over de site | contact | info auteurs | toegang auteurs
  • Home
  • Nieuws
  • Thema’s
    • Ontstaan van de kust
      • Duinen als zeewering
      • Klimaat en duinen
    • Archeologie
    • Zeedorpen
    • Jacht
    • Duinlandbouw
    • Cartografie
    • Veldnamen
    • Militaire kustverdediging
    • Waterwinning
    • Natuur en landschap
      • Flora en vegetatie
      • Fauna
      • Bos
      • Natuurbeheer
    • Strand
    • Recreatie
    • Beeldende kunst
  • Gebieden
    • Zeeland
    • Zuid-Hollandse eilanden
    • Zuid-Hollandse vasteland
    • Zuid-Kennemerland
      • Amsterdamse Waterleidingduinen
      • Nationaal Park Zuid-Kennemerland
      • Kennemerstrand
    • Noord-Kennemerland
      • Wijk aan Zee
      • Noordhollands Duinreservaat
      • Bergen
      • Schoorlse Duinen
    • Noordkop
      • Camperduin-Petten
      • Zwanenwater
      • Zijpe- en Hazepolder
      • Callantsoog
      • Noordduinen
      • Den Helder
    • Texel
      • Zuidpunt van Texel
      • Duinen bij Den Hoorn
      • Duinen bij De Koog
      • Ten noorden van De Koog
    • Vlieland
    • Terschelling
    • Ameland
    • Schiermonnikoog
    • Rottumerplaat / Rottumeroog
  • Landschapselementen
    • Eendenkooien
    • Landgoederen
    • Wegen en paden
    • Kanalen
    • Stuifdijken
    • Agrarisch
    • Militair
    • Heemtuinen
    • Recreatief
  • Portretten
  • Onderzoek
  • Hotspots
  • Programma
rss

Artikel

26
NOV
2025

Een jaar uit het leven van boswachter Jan Vlietland (1965) op de Kwade Hoek

GoereePortrettenUitgelicht
Tags : kwadehoek
Posted By : Redacteur
Comments : 1

Rolf Roos

  • Oorspronkelijke publicatiedatum 10 december 2025; update 19 januari 2025
  • Met dank aan Lia en Mina Vlietland Goedereede
  • Aanvullingen welkom. Graag onderaan als reactie.

“6 – 12 toezicht stroperij. bij paal 6 tegen hoge duin. 12 strikken gevonden, waarin 1 haas, 2 konijnen,  2 fazanten, gepost. en ‘s middags tot 17:45 uur gepost, niemand gekomen, voor de koude gevlucht, buit meegenomen. “ (Jan Vlietland, 8 januari 1965)

De paar zinnen van Jan Vlietland hierboven schetsen een onherkenbaar beeld. Het is een tekst, een beetje in telegramstijl, met al bijna verouderde woorden als ‘stroperij’ en ‘buit’ en het woord ‘gepost’ dat staat voor: ‘op wacht staan om iemand in de kraag te grijpen’. Die ‘buit’ kreeg een goede bestemming overigens. “Elken zondag hadden we een knientje op tafel”, vertelt Mina, zijn vrouw ons in 2025. Jan Vlietland was bewaker, boswachter en opzichter vanaf ongeveer 1952, eerst op de Punt en Hompelvoet en vanaf ca 1960 ook op de Kwade Hoek. Als we kijken naar de natuur van de duinrand van de Kwade Hoek is het gebied 60 jaar later compleet veranderd: konijnen, waar zie je ze nog? Behalve waar nog zout water komt of flink wordt gemaaid, staan tegenwoordig overal struiken. In de half open bunkers, waarvan er eentje door Jan werd onderhouden (en gelucht!) voor verblijf voor onderzoekers en soms NJN-ers (jongeren die aan natuurstudie doen), zaten zwaluwen. ‘Jan van de Veugeltjes’ patrouilleerde in het zeer open kustlandschap met het gors, onbegroeide slikken en lage duintjes. Een enkele keer nam het landschap hem te grazen:

“13 – 18 aanvankelijk controle, doch door ’t hoog opgezweepte water ingesloten en moeten wachten op eb! Zat met twee hazen op een heuveltje van ± 30 m2!” (9 december 1965)

Jan Vlietland in 1955 in bewakerspak bij zijn geboortehuis aan de Doornweg.

We troffen in Stadsarchief Amsterdam een pak met ca 400 vellen, (archiefstuk 999-2639, onderdeel van het papieren archief van Natuurmonumenten) o.a. vier maandverslagen en veel dagrapporten uit 1965. Allemaal met de hand geschreven. Soms een halve pagina, soms een enkele zin. De helft van zijn tijd was voor het waterleidingbedrijf (Oost- en Middelduinen). In de Kwade Hoek was hij parttimer met eigen werktijden. Hij maakte lange dagen van soms 5 uur in de ochtend tot laat in avond, en hij had geen personeel. Wat oudere lezers belanden via de verslagen van Jan in een paar zinnen in de vrolijke TV-wereld van Swiebertje: zwerver, goedmoedig op het pad gehouden door een veldwachter, Bromsnor, en Saar, een oudere vrouw, die altijd wel een ‘kopjen kofjen’ voor hem te drinken had. Jan Vlietland was zo’n veldwachter. Zijn snor kreeg hij op latere leeftijd. In de vijftiger jaren was zijn functie ‘bewaker’, in zijn laatste jaren noemde men hem boswachter of, veel sjieker, ‘opzichter’. Meningen van mensen die hem gekend hebben lopen sterk uiteen van ‘veel van geleerd op excursie’, ‘vervelende man’, ‘hij kende zijn vogels’, ‘een ouderwetse boswachter’ tot ‘hij was heel soepel voor de lokalen’ en ‘hij gaf zelden een bekeuring’. In de schrijfsels van Jan Vlietland komen geen zwervers voor, wel jongens en dubieuze types met ‘hazen hitsende’ honden en meestal ongrijpbare stropers. Hij reed op een brommertje dat hij parkeerde bij een bunker bij het Plaatje (inmiddels verdwenen). Niet op slot, zodat de telgen Breen van de Oostdijkseweg er hun jolige rondjes op konden rijden als Jan op de Kwade Hoek liep. Want als er 1 familie was die zich niet aan de regels  hield waren dat wel ‘die van Breen’.

Wat zag hij als hij rond liep, behalve vogels, konijnen en strikken? Een enkele keer toont hij zijn kennis van de flora en pakt hij lyrisch uit, zoals aan het eind van zijn broedvogelverslag van juni 1965:

“De vlier is nu prachtig in bloei en ook de liguster zit volop in knop, echter nog niet veel bloeiende struiken.Er is nu volop gras voor het vee. Opmerkelijk zijn de grote velden met rolklaver, zodat dit met de vele bloeiende kattendoorn, de groene vlakte een prachtige aanblik geeft. Ook zijn weer een groot aantal zeedistels aanwezig. In de buurt van paal 6 is ook het laksteeltje weer aanwezig, hoewel in niet te groot aantal en slecht ontwikkeld. Bij paal 4½ werden enkele bremrapen gezien op wortels van de kruisdistel. In de buurt bij “De Zeemeeuw” werden langs het grindpad enkele exemplaren van het bilzenkruid gevonden.”

Jan Vlietland deed mee aan landelijke vogeltellingen (destijds georganiseerd door de ITBON). Hij gaf af en toe een excursie en maakte zijn rondjes. We liepen zijn verslagen na op contacten, vogelwaarnemingen, bekeuringen en bedreigingen. Steeds heel veel vogels, maar geen saaie kost. Hij schreef sobere zinnen met weinig spellingsfouten. Nieuwe of speciale woorden bij hem zijn ‘Ritpad’ – dat blijkt een ‘rondritpad’ maar waar lag precies lag weten we niet. Wie wel? Het gors noemt hij regelmatig ook ‘grasvlakte’ of ‘grasland’, de plek waar vee of paarden staan. Ander eigen taalgebruik: vogels ‘azen’ op prooi, ransuilen azen op muizen die in de schemering het pad oversteken, fazanten azen op helmzaad. Hazen en ganzen ‘babbelen’ op de grasvlakte. En we leren dat ‘lichtbakken’ ook een werkwoord kan zijn en ‘lichtbakker’ de persoon die dat doet.

Wat vinden we nu nog opvallend?

“Vier personen op het pad aangetroffen in bunker (…) gedeelte deur kapot gestompd en twee ruiten stuk uitgeslagen; moet gezien de sporen gisteren gebeurd zijn. Zaak met politie opgenomen. “ (Zondag 16 januari 1965)

En:

“Zaak bij bunker met politie bekeken en enkele jeugdige knapen verhoord, echter niets bewezen kunnen krijgen.” (17 januari 1965)

Het zijn veelal sobere verslagen van surveillances met zeer veel aangetroffen strikken. Zoveel dat wel duidelijk is dat stropen in 1965 nog een gewone manier was om vlees op het bord te krijgen. Strikken hadden soms een dunne draad (speciaal voor fazanten). Hij maakte ze onklaar door ze ‘op te trekken’. Hij vindt ook wildklemmen, soms met konijn of kat er in. Maar zelden rapporteert hij een bekeurde stroper. Wel ‘jongens’ die worden gegrepen of verjaagd (“nozems”). Je weet echter nooit wat hij onvermeld liet. De verslagen waren onderdeel van zijn werk, ze kwamen terecht bij het bestuur van Stichting Natuurmonument de Beer die hem betaalde. Een vast werkcontract was het niet, want hij werkte ook voor het waterleidingbedrijf en incidenteel voor Rijkswaterstaat. Begin jaren 50 ontving Vlietland bovendien geld van lokaal grondeigenaar Jacob Breen (zie apart artikel over beheerplan en verhoudingen langs de duinrand in 1971). Waarschijnlijk  waren dit pachtgelden bestemd voor Stichting de Natuurmonument Beer. De Fam. Breen werd door hem in 1965  wel verdacht van jacht met lichtbakken en patronen (dat mocht wel in Jacobs eigen duin – de zeereep richting Havenhoofd – maar niet op het gors).

De toegangsregels waren destijds streng en overzichtelijk: behalve de boer mag niemand erin tenzij met bramenplukvergunning (afgegeven voor Rijkswaterstaat!) of met een betaalde dag- of weekkaart (afgegeven door o.a. de VVV). Door de hoge waterstanden wilden verbodsbordjes nog wel eens wegspoelen. De boswachter van vroeger deed alle klussen en hij rapporteerde ze netjes. Een voorbeeld: de Bunker (bij de gelijknamige Bunkervallei) die werd gebruikt voor verblijf van onderzoekers, leidde tot het laatste karwei van 1965:

“Bunker, welke door de vele regen was volgelopen, leeggeschept en matten enzovoort buiten gedroogd, bedden gelucht.” (31 december 1965)

Veel verslagen over stroperij en verstoring

Als man die het werk in het open veld alleen deed, moest je op je tellen letten als je drie stropers tegelijk betrapte. Hij trekt zelfs een keer zijn pistool.

“Een paar jongens 10 tot 12 jaar met herdershond weggejaagd.” (25 september)

“Vijf uur ‘s ochtends gepost bij strikken geen stropers komen opdagen. (…) 17:15 u. weer gepost bij strikken waar nu twee jongens bij gesnapt werden; beiden 12 jaar! Flink gewaarschuwd ook de ouders. (8 oktober)

“13:15 u nazoeken wat persoon bij paal zes uitspookte waarbij 28 wild strikken gevonden, alles opgetrokken.” (9 oktober)

“Posten bij strikken; konijn afgemaakt en laten liggen.” (19 oktober)

“Stroperij op grasvlakte; iemand met hond gezien, echter niet kunnen benaderen.”(19 november)

“Intussen af en toe controle stroperij enzovoort waarbij in het geheel 182 strikken opgetrokken.” (24 oktober tot en met 12 november vakantie)

“Controle duinen en grasvlakte toch weer verse patronen gevonden. Er is dus toch gelichtbakt; na onderzoek bleek dat het niet de heer Breen is geweest.” (27 november)

“13 strikken gevonden; twee jongens (18 en 19 jaar) bekeurd met honden welke achter hazen gehitst werden. (5 december)

“Controle 32 strikken gevonden waarin drie konijnen en een kat! 17:15 uur tot 19:30 uur gepost bij strikken niets gekomen en buit meegenomen. (20 december)

“Gepost bij strikken; weer niets 13 uur tot 17 uur. Controle strikken weggehaald door de stroper.” (21 december)

“Controle te verwachten stroperij in verband met kerstdagen. ± 200 m van ’t lichtje, drie personen bezig met uitdelven van konijnen, gesnapt en weggestuurd; met veel tact en geluk en een flink bad rammel ontlopen. Heb trouwens ook pistool laten zien.” (24 december)

Wat concluderen we hier nu uit? Duidelijk is dat het oude gebruik onder aanwonenden van de Oostdijkse weg en de Nieuwendijk (of een neef of een oom) om regelmatig een strik te zetten, nog niet was beëindigd. Honderden strikken van mogelijk tientallen aanwonenden treft Jan aan, en hij rapporteert dat aan zijn bestuur. Jan Vlietland, zelf geboren aan de duinrand bij de Westduinen, was ook volgens zijn vrouw Mina én volgens Annelies Breen, dochter van landheer Jacob, heel coulant tegen het eigen volk. Slechts een enkele stroper wordt echt gepakt en een enkele keer is het ook echt spannend. Ja, rotjongens, die waren er volop.

Andere personen dan ‘stropers’ en ‘jongens’

Personen die met naam genoemd worden zijn er slechts een handvol: ‘Tanis’ (boer uit Goedereede, bijnaam Kommer de Brommer jr), ‘Hoek’ (mogelijk Moosje Hoek van de boerderij bij ’t Plaatje of Kommer Hoek uit Ouddorp die werkte bij Rijkswaterstaat en ook vlinders onderzocht) en diverse keren (Jacob of Jaap) ‘Breen’ (eigenaar duin richting Havenhoofd, tevens hoofdpachter van het gors).

Hij noemt diverse excursies: met Cees Sipkes (bekend van Voorne) en vogelwacht Schouwen, met Sipkes met Prof. Heimans (zoon van de legendarische Eli, compaan van Thijsse) en Kierewit, bestuurslid van Natuurmonumenten. Uit Haarlem twee excursies met Vogelwacht Haarlem en Vogeltrekstation Haarlem. Ook twee schoolklassen o.l.v. mej. Doorn uit Oude Tonge komen een ochtend langs. Van extern onderzoek wordt alleen de ‘planologische dienst’ gemeld die van alles wilde weten over beheer en toezicht, want daar was een “schrikbarende gebrek” aan gegevens.

De elementen

Behalve het fraaie verhaal dat hij samen met hazen op een eilandje werd ingesloten, treffen we meer guur weer en hoog water. Zo is er een melding dat het water zo hoog stond dat het over de Parnassiavallei tot bijna bij de bunker kwam. Die destijds zoete, gewoon door vee beweide vallei westelijk van het pad bij het Lichie, kreeg af en toe een zoute onderdompeling.

“Weer vreselijk hoog water; de hele Kwade Hoek onder, zelfs tot bijna bij de bunker (paal 10) stond het water en slechts enkele van de hoogste heuveltjes bleven boven water. Veel hazen waren genoodzaakt naar de kant te zwemmen waar ze doodvermoeid bleven zitten. Een paar mensen trachten met de hand deze te vangen. Heb ze dat spoedig met een bekeuring afgeleerd. Een paar anderen konden daardoor ontsnappen… ” (10 december 1965). Op 11 december zijn er veel lijken:

Beweiding door vee

In 1965 weinig notities hierover. In het maandverslag over mei staat een verwijzing naar eerdere problemen:

“Met het uitbreken van de koeien gaat het nog goed. Schrikdraad wordt niet meer gebruikt. De draden zijn er nog wel aangevuld met prikkeldraad.“

En:

“Melkvee vandaag door Tanis weggehaald. Alleen dat jongvee is nog aanwezig.” ( 21 oktober 1965)

Vogels, konijnen, ratten en vergiftiging

In maandverslag juni 1965 treffen we een bijzondere observatie die past in het beeld van vergiftiging door DDT en ander landbouwgif in de zestiger jaren.

“Opmerkelijk is het grote aantal onbevruchte eieren onder vrijwel alle vogelsoorten. Bij de scholeksters vaak twee van de drie. Ook bij de fazanten, die toch een kleiner legsel hadden (7 tot 10 eieren) waren er soms vier onbevrucht.“

Ook doet hij meldingen van stookolieslachtoffers (papegaaiduiker, Jan van Gent). Omdat in die jaren ganzen maar bescheiden voorkwamen worden ze gemeld en geteld. Roofvogels waren zeer schaars, maar een groep ransuilen passeert regelmatig zijn pad. Uit een maandverslag over broedvogels van juni 1965 op pag.7 blijkt een vooruitziende blik: de grote sterns proberen zich te vestigen, maar zullen dat pas onder dekking van de vele kapmeeuwen (kokmeeuwen) in 1966 succesvol gaan doen. Zie hieronder.

“8 volwassen ransuilen gezien; 18 ganzen zien neerstrijken; bij paal 5½ enkele eenden komen azen in plassen; bij paal 6 en 7 ook waren veel eenden bij en op de slikken waartussen nog enkele bergeenden. Een achttal lepelaars waren ook op de slikken (oostzijde).” (21 september)

“16u controle Kwade Hoek; 120 ganzen op het gors; op de slikken een twaalftal lepelaars zes blauwe reigers 150 bergeenden waarvan 75% jong; wat plevieren en in de poeltjes op het gors wat watersnippen. (…) Rattenkolonie aangetroffen waar kapmeeuwenkolonie heeft gezeten. Deze hebben er waarschijnlijk reeds eerder gezeten, maar dan in het lange gras, maar nu door het hoge water naar hoger terrein verdreven.” (30 september)

“Ook enkele nieuwe gevallen van myxomatose onder de konijnen.” (1 oktober)

“Trek vinken kievieten lijsters kauwtjes, leeuwerikken, kneuen, kepen, putters witte kwikstaarten, ringmussen, graspiepers, spreeuwen en enkele strandleeuwerikken. Hoog in de lucht (plus minus 500 m) waarschijnlijk een ruigpootbuizerd zien schroeven. Deze trok schroevende in zuidwest richting. Mis voor zulke dingen goede kijker. “(4 oktober)

“16 uur controle helmreep van 11 tot 14 paal en terug over het pad een velduil gezien; 13 hazen 85 fazanten (azen op helmzaad), in de helm groeien de duindoornbessen. Terug op het pad veel fazanten in ondergaande zon plusminus 150. In de schemering, vijf ransuilen azen boven het pad op overstekende muizen. (6 oktober)

“± 4000 spreeuwen kwamen roesten in riet, duindoorn en vlier bij Paal 9½ ook veel kramsvogels aanwezig ± 500.”(21 oktober)

“Bij het krieken van de dag enkele troepen ganzen gepasseerd (waarschijnlijk grauwe) in het terrein. Weinig vogels, meest kramsvogels nog een zestal pestvogels gezien. Ook een paar goudvinken verder wat gewone gewoon goed koperwieken merels heggenmussen. Op het strand een honderdtal strandleeuwerikken.” (11 december)

Jan Vlietland ca 1987

Komende veranderingen

Kortom: 1965 kende een rijke natuur. Over wat hij zelf jaagde rept hij helaas met geen woord en ook missen we de reacties van de vaak geleerde bestuursleden uit de Randstad die zijn verslagen onder ogen kregen, afgezien van een enkele markering in de kantlijn. Dingen die niet veranderd zijn: toen en nu waren verwilderde katten een groot probleem. Toen en nu figureren er haast geen vrouwen in het duin. Natuur, zeker de wilde, is een mannenwereld. Het allergrootste verschil tussen vroeger en nu is niet de toegankelijkheid (nu is er toegang op paden vrij behoudens afgesloten stukken), maar het beheer! In 1966 was het een ouderwets ‘Natuurmonument’ in de zin dat men vrijwel niets deed behalve toezicht en vogels tellen (en wat onderhoud aan eigen gebouwen en de bunker). De paden en wegen waren voor Rijkswaterstaat. Wel plantte de boswachter zelf nog duindoorns en helm om verstuiving tegen te gaan, waar nu wel anders over wordt gedacht. Het inscharen van vee door pachters werd destijds eerder getolereerd dan dat men er veel voordelen van zag. Er werd (nog) niet gemaaid in valleien, struikgroei werd niet tegengegaan (ook niet nodig als er veel vee en konijnen zijn). In 1966 rukte de konijnenziekte myxomatose al op, wat later grote gevolgen zou hebben voor het open duin – het ging massaal dichtgroeien. Het gevolg van wegvallen van konijnen, wegvallen van beweiding en stikstof uit de lucht.

Zie ook:

Bronnen: Jan Vlietland, archieven 1965 

Meer artikelen met of over Jan Vlietland:

 

  • Glimlachen om oude plannen: beheer(s)plan Kwade Hoek, 1971
  • Uit de archieven van de Kwade Hoek: broedvogels in 1966
  • Zwemmen in de tweede sloei en daarna eieren rapen (tot ca 1977)

Gerelateerde artikelen:

  1. Herkomst en betekenis van de veldnaam ‘Kwade Hoek’
  2. Haringvlietmonding: Zuid-Hollandse Wadden?
  3. Unieke vondst op de Kwade Hoek. Een hollestelle?
About the Author

Social Share

    One Comment

    1. Pieter Slim 28 november, 2025 at 21:15 Reply

      Veel dank voor deze informatie over de Kwade Hoek. Meer in het algemeen zijn dit soort informatiebronnen van grote waarde om openbaar toegankelijk te maken.
      Dank ook voor juist deze notities van Vlietland; ik heb hem gekend.

      Een van die ‘geleerde bestuursleden’ van de beherende instelling Stichting De Beer, was dr.ir. W(im) G. Beeftink die in de jaren ’70-’72 mijn leidinggevende was bij het Delta Instituut voor Hydrobiologisch Onderzoek in Yerseke.
      Bij ons onderzoek aan de effecten van de afsluiting van de Grevelingen logeerden we regelmatig in het “bestuursgebouw” van de stichting hetgeen een bijzonder prerogatief was. Dat gebouw was deel van het huis van Vlietland, dus daardoor kenden we Vlietland. Hij was aardig en zijn vrouw was behulpzaam. De bunker in de duinen kenden we ook, maar dat was verderop in de duinen.
      Vanaf omstreeks 1973 of wat later, was het de bedoeling van het bestuur om Vlietland te vervangen. Men wilde van hem af; onduidelijk voor ons waarom. Ondertussen bij het Rijksinstituut voor Natuurbeheer in Leersum werkend, zette ik me in om dit te verhinderen, wat ook is gelukt.
      Beeftink bleek zeer ontstemd over deze interventie en liet dat blijken. Later heeft Vlietland mij nog in Leersum op het RIN bezocht om te bedanken; maar ik was afwezig.

      Pieter Slim, Bennekom

    Leave a Reply Reactie annuleren

    *
    *

    Doorzoek alle artikelen

    Dossiers

    Landgoederen
    Dijk of duin
    Kwade Hoek, Goeree
    Westduinen, Goeree
    Bokkepolder, Goeree
    Natuurerf
    Zeer natte duinen
    Dennenkap
    Duinschilderijen
    Veldnamen
    Website Natuurmonument de Beer
    hotspots duinen wandeling Bezoek hotspots bloeiende duinen

    Duinen en mensen: boeken & website

    Het project 'Duinen en mensen' omvat een serie boeken + website over de Nederlandse kust. Cultuur en natuur van het kustlandschap worden gelijkwaardig en veelzijdig beschreven. Met honderden nieuwe kaarten en de laatste stand van wetenschap. Kennemerland (2009), Noordkop en Zwanenwater (2011) en Texel (2013). In 2023 verscheen Duinen en mensen Voorne. Meer over het tot stand komen van deze boeken. De website is continu in ontwikkeling en omvat ca 1000 berichten, boeken, films die gerelateerd zijn aan de boeken of de daarin behandelde onderwerpen. De website is een openbaar archief. Mocht u menen rechten te kunnen ontlenen aan gebruikte tekst of beeld, laat het weten dan zoeken we een oplossing. Deze website wordt draaiende gehouden door een vrijwillige redactie. Nog wel beschikbare titels (o.a. Voorne, Texel) zijn elders te bestellen.

    Maandelijks archief van berichten

    Digitale documentatie duinen Voorne

    Deze site van het streekarchief is onderdeel van Kenniscentrum Duinen

    Deze site is tot stand gekomen met steun van het Cultuurfonds en ondergebracht bij het Streekarchief Voorne-Putten

    Redactie: Rolf Roos & Nico van der Wel, m.m.v. Henk Terhell, Machiel van Wijngaarden, Danny Zuurbier, Bob Benschop (eindredactie)
    Ontwerp en ontwikkeling: toomanywords.nl