Twee groene oases in Ellemeet (2)
Rolf Roos
“Je moet er wel voor werken.” (Jaap en Marieke)
De oude naam voor hun twee hectare grote land aan de Ridderweg is ‘Oekweie’. Maar de oude wei op de (h)oek is inmiddels een bosrijk gebied. Voor Marieke van de Heuvel is het nu ‘een groen erf’, voor Jaap Kwanten gewoon ‘de tuin’.

Hoogopgaande bomen en bloemrijk grasland in 2025 waar 50 jaar geleden kaal boerenland was.
In de winter is het zeer nat Zeeuws land: klei met op ca 60 centimeter diepte een laag veen en daaronder weer zand. Zelfs op een koude dag in januari wemelt het er van de vogeltjes: mussen, mezen en andere soorten. Vroeg in het voorjaar staat het open bos, dat een ruime beschutting vormt tegen de eeuwige Zeeuwse winden, vol met daslook en halfwilde hyacinten. De ‘gazons’ van vroeger worden veel minder gemaaid en kleuren in april roze van de pinksterbloemen.
Er zijn ook ruige stukken gras die vol muizen blijken te zitten. Heel veel veldmuisjes, maar ook de zeer charmante, nestjes bouwende dwergmuis en, tot veler verbazing: ook de Noordse woelmuis, alleen bekend van de verderop gelegen Schelphoek, blijkt de tuin te bewonen. Nederlands trots in bedreigde dagen, want deze ondersoort, een ‘ijstijdrelict’, komt alleen in ons land voor. En dat weten we allemaal weer dankzij de kerkuilen die hier bijna elk jaar tot broeden komen en al deze muizen en enkele soorten spitsmuizen weten te vangen. Jaap bouwde een fraaie overkapping speciaal voor de kerkuilenkast.
Natuur weet zich overal in dit landschap te nestelen. Jaarlijks komt er een ree afkalven en blijft dan maanden eten zoeken, en zo moest de moestuin met kastanjehout worden afgehekt tegen reeënvraat.

Over natuur wordt door Marieke van de Heuvel en Jaap Kwanten – sinds 2011 hier eigenaar – niet geklaagd, maar alles beweegt. “Het bos komt elk jaar een beetje dichterbij.” Zij hebben de filosofie dat je de natuur moet helpen. Dat kan heel klein, bijvoorbeeld met een stukje gaas rond een nest van een winterkoning tegen te opdringerige eksters. Het kan ook wat groter: takkenrillen in het bos vormen de schuilplek voor een broedende bergeend. En aan nestkasten geen gebrek: voor kerkuil (met twee opties), torenvalk, steenuil (helaas nog niet gezien), mezen en een mussenflat. Jaap: “Daar zit alleen een enkele ringmus in”, waarvan een mooie groep op hun erf blijkt voor te komen. Zonder al die hagen met schuilplek tegen sperwers zijn er geen mussen.
Als plek voor voedsel, rust en broedgelegenheid is dit groene erf een oase in het kale kleiland rondom. Jaap prijst zich ‘gelukkig’ als er mais wordt geteeld want dan spuiten ze veel minder dan bij aardappels. Je wilt als burger biologisch denken en werken en doe dat maar eens in dit kale land.

Jaap Kwanten bij in 2024 door hem geplante haag met 14 soorten inheemse struiken
Overal wordt ecologisch gedacht en ook heel praktisch. Een kat woont min of meer vast in het kippenhok en bestrijdt zo de ratten. Tegen de voor bijen dodelijke varroamijten in de bijenkasten zet Jaap roofmijten in. Biologische bestrijding. Moestuinbedjes worden niet gespit maar na de oogst wordt de grond met compost en bladeren afgedekt en daarna alleen voor het zaaien licht bewerkt. In plaats van een Zeeuwse haag met zes soorten plant Jaap een haag met veertien soorten: van egelantier tot Gelderse roos en i.v.m. de vroege bloei ook stukjes met boswilg voor de steeds vroeger vliegende bijen (al in februari).

Spaanse vlag
Als hoogtepunten in hun domein noemt Marieke de Spaanse vlag (een prachtige nachtvlinder die maar zelden wordt gezien) en een passerend woudaapje. Jaap noemt direct de broedende roofvogels, inclusief een buizerd; alleen steenuil en bosuil zouden nog moeten neerstrijken. Een velduil verblijft soms een poosje op de doortrek; net als de wielewaal. Heel veel bosvogels verder: twee paar groene sprechten, de grote bonte en ook de middelste bonte laat zich zien. Verder boomkruiper, staartmees, goudhaantje, groenling en putter.
Een monumentale abeel midden in een grazige weide geeft het gebied de allure van een landgoed. En er is het grootste bijenhotel van Schouwen. Het staat langs de weg, helaas op een iets te weinig zonnige plek. Er moet wat te verbeteren blijven.
(uit de serie: Erven met natuur, ook gepubliceerd in Sterna, 2025)





