Het bestrijden van de watercrassula in de duinen van Voorne
Theo Hagendoorn
Een artikel van Rolf Roos over natuurherstel op Voorne stelt de vraag of ingrepen in de Molenkreek goed zijn onderbouwd en uitgevoerd. In mijn bijdrage meer over de watercrassula (Crassula helmsii).
Watercrassula is een invasieve exoot en staat dan ook op de lijst van de Europese Unie (EU); hierop zijn 26 nieuwe planten- en diersoorten toegevoegd. Deze soorten vormen een bedreiging voor de natuur, omdat ze inheemse soorten kunnen verdringen, ziekten overbrengen of schade veroorzaken aan ecosystemen. Het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) ondersteunt deze maatregel, die is bedoeld om de biodiversiteit te beschermen. Door de toevoeging aan de Unielijst is het verboden om deze soorten te houden, verhandelen, kweken, vervoeren of te importeren. Ook voortplanting en verspreiding moeten hiermee worden voorkomen. Als we naar de foto’s kijken zien we de situatie voor en na de ingreep van de Molenkreek we zien op de eerste foto de situatie van de watercrassula besmetting en op de tweede foto de situatie na de ingreep.
Wat doet watercrassula?
Watercrassula is een volledig de bodem bedekkende exoot die de lage inheemse kruiden zoals bijv. teer guigelheil zal verdrukken. Zelfs kleine stukjes van de watercrassula zijn in staat om een nieuwe vestiging te veroorzaken. Dit betekent dat als grote grazers en ook watervogels stukjes los trappen en dit in de vacht meeslepen de watercrassula over een grote afstand verplaatst kan worden naar een nieuw gebied. In de omgeving van de Molenkreek is er een groot gebied geschikt als groeiplaats. Zo wordt het overtollige water van de Molenkreek wordt afgevoerd via de Vliegveldrel naar het Oostvoornse meer, deze rel is zeer geschikt als groeiplaats voor de watercrassula omdat de grotendeels onbegroeide, vlakke oevers in de zomer droogvallen. Het achterliggende gebied wat in de winter grotendeels onderwater staat en direct aansluit aan de Molenkreek is minder geschikt door zijn dichte en vrij hoge begroeiing.
Een groot gevaar voor verspreiding zijn de grote grazers die zoals te zien is op de foto voor de Molenkreek en de watercrassula lopen en plantendelen verslepen naar andere poelen direct in de buurt. Zelfs de poel in de gamandervallei is daardoor in gevaar. Want ook daar lopen dezelfde grote grazers.
Er zijn reeds veel studies gedaan naar het bestrijden van de watercrassula zoals het afdekken van de planten door en totaal afdekken door bv zand, schelpen of zwart landbouw folie. Voor de Molenkreek heeft de beheerder het Zuid-Hollands Landschap gekozen om als test een deel van de watercrassula te bedekken door een dikke schelpenlaag. De resultaten van diverse ingrepen staan beschreven in dit rapport.
Achtergrondinfo van ministerie van LNNV:
Watercrassula, ook wel (water)naaldkruid genoemd, is een wintergroene oeverplant die ook tot een diepte van 2 meter onder water kan groeien. Oorspronkelijk komt de plant uit Australië en Nieuw-Zeeland. De plant heeft kleine vlezige, tegenover elkaar staande bladen die 4-15 mm lang zijn. De stengel is kruipend tot rechtopgaand en meestal wit tot rood gekleurd. De witte tot zachtroze bloemen zijn gesteeld, klein en onopvallend. Watercrassula kan groeien op diverse soorten oevers en komt in tegenstelling tot de meeste andere invasieve waterplanten ook voor in voedselarme milieus. In Nederland komt watercrassula vooral voor in poelen en vennen. De plant verspreidt zich hoofdzakelijk vegetatief. Zelfs hele kleine stengelfragmenten kunnen weer uitgroeien tot een nieuwe plant. Natuurlijke verspreiding kan passief in waterlichamen plaatsvinden, maar ook door transport door dieren. Zaadproductie lijkt zeldzaam in Europa.
Watercrassula kan een zeer dichte vegetatie vormen op oevers en in voedselarme wateren.In de oeverzone en ondiepe delen van relatief voedselarme wateren, zoals vennen, leemputten, zandplaten en duinplassen, worden hierdoor inheemse planten en dieren weggeconcurreerd. Watercrassula vormt drijvende matten die ervoor zorgen dat onderwaterplanten geen licht meer krijgen. Ook kunnen deze matten zorgen voor zuurstoftekort in het water.
In Nederland wordt de soort vooral aangepakt door besmette delen van het terrein te plaggen en door de watercrassula af te dekken met zwarte folie (Torensma 2017). In het buitenland worden ook regelmatig verschillende soorten herbiciden ingezet om de soort te elimineren (Van Kleef et al. 2016, Van der Loop et al. 2017). Daarnaast zijn er nog allerlei andere maatregelen uitgeprobeerd, zoals verbranden, bevriezen en verzilten. Na één groeiseizoen blijken de meeste van deze maatregelen niet in staat watercrassula te elimineren. Eliminatie van watercrassula blijkt alleen kansrijk indien de besmette locatie nog klein is, er zeer schoon wordt gewerkt en een ruim voldoende groot oppervlak wordt aangepakt. Als niet aan deze voorwaarden kan worden voldaan, dan is de kans groot dat watercrassula zich vanuit achtergebleven fragmenten en zaden opnieuw zal vestigen. Ook blijft vaak de kans bestaan dat watercrassula zich opnieuw in het terrein vestigt. In veel gevallen is eliminatie dus niet te realiseren of niet duurzaam.
Terug naar de vraag is de ingreep Goed of Fout? De ingreep om de watercrassula te bestrijden is niet alleen goed maar zelfs verplicht. Nu gaat het afhangen van de opvolging, de Watercrassula groeide tot de struikenrand en is daar moeilijk te verwijderen en daarom is het noodzakelijk om komend jaar zeer precies te gaan zoeken naar mogelijk achter gebleven planten delen en ook met er voorkomen worden dat er losse delen naar de vliegveldrel verplaatst worden als er weer water wordt afgevoerd.
Slotopmerking van het Zuid Hollands Landschap (Menno van Lopik)
” We hebben ook zeker niet de illusie dat de soort nu weg is en weg blijft. We proberen nu de groeiomstandigheden zo slecht mogelijk te maken voor de crassula en de verspreiding zo goed mogelijk tegen te gaan. Door de kalk, de verwijdering van de massa en het secuur controleren/bijhouden gaan we nu de soort in toom houden.”
Bronnen:
Rolf Roos, 2026: Natuurherstel in de Molenkreek langs de Sipkesslag, Oostvoorne: best goed
Natuurvereniging Hollandse delta (KNNV): PWG-2022-01 inventarisatie Watercrasula Molenkreek ZHL









Beste Theo,
veel dank voor de info over watercrassula. Er is natuurlijk geen verschil van mening of deze plant gewenst is of niet. Mijn kritische noten bij dit soort ingrepen zijn altijd:
1. is de uitgangssituatie goed vastgelegd en weten we precies wat we verwijderen als we gaan graven (flora en fauna)(hier over geen rapport gezien)
2. is de gekozen maatregel de meest effectieve? (Het rapport met analyse van ingrepen dat je citeert meldt helaas niets over de toepassing van schelpen.)
3. wordt het goed onderzocht en ook openbaar gerapporteert?
In mijn stukje gaf ik aan dat ik online of op website terreinbeheerder onvoldoende info kon vinden maar toch signaal ‘best goed’ afgaf.
Ik zou nu graag een goede analyse van het Landschap willen zien of dit echt werkt of niet. Want het blijft een experiment en dan is toetsing van belang. Ook is betere inhoudelijke voorlichting op hun site onmisbaar.
Met onze groet!
Rolf Roos