Kees Sipkes (1895-1989) in de NNV Haarlem en omstreken.
Joop Mourik en Anneke Koper
Dit artikel is een bewerking uit 2026 en ontleend aan: De natuur bewonderen en bestuderen, Honderd jaar veldbiologie en natuurbehoud in Zuid-Kennemerland. Serie Haarlemse miniaturen deel 56. Uitgeverij De Vrieseborch, KNNV Afdeling Haarlem en omstreken, 2001.
Kees Sipkes was Junior secretaris 1915-1916, bestuurslid en secretaris 1925-1947; erelid.
Kees Sipkes was een veelzijdig man met uitgesproken denkbeelden en idealen. Gedurende zijn lange bestuurslidmaatschap van de NNV Afdeling Haarlem e.o. heeft hij veel ondernomen. Sipkes was wel het meest gedreven bestuurslid, zeer vasthoudend en eigenwijs. Hij behoorde tot de meest actieve en felle natuurbeschermers van de jaren dertig en veertig, was mondig en liet zich niet met kluitjes in het riet sturen. Voor de goede zaak nam hij het vergaderen voor lief en trommelde invloedrijke mensen op om z’n doelen te bereiken. Sipkes werd NNV lid in 1912. Als junior trok hij al de aandacht als waarnemend tweede secretaris in het bestuur en behartiger van de belangen van zijn leeftijdgenoten. Na de Eerste Wereldoorlog, toen de belangstelling voor de natuur wat inzakte, bruiste hij van energie om van alles aan te pakken. Hij was oprichter van de Botanische studieclub (1918), organisator van tal van excursies samen met z’n maat Jan P. Strijbos en mede oprichter van de NJN. Voor de NNV Haarlem was hij in 1921 actief in de Werkgroep Plantentuin en Vogelbosje in Groenendaal in Heemstede. Vanaf 1926 was hij de drijvende kracht achter de acties tegen de schending van de duinen en bossen in Kennemerland en schetste hij de eerste plannen voor een groot Duinreservaat. Samen met NNV voorzitter mr. J. D. van der Plaats richtte hij in 1928 de Federatie voor Natuur- en Landschapsschoon in Kennemerland op. In de jaren dertig zette Sipkes zich als senior bestuurslid in voor de Jongerengroep. Na 1945 zag hij kans om voldoende steun voor het Duinreservaat te krijgen. De kroon op het werk was de stichting van het Nationaal Park de Kennemerduinen in 1950. Op de herdenkingsavond op 2 april 1965 ter gelegenheid van Thijsse’s honderdste geboortedag in de Muziekzaal van Brinkmann, bracht hij een eerbetoon aan zijn leermeester en vriend “Thijsse en de plantenwereld.”
Kees Sipkes was botanicus in hart en nieren en zeer begaan met de duinflora. Hij was tuinarchitect van beroep. Gestimuleerd door zijn vader en Jac. P. Thijsse begon hij in 1918 met een kwekerij voor wilde planten in het tuinbouwgebied aan de Zijlweg in Haarlem. Zijn bedrijf De Teunisbloem was genoemd naar de plant die prof. dr. Hugo de Vries voor zijn genetisch onderzoek gebruikte. Tot zijn belangrijkste opdrachten behoorden de aanleg van Thijsse’s Hof in Bloemendaal en van de Tenellaplas op Voorne. In vele opzichten vertolkte Kees Sipkes met luide stem en actie wat Jac. P. Thijsse op diplomatieke en voorzichtige wijze nastreefde.




