over de site | contact | info auteurs | toegang auteurs
  • Home
  • Nieuws
  • Thema’s
    • Ontstaan van de kust
      • Duinen als zeewering
      • Klimaat en duinen
    • Archeologie
    • Zeedorpen
    • Jacht
    • Duinlandbouw
    • Cartografie
    • Veldnamen
    • Militaire kustverdediging
    • Waterwinning
    • Natuur en landschap
      • Flora en vegetatie
      • Fauna
      • Bos
      • Natuurbeheer
    • Strand
    • Recreatie
    • Beeldende kunst
  • Gebieden
    • Zeeland
    • Zuid-Hollandse eilanden
    • Zuid-Hollandse vasteland
    • Zuid-Kennemerland
      • Amsterdamse Waterleidingduinen
      • Nationaal Park Zuid-Kennemerland
      • Kennemerstrand
    • Noord-Kennemerland
      • Wijk aan Zee
      • Noordhollands Duinreservaat
      • Bergen
      • Schoorlse Duinen
    • Noordkop
      • Camperduin-Petten
      • Zwanenwater
      • Zijpe- en Hazepolder
      • Callantsoog
      • Noordduinen
      • Den Helder
    • Texel
      • Zuidpunt van Texel
      • Duinen bij Den Hoorn
      • Duinen bij De Koog
      • Ten noorden van De Koog
    • Vlieland
    • Terschelling
    • Ameland
    • Schiermonnikoog
    • Rottumerplaat / Rottumeroog
  • Landschapselementen
    • Eendenkooien
    • Landgoederen
    • Wegen en paden
    • Kanalen
    • Stuifdijken
    • Agrarisch
    • Militair
    • Heemtuinen
    • Recreatief
  • Portretten
  • Onderzoek
  • Hotspots
  • Programma
rss

Artikel

20
MRT
2025

Een erf tussen polder en gors

Erf
Tags : kwadehoek, Natuurerf
Posted By : Redacteur
Comments : 1

(voorpublicatie uit het boek Erf,  2025)

Informatie en links naar alle recensies, o.a:

” Rolf Roos weet biologie en literatuur te verenigen. ” (Gemma Venhuizen in NRC)

Ons erf ligt aan een oude binnendijk niet ver van de zeewering van Goeree. Bij zachte noordenwind horen we de koeien op de gors van de Kwade Hoek, bij zuidenwind de klokken van Goedereede. Toen mijn pensioen dreigde, streken Anneke en ik met twee honden neer op dit voormalige eiland, toen waar vervallen huizen met een aardig lapje grond nog net betaalbaar waren. Volgens het gemeentelijke bestemmingsplan is ons erf een bouwblok met huis en schuur plus agrarisch land. In onze werkelijkheid is het afgegraven duinrand, ondergelopen en weer drooggelegde polder, tuin, bos, water met allerlei natuur.

Mei 2022. De dijk, huizen en erven, kale akkers, beboste duinrand en de kust met gorzen van de Kwade Hoek; vanaf 68 meter hoogte noordwaarts gefotografeerd. De meidoorns bloeien, de kastanjes nog net niet. Het voorjaar van 2022 was droog en het land toegankelijk. Een boer ploegt een akker. Foto Henk Terhell.

Vogels

Elk voorjaar, half april, gaan ergens hoog boven ons regenwulpen in kleine clubjes noordwaarts. Af en toe laat eentje een klaaglijk bi-bi-bi-bi horen. In de eerste vijf jaar dat ik hier naar de hemel keek, kwam er drie keer een zeearend voorbij. Eentje zette aarzelend een afdaling in naar onze hoogste den, om die als nestelplek al vóór de landing af te keuren.

De broedvogels op ons erf wisselen jaarlijks. Vaste broedgasten zijn winterkoning, twee mezensoorten, merel, heggenmus, vink, huismus en zanglijster. Er was een jaar met een grauwe vliegenvanger, er nestelde een witte kwik onder de zonnepanelen en een spotvogel benutte het uitdijende braambos naast de moestuin. Fazanten en eenden deden een poging en ook putters verstopten zich in de Boomgaard. Ik vermoed broedgevallen van goudvinken, boomkruipers en staartmezen. Tenslotte zijn er broedvogels die het erf incidenteel of helemaal niet bezoeken, maar zich wel laten horen. Buurvogels. Na half april, als de lulu-ende boomleeuweriken alweer rustiger worden en nachtegalen in de duinrand hun luidruchtige aria’s zingen, dan is er ineens het bescheiden ru-ru-ruh van de zomertortel. Ook gek op onze bosrand en vijver. We vermoeden een broedpaar in de duinbosjes achter de overburen aan de overzijde van de akker. In juni en juli 2022 was er een broedgeval van de wielewaal in een andere buurtuin, halverwege de Bokkepolder. Frankrijk in de Hollandse polder. 

Ontstaan

We danken onze woonplek en onze dijk aan een watersnood. Na eerdere rampen in 1570 en 1682 was 1715 een rampjaar vergelijkbaar met 1953. Een stormvloed leidde op Goeree tot vele doorbraken en een groot verlies aan land. De Staten van Holland besloten in 1717 het eiland niet te op te geven, niet te ‘abandonneren’. Niet vanwege de bevolking of de landbouw, maar vanwege de zeevaart op Rotterdam. Route plus bakens moesten worden veiliggesteld.  De ‘Quaaden Hoek’ was volgens de verhalen die tegenwoordig rondgaan een plek waar vissersboten en handelsschepen vergingen. Maar het was in de 17e en 18e eeuw voor de eilandbewoners vooral een nare uithoek waar door kusterosie en wegschuren van het strand de duinenrij, de Rooklaasduinen, flinterdun was geworden en de erachter gelegen Rooklaasplaat zeer kwetsbaar. De oplossing? Leg een stuk landinwaarts ‘inlaagdijken’ aan, die voorkomen erger. Op de kaart zijn drie dijkputten te zien, bronnen van zand en klei. Tussen 1717 en 1727 werden hiermee en met zand van het naastgelegen land drie inlaagdijken opgeworpen. Met man en macht, zonder machines. Onze dijk is hier nog naamloos, ‘de Inlaag van ’t Jaar 1727’. Nu heet hij ‘Nieuwendijk’ en is het een natuurreservaat. Hij werd zestien voet hoog (4,88 meter) opgeworpen boven de laagwaterlijn van die tijd, dat was destijds de maat voor veiligheid.

Kaart van landmeter Cruquius uit 1733, detail met diverse dijkwerken bij de Kwade Hoek die de teloorgang van Goeree aan de noordzijde moesten verhinderen. Ons erf ligt achter  ‘de Inlaag van ’t Jaar 1727′ , thans de Nieuwendijk.  Bron: Streekarchief Goeree-Overflakkee.

Flora

In 2022 troffen we voor het eerst langs ons hooiland een rozet met merkwaardige donkergroene, langwerpige bladeren. Niet van die diep generfde als de algemene smalle weegbree, het was bijenorchis. In 2022 waren er twee exemplaren, in 2023 vijftien, in januari 2024 tel ik er elf, steeds aan de rand van het hooiland, waar het wat schraler is. Ze krijgen geen individuele naam, wel een individueel stokje. Zoals de vogelbeschermer in maart bij elk kievitsnestje een stok zet, zo zwabber ik door het veld, gebogen. Kritische bezoekers vroegen of ik ze niet had geplant. Het is gewoon jaloezie. Al in april laat een knop zich in het hart van het rozet zien, om in mei snel op te stijgen. Een bloemstengel met drie of vier bloemen, hoogte aangepast aan de omringende grassen: liefst net er bovenuit, maar niet te veel. 

Bijenorchis tussen hoog gras

Die bijenorchis is geen toeval. Als ik in 2024 alle bosjes, graslandjes, heuvels en de vijver afloop blijken er ruim 280 wilde planten voor te komen en dat op nog geen halve hectare. Het is een kwestie van jaren de tijd nemen, goed zoeken en dan blijken er geheel wild ook o.a. grasklokjes, knopig doornzaad, dwergzegge, grote tijm, wilde postelein, brede wespenorchis en glanshaver te staan. Natuurlijk is het zo dat tuinlieden van diverse generaties hier van alles naartoe hebben gesleept, bij de flora ruwweg een derde. Vele daarvan gedragen zich na decennia alsof ze er altijd al waren, zoals daslook en grootbloemmuur.

Natuurlijk?

Kattenstaartdikpootbij; foto Hein Nouwens

En elk jaar zien we hier andere wilde bijen vliegen, waaronder grijze rimpelrug en kattenstaartdikpootbij. Het hooiland op de Nieuwendijk voor ons huis en ons erf samen herbergen bijna 50 soorten wilde bijen. Voor een ’tuin’ is het heel rijk aan soorten, maar hoe natuurlijk is dat eigenlijk?

Stel we zouden willen weten hoe ‘natuurlijk’ ons erf is en we benaderen het wetenschappelijk: we omschrijven onze begrippen en keuzes en twijfelen aan onze uitkomsten. We definiëren ‘natuurlijk’ als spontaan (bij soorten). We kiezen het uitgangspunt dat de aanwezigheid van een soort natuurlijker is als deze zich spontaan heeft gevestigd, zichzelf kan handhaven, liefst ook uitbreiden en zich kan voortplanten. Meteen zitten we dan weer in de problemen. Bij de meeste soortgroepen kunnen we dit niet goed overzien. Veel soorten zijn te klein en te lastig uit elkaar te houden, leven in het donker (de meeste zoogdieren en nachtvlinders) of laten zich, zoals paddenstoelen, soms maar eens in de tien jaar zien. In Nederland leven misschien wel 25.000 soorten planten, dieren en paddenstoelen en zelfs het volgen van alle soorten in een klein terrein als het onze is onbegonnen werk. Geen wonder dat we in het dagelijks leven en ook in het natuurbeleid (uit te vergeven onmacht) focussen op makkelijke groepen als vogels en wilde planten. Vooral vogels domineren de discussie als het om natuurbescherming gaat, en dat is even begrijpelijk als onterecht.

Over de foeragerende en broedende vogels op ons erf hebben we vrijwel niets te zeggen, ze zoeken eten, paren en nestelen binnen de mogelijkheden die een rijk erf hen biedt. Ik zou willen beargumenteren dat ‘onze’ vogels 100 procent ‘natuurlijk’ zijn qua gedrag, uiteraard binnen de door ons geboden mogelijkheden als takkenrillen, bosschages en grasland. Het meest kunstmatig zijn de broedende en door ons bijgevoerde mussen onder dakpannen en de broedende witte kwikstaart onder de zonnepanelen. We noemen deze soorten cultuurvolgers, maar doen ze daarmee te kort.

Dan de wilde planten, inheems in ons land volgens de Flora van Lenie Duistermaat (2020). Planten zijn eenvoudiger te gebruiken voor onze vraagstelling. Ze laten zich makkelijk vinden, op naam brengen en indelen. We maakten in een paar jaar een redelijk uitputtende soortenlijst van inheemse wilde planten op ons erf, inclusief alle bomen (zie de pdf voor complete lijst). Het zijn er  meer dan 280. We kunnen bovendien vrij exact traceren of iets ooit is aangeplant of meegenomen (doorgaans door onszelf, een vriend of een voorganger), en wat spontaan is. Die ‘inheemse aanplant’ splitsen we af van de echt spontane en inheemse soorten (zie online de hele lijst). De conclusie is dat bijna 60 procent van de inheemse planten hier spontaan is: van wilde aalbes tot zwarte els. Een lange lijst. Met enig stil spektakel ertussen in de vorm van bijzondere grassen en wilde orchideeën. Omdat de ontwerpende tuinman lang geleden de hele structuur en de sfeer met doorkijkjes heeft bepaald en wij daarop voortborduren, ervaart iedereen ons erf eerder als ‘park’ dan als ‘natuur’. Maar achter het decor zit een vrijwel geheel spontane wereld verborgen.

Simpele schatting: het merendeel van alle soorten inheemse planten en dieren op ons erf, is hier ‘natuurlijk’. Maar dat bij de flora (door ons gesleep en alle aanplant) de natuurlijkheid in de zin van spontaniteit wellicht wat lager is, zegt helemaal niets over de vlinders, de vogels, de slakken en al het andere kleine grut. Daaronder veel liefhebbers van tuin- en bosrand (bonte zandoogjes, boomblauwtjes, putters, winterkoninkjes), allemaal spontane natuur.

Kluifjeszwam, de witte, in ons hooiland

Als ik een uitspraak zou moeten doen hoe natuurlijk nu het geheel is – uit te drukken als percentage spontane soorten – dan denk ik dat ons erf toch voor 90 procent gewoon ‘natuur’ is, in die zin dat ik er echt niks over te zeggen heb en het niet door ons is aangevoerd of actief is geholpen. Dat geldt zeker voor al die insecten, bodembeestjes en paddenstoelen. In het hooiland staan weidekringzwam, morielje en voorjaarspronkridder erg natuurlijk te zijn. En dan al die korstmossen: op de weg, op dakpannen, op bomen, ze groeien in stilte en volledig spontaan.

 

Dit is een voorpublicatie

 

Gerelateerde artikelen:

  1. Een duin als tuin
  2. Het boerenerf (de stee) van Jan en Nan
  3. Overal in Nederland natuurerven
About the Author

Social Share

    One Comment

    1. Ronald Roos 10 februari, 2025 at 10:13 Reply

      Leuk je nieuwe boekje.
      Ook grappig dat Joep op de cover mag staan!

    Leave a Reply Reactie annuleren

    *
    *

    Doorzoek alle artikelen

    Dossiers

    Landgoederen
    Dijk of duin
    Kwade Hoek, Goeree
    Westduinen, Goeree
    Bokkepolder, Goeree
    Natuurerf
    Zeer natte duinen
    Dennenkap
    Duinschilderijen
    Veldnamen
    Website Natuurmonument de Beer
    hotspots duinen wandeling Bezoek hotspots bloeiende duinen

    Duinen en mensen: boeken & website

    Het project 'Duinen en mensen' omvat een serie boeken + website over de Nederlandse kust. Cultuur en natuur van het kustlandschap worden gelijkwaardig en veelzijdig beschreven. Met honderden nieuwe kaarten en de laatste stand van wetenschap. Kennemerland (2009), Noordkop en Zwanenwater (2011) en Texel (2013). In 2023 verscheen Duinen en mensen Voorne. Meer over het tot stand komen van deze boeken. De website is continu in ontwikkeling en omvat ca 1000 berichten, boeken, films die gerelateerd zijn aan de boeken of de daarin behandelde onderwerpen. De website is een openbaar archief. Mocht u menen rechten te kunnen ontlenen aan gebruikte tekst of beeld, laat het weten dan zoeken we een oplossing. Deze website wordt draaiende gehouden door een vrijwillige redactie. Nog wel beschikbare titels (o.a. Voorne, Texel) zijn elders te bestellen.

    Maandelijks archief van berichten

    Digitale documentatie duinen Voorne

    Deze site van het streekarchief is onderdeel van Kenniscentrum Duinen

    Deze site is tot stand gekomen met steun van het Cultuurfonds en ondergebracht bij het Streekarchief Voorne-Putten

    Redactie: Rolf Roos & Nico van der Wel, m.m.v. Henk Terhell, Machiel van Wijngaarden, Danny Zuurbier, Bob Benschop (eindredactie)
    Ontwerp en ontwikkeling: toomanywords.nl