Dagvlinders in en rond de Bokkepolder, Goeree, 2017 – 2024
Rolf Roos & Rob Rossel
Update feb. 2025
(Overzicht van alle online artikelen over de omgeving van de Goereese Nieuwendijk/Bokkepolder: klik hier.)
De Nieuwendijk aan de zuidzijde van de Bokkepolder, hoogzomer: rijke bloei van kruiskruiden en hoog opgaande grassen, veel beemdkroon en kruisdistels, ook knoopkruid. Kortom: ruimte voor insecten. Hoe staat het met de dagvlinders?
Om een beeld te krijgen van de dagvlinders kunnen we naast verspreide waarnemingen o.a. op waarneming.nl te rade gaan bij: verslagen van vlinderroutes (zie Rossel, 2019 en 2025) en een rapport uit 2015 van A.M. Baaijens over de duinen. Het laatste rapport geeft het beste een indruk van de vlinderpopulaties in de kustzone, reden waarom we de overzichtstabel hier als geheel opnemen als bijlage 1.
Op basis van de gegevens van Baaijens (zie bijlage) kunnen we zien dat er in 2015 in totaal 27 dagvlindersoorten zijn waargenomen (in 2008: 22). Hieronder naast de algemene en ‘beeldbepalende’ soorten (bont- en oranje zandoogje, hooibeestje, veel zwartsprietdikkopjes en diverse witjes) ook soorten van de Rode Lijst als bruine blauwtje, kleine parelmoervlinder en heivlinder (alle drie kwetsbaar) en minder algemene soorten als eikenpage en groot dikkopje. Nieuw in 2015 t.o.v. 2008 waren oranjetipje, kleine parelmoervlinder (mogelijk kleine populatie Middenduinen), keizersmantel (1 ex), distelvlinder en oranje luzernevlinder.
Dan de soorten op twee telroutes direct langs de Bokkenpolder: de Nieuwendijk en het open duin bij ‘t Hôôd, die we hier beide weergeven (Rossel, 2019 en 2025: overzicht tm 2024 als pdf). (Naast deze soorten zijn er incidentele andere waarnemingen die echter niet plaatsvonden tijdens tellingen op de route, bv. koninginnepage, 2024 en daarom niet in de tabellen staan.)
Het eerste jaar dat er werd waargenomen (2017) bloeide er enorm veel kruisdistels op de dijk. Deze soort is zeer in trek bij de zgn. kroeglopers. Deze zijn heel mobiel en komen nectar drinken. Vooral de kleine vos is hier een mooi voorbeeld van. Ook het icarusblauwtje en het bruin zandoogje sprong eruit. De rups van het icarusblauwtje eet vooral klaver soorten, de vlinders foerageren op klavers, knoopkruid en distels. Allemaal ruim voorradig op de dijk. De rups van het bruin zandoogje heeft als waardplant verschillende grassoorten welke ruim aanwezig zijn op de dijk, de vlinders zijn te vinden op nectarplanten zoals de kruisdistel, knoopkruid en duizendblad. Door te veel, of op een verkeerd tijdstip maaien kan funest zijn voor de rupsen waardoor er het jaar daaropvolgend minder bruine zandoogjes zijn. De heivlinder in 2018 was een verdwaalde vlinder. Het was erg droog en ik zou hem waarschijnlijk niet opgemerkt hebben als die niet wel 3 keer tegen me aan was gevlogen. Heel bijzonder. Opmerkelijk is het aantal distelvlinders. Als gevolg van een invasie van deze vlinders werden er 32 geteld. De jaren er na ging het steeds wat minder, doordat de distels al voor de bloei werden gemaaid en een aanhoudende droogte maakte dat er steeds minder vlinders geteld werden. In 2024 was het wat natter, hopelijk zorgt dit voor wat meer vlinders in 2025.

Tabel 1: Aantal vlinders per soort, Vlinderroute Nieuwendijk
In de eerste 4 waarnemingsjaren troffen we op de Nieuwendijk gemiddeld 17 soorten en ruim 900 individuen, in de jaren 2021-2024 waren die aantallen 14 om 415.
Tabel 2: Aantal vlinders per soort, vlinderroute ‘t Hôôd (Havenhoofd)
De waarnemingen op ’t Hôôd laten eigenlijk een vergelijkbare achteruitgang zien. Dit stukje duin is bijzonder gevoelig voor droogte. De oranje luzernevlinder is een leuke waarneming. De rupsen van deze trekvlinder kan je vinden op klavers, de vlinders zuigen nectar uit o.a. distels, knoopkruid en bramen. Het koevinkje wordt nauwelijks meer waargenomen. De rupsen zitten op grassen en de vlinders op diverse bloemen. In 2022 wordt het eerste scheefbloemwitje gezien op deze route. Dit van origine Zwitsers witje heeft in een zeer korte tijd heel Nederland veroverd. De kers op de taart is natuurlijk

Kleine parelmoervlinder
de kleine parelmoervlinder waarvan er 3 stuks geteld zijn in de afgelopen jaren. Dit zijn geen spectaculaire aantallen maar hopelijk gaan we deze meer zien. Deze vlinder zit op duinviooltje. Deze groeit weer op de stikstofrijke latrine van het konijn. Doordat de konijnenstand echter dramatisch gedaald is als gevolg van ziekten zoals myxomatose en RHD, twee voor konijnen dodelijke virussen. De lage aantallen in 2021 kwam doordat er dat jaar weinig is gemonitord.
In de eerste vier jaren op ’t Hôôd waren er gemiddeld 15 soorten en ruim 250 individuen, in de jaren 2021-2024 waren die aantallen 11 om 90.
Literatuur
Baaijens, A.M. (2015). Insecten in de duinen van Goeree. Natuurmonumenten
Rossel, Rob. (2019). Vlindertelgegevens Goeree-Overflakkee 2019, intern rapport.
Rossel Rob. (2025) Vlindertelgegevens Goeree-Overflakkee seizoen 2024 (incl. hommels)
De Vlinderstichting, (2019). Vlinder-en libellestand 2019
Chris van Swaay & Michiel Walles de Vries (2019) Vliegende duinbloemen . In: Rolf Roos (red.) Bloeiende duinen. Natuurmedia, Goedereede
Bijlage 1. (ontleend aan A.M. Baaijens, 2015. Insecten in de duinen van Goeree. Natuurmonumenten)






