Dit is een aanvulling bij ons commentaar, hier gepubliceerd.
Ik zou zeker advies vragen bij Wouter van Steenis, zweefvliegspecialist en contactpersoon landelijk bij Natuurmonumenten voor Voorne.
Gemist: info over Stichting Taxon Foundation: doe aub zin over doel en een link.
Je rapport mist een jaar van uitgave.
Je meldt dat “In de onderzoeksperiode 2020-2024 werden 4.620 exemplaren verzameld, geprepareerd en gedetermineerd. Deze behoorden tot 884 soorten. Dit is 35% meer dan de 656 soorten die werden gevonden in de jaren 1981-1982.” Van die eerste periode 1981-1982 vermeld je in dit rapport niet hoeveel exemplaren zijn verzameld en dat is van belang voor een goede vergelijking lijkt me.
Onderzoeksgebied. De contour van je werkgebied geef je wel in woorden maar niet op een kaart. “Het onderzoeksgebied omvatte de duinen van Oostvoorne en Rockanje en landgoederen als Overbosch, Mildenburg en Strypemonde, maar ook het destijds nog deels zoute Groene Strand, de zuidrand van de Maasvlakte, de oevers en dammen rond het Oostvoornse Meer en het strand van het Brielse Gat.” De Maasvlakte-zuidrand zou ik niet willen rekenen tot de ‘Voornse duinen’. Ik neem ook aan dat je er 40 jaar terug ook niet hebt rondgelopen. Op basis van o.a. een kaart zou ik willen weten welk deel van al die duinen je hebt bemonsterd en, omdat het altijd maar een deel is, hoe representatief dat deel is. Onvermijdelijk is dan een blik op de habitattypen van de beheerders/provincie nodig (of een andere ecologisch relevante indeling van het (kever)landschap). Zijn deze typen allemaal aan boord in jouw werkgebied, welke typen zijn onder- en welke wellicht oververtegenwoordigd? Dat is ook relevant voor het verklaren van de veranderingen die je aanstipt. Je memoreert verandering in habitats (meer dood hout, minder open zand, meer bos) maar geeft daar geen data of bronnen bij.
Duinrellen
Je geeft terecht aandacht aan stromend water (de gegraven duinrel (‘Beek’) die loopt vanaf het voormalige Vliegveld richting Groene strand), een bijzonder waardevolle microhabitat, en hoop dat je ook het in 2026 helaas drooggevallen duinrelletje vanaf het Quackjeswater hebt onderzocht, de enige vindplaats van verspreidbladig goudveil. Er zijn meer duinrellen op Voorne bv. een fraaie in het bos van de Leijse en een nieuwe in het Parnassiavlak. Een goede analyse van trends in waterhuishouding ken ik niet, wel zie ik dat slootjes met stromend water zoals bij de Kleine Heveringen al jaren grotendeels droogstaan. Ken jij in dit verband een goed rapport over trends in waterhuishouding op Voorne? Er staan legio peilbuizen in het duin, maar wie analyseert en publiceert de gegevens?
In je tabel staan rechts twee kolommen met getallen voor de twee periodes. Bij veel soorten staan evenwel twee keer een nul. Dat vereist duidelijke toelichting, liefst in de kop van de tabel.
Zijn er ook ‘ongevraagde’ kevers onder je 1408 soorten, in de zin van verstekelingen uit andere continenten of onbedoeld door ons mensen meegenomen dieren?
Ik mis (als ik goed lees) aandacht voor recent geschapen (of net weer afgegraven) terreindelen zoals de Jaap van Baarsenvallei. In welke mate kwam je bij je herhaling van eerder onderzoeksroutes grote ingrepen in het landschap tegen? Dat lijkt me zeer relevant, omdat mij recent berichten van slakkenspecialisten ter oren kwamen dat de fauna van afgeplagde en daarna begraasde terreindelen dramatisch afneemt en niet hersteld als er ook weer periodes met zomerdroogte optreden. Bezweken er kevers onder ‘herstelwerk’?
Je memoreert als literatuur Zeij, H., M. de Kreij Wouterlood, N. Enthoven, R. Rossel & T. Hakbijl, 2025. Jaarverslag keverwerkgroep over 2023. Onderzoek in de duinen van Voorne in de gemeente Voorne aan zee. Keverwerkgroep van de Natuurvereniging Hollandse Delta, een afdeling van de KNNV. https://hollandsedelta.knnv.nl/publicaties/ (Dit is niet te vinden op genoemde website)
