Zwemmen in de tweede sloei (Kwade Hoek) en daarna eieren rapen (ca 1973)
Rolf Roos
19 januari 2026
Op basis van een interview met Kommer Tanis, Havenhoofd, Goedereede, 16 januari 2026. Over hoe jongens het strand bij Kwade Hoek (’t strange) gebruikten rond 1975 ( en hoe daar een eind aan kwam. Over een bijzonder woord voor slenk in een schor: een sloei. Met aanvullingen van Ton van Kooten, schoolmeester 1969 -2004, Havenhoofd. Zie ook aansluitende verhalen over boswachter Jan Vlietland en gebruikte veldnamen rond Havenhoofd en Kwade Hoek. Overigens is ook de voornaam ‘Kommer’ bijzonder want sterk aan Goeree gebonden. Dit geldt ook voor ‘Tanis’ en een ieder die over het eiland leest zal menige ‘Kommer Tanis’ tegenkomen, meestal voorzien van een geheel eigen bijnaam

“Sloei op de plaats waar we altijd het stand opgaan” Sloei = slenk, tekst ca 1976 van Kommer Tanis in plakboek; een schaarse foto van een zeer open en laag begroeide Kwade Hoek. Deze slenk is er nog steeds maar veel breder (met naam ijsvogelkreek) en ligt tegenover de huidige vogelkijkhut.
Kommer Tanis, fossielenkenner met bijnaam ‘de kluve’ (kluif) en visser uit Havenhoofd was in 1976 12 jaar oud en heeft diverse herinneringen aan opzichter/boswachter Jan Vlietland en zijn opvolger Siep Kuiper.
(1976)
“We konden ze goed leven als Vlietland. Als hij jongens tegen kwam op het strand wat daar niet mocht, dan stuurde hij ze weg, maar dan moesten ze wel, wat hij noemde, langs de ‘Koninklijke Route’: het enige officiële pad dat er ook nu nog ligt langs ’t Lichie. Kortom: flink omlopen om terug te gaan. Dat deden we natuurlijk normaal nooit want we gingen vanaf Havenhoofd rechtstreeks vanaf het duin naar het ‘strang’ : het laag begroeide gors over richting het strand. We gingen zwemmen in de tweede sloei (slenk).” Zie de foto hierboven en hieronder.
Kommer Tanis zocht eieren met zijn neefje Jaap Witte op de Kwade Hoek: “Kievitseieren, maar ook eieren van kluten en scholeksters. Op een dag konden we er door de lage lichtval zoveel vinden dat we dat niet meer konden dragen in onze handen. Wat te doen?” Kommer: “In de verte zagen we iets wit liggen. Dat was een emmer die lag aan aan de rand van de kokmeeuwenkolonie en in die emmer zat iets van smurrie. Dat hebben we er een beetje uitgegooid en hebben ze daar eieren deels in gedaan en mee naar huis genomen. De volgende dag vroeg stond de moeder van Kommer, Huigtje, in de keuken en kwam boswachter Jan Vlietland langs die zei: die eieren die daar los liggen mag je hebben en eten, daar heb ik het niet over, maar wat in die emmer zit neem ik meteen weer mee, want daar heb ik iets ingestopt tegen de ratten. Daarin zat waarschijnlijk strychnine om ratten op de kolonie te bestrijden.”

” Het strandvan het Havenhoofd: “De kwade hoek”. De pijl geeft de plaats aan waar wij altijd zwemmen (1976). Het met helm beplante duin zonder struimen was er net aangelegd in het kader van de Deltawerken. Kommer zwom in de tweede sloei, waar het water diep genoeg was.
Ton van Kooten, woont anno 2026 in Zierikzee en was schoolmeester op Havenhoofd van 1969 tot 2004. Hij heeft Kommer Tanis in de klas gehad en ook zijn broer Ewout en wellicht zijn er foto’s van excursies die Jan Vlietland gaf. Over Jan: “Het was een gouden vent, hij wist veel en liet de kinderen struinen en liet ze het strand schoonmaken en aan planten ruiken. Kortom, hij leerde ze wat.”
Kommer Tanis nog over het einde van het eieren zoeken. “Op een dag gingen we ook weer zwemmen en eerst eieren zoeken. Mijn vader ging mee vissen op het strand en toen kwam de opvolger van Jan Vlietland, Siep Kuiper en daar kreeg mijn vader bijna slaande ruzie mee. Siep riep zelfs de politie er bij en is het zo gelopen dat we er echt niet meer mochten komen. We zijn ook gestopt met eieren zoeken, dat is dus na een conflict geëindigd, net als het vissen vanaf het strand.”
Siep Kuiper, kwam later in de klas bij Ton eind jaren ’70 en hij maande Ton: “wil je er voor zorgen dat je kinderen ophouden met loopgraven maken in de duinen.” Ton antwoordde: ” dat klopt dat ze dat doen, want ik heb net de Eerste Wereldoorlog behandeld. En ik ben geen toezichthouder.”





