Fischer’s weid (Texel), een natuurerf avant la lettre en een spoor naar Thijsse in de oorlog
Rolf Roos
Het enige bezit van Landschap Noord-Holland op Texel is een recente schenking van de weduwe van de Noord-Hollandse natuurbeschermer Han Fischer (1917-2006). Half verborgen langs een heel oud weggetje aan de oostkant van De Koog liggen door walletjes omringde weilanden en een lapje bos, 1,5 ha groot. Houtsnippen baltsen hier in het voorjaar knorrend boven het weiland. Fischer’s weid vertoont een voor Texel wel heel aparte weelde aan bos- en weidebloemen. De plantenkenner herkent de hand van tuinlieden met een hart voor wilde planten. Achterin staan drie merkwaardige boetjes van rode steen.
Lees verder de twee pagina’s over Fischer’s weid uit het boek Duinen en mensen Texel.
Update september 2025: een spoor naar Thijsse
Bij archiefopruiming kwam ik een getypte tekst tegen van Han Fischer uit 1998. Ik kreeg deze van Harry Wuis, voormalig hoteleigenaar uit de Koog die mij gastvrijheid bood bij het schrijven van het boek Duinen en mensen Texel in 2012. Harry heeft in 1998 een beeld van Jac. P Thijsse in de duinen onthuld en Han Fischer hield bij die gelegenheid een uitgebreide toespraak waarin hij een viertal bezoeken aan Thijsse in Bloemendaal memoreerde. De hele tekst inclusief verslagen over die bezoeken in de oorlog in 1943 en 1944 en vlak voor Thijsse’s dood in 1945 is hier opgenomen. We geven hier enkele citaten.
Uit de tekst spreekt een montere en anti-Duitse, maar voorzichtige Thijsse. Hij bleef de idealist die hoopt dat na de oorlog er een groot Nationaal Park van de duinen van Cadzand tot Rottum zou komen. De verbrokkelde realiteit van nu geeft wel een ander beeld. Han Fischer was tijdens de oorlog met J.C. Ladiges ondergedoken in het Naardermeer. Samen deden de enthousiaste vogelaars ter plekke onderzoek:
Op 21 November 1942 schreef ik Thijsse een brief over ons onderzoek en drie dagen later lag er zijn enthousiaste antwoord in de bus, “Heel graag zal ik U beiden Zaterdagmiddag ontvangen om 4 uur, wanneer ik ben herrezen uit mijn middagrust. Het verheugt mij, dat U beiden het ornithologisch onderzoek van het Naardermeer aanvaard hebt.Wij kunnen er allemaal veel plezier aan beleven.”
Ons eerste bezoek aan Thijsse op 24 November 1942 in huize “Binnenduin”. Thijsse doet ons zelf open en stapt in het schemer naar buiten. Daar staat ons idool, een moment om nooit te vergeten. Hij opent met een joviaal “Wie is Fischer en wie is Ladiges”, Jongens ik heb veel over jullie waarnemingen gelezen en dan dacht ik vaak “wat zouden dat toch voor snaken zijn”!
“Jongens als je geheimen hebt, mij niet vertellen; want ik ben een flapuit! Bordjes verboden toegang heb ik niet altijd gerespecteerd. Ik ben altijd met de zondaren geweest.”
De jaarvergadering van Natuurmonumenten in Kras op 20 Maart 1943 komt ter sprake. Hier trok de NJN nogal van leer tegen het gevoerde beleid. Hij toont veel begrip voor de verlangens van de jeugd, maar is het niet eens met de manier waarop deze verlangens worden geüit. Intussen zet hij voor ons een kopje surrogaat thee.
De aantasting van de duinen door de Duitsers voor de Atlantik Wall. Hij maakt zich daarover nog geen zorgen. Direkt na den oorlog flink aanpakken en dan maken we er één groot reservaat van van de Belgische kust tot Rottum.
“Alles ligt klaar als ik dood ga. Nico Tinbergen neemt het redacteurschap over van de Levende Natuur. We zijn bezig een blad te maken voor jonge biologen. Ik zou het verbazend leuk vinden. daarin ook bijdragen van jullie op te nemen. Helaas zitten vele van mijn opvolgers achter prikkeldraad, maar dat gaat snel anders worden.”
We hadden hem in de tussentijd geïnformeerd dat we verloofd waren. Zijn vraag “Krijgen jullie geen mot met de dames, dat ze jullie zo vaak moeten missen voor het onderzoek. Je moet ze maar vast voorbereiden dat het met jullie nooit vetpot zal worden”, volgt in vrolijkheid.





