De bedijking van het Voornse Breede Water rond 1920
De Oostvoornaar Cees Hokke, nazaat van de jachtopziener Izak Dekker (1873-1955) die we portretteerden op pagina 35 in het boek Duinen en mensen Voorne (zie afbeelding) vond meer beeld in zijn archief waarmee we het verhaal van de duinen verder kunnen aanvullen.
Niet zomaar een foto van mannen van rond 1920. Het beeld toont paard en kar, die volgens Cees Hokke van zijn overgrootvader Izak Dekker waren. Op de foto staan rechts Jan Piet Oudwater, de man links is Aart Dekker Izn (Izn: d.w.z. de zoon van Izak Dekker de jachtopziener; ‘Izn’ is hier een belangrijke toevoeging want er waren er meerdere Aart Dekkers aan de duinrand).
Aart Dekker, grootvader van Cees, verhuurde paard en wagen aan ‘de Maatschappij ‘, d.w.z. NV Voorne’s Duin, ten behoeve het afsluiten van het Breede Water aan de zeezijde. Nu kennen we het Breede Water als een met bos omzoomd meer, in die tijd was het een breed nat strand dat rond 1910 was ontstaan na kustaangroei. Hoe dat verliep in de tijd: zie bijgaande kaartreeks, pag. 131 uit Duinen en mensen Voorne. Aan de zeezijde is met verrijden van zand maar vooral met stuifschermen van o.a. riet en wilgetenen de natte vlakte gesloten. Daarna ontstond het meer door stijging van het grondwater. De oostzijde van het Breede Water is de kustlijn van 1910, de westzijde van ‘1934’. Ook het waterschap, lang niet altijd een applausmachine voor NV Voorne’s duin, was blij met het behaalde resultaat: zie het handgeschreven commentaar bij de onderste foto, uit een gedenkboek van het Hoogheemraadschap van Voorne uit 1950 (in Stadsarchief Rotterdam).


Overgenomen uit Duinen en mensen Voorne, pagina 71





