212 Moerasgamanders
Rolf Roos
(27 augustus 2025)
Moerasgamander: een soort van duinmoerassen die bijna geen sterveling te zien krijgt en als het zo door gaat geen sterveling meer te zien zal krijgen. Hoewel… buiten de duinen wordt deze reeds gekweekt en groeit dan aan de rand van poelen op Voorne en Goeree. Maar eerst naar een (bijna) laatste, natuurlijke vindplaats.

Wijnand Lammers met op de voorgrond de moerasgamander. Er valt veel uit te leggen.
In 2025 waren Wijnand Lammers, Zeeuws plantenkenner met de enthousiaste uitstraling van kunstkenner Pierre Jansen en o.g. in de gelegenheid een bezoek te brengen aan de plek waar ooit meer dan 5000 moerasgamanders stonden te bloeien. Dick van der Laan kwam ook aangefietst (in 2025 werd hij 90 en hij vindt ook nu nog op bijna elke plek waar hij komt de onooglijke borstelbies). Hij komt al vanaf 1958 in de Gamandervallei (die toen nog Dekkervallei heette) en mocht het wonder meemaken dat deze extreem zeldzame plant er nog steeds staat. Wat ook een wonder is: onder kenners zijn de vindplaatsen bekend, maar er wordt niets vernield of platgelopen.
Uit Duinen en mensen Voorne, 2023
“Door onderzoek van Weevers’ Duin en sinds vijftien jaar van Natuurvereniging Hollandse Delta zijn de laatste 30 jaar de aantallen bloeiende exemplaren van moerasgamander bijgehouden op alle nu nog bekende vindplaatsen: de Gamandervallei en (vanaf 2010) de Gentianenvallei bij het Vliegveld. De aantallen wisselen sterk, met voor de Gamandervallei een veel rijker verleden dan heden. Ook eerder werd er gepubliceerd over deze soort, o.a door Sipkes (1985) die het over vier vindplaatsen had (ook in Kruines Tuintje, een zeewaarts gelegen duinlandje tussen Bakenpad en van Burenpad) en periodiek plaggen en laat maaien als een goede beheermaatregel aanbeveelt. Maar ook de oude Sipkes kon niet alles: “Dat onze Gamander niet zo gemakkelijk te behouden is, blijkt wel in het nabijgelegen heempark, de Tenellaplas, waar herhaalde aanplantingen op niets uitliepen. Bij een zo zeldzame soort behoeft dit echter niet zo te verwonderen.
De vallei was destijds smaller; bosranden zijn eind jaren 90 deels teruggezet. Ten tijde van Weevers’ Duin werd in de jaren 70 en 80 de moerasgamander minutieus gekarteerd en trof men tot meer dan 5000 stengels. De laatste decennia doen vrijwilligers van Natuurvereniging Hollandse Delta dit werk en komt men in een goed jaar tot nog 500 exemplaren. Grote delen van de vallei hebben een te ruige vegetatie gekregen. Een herstelplan is urgent want deze weinig concurrentiekrachtige, licht naar knoflook geurende soort staat op het punt van uitsterven in ons land.”
De situatie in 2025

Rolf Roos en Dick van der Laan
We telden 212 individuen. Althans, wat een individuele plant is, is vrij lastig want ze maken uitlopers (zie Eddy Weeda, Oecologische flora deel; 3, pag 148). Maar met 212 opstijgende stengels in 2025 was dit jaar (na het extreem natte jaar 2024) zeker niet het slechtste jaar (in de laatste 35 jaar). Wel zagen we erg weinig bloeiende planten in deze bijzonder droge zomer. Het bijna of geheel verdwijnen van moerasgamanders op andere vindplaatsen (zoals de Vliegveldvallei en Kruine’s tuintje) is echter zorgwekkend en ondanks onze oproep is er door het Zuid-Hollands Landschap (eigenaar-beheerder van de laatste groeiplaatsen) of de provincie Zuid-Holland nog geen herstelplan voor deze soort gemaakt. Het is een moerasplant, die ondergronds uitlopers maakt met wortelstokken waaruit dan spruiten opstijgen. Individuen zijn zo lastig uit elkaar te houden. De 212 spruiten die wij telden kunnen heel goed wel eens toebehoren tot minder dan 50 ‘echte’ individuen of, andersom als je elke spruit ook vlak bij een andere spruit als individu ziet: 500 individuen. Planten tellen is een vak. Er is ook een boekje over verschenen bij de KNNV uitgeverij.
De plant moet ook uit zaad weer kunnen opslaan, maar veel kiemplanten zagen we nooit. Groeiplekken aan de rand van door vee ingetrapte poelen bieden kansen voor de soort, die we ook in relatief kortgrazige, dichtere vegetatie met zilverschoon en watermunt troffen. Op een hoger gelegen plagplek, een experiment uit ca 2020 om te kijken of de soort hier kon herstellen, troffen we geen moerasgamanders, alleen heelblaadjes. Plaggen in lage delen moet kansrijker zijn.
Sinds de beschrijving bij van Eeden in 1874 handhaaft moerasgamander zich in ons land alleen op Voorne. Zie hier een artikel over zijn vondsten. Dat was wel de tijd dat kleine valeriaan ‘algemeen’ was in de duinen. In de Gamandervallei werd deze kleine valeriaan voor het laatst een jaar of vijf geleden door Wijnand Lammers gezien en lijkt nu wel verdwenen uit de terreinen van het Zuid-Hollands Landschap. Alleen bij Natuurmonumenten staat de soort wel, bijvoorbeeld veel in de Reukgrasvallei.
Moerasgamanders in kweeksituaties blijken ook te stekken. Weghalen van materiaal uit de natuur is uit den boze maar vanuit heemtuinachtige situaties is doorkweken en verder verspreiden denkbaar. Sipkes lukte het niet in zijn heemtuin aan de Tenellaplas, maar anderen wellicht wel. Zo ging het ook met de Wollemi pine in Australië: ooit nog uit één vallei bekend, thans staat deze door doorkweken en verspreiden in elke respectabele plantentuin. Voor de moerasgamander is dit nog geen realiteit. Op ons eigen Erf op Goeree en bij een particulier in Rockanje is een klein refugium. Wie volgt? Wie beschikt over een open tot in de zomer zeer nat en kalkrijk duinmilieu met schaarse vegetatie en voorzichtig durft te beheren moet ons een berichtje sturen!






