over de site | contact | info auteurs | toegang auteurs
  • Home
  • Nieuws
  • Thema’s
    • Ontstaan van de kust
      • Duinen als zeewering
      • Klimaat en duinen
    • Archeologie
    • Zeedorpen
    • Jacht
    • Duinlandbouw
    • Cartografie
    • Veldnamen
    • Militaire kustverdediging
    • Waterwinning
    • Natuur en landschap
      • Flora en vegetatie
      • Fauna
      • Bos
      • Natuurbeheer
    • Strand
    • Recreatie
    • Beeldende kunst
  • Gebieden
    • Zeeland
    • Zuid-Hollandse eilanden
    • Zuid-Hollandse vasteland
    • Zuid-Kennemerland
      • Amsterdamse Waterleidingduinen
      • Nationaal Park Zuid-Kennemerland
      • Kennemerstrand
    • Noord-Kennemerland
      • Wijk aan Zee
      • Noordhollands Duinreservaat
      • Bergen
      • Schoorlse Duinen
    • Noordkop
      • Camperduin-Petten
      • Zwanenwater
      • Zijpe- en Hazepolder
      • Callantsoog
      • Noordduinen
      • Den Helder
    • Texel
      • Zuidpunt van Texel
      • Duinen bij Den Hoorn
      • Duinen bij De Koog
      • Ten noorden van De Koog
    • Vlieland
    • Terschelling
    • Ameland
    • Schiermonnikoog
    • Rottumerplaat / Rottumeroog
  • Landschapselementen
    • Eendenkooien
    • Landgoederen
    • Wegen en paden
    • Kanalen
    • Stuifdijken
    • Agrarisch
    • Militair
    • Heemtuinen
    • Recreatief
  • Portretten
  • Onderzoek
  • Hotspots
  • Programma
rss

Artikel

14
AUG
2025

Het Voornse keverfeest

Duinen en mensen Voorne
Posted By : Redacteur
Comments : 0

13 augustus 2026

Beste Menno,

Begin deze maand stuurde  je een mail waarin je om een reactie vraagt op je rapport ‘Eindrapport. Kevers in Voorne’s Duin: de stand na 40 jaar milieuverandering‘.

Ik begin met mijn grote waardering. Voor niet alleen het monnikkenwerk (al die dagen kevers zoeken en determineren!), maar vooral voor het streven: een trend in een gebied (duinen Voorne) beschrijven is zachtjes uitgedrukt een uitdaging, maar feitelijk een Sysyphus-kwelling, want steeds denk je klaar te zijn en er komt weer een nieuw gezichtspunt of een onontdekt lijstje fraaie kevers.  Of er klinkt een kritisch geluid dat je tot bijwerken aanspoort. Wetenschap is leuk maar tijdrovend en vraagt ook wat van je incasseringsvermogen. Maar bovenal maakt jouw intentie een gemiddeld slimme lezer (iedereen) mee te nemen in de hemel van keverkenners mij (plantenliefhebber, luie zooloog) blij. Vandaar de titel van dit schrijven. Ik ben verre van een keverkenner, maar enige kennishonger is me niet vreemd. Je zult me vast vergeven als ik af en toe iets doms vraag.

Hoewel het eerste woord ‘Eindrapport’ de indruk wekt dat je er klaar mee bent, lees ik dat niets minder waar is en de deur voor aanvulling open staat. Ik zal dat doen in briefvorm, prettig 19e-eeuws, maar wel meteen online en openbaar en ook weer rijp voor aanvulling of correctie. Schot voor de boeg: je aanbevelingen voor terreinbeheerders vond ik niet verkeerd maar wat te snel geformuleerd; ik zou graag eerst de hele analyse die je belooft, willen lezen. Ik doe gewoon alsof dit nog een concept is en bijschaving indenkbaar. Ook over die ‘milieuverandering’ in je titel ga ik nog wat mopperen. En wat ik graag zou zien is een ruim opgezet en zeer wervelend en vooral beeldend (enkel kaartje en grafiekje, veel foto’s) overzicht van waarin Voorne allemaal uitblinkt en wat de trends zijn, ik help het graag mee vormgeven t.z.t. liefst in een presentatie op deze site.

Naast je fraaie ‘Eindrapport’ ontving ik een tabel met de veel te bescheiden naam ‘Beknopte lijst Coleoptera Voorne‘, dat ik voor onze lezers ook online heb gezet.  Geef door als dit te vlot is. Je kent mijn zuchten en steunen over openbaarheid van data en stukken en geef graag het goede voorbeeld. Wat niet controleerbaar is dient niet te worden gepubliceerd. Deze prachttabel van 31 pagina’s toont een verbijsterend aantal van 1408 soorten kevers. Hoeveel kent een gemiddeld mens er eigenlijk? Is van al die soorten de ecologie een beetje bekend?

Ik maak naast deze brief een aparte bijlage met nuttige neuzeldingetjes. Je tekst nodigde me allereerst uit een en ander te vergelijken met wat je in 2023 hebt gepubliceerd in Duinen en mensen. Ook dit stuk was een keverfeest: door de veelheid aan soorten, de bewegingen in de tijd en het landschap en je schot voor de boeg: “Zo zijn al 355 keversoorten gevonden die in de jaren 1980 niet werden aangetroffen. De totale lijst bedraagt nu (2023, red,.)  1115 soorten.” In drie jaar liggen er bijna 300 kevertjes meer op tafel…

Korte stand van zaken in 2023, opgenomen in Duine en mensen Voorne. Klik op het beeld om de pdf te lezen.

Trends

In je inleiding sta je stil bij een aantal geloofwaardige studies over trends bij diverse groepen insecten van andere auteurs, met name over achteruitgang.  Er zitten prachtige studies bij zoals van Aat Barendregt en anderen. Je conclusie “dat het beeld nog steeds niet eenduidig is,” is beetje een open deur want natuurlijk is er altijd te weinig, te weinig systematisch of vanuit een ander perspectief gekeken. We verwachten als terreinkenners als we eerlijk zijn dat elke gebiedsafgrenzing, elk ander ecosysteem, elke andere soortsgroep, elk ander tijdvak en elke andere methode (en eigenlijk ook elke andere waarnemer) een (deels) ander verhaal gaat opleveren. Het is de prettige intellectuele uitdaging om binnen al deze beperkingen hieruit toch een aardige lijn te distilleren. Dat is jou wel toevertrouwd. Hoewel, als publicist heb ik het makkelijker dan jij als prof.

Je houdt je in dit ‘Eindrapport’  nog deels op de vlakte over hoe het gaat, terwijl lezers als ik dat graag van je en detail willen weten. Ik verlang ook naar een meer uitgewerkte analyse van trends bij al die kevers uit jouw lijst van 1408 waar voldoende over ecologie en milieu-eisen bekend  is, meer dan die mooie handvol die je in onderstaande citaten memoreert.

Goede tijdreeksen (zoals Aat en die van jou) op exact gedefinieerde locaties met evenveel waarnemingsintensiteit geven een goede beschrijving van veranderingen in de tijd, al weten we nooit zeker waardoor dit precies komt, want zowel milieu, de ruimtelijke configuratie als het beheer (de drie grote knoppen die de kwaliteit van het landschap bepalen) veranderen in de tijd eveneens. Je spreekt je in je inleiding (behalve over dagvlinders) niet uit over het gebruik van bigdata en verspreidingsatlassen en het hele bouwwerk van Rode Lijstsoorten en veronderstelde achteruitgang bij zeer veel soortsgroepen  (o.a. sprinkhanen, libellen, bijen, zweefvliegen, wilde planten) gebaseerd op verandering in voorkomen in ons land. De algehele teneur is dat in het landelijk gebied en in veel natuurgebieden (maar niet in de stad) er een (groot) diversiteitsverlies is. Ook is de terugkerende (en hier deels haaks op staande) stelling dat ‘klimaatverandering’ ons de laatste 20-30 jaar vooral meer soorten oplevert, terwijl er (nog?) weinig verdwijnen.

Het is steeds boeiend als de klaagzang van de (landelijke) neergang lokaal of regionaal niet aantoonbaar blijkt. Dat rolt nu ook met diverse nuanceringen en slagen om de arm  uit je stuk: de Voornse duinkevers voor zover je nu presenteert, gaat het eigenlijk voor de wind. Ik citeer uit je Eindrapport:

” (…) het aantal soorten dat is toegenomen is veel groter dan het aantal soorten dat is afgenomen. Dit bevestigt de eerdere analyses op de totale dataset. Daarnaast lijken er bij de toenames en afnames andere ecologische groepen een rol te spelen. Zo vallen er bij de toenames vooral soorten op van vochtige bossen en oevers (bv. Carabus granulatus, Bembidion articulatum, B. assimile, en Heterocerus fenestratus), soorten van mest (bv. Onthophagus similis, Aphodius sphacelatus) en dood hout (bv. Valgus hemipterus, Cerylon ferrugineum), zuidelijke en continentale soorten (bv. de Oedemera-soorten en Valgus hemipterus) en soorten van eutrofe wateren (Peltodytes caesus, Noterus clavicornis, Hydroporus planus). Bij de afgenomen soorten lijken het vooral veel kevers van open duinterreinen (Panagaeus bipustulatus, Broscus cephalotes, Gronops lunatus) en lieveheersbeestjes (Coccinella undecimpunctata, Chilocorus renipustulatus en Adalia bipunctata) te zijn.”

“Samenvattend kunnen we dus zeggen dat er in de tussenliggende ca. 4 decennia veel veranderd is in de keverfauna van Voorne. De totale diversiteit lijkt met zeker 20% te zijn toegenomen, en die toename is deels veroorzaakt door de vestiging of uitbreiding van soorten en soortgroepen die profiteren van klimaatverandering en stikstofdepositie en in mindere mate ook van dood hout en mest. Daarentegen is een kleiner aantal soorten en soortgroepen ook achteruitgegaan. Met name soorten van schrale, voedselarme terreinen zoals strandvlaktes en stuifzand lijken verdwenen te zijn of zeldzamer te zijn geworden.”

En hoewel je goed vergelijkingsmateriaal met andere duingebieden lijkt te missen, ook met de kevers zit Voorne, net als bij de flora, aan de top.

Je onderzoeksgebied

De contour van je werkgebied geef je wel in woorden maar niet op een kaart. “Het onderzoeksgebied omvatte de duinen van Oostvoorne en Rockanje en landgoederen als Overbosch, Mildenburg en Strypemonde, maar ook het destijds nog deels zoute Groene Strand, de zuidrand van de Maasvlakte, de oevers en dammen rond het Oostvoornse Meer en het strand van het Brielse Gat.” De Maasvlakte-zuidrand zou ik niet mee willen rekenen onder ‘Voornse duinen’. Op basis van een kaart zou ik willen weten welk deel van al die duinen je hebt bemonsterd en, omdat het altijd maar een deel is, hoe representatief dat deel is. Onvermijdelijk is dan een blik op de habitattypen van de beheerders/provincie nodig (of een andere ecologisch relevante indeling van het (kever)landschap). Zijn deze typen allemaal aan boord in jouw werkgebied, welke typen zijn onder – en welke wellicht  oververtegenwoordigd? Dat is ook relevant voor het verklaren van de veranderingen die je aanstipt. Je memoreert verandering in habitats (meer dood hout, minder open zand, meer bos ?) maar geeft daar geen data of bronnen bij. Ik kom daar nog op terug.

Als detail: je terechte aandacht voor stromend water (de gegraven duinrel (‘Beek’) vanaf het Voormalige Vliegveld richting Groene strand), een bijzonder waardevolle microhabitat, en hoop dat je ook in 2026 finaal drooggevallen het duinrelletje vanaf het Quackjeswater hebt onderzocht, de enige vindplaats van verspreidbladig goudveil.  Er zijn meer duinrellen op Voorne bv. een fraaie in het bos van de Leijse en een nieuwe in het Parnassiavlak. Een goede analyse van trends in waterhuishouding ken ik niet, wel zie ik dat slootjes met stromend water zoals bij de Kleine Heveringen al jaren grotendeels droogstaan.  Ken jij in dit verband een goed rapport over trends in waterhuishouding op Voorne? Er staan legio peilbuizen in het duin, maar wie analyseert & publiceert het?

En nog een nabrander over waterkevers. In je boek ‘ Darwin in de stad’ uit 2025, vat je de desastreuze effecten samen van zonnepanelen (waarop waterkevers zich te pletter zouden vliegen) op aangrenzende wateren. Uitgerekend op Voorne heb je een mooie toetslocatie: naast het water van de Tenellaplas (door diverse personen bemonsterd) ligt het bezoekerscentrum op het dak waarvan diverse panelen liggen. Kom je toe aan een microanalyse van deze praktijksituatie? Ik hoop dat de panelen ‘onschuldig’ zijn, maar dat moet dan wel blijken uit de aquatische keverfauna. Zie bijgaande foto uit Duinen en mensen Voorne van Henk Terhell.

Milieu-veranderingen

Ik memoreerde hiervoor al (onbeschreven) trends in hydrologie en zou graag zien dat je de relatie met milieuveranderingen verder uitdiept. Het curieuze is dat je het woord ‘milieuverandering’ in de titel hebt staan maar het in de tekst nauwelijks meer voorkomt, en een nauwkeurig verhaal van wat er in Voorne in 40 jaar zich allemaal heeft voltrokken is dan onontbeerlijk, zowel t.a.v. de milieudruk, veranderingen in beheer, natuurlijke veranderingen die zich hoe dan ook voltrekken zoals successie en bosvorming, ophoping biomassa en veroudering, komen en gaan van soms beeldbepalende andere soorten, grote veranderingen in de zeereep (ook  door waterbeheerders) en opslibbing waardoor opnieuw gorsen zijn ontstaan waar je fraaie nieuwe soorten hebt ontdekt.

Ik hoop dat dat in vervolgrapportage kan uitmonden in een fraai overzichtje  van meest waarschijnlijke verklaringen bij al die soorten die (fors) voor- of achteruitgingen. Je meldt nu reeds dat “klimaatverandering en stikstofdepositie en in mindere mate ook van dood hout en mest” van belang zijn maar zou onderbouwing willen zien van het relatieve gewicht. En als dat overzicht er is lijkt het een gepast moment om om het over beheer te hebben. Ik geef hieronder een aantal handreikingen en ideeen, en als ze niet uit ‘Duinen en mensen Voorne’ komen vermeld ik dat.

Stikstof en mest

Via de lucht is een invloed zeker aanwezig maar zou ik niet overdrijven. Het is zeker relevant voor schralere en deels ontkalkte duingraslanden zoals de Heveringen. Camiel Aggenbach vind ik hierin ter zake kundig. Hij schreef in 2022 dit stuk over Voorne met als conclusie: “Op basis van de huidige deposities  op Voorne en het kalkrijke uitgangsmilieu schatten we in dat diverse duinvegetaties onder druk staan (graslanden, duinvalleien), al is de situatie niet zo ernstig als in het binnenland. Voor bos en struweel is bevordering van een versnelde successie en aanwas van struiken en bomen waarschijnlijk. De omvang van vergrassing van duingraslanden is thans niet goed in beeld.” Een ander verhaal van Theo Briggeman en Piet Mout over de aanpak is te waarderen als een poging tot overzicht maar verdient een update door een expert.  Sommige terreinbeheerders (en zeker de vorige directeur van het Zuid-Hollands Landschap) riepen te makkelijk dat alle dichtgroeien door stikstof kwam terwijl natuurlijk successie en/of te weinig beheer cruciaal zijn. Soms is er met relatief snel beschikbaar geld en te weinig onderbouwing gewoon schade aangericht in het kader van ‘herstelbeheer.’ Zie de verzuchting van de wat oudere natuurbeschermer.

Eutrofiering (vermesting) van duinwateren memoreer je als verklarende factor voor toename van sommige keversoorten, dat vond ik bijzonder en ook plausibel. De reden voor de eutrofiering is niet de atmosferische stikstofdruk maar de door de natuur gedeponeerde mest (aalscholvers en lepelaars) maar ook (in kleinere poelen) door badend of drinkend vee. Er zijn daarnaast nog steeds geisoleerde en schitterende heldere poelen met vele fonteinkruiden en kranswieren en ben benieuwd naar de specifieke keverfauna aldaar.

Nog iets over vaste mest en urine: spelen lokaal in mijn ogen een nog niet goed onderkende rol. Kijk maar naar Mildenburg met ware pislijnen van de passerende honden op de laanbeuken. Mest geeft ook lokaal ook brandnetels. De Heveringen zijn een hondenuitlaatparadijs. En ik mag vast niets onaardigs zeggen van de kuddes recreatiepaarden. Voor kevers is mest grosso modo een feest toch? Is het zo dat hoe meer soorten grazers er zijn, hoe meer soorten kevers we kunnen verwachten? Dan heb je weer een mogelijke reden voor meer soorten nu en dat stip je ook aan. Er zijn trouwens ook periodiek schapen (oa op de gorzen van de Slikken van Voorne en Heveringen).

Neem in dit verband ook het ree mee: 40 jaar terug net gearriveerd. Nu plenty aanwezig en mede oorzaak van de afschuwelijke verhekking van Voornse landgoederen. Maar dat is voor kevers een zijstraat. Hoewel: ingehekte grotere deelgebieden zonder grazers, reeen en ruiters zijn soms goed vergelijkingsmateriaal voor als we effecten van dierlijke mest wil laten zien.

Zoet en zout en nieuwe leefgebieden

Het officiele en plausibele verhaal (sinds Adriani & van der Maarel, 1968 in het klassieke ‘Voorne in de branding’) is dat er  door Maasvlakte en deltawerken minder zout de laatste decennia in de duinen van Voorne zou neerkomen, een cruciale stressfactor die boomgroei kan beperken etc. Vreemd is dat ik nergens meetgegevens tegen ben gekomen die dit ondersteunen, ook niet in de mij bekende en meest recente (2006) Natuurvisie van Natuurmonumenten.  Soorten die verzoeting  indiceren zijn er wel (minder Deens lepelblad, mogelijk meer: grote boterbloem) maar qua bewijsvoering vind ik het dun om vanuit aangetroffen soorten de abiotiek te herschrijven. Ondertussen wordt de versnelde successie naar bos hier wel aan opgehangen (plus drie andere factoren: stikstof, minder beheer en klimaat).

Belangrijke verzoeting, zichtbaar in de vegetatie is opgetreden in alle oevergebieden langs het Oostvoornse meer (ondanks dat dit zelf brak is). D.w.z. het Groene stand van weleer is op de schelprijke banken (waar de overmaat aan kalk alle fosfaat lijkt te binden en extra stikstof zo niet tot expressie komt)  die goed worden gemaaid een lange smalle strook  met de allermooiste duinvalleivegetatie  van ons land geworden (die rond 1990 landinwaarts lagen). Ook het Parnassiavlak eo. en Hoekje Jans behoren nu tot de floristische top van Voorne terwijl dat 40 jaar terug gebieden waren met een duidelijker zilte karakter, wat jij ook in je kevers terugzag.

Het autostrand met vele pioniersoorten verdween maar meer zout hebben we ook dankzij aangroei ten westen van de Brielse gatdam. Het heet officieel de Slikken van Voorne, maar de gorzen zijn voor flora en kleine fauna veel interessanter. Welke vegetaties en in welk tempo het is ontstaan, is goed gedocumenteerd door Rijkswaterstaat in openbare stukken.

Zuur

Je memoreert afname van kevers van zure wateren, maar ik weet niet waar die watertjes op Voorne liggen dus zou willen weten waar dat is. Op Voorne is er zijn vrijwel geen echt zure habitats; zwakzuur is de toplaag van de Kleine heveringen en wellicht een enkele oude koeienpit. Bijna alle oudere licht zure plekken met dophei, pijpenstrootje en struikheide zijn verdwenen (door verrommeling, aanleg van parkeerterrein etc).

Verzuring komt lokaal wel in duinvalleien voor, met name op basis van mijn indruk dat de indicatieve grote wederik soms sterk toeneemt. Zie o.a de Gamandervallei en ook delen van het Groene stand en de Eerste zanderij. Waar toestroom is van basenrijke kwel blijft het systeem lang in stand, zie mijn analyse van de Eerste zanderij, ook een plek waar de flora eerder vooruit dan achteruit is gegaan. Zeer basenrijke valleien als voorheen de zeer rijke Muggenorchisvallei zijn evenwel ontkalkt geraakt. (Zo kan elke vallei weer een ander verhaal vertellen…neem nou het Vliegveld…is nb opgehoogd in 1937 toen er nog vliegtuigjes vertrokken,  las ik bij Sipkes, terwijl we steeds denken met een intacte primaire duinvallei van doen te hebben).

Biotische processen en beheer

Grotere veranderingen waarover we het eens zijn -al ontbreken de harde getallen- zijn meer struweel & bos en veroudering van landinwaarts gelegen valleien. Structuren veranderen maar dit wordt slecht gekwantificeerd. Net als beheersingrepen: we zien ze, soms zijn ze logisch, maar rapportages voor en na de ingreep zijn afwezig (Zuid-Hollands Landschap) of t.a.v. de fauna ontoereikend (Natuurmonumenten, de Pan/Stekelhoek) terwijl vlinderkenners bepaald geen vooruitgang na ingrepen kunnen waarnemen en slakkenkenners spreken zelfs van kaalslag. Hoe doen kevers het nu in die grote stukken die afgeplagd zijn? Ik ben benieuwd of je daar in je analyses iets van kan zeggen, mocht je een onderzoekssroute precies in zo’n landschap met ingreep hebben liggen. En werkt begrazing positief op de keverfauna, ook buiten het aanbod van mest? Je geeft al enkele indicaties maar lees graag het hele verhaal.

Een bijzondere nieuw proces van de laatste 40 jaar (met effecten op bosstructuur)  zijn de enorme toename van maretakken op Voorne. Bekend als ‘halfparasiet’ blijken ze in het dit duin wel degelijk dodelijk: zie de vele stervende abelen en populieren in bv. het van Itersonbos. En zijn er aan maretakken gebonden kevers?

In de bosflora (proefvlakkenonderzoek genoemd in Duinen en mensen 2023) ziet van Heerden meer groot heksenkruid, bosandoorn, roberstkruid,  wilde kardinaalsmuts,  maar ook minder: dagkoekoeksbloem, drienerfmuur en heggenrank. Grappig is dat niettemin het heggenranklieveheersbeestje, redelijk algemeen in het zuiden bij mij op Goeree zeer recent ook op Voorne is aangetroffen. In waarneming.nl is de eerste uit 2026.  Je lijst van 1408 blijkt verrassend compleet.

Dat brengt me op een incomplete lijst plantensoorten die er recent (veel) meer zijn: oa. echte en guldensleutelbloemen,  bolletjeskers, steenanjer, muskuskruid, welriekende agrimonie, blauwe knoop (zeer veel op merkwaardig opgehoogde delen van Groene strand). Ook zijn er meer hierop levende kevers?

Onder nieuwe woekeraars (met al dan niet interessant kevers?) noem ik: reuzenbereklauw, Japanse wijnbes, gewone esdoorn, hulst, dijkviltbraam en veelbloemige roos. In ons boek uit 2023 meld je:  ” Ook opvallend zijn inheemse keversoorten die zich uitbreiden dankzij aanpassing aan invasieve uitheemse planten. Een nieuwe verschijning is bijvoorbeeld het vroeger in ons land zeldzame meeldauwlieveheersbeestje (Halyzia sedecimguttata). Eind 20e eeuw voegde deze soort de steeds algemener wordende esdoorn toe aan het portfolio van boomsoorten waar zij op leeft (vooral es en berk), en die verandering heeft geleid tot een sterke toename; de soort is nu algemeen. Op Voorne is hij, net als elders in het duingebied, een van de meest voorkomende lieveheersbeestjes in de binnenduinbossen.” Kan je dat ook meenemen en uitwerken in je definitieve rapport?

Keverorchis, foto Ronald van Wijk

In Duinen en mensen staan tenslotte vele soorten die er ook echt minder zijn. Ik ontkom er niet aan om af te sluiten met de keverorchis, een ingetogen groengeel bloeiende orchidee: voor mij 30 jaar geleden een zeer gewone Voornse plant, nu met een lampje te zoeken. En welke kever heeft hier iets mee?

Enkele citaten uit tussenrapportage 2023

 

About the Author

Social Share

    Leave a Reply Reactie annuleren

    *
    *

    Doorzoek alle artikelen

    Dossiers

    Herfstschroeforchis
    Zeedorpen
    Papenberg, Castricum
    Duinen als erfgoed
    Schiermonnikoog
    Groene stranden
    Reflecties
    Landgoederen
    Dijk of duin
    Kwade Hoek, Goeree
    Westduinen, Goeree
    Bokkepolder, Goeree
    Natuurerf
    Zeer natte duinen
    Dennenkap
    Duinschilderijen
    Veldnamen
    Website Natuurmonument de Beer
    hotspots duinen wandeling Bezoek hotspots bloeiende duinen

    Duinen en mensen: boeken & website

    Het project 'Duinen en mensen' omvat een serie boeken + website over de Nederlandse kust. Cultuur en natuur van het kustlandschap worden gelijkwaardig en veelzijdig beschreven. Met honderden nieuwe kaarten en de laatste stand van wetenschap. Kennemerland (2009), Noordkop en Zwanenwater (2011) en Texel (2013). In 2023 verscheen Duinen en mensen Voorne. Meer over het tot stand komen van deze boeken. De website is continu in ontwikkeling en omvat ca 1000 berichten, boeken, films die gerelateerd zijn aan de boeken of de daarin behandelde onderwerpen. De website is een openbaar archief. Mocht u menen rechten te kunnen ontlenen aan gebruikte tekst of beeld, laat het weten dan zoeken we een oplossing. Deze website wordt draaiende gehouden door een vrijwillige redactie. Nog wel beschikbare titels (o.a. Voorne, Texel) zijn elders te bestellen.

    Maandelijks archief van berichten

    Digitale documentatie duinen Voorne

    Deze site van het streekarchief is onderdeel van Kenniscentrum Duinen

    Deze site is tot stand gekomen met steun van het Cultuurfonds en ondergebracht bij het Streekarchief Voorne-Putten

    Redactie: Rolf Roos & Nico van der Wel, m.m.v. Henk Terhell, Machiel van Wijngaarden, Danny Zuurbier, Bob Benschop (eindredactie)
    Ontwerp en ontwikkeling: toomanywords.nl