincent van der Spek en Aad van der Voet in een nieuwsbrief bijzondere broedgevallen o.a. van de roodhalsfuut, maar in de Van Limburg Stirumvallei was het met de orchideeën droef gesteld. Op Goeree viel de afwezigheid op van de groenknolorchis in een gelijknamige vallei, maar op Voorne, in het Parnassiavlak, werden er nog een 15-tal bloeiend aangetroffen. Eind mei stond er in deze grote primaire duinvallei na stortbuien weer veel water maar er is hier toch flinke afstroming naar het Oostvoornse Meer. Er staat veel vleeskleurige orchis maar ook bevertjes etc. Over parnassia elders meer.

Moeraswespenorchis redt het soms net
Meestal minder positief is de situatie in kleine valleien met soms hogere duinen er naast, bijvoorbeeld de secundaire (door wind uitgestoven en later weer geplagde) valleien zoals op Voorne de Stekelhoek. In meertjes gedijen hier veel kranswieren, ongelijkbladig fonteinkruid en weegbreefonteinkruid. Een particuliere beheerder zette voor zijn 28 hectare pompen in en hoosde zo wel twintig zwembaden weg (= 2000 kuub). Dit leidde aanvankelijk tot lokaal ca 40 cm daling maar in de weken erna volgde weer aanvulling t.g.v. meer neerslag en ondergrondse toestroming uit de omgeving: het water kwam weer 25 cm omhoog. Zo was er in juni nog hoog water, met nauwelijks drooggevallen delen; in een grote vallei bleven harlekijnen en vleeskleurige orchis weg en kwam bijenorchis alleen aan hogere randen voor met ca 50 -100 ex, waar een jaar eerder nog bijna 1000 individuen werden geteld. Alle valleien kenden eind juni nog nauwelijks drooggevallen stukken; een bijzonderheid als kruisbladgentiaan bleef op lage locaties weg, maar was op hogere delen nog wel aanwezig. Op heel Voorne werden slechts drie harlekijntjes gezien (hoger op duinhellingen) al gebiedt de eerlijkheid te zeggen dat het er zelden meer dan 10-15 exemplaren waren. In de Stekelhoek was er van vier locaties van deze soort in 2024 nog slechts één over. Wat later in de zomer bleek moeraswespenorchis ook van onder water nog omhoog te komen, zij het wederom slechts een fractie van het aantal van 2023. En van de in 2021 herontdekte muggenorchissen was in 2024 geen spoor meer. Hoe het met de twee deelpopulaties op Schier is vergaan is onbekend.

Moeraskartelblad gedijdt goed bij langdurig hoog water; hier op het Kennemerstrand.
Het Kennemerstrand bij IJmuiden, een primaire duinvallei, bleek zeer nat bij bezoek op 6 juli 2024 (laarzen nodig en water 10 cm boven maaiveld, vooral in het zuidelijke deel). Hier is er afwatering via het Kennemermeer en een overstort naar de nabijgelegen haven aan de noordzijde. Zo vielen in de noordelijker delen stukken open en net droog met wederom honingorchis; dit jaar(2024) ca 200, in 2023 ca 1500. Het gaat hier om de enige grote vindplaats in ons land.
Uit Kennemerland vertelde beheerder Dick Groenendijk van het PWN op de NH Natuurdag 2024 dat Castricum en Bergen vroeger qua neerslag droger waren dan De Bilt, nu natter. De winterneerslag is in 40 jaar gestegen met 50%, de zomerneerslag met 25%. Dit leidt o.a.tot achteruitgang bij o.a. parnassia en gentianen (de grootste populaties veldgentianen in ons land zijn in het NHD te vinden).
Tussenstand 2024

Vogelnestorchis..verdwenen in Bergen?
Wat valt uit bovenstaande rondgang te distilleren? Het is niet overal kommer en kwel maar vele populaties zijn teruggelopen, soms gedecimeerd en soms geheel verdwenen. In het algemeen lijken kleinere kommen zoals al of niet geplagde zgn. secundaire (door windwerking ontstane) valleien hydrologisch de pineut. Er is daar veel toestroming uit omringend duin en er blijft tot in de zomer water staan. Brede delen van primaire duinvalleien vlakbij zee die een al dan niet natuurlijke afwatering kennen en droogvallen, zijn wel degelijk nog klassiek mooi. Voor de meer algemene orchideeën is voldoende veerkracht te verwachten maar populaties van soorten die slechts enkele vindplaatsen kennen zijn zorgenkindjes, zoals muggenorchis, honingorchis en vogelnestorchis (al minimaal drie jaar staan de laatste vindplaatsen bij Bergen zomers nog onder water). Ook de bij Schoorl lokaal algemene dennenorchis liet het volgens orchideeënkenner Bert de Boer uit Alkmaar in 2024 grotendeels afweten in de te natte bossen. We wachten af of ‘2023/2024’ het ‘nieuwe normaal’ is of dat er ook nog jaren zullen optreden.
Links
https://haarlem.nieuws.nl/nieuws/waarom-staat-het-water-zo-hoog-in-de-duinen-waterdeskundige-lucas-borst-en-ecoloog-dick-groenendijk-vertellen-er-alles-over
https://flessenpostuitegmond.nl/pwn-uiteindelijk-zullen-we-moeten-leren-omgaan-met-perioden-van-wateroverlast/




