Middeleeuws Voorne: een oudere naam dan Olaertsduyn was Stockaerdshil
Rolf Roos
Met dank aan Frans Beekman
Over ontstaan en verhuizing van het ‘Olaertsduyn’ en de oudste Middeleeuwse naam voor een duin op Voorne. Dit artikel is als uitwerking te beschouwen van wat Nol Freijsen eerder schreef over oude veldnamen in de duinen en sluit direct aan op een vermelding uit 1354 waarop ook Nol zich baseerde. Nu is de veldnaam Olaertsduyn(en) alleen nog in gebruik voor het gelijknamige landgoed gelegen aan de binnenduinrand van Voorne. Maar in de 14e eeuw en daarna waren de Olaertsduynen de duinen en gorzen ten westen van Rockanje. Nu blijkt dit gebied een nog oudere naam te hebben.

Op 31 december 1354 beleent Mechtilt, vrouwe van Voorne etc., ‘de uitgors Stockaerdshil’ aan Jacop en Clays Oelaert, dat eerder aan hun vader was beleend. Scan van een transcriptie van de verkorte versie, een zgn. regest,van de oorspronkelijke oorkonde.
In 1354 staat in de inventaris van de Heren van Voorne (zie de scan hierboven) de naam ‘Oelaert’, familienaam van de naamgevers van de Olaertsduynen (ook gespeld Olaarsduynen, Olartsduynen, Oolaertsduyne, maar nergens in de ons bekende bronnen met een ‘Oe’, zoals vermeld in de oudste stukken). De broers Oelaert zullen, net als hun vader daarvoor, de ‘uitgors Stockaerdshil’ gaan pachten. Ze zullen er schapen hebben kunnen houden, net als later op het naastgelegen Schapengors. Wellicht konden koeien en paarden weiden op groene stranden. De hogere, droge duinen leenden zich voor de opkomende en economisch aantrekkelijke teelt van konijnen in ‘waranda’s’. Wat de gebroeders en hun erven feitelijk deden is niet bekend, wel weten we dan het gebied in 1479 opnieuw is verpacht en dan wel met verwijzing naar o.a. konijnenteelt. De konijnenteelt in de duinen van Rockanje was waarschijnlijk. marginaal want de pachtprijs was veel lager dan in Oostvoorne, zie Duinen en mensen Voorne, pag. 35 linksonder.

Detail kaart Koutter 1608 met Oolaertsduyne ter hoogte van ‘Stuyfakker’ de dijk met wielen is de vrijwel onzichtbaar geworden Heyndijk.
De naam ‘uitgors’ toont wel dat er hier, ten westen van Rockanje, geen hoge duinen lagen, laat staan een zeewerende duinenrij. Het lag open naar zee met begraasbare schorren (gorzen, groene stranden) en lage duinen en duintjes. Er waren wateren, bij Rockanje Swyn genoemd. Na 1354 heet dit gebied ‘Olaertsduynen’, en deze naam duikt daarna o.a. op in 1479 (een nieuwe verpachting) en 1608 (kaart van Kouter). Nu liggen hier het Waterbos en het Gemeenteduin (tot aan Stekelhoek).
Dan wordt de naam ‘Olaertsduynen’ in de loop van de 17e eeuw hergebruikt, waarschijnlijk door de toenmalige duineigenaren, de familie van Wassenaar van Opdam, als ‘Nieuwe Olaertsduynen’ voor de lage, landinwaarts gelegen duinen nabij Stuifakker en aan de rand van de Noorddijk tot en met wat destijds ‘Meente Weijer’ heette (de ’gemeenschappelijk vijver’, een restant van een wiel (dijkdoorbraak) uit 1570). Dat grondeigenaren oudere namen voor hun bezit toeeigenen is van alle tijden. De Meente Weijer ligt ongeveer ter hoogte van het huidige landgoed Olaertsduyn. De naam ‘Meente Weijer’ resoneert alleen nog in naam van een pand aan de westzijde van het landgoed.
Tot zover de omzwervingen van Olaertsduyn. Westelijk van Rockanje verdween de naam van de kaart maar hij overleefde uiteindelijk in het nieuwe landgoed, als Jachthuis gesticht rond 1910 door reder, duineigenaar en jager William Smith.
Uitgors Stockaerdshil

Ontleend aan A.A. Beekman (1905-1907) : Het dijk- en waterschapsrecht in Nederland vóór 1795, deel 1. M. Nijhoff, Groningen
In de pachtovereenkomst uit 1354 over de bovenstaande belening door Mechtild, Vrouwe van o.a. Voorne, draagt het beleende gebied de naam ‘Stockaerdshil’. We staan stil bij deze naam want dit is de oudste veldnaam uit het Voornse kustlandschap tot nu toe. De naam is de combinatie van een persoonsnaam ‘Stockaerd’ en het woord ‘hil’. De naam ‘Stockaert’ is als (zeldzame) familienaam bekend uit Vlaanderen, niet uit de Delta.
Het tweede deel van deze oude veldnaam, ‘hil’, is een landschappelijke aanduiding, ook o.a. bekend van ‘Preekhil’ in de huidige Preekhilpolder op Goeree. Volgens historisch geograaf Frans Beekman kan ‘hil’ duiden op een bescheiden hoogte in een gors, vroeger ook wel ‘stelle’ of ‘stelberg’ genoemd, d.w.z. een hoogwatervluchtplaats voor grazende schapen. Maar ‘hil’ kan ook ‘duin’ betekenen en zo werd het vroeger wel in Vlaanderen en Zeeland gebruikt. Hoe het in de overeenkomst van 1354 wordt bedoeld is niet uit te maken. We houden het voorlopig op ‘duin en gors van Stockaerd’.
Oproep. De wisselwerking tussen Heren van Voorne met Vlaanderen was in die tijd intensief. Ook vaklui en geestelijken kwamen in de 12e en 13e eeuw in het opkomende Brielle (met naastgelegen Maerlant). Denk aan aan de dichter Jacob van Maerlant (uit Brugge afkomstig). In de 13e en 14e eeuw waren abdijen uit Vlaanderen, naast lokale burgers, de aannemers van de eerste bedijkingen. Als iemand de naam ‘Stockaerd’ in deze Vlaamse context nog tegenkomt…laat het ons weten.





