Mossen en korstmossen in de Bokkepolder (Goeree)
Rob Rossel
In mei 2021 is er op mijn verzoek door Hans de Bruijn en DirkJan Dekker onderzoek gedaan naar mossen en korstmossen in de Bokkepolder. In zes dagen werden alle percelen bezocht en waarnemingen genoteerd. Het resultaat: vele tientallen soorten van beide groepen. Op bomen, op daken en soms op de grond. We geven in dit artikel zicht op deze intrigerende en versmade groepen organismen. En melden ook het een en ander over (korst)mos-etende insecten die ik hier aantrof.
(Overzicht van alle online artikelen over de omgeving van de Goereese Nieuwendijk/Bokkepolder: klik hier.)

Groot dooiermos is veel te zien op plekken met veel stikstof
Mossen en korstmossen lijken verwant, ze worden zelfs binnen één werkgroep onderzocht. De Bryologische + Lichenologische werkgroep (BLWG) van de Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging (KNNV) doet onderzoek naar mossen en korstmossen. Toch is er van een systematische verwantschap geen sprake. Mossen zijn primitieve planten (o.a. geen echte wortels), kostmossen zijn bijzondere symbioses tussen schimmels en algen (of cyanobacteriën/blauwwieren), waarbij de schimmel de alg steun geeft. Door een gebrekkige natuurwetgeving worden mossen en korstmossen niet beschermd, zelfs niet als ze op de Rode Lijst staan. In Nederland komen ongeveer 600 mossoorten voor. Hiervan staat ongeveer 38 procent op de Rode Lijst. Van de 700 soorten korstmossen staat ongeveer 46 procent op de Rode Lijst. Deze soorten zijn dus zeer kwetsbaar.
- Over indeling, bouw en voortplanting van mossen: klik hier voor achtergronden
- Voor een lijst van gevonden mossoorten klik hier
- Voor meer info over bouw en voortplanting van een korstmos klik hier

Variabele granietmot (Eudonia mercurella) foto Rob Rossel.

Zwart schriftmos
Mossen
In de Bokkepolder zijn in totaal 53 soorten mossen gevonden. De vondsten van het duinsnavelmos (Rhynchostegium megapolitanum) en dwergwratjesmos (Cololejeunea minutissima) zijn bijzonder; het zijn vrij zeldzame soorten. Ook de uitbundige groei van schriftmossen (Graphidacea spec.) op oude populieren was op sommige plekken spectaculair.
Moseters
Springstaarten en mosmijten zijn te vinden in het mos. Microvlinders van onder andere het geslacht Eudonia worden regelmatig gevangen in de Bokkepolder. De rupsen van dit geslacht foerageren op diverse mossoorten.
Korstmossen
Korstmossen zijn schimmels die samenleven, in symbiose, met groenalg of een blauwalg (of cyano bacterie). De schimmels (mycobiont) geven de stevigheid, de algen (fotobiont) produceren de suikers uit zuurstof en kooldioxide. De blauwalg is bovendien in staat om stikstof (N2) te binden tot amoniak, wat weer een basis is om essentiële eiwitten aan te maken. De schimmel gebruikt kleine vingertjes (hausteria) om door de wand van de algcellen te prikken en zo een deel van de door de fotobiont geproduceerde producten er uit te halen voor eigen leven en groei. De schimmel produceert op zijn beurt licheenzuren die het korstmos bescherm tegen vraat. Door het produceren van kleurstoffen beschermt de schimmel de fotobiont tegen de UV straling van de zon. Een situatie waarin zowel de schimmel als de symbiont voordeel van hebben. Deze definitie heeft men lang gebezigd. Er is lang gedacht dat een korstmos een symbiose was van één schimmel en één alg, tegenwoordig is deze gedachte verlaten en ziet men het meer als een dynamische structuur van schimmels, algen, gisten en bacteriën. Ieder onderdeel van dit systeem levert een bijdrage voor de ontwikkeling van het korstmos. Het is moeilijk eenduidig te benoemen tot welke soort een korstmos behoort. Korstmossen zijn binnen de biologie voor de taxonomen dan ook een nachtmerrie. Ze bestaan namelijk uit een combinatie van organismen die niet samen geëvolueerd zijn maar op een bepaald moment van hun ontwikkeling zijn samengekomen. De naamgeving wordt hierdoor ingewikkeld. Deze wordt bij korstmossen bepaald door de schimmelpartner, ongeacht met welke andere bionten een verbond is gesloten.

Gewoon schildmos (links) en eikemos: een struikvormig korstmos, gevoeliger voor luchtvervuiling.
Korstmossen komen in veel vormen voor. We onderscheiden korst-, blad- en struikvormige korstmossen. Alle vormen komen in de Bokkepolder voor. Niet alle korstmossen groeien op de bomen, veel korstmossen groeien op de grond en zorgen voor het vastleggen van de bodem. . In de Bokkepolder is er veel hoogopgaande begroeiing waardoor de korstmossen zich op de grond niet tot nauwelijks kunnen ontwikkelen.
Korstmossen bezetten 8% van het landoppervlak en zijn zelfs in de meest extreme omstandigheden te vinden. Zelfs gedroogd, diep bevroren of een verblijf buiten de dampkring, het deert hen niet. In de Bokkepolder zijn de meeste korstmossen te vinden op bomen, , op hout en stenen (o.a. daken en terassen). De korstmossen hebben specifieke omstandigheden nodig om zich te ontwikkelen. Er moet zowel vocht als licht aanwezig zijn. Tussen de 50-70% vochtigheid is optimaal. Daaronder of erboven zorgt er voor dat de fotosynthese stil valt. Ook dient het substraat waarop het korstmos groeit geschikt te zijn. De structuur en zuurgraad van het schors van bomen kan bepalend zijn welke korstmossen hierop groeien. Op de akkers vind je geen korstmossen, hier wordt de grond teveel beroerd. Korstmossen staan aan het begin van de mineralencyclus. Ze groeien op gesteenten en verweren dit door het eerst te breken, waarna er met wortelzuren mineralen opgelost en opgenomen worden. Wanneer het korstmos dood gaat vormt het zo een voedingsboden voor andere planten. Ook op sommige huizen in de Bokkepolder bevinden zich korstmossen. Het zal echter nog vele eeuwen duren voordat de huizen in zullen storten als gevolg van een korstmos. De meeste soorten groeien maar een paar millimeter per jaar en kunnen allerlei kleuren hebben zoals grijs, geel, oranje, rood of zwart. Korstmossen kunnen, onder gunstige omstandigheden zeer oud worden. In het Zweedse Lapland in Fulufjället komt het oudste tot nu toe bekende gewoon landkaartkorstmos (Rhizocarpon geographicum ) voor, deze is zo’n 9000 jaar oud. Deze groeit echter maar een fractie van een millimeter per jaar.
Korstmoseters

Korstmosspanner. Foto Jurrian van Deijk
Korstmossen worden gegeten door diverse dieren. Bekend zijn de rendieren die zich tegoed doen aan het bekende rendiermos. Ook deze korstmos komt voor in de Bokkepolder, maar bij de zoogdieren zal u het rendier niet tegenkomen. Korstmossen zijn rijk aan koolhydraten maar arm aan eiwitten en zijn moeilijk te verteren. Voor mensen is het niet aantrekkelijk vanwege het hoge gehalte aan licheenzuren maar eskimo’s, die vaak aangewezen zijn op korstmossen, weten het zo te bereiden dat de smaak en verteerbaarheid sterk verbetert. Gezien de oplopende temperaturen als gevolg van klimaatopwarming hoeven we ons daar gelukkig niet aan te wagen. Maar er zijn diverse ongewervelden waarvan de rupsen en larven wel graag van de korstmossen eten. Bekend is de zeldzame korstmosspanner (Cleorodes lichenaria) die één keer gezien is in de Bokkepolder. Verder de diverse soorten korstmosuilen waarvan de rupsen de korstmossen eten. Ook de rupsen van het rozenblaadje (Miltochrista miniata) fourageren op korstmossen, maar dan voornamelijk op korstmossen die op de eik groeien.
Verder zijn er nog tientallen andere insectensoorten waarvan de rups of larve zich tegoed doet aan de korstmossen. Daarnaast zijn er parasitaire schimmels, virussen en bacteriën die het leven van het korstmos zuur maakt.
Korstmossen als milieu-indicator

Typische beeld van boom in stikstofrijke omgeving: veel gele en grijze korstmossen, geen struikvormige
Veel korstmossen zijn uiterst gevoelig voor veranderingen in het milieu. Ze reageren heel snel en zijn hiermee bruikbaar als indicator. In de jaren 70 waren er heel veel korstmossen verdwenen omdat de zwaveldioxide (SO2) giftig was voor deze soorten, zoals de groene schotelkorst. Alleen de soorten die sterk zuurminnend (acidofyt) waren floreerden. Na beperking van de uitstoot van zwaveldioxiden door fabrieken en auto’s reageerden deze korstmossen hierop en groeiden aanmerkelijk minder uitbundig. Momenteel, anno 2023, zijn het vooral de gele korstmossen welke positief reageren op de overmaat van stikstof in de lucht (nitrofyt). Ook in de Bokkepolder zijn op de bomen die langs de akkers staan de gele dooiermossen uitbundig aanwezig. Verder van de akkers weg zijn deze soorten aanmerkelijk minder uitbundig.
In de Bokkepolder zijn 44 soorten korstmossen gevonden. Per erf kwamen er tussen de 13 en 24 soorten voor.
Literatuur
- Sheldrake, Merlin (2022). Verweven leven. De verborgen wereld van schimmels. Amsterdam: Atlas Contact BV.
- Soortbescherming Mossen en Korstmossen lezingendag BLWG 2022 Hans Toetenel en Henk-Jan van der Kolk https://www.blwg.nl/mossen/waarnemers/lezingendag2022/hans-toetenel-bescherming.pdf
- https://nl.wikipedia.org/wiki/Korstmos#Gelaagdheid
- https://www.waysofenlichenment.net/ways/the_book/
- van der Kolk, H., L.B. Sparrius & C.M. van Herk, 2023. Effecten van ammoniak op korstmossen in
Gelderland in de periode 1989-2022. BLWG-rapport 31. BLWG, Utrecht - https://www.nemokennislink.nl/publicaties/korstmossen-samenleving-van-schimmel-en-alg/
- https://www.anbg.gov.au/lichen/index.html
- Van Herk, K. , Aptroot, A. & Sparrius, L. (2022), Veldgids korstmossen. Zeist, KNNV uitgeverij




