Afslanking NV Voorne’s Duin: verkoop duinterreinen 1938
Nico van der Wel
In het Regionaal Historisch Centrum in Brielle is sinds kort een nieuw deel uit de familiearchieven van de familie Van Hoey Smith ondergebracht. Daarin ook stukken die licht werpen op de verkoop van duinterreinen in 1938. Het was de tweede grote overdracht van de NV Voorne’s Duin, na de schenking van honderden hectares aan Natuurmonumenten in 1927.

Begin jacht ca 1930 met o.a. James van Hoey Smith en zijn vrouw. Wie weet meer namen op deze foto uit ca 1930? Bron Streekarchief
Eerst: wat was de NV Voorne’s Duin? Het bedrijf werd gesticht in 1903, toen de Rotterdamse havenondernemer William Smith zich voegde in de lange rij particuliere bezitters van het Voornse duingebied (zie Duinen en mensen Voorne p34 en p54). De familie Smith was enkele decennia daarvoor al op Voorne ‘aangeland’ om er te jagen. Als rechtgeaard ondernemer hield William Smith zijn nieuwe bezit als privébezit maar bracht het onder in de Naamloze Vennootschap Maatschappij tot exploitatie van onroerende goederen “Voorne’s Duin”, gevestigd te Rotterdam. Deze exploitatiemaatschappij was er een van velen in ons land die natuurgebieden ‘beheerden’ en er revenuen uit inde (uit jachtrechten, riet- en houtverkoop bijvoorbeeld). De NVVD ging voortvarend van start met allerlei duinlandbouw, een grote zandverkoop (voor de trambaan Oostvoorne-Brielle) en andere activiteiten. Dat liep op niets uit en na 1920 sloeg de NVVD een nieuwe koers in onder leiding van James van Hoey Smith, zoon van William Smith.

Uitnodiging opening vliegveld in 1930. Het vliegveldje op het strand van Oostvoorne was er eerder dan een goede ontsluitingsweg voor autoverkeer (RHCVPGO).
Schenking
Om te beginnen schonk de NV Voorne’s Duin in 1927 ruim 700 hectare aan de Vereniging Natuurmonumenten, ruwweg het zuidelijke deel van het duingebied. Landgoed Olaertsduyn bleef daarbuiten evenals de toekomstige plek van landgoed Strypemonde. Met de rest – twee zgn. ‘exploitatiegebieden’ nabij Rockanje (140 ha) en Oostvoorne (270 ha) – deed men o.a. een poging om particulieren te interesseren voor de aankoop van duinterreinen om er een villa op te bouwen. Ook nam de NVVD deel aan de stichting van een vliegveld op het strand van Oostvoorne en een golfbaan in de Heveringen. Dit leidde bij Rockanje tot enkele kleinere landgoederen maar plannen voor twee hotels aan het strand aldaar strandden, o.a. doordat het waterschap het niet zag zitten (DM Voorne p56). Een uitspraak van de Raad van State in 1938 beslechtte het geschil tussen de NV Voorne’s Duin en het Hoogheemraadschap van Voorne stopte men met de exploitatiegebieden. De duinterreinen gingen in de verkoop.
Verkoop
Op 4 juli 1938 was er een ‘Gecombineerde Vergadering van Commissarissen en Aandeelhouders’ van de NVVD in Rotterdam, Boompjes 76; dit pand was het kantoor van de firma P. van Es & Co, de rederij van de familie van Hoey Smith. Aanwezig ware alle commissarissen, vertegenwoordigd waren alle aandeelhouders. Helaas ontbreekt een namenlijst, dus het vereist een extra duik in weer een ander archief om de betrokkenen op naam te brengen. In het mooie schuinschrift van directeur F.H.G. van Iterson somt het verslag de verkopen op:
- 400 hectare duinen, strand en bouw- en cultuurgronden (in de duinen) inclusief ‘wegen, golfbaan, vliegveld etc.’ en inclusief leningen aan pachters en opstallen; de koper is Administratiefonds Rotterdam. Het betreft het exploitatiegebied Oostvoorne (enkele terreinen uitgezonderd) en het volledige exploitatiegebied Rockanje. Eén algemeen servituut is van kracht namelijk een verbod op waterwinning ‘anders dan ten behoeve van eigen gebruik’. Verkoopsom: ƒ 406.770,04.
- 4 hectare duin aan de ‘Vereeniging voor Gezondheidskoloniën’ – verkoopsom: ƒ 8000; de hectareprijs van 2000 gulden wijst op een waardevoller stuk grond dan de eerdergenoemde ‘bouw- en cultuurgronden’ die voor 1500 gulden van de hand gingen. Het kan ook zijn dat het Administratiefonds, waar James van Hoey Smith ook bij betrokken was, een kwantumkorting kreeg.
- verder vijf kleine percelen variërend van 0,75 tot 1,25 hectare voor een totaalbedrag van ƒ 14.600. De hectareprijs lag bij vier van de vijf op 1500 tot 2500 gulden, maar mr. Ph.A.J. Mees uit Rotterdam kocht blijkbaar een topkavel en betaalde voor zijn 0,75 hectare 7000 gulden.
De verkoop van duinterreinen aan het Administratiefonds meldden we al in Duinen en mensen Voorne (p58), alleen met een hoger bedrag nl. ƒ 465.000. Het ‘Administratiefonds Rotterdam’ beheerde en exploiteerde de nalatenschap van de havenondernemer W.S. Burger, en stelde vanaf 1923 met de revenuen de Stichting Volkskracht in staat maatschappelijke en culturele activiteiten te ondersteunen (Volkskracht bestaat nog steeds). Het terrein ging later grotendeels over naar het Zuid-Hollands Landschap. Olaertsduyn en Strypemonde (incl. het Breede Water) bleven in bezit van de NVVD. In een vervolgvergadering op 28 juni 1939 wordt gemeld dat alle geplande verkopen daadwerkelijk zijn doorgegaan.

Uit de notulen van 4 juli 1938, deel van de beschrijving van het duinterrein dat naar het Administratiefonds Rotterdam ging. Keurig schuinschrift van de directeur van de NV Voorne’s Duin, F.H.G. van Iterson (RHCVPGO).
Ph.A.J. Mees, meester in de rechten, is waarschijnlijk de bankier Jacob Mees (1907-1993). Waar zijn perceel lag is uit de notulen niet op te maken. Tot op heden is het landgoed ‘De Kleine Duintjes’ tussen het Kreekpad en het Waterbospad in bezit van de familie Mees maar de oorspronkelijke aankoop daarvan dateert van vlak na de oorlog. Tot op heden is dit landgoed via een stichting in gebruik bij de familie Mees. Of dit landgoed aansluit bij het in 1938 aangekochte perceel is niet duidelijk. De Mees die het landgoed rond 1950 kocht lijkt een ander dan Jacob Mees – zie dit korte verhaal op de site levendlandgoed.nl.
Van Iterson en Warbout
Na de oorlog werkte Marinus Warbout op Voorne als ‘rentmeester’ (beheerder) van zowel het Administratiefonds, de afgeslankte NVVD als Natuurmonumenten. Dit verslag maakt duidelijk hoe die personele unie tot stand is gekomen. Onderdeel van de verkoop was namelijk dat de dienstverbanden van directeur F.H.G. van Iterson en zijn assistent Warbout bij de NVVD werden overgenomen door het Administratiefonds. Beiden bleven ook hun normale werkzaamheden verrichten voor de afgeslankte NVVD die daarvoor jaarlijks een vergoeding betaalde aan het Administratiefonds. Van Iterson was actief in het verzet overleed in 1945, vlak voor de bevrijding, in kamp Uhlzen in Duitsland. Na de oorlog volgde Warbout van Iterson op, waarschijnlijk onder dezelfde voorwaarden. Toen de verschillende duineigenaren, later ook het Zuid-Hollands Landschap, langzamerhand het natuurbeheer steeds meer in eigen hand namen, legde hij zijn functies neer, aldus zijn overlijdensbericht in de Nieuwe Brielsche Courant in 1967 (zie hiernaast, klik voor vergroting.)




