Opnames flora Westduinen 1979-2024: ook een rijkdom aan mossen
Dick Kerkhof
Op basis van mijn werk bij het Zuid-Hollands Landschap en enkele excursies van de PKN (Plantensociologische Kring Nederland) heb ik een tabel van de Westduinen gemaakt, gebaseerd op vegetatieopnamen uit de periode 1979-2024. Vele andere duinkenners hebben een bijdrage geleverd. Vegetatieopnamen zijn nauwkeurige beschrijvingen van de vegetatie in proefvlakken van meestal 2 bij 2 meter groot.
Het is een synoptische (samenvattende) tabel, die laat zien wat er groeit in de valleitjes, in en vlak langs poelen en op de droge duinen. Per cluster is aangegeven: het aantal opnamen, het aantal keren dat een soort werd aangetroffen (in % van het aantal opnamen) en de karakteristieke bedekking (hoeveel % van het proefvlak wordt door de soort gemiddeld bedekt, als-ie aanwezig is).
Het soortenrijke heischrale grasland met o.a. herfstschroeforchis, slanke gentiaan en veldgentiaan komt voor in goed gebufferde (zwak zure) vochtige valleitjes en op de overgangen daarvan naar droog duingrasland. Deze liggen vooral in het noordwesten van de Westduinen. In een groot deel van de Westduinen zijn de valleitjes zuurder.
Ik heb eerst de opnamen ingedeeld in drie clusters: ipi 214 (open duin), ipi 213 (vochtige duinvallei) en ipi 341 (duinpoel). De opnamen van ipi 213 heb ik vervolgens verdeeld in twee subgroepen, zuur en zwak zuur. De Ellenberg-indicaties zijn berekend met het vegetatieprogramma Turboveg. De tabel maakt duidelijk dat de meeste bedreigde soorten voorkomen in de gebufferde valleitjes. De zure valleitjes en de (oevers van) duinpoelen zijn echter ook belangrijk voor enkele andere bijzondere soorten.
De opnameaantallen in 45 jaar terreinbezoek waren 131 (open duin), 76 (zure valleien), 98 (zwak zure valleien) en 9 in of vlak langs poelen. Zie verder de tabel.
In de proefvlakken zijn in totaal 244 vaatplanten gevonden, waaronder 26 van de Rode lijst. Dit aantal komt goed overeen met de gebiedsdekkende inventarisatie van bureau van der Goes en Groot in 2016, die 27 soorten van de Rode Lijst aantroffen. Het gebied is voor alle Rode Lijstsoorten van groot belang, maar in het bijzonder voor de ernstig bedreigde herfstschroeforchis en overblijvende hardbloem, die laatste staat o.a. langs de oprit naar het zendstation.
Naar mijn ervaring, gebaseerd op vele veldbezoeken in het verleden en een recente excursie van de PKN (en mede onderbouwd door de opnamen), is er in de droge duinen ten zuiden van de Klarebeekweg recent minder vergrassing dan pakweg twintig jaar geleden; grote stukken zijn daar nu rijk aan korstmossen. Ten noorden van de Klarebeekweg zijn de droge duinen echter nog steeds sterk vergrast.
Behalve naar vaatplanten kijken vegetatieonderzoekers altijd ook naar mossen (61 soorten) en korstmossen (18 soorten), soms ook naar paddenstoelen (15 soorten). De in de tabel vermelde paddenstoelen zijn gevonden door Emma van den Dool en Eline Vis, tijdens een najaarsexcursie van de PKN. De paddenstoelenflora van de Westduinen was vroeger veel rijker dan uit de opnametabel blijkt. Het was een van de beste terreinen voor wasplaten en ecologisch verwante soorten, maar die zijn volgens paddenstoelenkenner Leo Jalink sterk achteruitgegaan. Bij de korstmossen troffen we drie soorten van Rode Lijst, bij de mossen zes. Bij de mossen zijn zowel soorten van zure, zwak zure als meer basische milieus gevonden.
Hieronder zijn foto’s opgenomen van Ron Poot die de rijkdom van de vaak verontachtzaamde mossen en korstmossen toont.
Klik op een foto voor uitvergroting.















