Florabalans 2024: kust als leefgebied planten, mossen en paddestoelen
Laurens Sparrius verzorgde de inleiding van de Florabalans 2024, een special over duinen en kust, een citaat:
Van alle natuurtypen is de kwaliteit van duingebieden het hoogst. Waar tot in de jaren ’90 de kwaliteit van duingebieden flink afnam door onder meer verdroging en zure regen, herstelde de natuur zich na die tijd en bleef de kwaliteit sindsdien op peil (CLO 1518). Kenmerkende planten voor de droge duinen namen in de afgelopen 25 jaar met ongeveer 10% af, terwijl de kwaliteit van duinvalleien toenam. In de droge duinen nemen pioniersoorten af en vestigen zich steeds meer bomen en struiken (CLO 1535). We zien dat droog duingrasland zich wel redelijk snel kan herstellen nadat duinstruweel is verwijderd als herstelmaatregel (Van der Heiden e.a., 2010). Herstelmaatregelen zoals plaggen in natte duinvalleien leidden snel tot verbetering. Hoewel duinvalleien in theorie erg verdrogingsgevoelig zijn, zijn er geen tekenen dat dit een probleem is (CLO 1594). Ook het stikstof- probleem heeft maar beperkt effect op de duinen: door de ligging aan de kust is de invloed van landbouw en industrie geringer dan in het binnenland waar natuur vaak als een eiland te midden van landbouwgebied ligt (CLO 1592). Door klimaatverandering zien we dat orchideeën met een zuidelijke verspreiding sterk toenemen, zoals Bokkenorchis (Himantoglossum hircinum) (Backx & Van der Wiel, 2023), Bijenorchis (Ophrys apifera) en Poppenorchis (Orchis anthropophora). Naast spontane vestiging, liften zuidelijke planten als Naaldzaadbloem (Soliva sessilis) en Gedrongen klaver (Trifolium suffocatum) ook mee met recreanten die de duincampings bezoeken (Verloove e.a., 2020).
Lees hier zijn hele inleiding als pdf
De forse en langdurige neerslag van de afgelopen winter zorgde voor een zeer hoog waterpeil in de duinen. Deze duinvallei in Noord-Holland, groeiplaats van het zeldzame Zandviool- tje, stond daardoor langdurig onder water. Een nieuwe tegenslag voor deze achteruitgaande, kritische soort. Foto: Wim de Groot.






Een van de weinige publicaties die zouden aantonen dat omvorming van struweel naar duingrasland succesvol is:
Heiden, van der, S.M., M. Annema, J.L. Meerman & W. van Steenis. 2010. Onderzoeksmonitoring Voornes Duin 2004 – 2008. Duingrasland herstelprojecten De Pan en Vogelpoel. Rapport DKI 2010/dk 130-O, Ede.
Het is een belangwekkend stuk met allemaal aardige & bekwame auteurs, maar het is niet online of in openbaar tijdschrift te vinden en m.i. daarom niet citeerbaar (en niet kritiseerbaar).
De verwijzing er naar van Laurens Sparrius: “We zien dat droog duingrasland zich wel redelijk snel kan herstellen nadat duinstruweel is verwijderd als herstelmaatregel (Van der Heiden e.a., 2010).” is helaas voor discussie vatbaar
Als je (het niet openbare) rapport van der Heiden c.s. goed leest blijkt o.a.:
1. dat bij 1 van de 2 projecten men daar nog helemaal geen uitspraken over kan doen (bij Vogelpoel is het volgens de auteurs te vroeg voor uitspraken)
2. dat bij de Pan men wel positief is maar bij de gegevens (bijlage 18) worden bij veel soorten allerlei mitsen en maren geplaatst; en ernstiger: van statistische toetsting is geen sprake en er is dus geen enkele harde uitspraak te doen.
Als ik 1 en 2 samenvat zou ik wetenschappelijk gezien zwijgen, hoezeer de veldonderzoekers toch positieve signalen lijken te zien (en iedereen graag zou willen dat het succesvol is).
Wie maakt de bewijsvoering goed rond? Er wordt jaarlijks tonnen onderzoeksgeld aan monitoring besteed dat moet toch wetenschap van goede kwaliteit kunnen opleveren?