over de site | contact | info auteurs | toegang auteurs
  • Home
  • Nieuws
  • Thema’s
    • Ontstaan van de kust
      • Duinen als zeewering
      • Klimaat en duinen
    • Archeologie
    • Zeedorpen
    • Jacht
    • Duinlandbouw
    • Cartografie
    • Veldnamen
    • Militaire kustverdediging
    • Waterwinning
    • Natuur en landschap
      • Flora en vegetatie
      • Fauna
      • Bos
      • Natuurbeheer
    • Strand
    • Recreatie
    • Beeldende kunst
  • Gebieden
    • Zeeland
    • Zuid-Hollandse eilanden
    • Zuid-Hollandse vasteland
    • Zuid-Kennemerland
      • Amsterdamse Waterleidingduinen
      • Nationaal Park Zuid-Kennemerland
      • Kennemerstrand
    • Noord-Kennemerland
      • Wijk aan Zee
      • Noordhollands Duinreservaat
      • Bergen
      • Schoorlse Duinen
    • Noordkop
      • Camperduin-Petten
      • Zwanenwater
      • Zijpe- en Hazepolder
      • Callantsoog
      • Noordduinen
      • Den Helder
    • Texel
      • Zuidpunt van Texel
      • Duinen bij Den Hoorn
      • Duinen bij De Koog
      • Ten noorden van De Koog
    • Vlieland
    • Terschelling
    • Ameland
    • Schiermonnikoog
    • Rottumerplaat / Rottumeroog
  • Landschapselementen
    • Eendenkooien
    • Landgoederen
    • Wegen en paden
    • Kanalen
    • Stuifdijken
    • Agrarisch
    • Militair
    • Heemtuinen
    • Recreatief
  • Portretten
  • Onderzoek
  • Hotspots
  • Programma
rss

Artikel

11
MRT
2026

Eindelijk een Theorie van Alles

Uitgelicht
Tags : Bokkepolder, reflecties
Posted By : Redacteur
Comments : 0

Rolf Roos (beeld Machiel van Wijngaarden beeld)

11 maart 2026

Het meest hoogmoedig, het meest onzinnig en het meest onmogelijk is een Theorie van Alles. Dat is natuurlijk geen reden om het niet te proberen. Alle feiten, waarden en processen op een rij in een groots verhaal. Van de kleinste deeltjes tot de meest complexe ecosystemen. Liefst inclusief het menselijk bedrijf. Zo’n theorie geeft houvast en het geeft ook fijn te denken. Sinds mensen dat doen, zo’n 100.000 jaar, zoeken ze ernaar en soms lijkt het een paar eeuwen of millennia dat ze het beest bij de staart hebben: een mooi afgerond en wellicht ook rustgevend wereldbeeld dat niet zelden al in de bronstijd werd rondverteld. Vanaf het spijkerschrift (dat alleen de priesters en boekhouders beheersten) stond het op een kleitablet of in een boek, om in navolgende eeuwen te worden aangevuld om vervolgens – niet zelden vanwege de machtspositie der priesters – heilig te worden verklaard. Pas later leerden we dat elk boek aanleiding is voor een nieuw en wellicht beter boek. Er zijn licht ironische varianten van zo’n overkoepelend verhaal met beschrijvingen van goden en hun daden, zoals bij de Grieken, maar die kostten niettemin Socrates het leven. Er valt niet te spotten met religie vooral als jet het opneemt tegen de machthebber. Het is ook een delicate balans. Hoe kunnen we respect hebben, soms zelfs iets heilig verklaren en ook de broodnodige scepsis en ironie niet de nek om draaien? Waar kunnen we eerbiedig schaterlachen? Bij de oude Grieken kon het voor een eerste keer.

De deeltjes

Rond 2500 jaar terug is het beschrijven (de geschiedenis) en waarnemen (de hele wereld) was begonnen en de eerste atoomtheorie was al vroeg een feit, 2500 jaar voor er een atoom kon worden waargenomen. Wellicht gaat het denken veel sneller dan het experiment. Aristoteles was wellicht ook een eerste ecoloog, eeuwen voor het woord bestond. In onze dagen zoeken nieuwe mythische helden, onze fysici, naar de kern van alle materie en zo zitten we met een Olympus vol met alleen voor hen waarneembare deeltjes met prachtige namen. Deeltjes die ze proberen te vangen in een web van eeuwige wetten. Het schijnt nog net niet gelukt te zijn. Het opperste geluk is het voorspellen van een deeltje dat pas na een halve eeuw of meer, door de steeds fijnere apparatuur, kan worden waargenomen om dan te worden verwelkomd met een ovationeel applaus in een zeer ruime symposiumzaal. Weer een bouwsteen voor de Theorie van Alles. De vrolijke filosoof Democritus, die van het eerste atoom, klapt trots mee vanuit zijn hemel.

De deuren

Maar er is helaas iets vervelends met al die kennis aan de hand. Ik mocht dat ervaren in mijn eerste jaar op de universiteit, als eerstejaars bioloog. Vele tientallen onbekende vakken (analytische chemie, atoombouw en straling, plantenfysiologie etc.) werden ons gepresenteerd en evenzovele horizonnen werden verlegd. Dit uitdijende heelal was op zich al waardevol maar het meest waardevolle inzicht was dat je per deelgebied met enkele gerichte vragen al aan de kennishorizon zat en dat er dan wel deuren opengingen naar nog te ontdekken kennis, maar wel volgens een licht miskende oerwet, namelijk dat achter elke deur minstens drie andere deuren verschijnen. Eenieder begrijpt dan: de kennis dijt uit maar een volledig begrip is een illusie. Of meer positief: een lovenswaardig, maar altijd snevend streven. Toch doen dat zoeken, al verbranden we onze vleugels.

Sleutelen aan kwaliteit

Nog duivelser wordt het spel als we het over ‘kwaliteit’ willen hebben. Daar ontkomen we niet aan. De natuur en ons landschap staat onwaarschijnlijk onder druk, de planeet is in crisis en dan moet je een visie op kwaliteit ontwikkelen. Om de diffuse en door kennis alleen maar weidsere werkelijkheid behapbaar en bespreekbaar te maken ontkomen we dan niet modellen. En plaatjes van modellen. Ecologen zijn goed in het timmeren van bouwwerken met de veelheid aan factoren, bouwstenen en relaties die een ecosysteem beschrijven. En de agenda is niet alleen dat we de bouwstenen willen kennen en de processen en hun relatief gewicht, we willen ook de natuur herstellen, beheren, de kwaliteit verbeteren. Zie hieronder een mooi voorbeeld, ontleend aan Duinen en mensen Kennemerland (2009): het licht aangepaste model van Anton van Haperen, ontwikkeld voor beheer van duingebieden, maar als denkkader veel breder toepasbaar. Elke modellenbouwer zal zich uitputten in excuses dat lang niet met alles rekening kon worden gehouden. Zo’n model zet ons denken echter wel op de grond. En het moet liefst simpeler: hard nodig want figuren met twee of meer pijltjes doen het bestuurlijk doorgaans belabberd.

In de achtertuin

Om dit meer op de grond te zetten neem ik u mee naar de praktijk van mijn eigen achtertuin: een in 1727 bedijk landschapje, een inlaagpolder, ooit ontworpen om de noordkant van het eiland Goeree niet te laten wegspoelen. Zo ontstond de Bokkepolder en toen men zich veilig waande verschenen er in dit poldertje in de 19e eeuw ook huisjes. Die bedijking, betaald door de Staten van Holland, was om de totale teloorgang van het eiland te verhinderen en de scheepvaartroutes naar de haven van Rotterdam veilig te stellen. Want de duinen waren hier destijds flinterdun. Het was een ‘quaaden hoeck’. En het is gelukt: in de 200 jaar erna is de zeereep hier zeewaarts aangegroeid en ontstond er benoorden het poldertje bovendien een uniek brak gorzengebied, de Kwade Hoek. Voor de oriëntatie: zie het kaartje. De Bokkepolder is een poldertje ingeklemd tussen Nieuwendijk (1727) en zeereep (opgehoogd ca 1970). Er zijn oude walletjes en dijken, deels vergraven en hoog begroeid, maar deels nog in oude glorie onderlangs het duin gelegen.

Voorwaarts

Omdat er op de dijk van ‘mijn’  Bokkepolder lila beemdkroon bloeit tussen geel kruiskruid en witte wilde peen, streken we bijna tien jaar geleden neer tussen deze bloemdijk en de zeereep. Op een ruim bemeten erf, aan de polderzijde begrensd door enkele hectares overbemest en bespoten maisland. Bij het inlezen over de nieuwe leefomgeving kwamen we naast een lief boekje ‘De Bokkepolder’ uit 1989 – toen er nog weidevogels zaten – ook  nog al uit het vorige milennium daterende plannen tegen om de binnenduinrand te herstellen. Wat in die jaren lukte: gronden van een enkele particulier werd met flinke subsidie omgezet in ‘natuur’ en enkele poelen werden aangelegd. Maar verder bleef het vrij stil. Tot rond 2022 vanuit de provincie Zuid-Holland, de gure BBB-wind van dat moment ten spijt, opnieuw ambtelijk gas werd gegeven. Plannen voor ‘zelfrealisatie’ d.w.z. natuur op eigen erf naast de nadrukkelijke wens de hele binnenduinrand, de natuurlijke buffer tussen overmest polderland en de duinen, een meer natuurlijk karakter te geven. Goed idee, maar welke kant wilde men op?

In ons poldertje stond er pardoes als doel’ habitattype vochtige duinvallei’ op het programma. Welk denken van de provincie zat hier nu achter? Dacht men eerst wel na over de meest geschikte kwaliteit nu men beleidsbudget had vrijgemaakt? Had men zich verdiept in de cultuurhistorie, de ontstaansgeschiedenis, de bestaande en historische natuurwaarden, de maatschappelijke mogelijkheden? Juist deze polder blinkt uit in soms drogere, maar bloemrijke graslanden. En wie moest het gaan beheren? Had men überhaupt een strategie? Voor zover we dit hebben kunnen waarnemen was het vooral een top-down: ergens in een oude beleidsnota stond dat er meer vochtige duinvalleien moesten komen en die beleidslijn zou boven elke redelijke twijfel zijn verheven Meer discussie volgde, want wat zijn de waarden van zo’n poldertje nu precies, waar kunnen we uit kiezen? En gaat het inmiddels landelijk sinds 2000 niet redelijk goed met die vochtige valleien terwijl drogere ecosystemen het moeilijk hebben?

Copyright Rolf Roos/Machiel van Wijngaarden. Klik op beeld voor uitvergroting

Naar een kleine theorie van alles (in ons landschap)

Als natuurbewoner en pleitbezorger van alle waarden die ons landschap in zich draagt moeten we ons startpunt kennen. Wat is ons fundament? In bijgaand beeld staat het fundament als gelaagde piramide afgebeeld met enkele hoofdvragen, waaronder het beschrijven van het ontstaan en het verwoorden van alle waarden, en dat zijn er flink veel meer dan alleen Rode Lijstsoorten. In de achtergrond van het beeld de bloemdijk waar we achter wonen en die we iedereen toewensen. Schoonheid, kortom.

Daarboven staan de grote groene knoppen waaraan we kunnen draaien. Ik heb me beperkt tot drie, dan blijft het goed bespreekbaar – voor wie een denkraam heeft groter dan een Amerikaanse president. Die knoppen zijn even belangrijk. Aan elke knop kan je draaien om de kwaliteit, hoe je die ook expliciet maakt, te verbeteren. En als je niet goed draait kan je de boel ook vernachelen. Bijvoorbeeld als je ruimtelijk de zaak verbindt kunnen heel goed allerlei exoten binnenkomen die je liever uitsluit. En met iets te voortvarend gegraaf ten behoeve van natuurherstel kun je de geschiedenis van bodem en archeologie vernietigen. Elke natuurbeheerder weet hoe het uitpakt als een rustig bestaand historisch gebruik of zorgvuldig beheer– dat tot rijkdom heeft geleid ineens wegvalt. Hoe werkt dit gesleutel en gedraai in de praktijk? We kiezen daarvoor een nog kleiner schaalniveau, het eigen landje.

Eigen erf eerst

In tien jaar op ons eigen erf (0,5 ha) kon ik als kleine grondbezitter in het geheel niet aan de knop ‘Ruimte’ draaien, aan ‘Milieu’ ietsje meer (houtwallen handhaven tegen inwaai van mest en gif, zelf alleen paardenmest opbrengen in de moestuin, geen chemie maar handwerk in de moestuin), maar aan ‘Beheer’ juist zeer veel. Uitgangspunt: langzaam meegroeien met het bestaande landschap en op kleine schaal veel leefgebieden scheppen: bos, hooiland, water, een heuvel, oevers. Een oude ervaring is dat hoe meer diversiteit er is aan milieutjes, hoe meer biodiversiteit, natuur, er wil opbloeien. Wie zoals wij wat uren neemt voor een beheer gericht op afvoer van voedingsstoffen en gevarieerd maaien (van veel tot zeer weinig) en het handhaven van rommelhoekjes, krijgt veel natuur gewoon cadeau. Inmiddels leven er meer dan 300 wilde planten op ons erf waarvan ik als spontane vestigingen noem: grasklokjes, beemdkroon, grote tijm, bijenorchis. Voor de tamelijk zinloze discussie of we dit ‘natuur’ mogen noemen verwijs ik naar mijn boekje ‘Erf’ uit 2025. Dat onze natuur niet goed past in provinciale denkramen met habitattypen die nuttig zijn in grote natuurgebieden, dat is evenwel zeker. En subsidie vragen we maar niet aan, want we blijven graag vrij in onze keuzes. De kern is evenwel: met rustig maar weloverwogen draaien aan slechts een van de knoppen en het nemen van tijd (heelmeester van vele wonden in het landschap) kunnen we prima vooruitgang boeken.

Dan het ons omringende landschap

Ook als we verder kijken dan ons erf lang en breed is, zou de analyse van het fundament voorop mogen staan. Welke waarden heeft de polder, wat weten we, wat meten we?

Vanuit de provincie kwamen dure metingen aan het grondwater (het doel van die vochtige duinvalleien is inmiddels aangepast richting vochtig hooiland) maar veel natuurwaarden (vogels, zoogdieren e.d. en het grotere belang van het gebied voor omliggende natuurgebieden) werden nauwelijks aangestipt. De provincie bekijkt het landschap niet in haar geheel, maar concentreert zich op de lapjes grond die mogelijk te verwerven zijn. Een cruciaal proces als het voortdurend verder dichtgroeien (successie) van zowel zeereep als struweel en hydrologische onzekerheden i.v.m. klimaatverandering bleven onbenoemd. Andere waarden dan natuur hangen er verder een beetje bij hoewel de gemeente Goeree-Overflakkee een beleid heeft voor cultuurhistorie. Maar dat deze polder de fysieke reddingsboei is geweest voor het hele eiland en dijken kent vanaf de middeleeuwen tot de 18e eeuw staat niet goed op de agenda. Een dijk van een landschap, een cultuurmonument, het zou de kern kunnen zijn van een toekomstvisie.

Trommelen en trompetteren

Gezien de eigen ervaring trommelen we vervolgens primair op de drum van het natuurbeheer: als dat niet goed is verzorgd kan je voor zo’n polder bedenken wat je wil, wat ook wel bleek uit nieuw particulier ‘natuurland’ dat soms goed maar vaak ook slecht werd beheerd. Wil je weidevogels dan moet opgaand bos er uit. En het inroepen van een natuurbeschermingsorganisatie is ook geen garantie voor goed beheer, want die is geheel afhankelijk van de aannemer of boer die het beheer uitvoert, soms met te zware machines of te laat of te vroeg. Het aansturen daarvan is managementsvraag nr. 1. Wat hier zou helpen in de planvorming: met de beoogd beheerder aan tafel zitten. Daaromheen een team vormen. Of het nu gemeente, waterschap, particulier of natuurclub is.

Als oud-milieubeschermer trompetteren we bovendien over de milieukwaliteit: het inwaaien van mest en gif op o.a. de natuurdijk bleek daar al tot stagnatie en achteruitgang in de natuurlijke rijkdom te leiden, dus is het voor duur geld opkopen van overgewaardeerde landbouwgrond wel effectief? En weet men in Den Haag wel hoeveel geknal hier is van jager, carbid-burger en boer aan de rand van een officieel ‘stiltegebied’? Welk beleid zet provincie, rijk of gemeente in om ook dit milieubederf vanuit de meer landinwaarts gelegen polders te stoppen? Het bleef onheilspellend stil. De beleidspersonen voor natuur zijn niet die voor het milieu. Het adagium lijkt: als we die gronden nu maar binnenhalen dan komt dat met het beheer vast wel goed. We helpen het hopen, maar draaien graag mee aan de juiste knoppen. Met meer ruimte voor natuur valt wat te winnen maar goed beheer vormt de crux en zonder verlichting van de milieudruk leidt natuurbeleid tot kortstondig succesjes maar soms zomaar tot weggegooid geld.

Het einde of een nieuw begin?

Ter relativering: ons model is maar een model, een kapstok voor discussie. Maar wel graag over alle elementen van ons landschap. Dood en levend, van natuurlijke oorsprong of voortkomend uit het menselijk bedrijf dat zo kenmerkend is voor het landschap in ons land. Over een te waarderen werkelijkheid. Niet een plannetje voor een landje maar graag een Theorie van Alles.  En de volgende stap is om woorden te vinden om de ziel van het landschap te duiden. Waarom zo’n poldertje karakter heeft en wat dat is. Waarom we plekken en stemmen uit het verleden minimaal een beetje heilig moeten verklaren… daarover een andere keer.

——

We zijn een rijk land. Alleen over een klein poldertje zoals de hierboven besproken Bokkepolder is een dossier van kennis aan te leggen. Specifiek over cultuurhistorie zie  online en de toekomstplan: visie Bokkepolder.

Ook verscheen in 2025 een boekje: ERF. Over elke vierkante meter is een aardig boekje te schrijven als je er maar induikt.

 

Gerelateerde artikelen:

  1. Flora en vegetatie van de Nieuwendijk op Goeree 1979-2022
  2. Vergeten duindijken hersteld?
  3. Herkomst en betekenis van de veldnaam ‘Kwade Hoek’
About the Author

Social Share

    Leave a Reply Reactie annuleren

    *
    *

    Doorzoek alle artikelen

    Dossiers

    Papenberg, Castricum
    Groene stranden
    Reflecties
    Landgoederen
    Dijk of duin
    Kwade Hoek, Goeree
    Westduinen, Goeree
    Bokkepolder, Goeree
    Natuurerf
    Zeer natte duinen
    Dennenkap
    Duinschilderijen
    Veldnamen
    Website Natuurmonument de Beer
    hotspots duinen wandeling Bezoek hotspots bloeiende duinen

    Duinen en mensen: boeken & website

    Het project 'Duinen en mensen' omvat een serie boeken + website over de Nederlandse kust. Cultuur en natuur van het kustlandschap worden gelijkwaardig en veelzijdig beschreven. Met honderden nieuwe kaarten en de laatste stand van wetenschap. Kennemerland (2009), Noordkop en Zwanenwater (2011) en Texel (2013). In 2023 verscheen Duinen en mensen Voorne. Meer over het tot stand komen van deze boeken. De website is continu in ontwikkeling en omvat ca 1000 berichten, boeken, films die gerelateerd zijn aan de boeken of de daarin behandelde onderwerpen. De website is een openbaar archief. Mocht u menen rechten te kunnen ontlenen aan gebruikte tekst of beeld, laat het weten dan zoeken we een oplossing. Deze website wordt draaiende gehouden door een vrijwillige redactie. Nog wel beschikbare titels (o.a. Voorne, Texel) zijn elders te bestellen.

    Maandelijks archief van berichten

    Digitale documentatie duinen Voorne

    Deze site van het streekarchief is onderdeel van Kenniscentrum Duinen

    Deze site is tot stand gekomen met steun van het Cultuurfonds en ondergebracht bij het Streekarchief Voorne-Putten

    Redactie: Rolf Roos & Nico van der Wel, m.m.v. Henk Terhell, Machiel van Wijngaarden, Danny Zuurbier, Bob Benschop (eindredactie)
    Ontwerp en ontwikkeling: toomanywords.nl