Uit de archieven van de Kwade Hoek: broedvogels in 1966
Rolf Roos
(Update 27 november 2025; reacties en vooral beeld van rond 1966 welkom! Gerard Ouweneel stuurde de foto met prachtige sterns uit 1967 en Kees de Kraker diverse gegevens waarvoor veel dank.)
“De kapmeeuwen kolonie breidt steeds meer uit. Steeds vlogen enkele paartjes grote sterns in de buurt van de kolonie meeuwen, maar deze zijn toch niet tot broeden gekomen. Wellicht was het al te laat voor de vogels. Gezien het aantal Kapmeeuwen dat nu reeds broeden broedt zal de kolonie een volgend jaar direct flink inzetten en wellicht zal dan de kolonie grote stern zich daarbij vestigen.” (Opzichter Jan Vlietland, maandverslag juni 1965)

Grote sterns, Kwade Hoek, 1967. Ze vestigden zich in 1966 op de Kwade Hoek en de fotografen waren er als de kippen bij. Foto Jan Rooth.
In het Stadsarchief Amsterdam bevindt zich het archief van Stichting Natuurmonument de Beer (de eerste beheerder van de Kwade Hoek). Daarin troffen we alle overgeleverde verslagen aan uit de periode 1947 – 1971. Voor we er een systematisch verhaal (of wellicht een boek) over schrijven, analyseren we de inhoud en doen we af en toe een voorpublicatie, zoals op deze site de stukken over Beheerplan 1971 en beweiding tot ca 1975. In dit bericht een inkijkje in de vogelwereld, 1966.
In de periode 1954-1974 was Jan Vlietland boswachter. Hij had een grote vogelkennis en we treffen van hem dan ook vele rapporten en verslagen. We citeren hem op basis van archiefstuk SAA 999-2639.
Rond 1966 lijkt de meest natuurlijke fase van de Kwade Hoek. De Haringvlietsluizen waren nog niet dicht, het Haringvliet was de voornaamste Rijnafvoer en het water in de riviermonding was hierdoor minder zout dan nu. Aan de andere kant: eind jaren 60 waren de effecten van landbouwgif als DDT e.d. op hun hoogtepunt en al die stoffen kwamen, samen met grote hoeveelheden mest (toen al), de rivier afzakken. Niettemin waren er hier nog grote sterns (tussen de kokmeeuwen ook wel kapmeeuwen genoemd). Het waren bovendien de jaren met grote jachtdruk op buizerd, sperwer, havik die als toppredatoren ook zwaar onder de gifstoffen te lijden hadden; ze staan dan ook niet op de lijst van Vlietland. Wel vele andere en bijzondere soorten. Jagen deed de boswachter ook zelf want zwarte kraaien, konijnen (myxomatose had ze nog niet weggevaagd) en verwilderde katten waren ongewenst.
We tonen links een deel van de originele lijst, rechts een excel-screenshot van alle soorten. De geel gemarkeerde getallen zijn schattingen. Klik op het screenshot als je liever de excel ziet. Hieronder volgt een korte bespreking.
Wat toont de lijst? Allereerst: 54 soorten broedvogels staan er op, waarbij Jan Vlietland niet alleen naar duinen en gorzen heeft gekeken maar ook naar bunkers (met o.a. zwaluwen) en bosschages aan de binnenduinrand (wielewaal in de hoge populieren van o.a. de Bokkepolder). Echte kustvogels van die tijd zijn behalve grote stern, kokmeeuw en stormmeeuw ook de strandplevieren en de visdiefjes. Uitgestrekt rietland was er (door de beweiding) blijkbaar nog niet, gezien de zeer bescheiden aantallen rietvogels.
In het ruim van konijnen voorziene duin zaten veel tapuiten en bergeenden, dat is allemaal verleden tijd. Struweelvogels als nachtegaal waren wel present maar niet in de grote aantallen van nu. Wel bijzonder veel kneuen terwijl de roodborsttapuit als broedvogel ontbrak. Bijzonder zijn de broedende uilen van destijds: steenuil en ransuil. En een grauwe kiekendief! Zoals gezegd ontbraken buizerd, havik en sperwer. Veel minder dan nu waren de struweelvogels present. Wat er echter vooral uitspringt zijn de soorten van de open beweide gorzen en de randen naar het open akkerland, de geweldige aantallen kwartels en patrijzen, de enorme aantallen veldleeuweriken (ook nu nog) en ‘weidevogels’ als tureluur, graspieper, grutto, kievit en een enkele kemphaan. Kuifleeuwerik was ook in die tijd broedvogel met een fraai aantal. Zomertortel met bescheiden aantallen maar present. Het landschap moet heel anders geklonken hebben met die schreeuwende grote sterns en roepende grutto’s. Van die laatste soort broedt anno 2025 een enkele in Polder de Oude Oostdijk en twee handenvol op de Hompelvoet.
Verder lezen: René B. Beijersbergen, Peter L. Meininger 1980 De funktie van het Deltagebied als broedplaats voor sterns.| Sterna | pagina 79 e.v
Hierin staat o.a. deze tabel met aantallen broedende grote sterns t.m. 1979.
Die 193 broedparen van 1966 waren zeer bijzonder want de Kwade Hoek had de enige resterende populatie in de delta. In 1979 waren er (voor het laatst) ca 450 broedparen op de Kwade Hoek, maar dit mislukte, mogelijk door verwilderde fretten (Kees de Kraker, mail nov. 2025).









Met plezier gelezen , Rolf, interessant! Met groet Annelies Breen.