Op een mooie junidag
Rolf Roos
1 juni 2021. Kleine Heveringen, Voorne aan Zee
We volgen het duinpad vanaf Tenellaplas richting Sipkesslag. Laag grasland aan onze rechterhand. Na een eerst nat en daarna lang koud voorjaar is het met de juniwarmte hard gaan groeien en bloeien, maar ook zijn de vroege soorten nog te zien terwijl de zomerbloemen maar net te voorschijn komen. Een dag om het hele scala van duingraslandbloemen te zien. Kleine Heveringen: lage zacht golvende duintjes waarop het bruingeel van het vroeg bloeiende reukgras mee beweegt met de enkele windvlaag. De oudste stukjes duin op Voorne. Vlak bij de paden laten we ons verrassen met hier en daar voorjaarsganzerik, een enkel exemplaar van de gulden sleutelbloem en een plant die we niet op naam kunnen brengen, We wachten tot ze bloeit.
Dat een laag blijvend gras als reukgras hier het meest opvalt is kenmerkend voor de bodem: vrij schraal, wellicht deels ontkalkt. We zeggen ‘wellicht’ want enkele meer kalkminnende soorten van het droge, door de regen gevoede duingrasland zijn er ook: hoog uitstekend boven het reukgras staan zachte haver dat in schoonheid zeker concurreert met haar beroemde familielid bevertjes, die we wat verderop in net iets vochtiger laagtes treffen. Eerst over het droge duin met het citroengeel van de muizenoor op plekken waar veel mieren kalkrijke zand omhoog graven. Klaversoorten als liggende klaver en kleine klaver bloeien net. Ook de kalkminnende knolboterbloem, bloeit eind april al, is laat dit jaar nog te zien. Voor de eilanden in de Hollandse delta wel bijzonder, maar lokaal algemeen op deze eeuwenoude graslanden van de binnenduinrand is de duinroos waarvan de eerste roomwitte bloemen zich net vandaag openen. Deze roos haalt de door haar gewenste kalk desnoods van diep uit de bodem.
Wie dit landschap op haar feestelijkst wil zien: ga na half juni, er staan dan vrij veel steenanjers knalroze te bloeien tussen het gras. In alle duinen een schaarse soort maar waar ze staat is ze niet te missen. Net als grote tijm die hier ook staat en veel andere soorten gebonden aan de wat kalkrijkere delen, waar net een ietsje meer aan gewenste mineralen te benutten zijn. Wat vee laat in de zomer is goed voor het in stand houden van deze vegetaties en houdt ze open. Eens was dat een enkele koe of geit van een duinpachter of werd het gewoon kort gehouden door vele konijnen. NU is er soms een langstrekkende schaapskudde van beheerder Het Zuidhollands Landschap. Wellicht door verschraling elders: dit is het beste vlindergebied op Voorne nu.
Het is een laatste hoekje vrij gaaf landschap dat resteert van het grote Heveringen gebied op de grens van Oostvoorne en Rockanje (eens ca 400 ha, nu nog geen 30 ha reservaat waarvan wellicht de helft hectare grasland). Het wordt behalve door de regen van boven ook door enig van onder opstijgend grondwater gevoed. De grassenliefhebbers vinden tandjesgras, zeegroene en blauwe zegge en mooie tapijtjes voorjaarzegge en veel bevertjes. Hier staat het geel van tormentil, met stip de mooist plantennaam van Nederland en zeer herkenbaar aan de fijn vertakte blaadjes en altijd 4-tallige bloemetjes.
‘Waar tormentil en tandjesgras elkaar ontmoeten is een kans voor veldgentiaan’ is het adagium van Marten Annema, oud-beheerder van Oost-en Middelduinen op Goeree, die verderop in de Heveringen een andere Rode Lijstsoort spot: gestreepte klaver. Dick van de Laan, 86, weet nog waar veldgentianen stonden, in de laagtes bij biol. Station Weever’s duin. Marten wijst op wat ruiger delen met koninginnenkruid met een te humusrijke bodem die na lokaal en voorzichtig plaggen een nieuwe kans aan veldgentiaan kunnen bieden. Het zaad kan soms nog tientallen jaren in de bodem kiemkrachtig blijven. Al in 1874 werd door Frederik van Eeden deze soort op Voorne genoemd. Een terugkeer als eerbetoon voor al die kennis die ooit op Weever’s duin werd verzameld?
Noot. In 2022 volgt een reddingsactie die in 2025 helaas geen resultaat geeft. Dick is inmiddels 90.







