Moeraspaardenbloemen op het schor
Rolf Roos (met dank aan Gerard Lokker)
” Bordjes verboden toegang heb ik niet altijd gerespecteerd. Ik ben altijd met de zondaren geweest.” (Jac. P. Thijsse, 1943)
Het is een groot voorrecht als je mag werken in onze prachtige beschermde natuurgebieden en ambtshalve toestemming hebt om er rond te lopen: voor onderzoek, fotografie, toezicht, inspiratie. Niet zoals gewone stervelingen alleen op de paden moeten blijven, niet je hoeven beperken tot bepaalde periodes. Soms kan je als buitenstaander of vrijwilliger boffen met een tijdelijke toestemming, omdat je onderzoek wilt doen of er een boek over wilt schrijven of wilt fotograferen.
Vroeger was dat relatief makkelijk, die toestemming. De fotograaf zette ook de dienstdoende jachtopziener op de plaat en dat was voldoende voor de mondelinge administratie van die tijd. Maar met de vele managers en allerlei typen boswachters achter computers en het schrappen van de functie ‘opzichter’ – destijds doorgaans een bereikbare persoon – lukt het heel vaak niet meer vlot om een bedrukt papier met ‘permissie’ te krijgen, en word je wel eens teruggeworpen op de illegaliteit. Ontsnappen aan de natuurbureaucratie betekent dat er tegenwoordig soms niets anders opzit dan het veld in gaan als een moderne stroper, in de hoop geen koddebeier, diender of boa te treffen. Wij brave stropers hebben verder niets kwaads in de zin. We vermijden in het voorjaar de beschermde vogels en verblijven steeds maar kort in het veld. We plukken hooguit een onderdeel van de bloem voor een determinatie, we kijken en noteren en rapporteren meestal op waarneming.nl zodat onze verzamelde kennis niet verloren gaat. De dommerikken onder de stropers schrijven er stukjes over en krijgen dan soms een aanmaning van een boswachter om een stukje te verwijderen. We doen – leggen we dan uit – wel aan wederhoor, maar niet aan censuur.

Fijn goudscherm met op de achter grond een spriet van rood zwenkgras
September 2025, na 15 augustus dus en voor 15 maart, is het schor eindelijk opengesteld en voelen we ons vrij voor een rondje. Op zonnige dagen zien je allerlei dwaalgasten met grote lenzen in de meest afgelegen duintjes van de Kwade Hoek, rond het Geliefdeneiland, waar duin overgaat in kwelder. Meer landwaarts, net achter de kunstmatig opgehoogde zeereep tussen Havenhoofd en Het Plaatje, ligt een prachtig stuk schor met kreken die zich bij hoogwater vullen met water en, bij springtij en noordwesterstorm, tot aan de duinvoet. Geen landschap om onvoorbereid de getijden af te wachten. Hoog gras, afgegraasde hoekjes, duintjes soms met wat duindoorn en in het zilte land bloemen als de rozebloemige heemst, gewoon kweldergras (niet echt ‘gewoon’ maar een bedreigd gras), de tere aardbeiklaver en de stoer stekende zeerus. Vriendelijke jonge damesrunderen die er in de nazomer nog grazen, komen je begroeten als je hier een klein rondje maakt.
Plantenvrienden van ons meldden dat in 2025 grote vindplaatsen van het ranke en zeer zeldzame fijn goudscherm zijn aangetroffen. Een waarnemerseffect of een trend? In een openbaar rapport van Rijkswaterstaat uit 2020 wordt het vermeld, terwijl het verouderde Natura2000 Beheerplan voor o.a. de Kwade Hoek uit hetzelfde jaar in gebreke blijft, ondanks dat de soort toen al jaren bekend was. Natuurmonumenten, de provincies, de Landschappen en Staatsbosbeheer publiceren helaas de vele onderzoeksrapporten, die in hun opdracht zijn gedaan, niet. Alleen Rijkswaterstaat verdient een pluim.
Fijn goudscherm, bepaald geen soort waar snode uitstekers naar op zoek zijn, is een van de drie schermbloemigen in het zilte land. Ook de andere twee (selderij en zilt torkruid) zijn eveneens van de Rode Lijst en staan hier ook. Als je net na de bloei van het fijn goudscherm (kleine gele schermpjes, halverwege augustus) in het schor bent, is het een uitdaging. Sprietjes, een beetje slierterig, net als het hier veel algemenere varkensgras en fiorin. Kortom, wat een beloning voor de speurende florist die er eerst een enkele en later vele tientallen weet te vinden. Een eenjarige plant op de kwelder! Een superdynamische plek. Met zee en hoogwater en wind. Onderin de getijdezone waar planten nog net kunnen gedijen, doen zeekraalsoorten het ritueel van jaarlijks kiemen. De kortarige is veel te vinden in de kreken. Hoog op de oudere kwelder, tot waar het zout nog net reikt, tussen ruige meerjarige soorten als de zeekweek en wellicht licht bevorderd door de vraat van het vee staan daar ragfijne steeltjes met bovenin het rijpende zaad dat straks door zee en wind weer verder zal dolen op zoek naar een kiemplek in een volgend jaar. Fijn goudscherm hoort in het mooie rijtje iconische kleinoden waartoe ook dwergbloem, borstelbies, draadgentiaan en dwergvlas behoren. Alleen kruipend door het veld, in opperste concentratie en met bijna religieuze ijver te vinden en daarna te bezingen. Tot dit rijtje hoort ook de in 2025 hier ontdekte moeraspaardenbloem.
Veel paardenbloemen?
Tot voor kort dacht ik te weten hoeveel soorten paardenbloemen er zouden zijn in ons land (Sterk e.a., 1989: ca 200). Maar bestel het nieuwe paardenbloemenboek van Meijer & Van der Ham (2025) en huiver: 1000 soorten. Voortschrijdend inzicht geeft meer soorten, waarvan een deel zich sexueel voorplant maar een groot deel uit klonen bestaat. Een evolutionair spektakel waar we naar mogen kijken en dat in het boek overzichtelijk wordt uitgelegd.
Moeraspaardenbloemen zag ik -dankzij Kees Bruin, oud-boswachter- voor het eerst rond 2012 op een zeer merkwaardige plek: de luwe noordoosthoek van de Texelse Slufter, waar zoveel kweldruk vanuit het nabijgelegen duin is dat overal knopbies in de hooggelegen kwelder opduikt en in die oudere pollen knopbies staat dan weer die moeraspaardenbloem. Hoe vindingrijk is de natuur. Andere plekken zijn de diverse natte valleien op Voorne, zoals de Reukgrasvallei en de Eerste Zanderij, de laatste plek uitgebreid op deze site en in het boek Duinen en mensen Voorne beschreven.
Maar nu ook op Goeree! In de hoogste, zelden nog door zout water bevloeide en begraasde schorren, staan op enkele plekken honderden exemplaren van de moeraspaardebloem. Het najaarsbeeld is uit de foto duidelijk: kortgrazige vegetatie, tussen blaadjes van zeeweegbree, zilverschoon en melkkruid en een goed herkenbare aardbeiklaver, staan daar bladeren van een paardenbloem (hier alleen te verwarren met blad van zulte en getande weegbree). De blaadjes zijn officieel ‘meestal niet gelobd of getand’ en door dat laatste zijn we niet helemaal zeker van de vondst die wel degelijk tandjes laat zien. Maar de bescheiden driehoekige tanden passen in het beeld dat ook bij Weeda (deel 4, pag 187) wordt beschreven. In april kijken naar de bloemhoofdvorm (met kogelvormig omwindsel) zal uitsluitsel geven. En dan begint het echte werk nog: er zijn 7 soorten moeraspaardenbloemen. Welke er straks staat, blijft nog even geheim. Hoe ze er in april uitzien? Zie voor het zoekbeeld de foto hieronder, uit Voorne, Waterbos, 2022.




