Kievitseieren zoeken op de Kwade Hoek, het verhaal van Arie Blokland rond 1960
Rolf Roos
(met dank aan Gerard Lokker en Gerard Ouweneel)
9 december 2025
Rond 1947 maakte Stichting Natuurmonument de Beer een inventarisatie van eigendommen en beheer in het duin- en kustgebied van Goeree waarvan een mooi kaartje is overgeleverd. Van de Kwade Hoek, aangegeven met dun lijntje, wordt op deze kaart geen eigenaar aangegeven, maar het was net als nu van de staat (Domeinen) en werd voor een laag bedrag verpacht, reden waarom ook deze stichting interesse had en het tot ca 1975 in beheer kreeg. Daarna werd het tot op heden in bruikleen gegeven aan Natuurmonumenten.
In de periode ca 1953 – 1973 waren Arie Blokland en Jan Vlietland voor Stichting Natuurmonument de Beer bewaker van terreinen van deze stichting op Goeree zoals de Punt, de Kwade Hoek en de Scheelhoek. Ze maakte verslagen waarvan een deel is bewaard gebleven in het Stadsarchief van Amsterdam (archiefnr. 999-2639). Dit geeft onverwachte inkijkjes in de gebieden zelf, maar ook hoe beheerders er vroeger mee om gingen. En hoe natuur vroeger werd beschermd en beheerd. In hun gebieden waren ze zeker geen alleenheerser. Werkzaamheden van gemeentes of van Rijkswaterstaat passeerden soms zonder dat ze op de hoogte waren gesteld, er waren vissers die vanaf het strand op kabeljauw gingen vangen, er was zeer veel stroperij in de nacht en overdag kwam een langzaam toenemende stroom dagjesmensen op gang. In de teksten van Blokland veel aandacht voor diverse nieuwe toeristenstromen, inclusief kampeerders ‘in de staatsduinen’. Maar door aangroei van de kust en meer slib ziet hij het er voor de vogels gunstig in. Deels een heel andere wereld dan anno 2025: veel patrijzen, een groeiende konijnenstand en er zijn rapers van kievitseieren alsof we in Friesland zitten!

Lokatie van de Zeemeeuw (tussen dijk en duin gelegen) ter hoogte van strandpaal 10 op kaart van ca 1980
Arie Blokland, aan wie volgens Gerard Ouweneel, vogelkenner, kleefde dat hij in de oorlog te amicaal met een Duitse officier was omgegaan (ook een natuurliefhebber), had een karakteristieke kop met hoed en eeuwige sigaar. In 1959 en 1960 nam hij de bewaking van Jan Vlietland op de Kwade Hoek deels waar en uit die zomers hebben we een aantal interessante rapporten. Voor het goede begrip: zijn werkterrein liep van Havenhoofd (toen nog met pieren rond de havenmonding) over het gors met lage duintjes en de slikken richting het strand tot aan de andere kant in het westen de uitspanning ‘De Zeemeeuw’ lag 6km kuststrook. Richting de zuidgrens met de waterleidingduinen (Oost- en Middelduinen) werd het terrein minder overstroomd en ook zoeter. Maar ook het gors zelf werd niet door puur zout water overspoeld maar was brak en relatief rijk aan slib, doordat uitstromend zoet Rijnwater zich in de monding van hert Haringvliet kon vermengen met zeewater.

Strandafgang met trappen nabij de Zeemeeuw. Arie Blokland memoreert hier de kustafslag en gebrek aan daadkracht van het waterschap. (Dat zou later wel uitpakken met hele herstelwerk rond Flauwe Werk).
In september 1959 meldt Blokland aan zijn bestuur een gemengde aanklacht tegen de toestroom volk : “Bijzonder druk langs het strand, het drukste wel nabij de Zeemeeuw, waar het werkelijke strand is, maar ook twee trappen vanaf de duin en zijn gemaakt (..) Tot op de punt van de Kwade Hoek overal zijn dan mensen ze komen er vanaf het strand bij de Zeemeeuw en dwars door de duinen bij de buitenkant.”
En:
” In de omgeving van het Licht (red.: bij paal 8) heb ik ook wel kampeertenten zien staan in de staatsduinen.”
En:
” Er waren mensen die de woonbunkers wilden kopen van de waterstaat.”
Tenslotte meldt hij: ‘niet veel wild’ maar wel patrijzen!
Maart 1960 treffen we weer een verslag van Blokland: een vroeg voorjaarsbeeld wanneer door kou en nattigheid en zout het gras nog niet wil groeien. Een een mooi citaat over de weidevogels op de Kwade Hoek:
” Kievitten en Tureluurs zijn er weer een flink aantal, er zijn nog weinig kievitten die eieren hebben. De eierzoekers meest jongens Goereese hoofd treft men daar weer zoekende aan.”
Juli 1960: behalve bezoekers van alle kanten komen er ook plezierbootjes vanaf Goereese hoofd.
Hij meldt in juli ook sterke aangroei bij ‘de uitstekende punt’ en met ‘kleinere soorten vogels’ en konijnenstand gaat het goed.
Dan is het september 1960 en meldt Blokland gevolgen van Deltawerken: de kust komt meer naar buiten, er komt meer slib, “zodat de vogels daar ok wat meer aas kunnen vinden.” En hij voorspelt een strand bijde haven van Goedereede ‘als de dam verder dicht gaat.’ Ook weer met kansen voor de vogels.
In een bewaard jaaroverzicht 1960 meldt Blokland ook vermindering van nesten uithalen,” hoewel nog lang niet afdoende.”
Tenslotte troffen we in zijn jaarverslag 1960 nog een reflectie op de oorlogsjaren die, zo suggereert hij tussen de regels door, goed waren voor de natuur (geen vee, geen betreding, geen eierzoekers en meer vogels waaronder dwergstern en grote stern). ” Maar de eieren werden weggehaald zodat ze vertrokken zijn.”

Via Gerard Ouweneel ontvingen we een prachtige foto van Arie Blokland rond de jaren ’50 waarin hij 2 of 3 bestuursleden van de Stichting Natuurmonument de Beer, oudere heren in smetteloze hemden en keurige plusfours, afzet op onbekende lokatie, mogelijk de Scheelhoek. Na een roeitochtje op een windstille dag. Een leeg en plasticvrij landschap.
Bronnenlijst historie Kwade Hoek















Prachtig document, Rolf! Helaas kende ik Blokland niet. En verder heb ik nog geen reactie van neef Freek Aberson op de vraag of ik zijn vader met veel liefde voor dit gebied aan jou zal doorgeven. Dus even niet. Hartelijke groet van Annelies Breen 🍂🍂