Een locomotief in de duinen
Nico van der Wel
- versie 24 november 2025 – wie heeft aanvullingen/correcties? Mail ons
- achtergrond bij Duinen en mensen Voorne
Op Voorne is, zo denken we nu, niet zoveel duin afgegraven voor de winning van zand. Er is in de archieven erg weinig over te vinden. Het gebeurde wel maar vooral kleinschalig, en natuurlijk soms ook clandestien. Op één uitzondering na: in 1906 verkoopt de NV Voorne’s Duin een partij van 23.036 kuub duinzand “voor ƒ 2.800,– voor de aanleg van de weg van Oostvoorne-Rotterdam.” De bron van deze vermelding is de onvolprezen H. van der Graaf (1916-2000) uit Rockanje, wiens omvangrijke speurwerk in de archieven de basis verschafte voor de geschiedenishoofdstukken in ons boek Duinen en mensen Voorne (verder: DMV). Alleen, zo denken we nu: de transactie betrof zeer waarschijnlijk niet de weg, maar de tramweg naar Rotterdam.

Strand van Oostvoorne in 1913, met de stoomboot (de Maasnymph?) aan de steiger (met vuiltjes); collectie F. Beekman (klik voor vergroting)
Eerst die transactie: begin 20e eeuw was het duin van Voorne in bezit van William Smith, later de familie van Hoey Smith. Smith stichtte een exploitatiemaatschappij, de NV Voorne’s Duin, om het duin te beheren en exploiteren (DMV p54 e.v.). In die tijd kwamen toerisme en recreatie op Voorne op gang, met als belangrijke mijlpaal de start van de stoombootverbinding tussen Rotterdam en Oostvoorne, in 1902. Vanaf de Boulevard ter hoogte van de Zwartelaan liep een aanlegsteiger over het strand een eindje de zee in. Een belangrijke impuls voor toerisme en recreatie langs de kust van Voorne, terwijl tegelijkertijd bijvoorbeeld schoolreisjes naar Rotterdam haalbaar werden.
In 1906 kwam ook de tram. De Rotterdamsche Tramweg Maatschappij ontsloot in die jaren de Zuid-Hollandse eilanden en Schouwen-Duiveland. De tramlijn van de RTM van Spijkenisse naar Brielle werd doorgetrokken naar Oostvoorne, tot op de Boulevard langs het strand. Daarbij werkte men vanuit Brielle naar het westen en vanaf Oostvoorne naar het oosten. Een fantastische bron daarvoor is de oude ansichtkaart hieronder, verstuurd naar een mevrouw in Nieuw Helvoet, aldaar afgestempeld in juli 1906. Een locomotief trekt een tiental wagonnetjes (voor zover zichtbaar) met 25 arbeiders erop, die zand uit de duinen wegvoert. Twee vragen moeten we nu oplossen: hoe kwam al dat materieel in Oostvoorne, en waar werd het zand gewonnen?

‘Oostvoorne, Zandtrein in de duinen’, ansichtkaart uit 1906. “Verscheidene personen uit deze gemeente zijn er ook aan werkzaam, wat met recht in dit jaargetijde een buitenkansje genoemd kan worden.” (NBrC 4feb 1906). Ansichtkaart uit 1906, uitgegeven door J.W. Robijns te Brielle.
Onbereikbaar Oostvoorne
Hoe kwam die locomotief in Oostvoorne? We hebben het niet zwart op wit, maar het kan eigenlijk niet anders of de locomotief en de wagonnetjes zijn per schip aangevoerd. Moeilijk voorstelbaar misschien, maar andere kandidaten zijn ook niet waarschijnlijk. Oostvoorne was in 1906 een moeilijk bereikbare uithoek vanwege slechte wegverbindingen. Pas in de jaren 30 werd de Groene Kruisweg aangelegd. Bovendien bezat het bedrijf achter de stoombootverbinding, Fop Smit & Co, een sleepboot (de Hellegat) en drie zgn. sleepschepen, ”geschikt voor het vervoer van vier tramwagens van 10 ton” (lees meer over Fop Smit op Wikipedia, en over de schepen lees je hier).
Een bericht in de Nieuwe Brielsche Courant van 4 februari 1906 lijkt dit te bevestigen: “Vanaf het strand is men [met de aanleg van de trambaan] begonnen hoofdzakelijk omdat van daar het materiaal wordt aangevoerd. Gisteren arriveerde de eerste locomotief bestemd voor de aanvoer van het benodigde zand, en denkelijk ook om later dienst te doen voor het vervoer van personen en goederen van hier naar Rotterdam en tusschengelegen plaatsen. Het is een prachtig stoompaardje, en het schijnt ons toe fonkelnieuw te zijn. Aan beide zijden prijkt in koper uitgehouwen letters de naam Oostvoorne, hieruit maken wij op dat er met ter tijd meer van zal worden gevorderd dan zand te vervoeren.”
In de boekhouding van de NV Voorne’s Duin ging het om ruim 23.000 kuub zand, aldus van der Graaf, maar volgens de verslaggever is het meer: “(..) want naar wij vernemen moet er voorloopig dertig duizend kubieke meters zand uit het duin worden vervoerd, een zaakje waarmede men niet zo spoedig gereed is.”
Dus: vanaf februari 1906 werd een grote partij zand gewonnen uit de duinen van Voorne, voor de tramweg. Materieel bereikte Oostvoorne via het strand, vanaf zee. Het ging zeker niet om de aanleg van een weg want de Groene Kruisweg (N218) stamt uit de jaren 30. De aansluiting van Oostvoorne gebeurde pas in 1937 (volgens de pagina over de N218 op wegenwiki).
De zandwinplek
Volgende vraag: waar werd dit zand gewonnen? Het Hoogheemraadschap van Voorne was verantwoordelijk voor de zeewering en was streng. Zand opzuigen uit zee kon nog niet. Het ligt voor de hand dat er werd afgegraven waar het duin breed was, en dan nabij de binnenduinrand. Dus zeker niet aan de noordoostkant van Oostvoorne, waar Mildenburg lag (eigendom van de burgemeester) en waar het duin verderop smal tot zeer smal was. Dus we kijken zuidwaarts.
Een week na het vorige bericht, op 11 februari, meldt de Nieuwe Brielsche Courant: “Voor het vervoeren van het duinzand (..) is een zijlijn aangelegd, welke later natuurlijk weer wordt opgebroken.” Hoe lag die zijlijn en waar voerde hij heen? We hebben een kandidaat, want in het duin c.q. de Heveringen ligt een duinpad, het Locomotiefpad! Dat pad brengt de wandelaar naar … Tenellaplas (zie kaart).

Uitsnede veldnamenkaart van de Duinen van Oostvoorne. Het Locomotiefpad loopt van rechtsboven naar linksonder, naar Tenellaplas. Beeld Zuid-Hollands Landschap
Voor we te vroeg juichen: de plek rond het huidige bezoekerscentrum Tenellaplas is in de oorlog door de Duitsers gebruikt als winplek van zand, en ook bij de Watersnoodramp in 1953 is veel zand weggehaald langs de Berkenrijsweg. In 1999 wees Jan Timmermans, destijds opzichter van het Zuid-Hollands Landschap, in een interview in de Volkskrant op het kaarsrechte verloop van het Locomotiefpad en meldde dat dit pad inderdaad in de oorlog diende “(..) voor de boemel naar de diep in het stuifzand verscholen Duitse commando- en communicatiebunkers” (lees hier het hele verhaal, Volkskrant 23-1-1999).
Maar toch: wie op Topotijdreis Tenellaplas en omgeving opzoekt, zie dat daar tussen 1900 en 1918 veel akkerbouwpercelen zijn bijgekomen. Daar (maar niet alleen daar) is het hobbeltjesduin van de Heveringen overduidelijk op vele plekken afgegraven en geëgaliseerd. Legden de Duitsers het treinspoor aan op het oude traject uit 1906?
Wie helpt ons aan documenten, familieherinneringen en sterke verhalen over deze kwestie? Mail ons!

De Heveringen net ten noorden van het Windgat in 1904 (links) en 1921 (rechts, met veel meer ontginningen, en met de Duinstraat). De onderbroken lijn rechtsboven is ongeveer 1 kilometer. Topotijdreis





