over de site | contact | info auteurs | toegang auteurs
  • Home
  • Nieuws
  • Thema’s
    • Ontstaan van de kust
      • Duinen als zeewering
      • Klimaat en duinen
    • Archeologie
    • Zeedorpen
    • Jacht
    • Duinlandbouw
    • Cartografie
    • Veldnamen
    • Militaire kustverdediging
    • Waterwinning
    • Natuur en landschap
      • Flora en vegetatie
      • Fauna
      • Bos
      • Natuurbeheer
    • Strand
    • Recreatie
    • Beeldende kunst
  • Gebieden
    • Zeeland
    • Zuid-Hollandse eilanden
    • Zuid-Hollandse vasteland
    • Zuid-Kennemerland
      • Amsterdamse Waterleidingduinen
      • Nationaal Park Zuid-Kennemerland
      • Kennemerstrand
    • Noord-Kennemerland
      • Wijk aan Zee
      • Noordhollands Duinreservaat
      • Bergen
      • Schoorlse Duinen
    • Noordkop
      • Camperduin-Petten
      • Zwanenwater
      • Zijpe- en Hazepolder
      • Callantsoog
      • Noordduinen
      • Den Helder
    • Texel
      • Zuidpunt van Texel
      • Duinen bij Den Hoorn
      • Duinen bij De Koog
      • Ten noorden van De Koog
    • Vlieland
    • Terschelling
    • Ameland
    • Schiermonnikoog
    • Rottumerplaat / Rottumeroog
  • Landschapselementen
    • Eendenkooien
    • Landgoederen
    • Wegen en paden
    • Kanalen
    • Stuifdijken
    • Agrarisch
    • Militair
    • Heemtuinen
    • Recreatief
  • Portretten
  • Onderzoek
  • Hotspots
  • Programma
rss

Artikel

31
JAN
2025

Flora en vegetatie van de Nieuwendijk op Goeree 1979-2022

GoereeUitgelicht
Tags : Bokkepolder, dijkenvanzand, kwadehoek, Nieuwendijk, onderzoek
Posted By : Redacteur
Comments : 2

Tim Pelsma & Rolf Roos

  • Overname van fragmenten of beeld uit deze publicatie is niet mogelijk zonder toestemming (hier graag melden). Overname van de gehele samenvatting inclusief de link naar dit artikel wordt evenwel op prijs gesteld.
  • Met dank aan: Joost Buiks (Provincie ZH) en Max Simmelink (Natuurmonumenten)
  • (Overzicht van alle online artikelen over de omgeving van de Goereese Nieuwendijk/Bokkepolder: klik hier.)

“Typeerend voor de dijken zijn: Agrimonia eupatoria L., Ononis spinosa L., Eryngium campestre L., Crepis taraxacifolia Thuill. Soms treden meer de duinplanten als Polygala vulgaris L. var. ß oxyptera, Thymus serpyllum L., Briza media L. op, wellicht is dan zandgrond bij den dijkaanleg gebruikt.”

“Typerend voor de dijken zijn gewone agrimonie, kattendoorn, gewone kruisdistel, paardenbloemstreepzaad. Soms treden er meer duinplanten als gewone vleugeltjesbloem, grote tijm, bevertjes op, wellicht is dan zandgrond bij de dijkaanleg gebruikt” (Weevers, 1920 over de flora van Goeree)

Samenvatting

Onderzoeken vanaf 1979 door provincie, Natuurmonumenten en vrijwilligers van de op Goeree actieve vereniging NLGO geven inzicht in de bijzondere rijkdom van de bijna 300 jaar oude Nieuwendijk gelegen net ten zuiden van de Kwade Hoek. Als onbemest hooiland dat jaarlijks 1 of 2 keer wordt gemaaid is de begroeiing tussen april en september een bloemrijk spektakel. Beeldbepalend in dit als ‘glanshaverhooiland’ te kenschetsen natuurgebied, zijn hoogopgaande grassen, knolboterbloem, kruisdistel, veldzuring, wilde peen en jakobskruiskruid. Noord- en zuidhelling en bovenzijde zijn verschillend. Vooral op de noordhelling leven veel mollen.

Op basis van in het programma TURBOVEG uitgevoerde analyses van provinciale permanente proefvlakken (vier op noordhellingen en vier op zuidhellingen) bleek dat de soortenrijkdom van de dijk als geheel min of meer stabiel is, maar dat de noordhellingen tekenen van toename laten zien terwijl de zuidhellingen licht afnemen. Er zijn (in  de proefvlakken) geen aanwijzingen gevonden voor verruiging; de afvoer van voedingstoffen via hooien lijkt in balans met de influx van meststoffen uit o.a. de lucht. Veertig jaar hooilandbeheer toonde verrassend genoeg ook geen aanwijzingen voor verschraling, wel lokaal een lichte mate van verzuring (meer reukgras en gewone veldbies ) en afname van kenmerkende soorten als zachte haver. Of we het moeten beschouwen als ‘maaien tegen de klippen op’ of ‘succesvol natuurbeheer’ is de vraag. Er zijn argumenten voor beide opties. Langer geleden was er vaker sprake van een deels kale bodem, de laatste decennia is de vegetatie steeds meer gesloten geraakt.

Pal aan de wegkant: beemdkroon, kruisdistel en moeslook

De natuurwaarde van de dijkhellingen (meer dan 200 soorten hogere planten) is groot. In totaal werden in diverse onderzoeken tien soorten van de Rode Lijst aangetroffen, waarvan enkele met grote aantallen  (beemdkroon, moeslook, nachtsilene). Voor Rode lijstsoorten die gebonden zijn aan grotere openheid of meer lage vegetaties (lathyruswikke, ruwe en gestreepte klaver) lijkt slechts incidenteel  en kortstondig plek. Vergeleken met een integrale kartering van alle soorten (wat maar zelden gebeurt), is bij proefvlakken de trefkans gering.

De onderzoeken door de jaren heen vullen elkaar goed aan. Het provinciale netwerk van permanente proefvlakken maakt het ook mogelijk trends te ontrafelen. Het is belangrijk dat dit netwerk intact blijft en dat de gegevens openbaar worden gepubliceerd, inclusief de trendanalyses die o.a. voor ‘Stand van de Natuurrapporten’ onmisbaar zijn.

Dat proefvlakken maar een beperkte blik op de werkelijkheid bieden blijkt wel uit de melding dat buiten proefvlakken wordt aan de dijkvoet verruiging optreedt en bijenonderzoekers melden verruiging met dauwbraam. De toename van dauwbraam wordt in de proefvakken maar beperkt waargenomen Je hoeft geen expert te zijn om te zien dat veel maaisel op de noordzijde na het hooien blijft liggen. Nauwgezet blijven volgen en kleinschalig beheren lijkt het adagium.

Nieuwendijk in het kort

Nachtsilene: een rode lijstsoort die alleen op het oostelijk deel van de Nieuwendijk voorkomt. Bron: waarneming.nl

De uit 1727 daterende Nieuwendijk is een inlaagdijk die eeuwenlang als hooi- en weiland is gebruikt. Het ca 4m hoge dijklichaam bestaat uit kalk- en mogelijk ook leemrijk zand. De warme en steile zuidzijde is in het huidige kale polderlandschap een botanisch lichtpunt met de bloei van tijm en geel walstro. Op zuidzijde maar ook bovenop staan veel beemdkroon en kruisdistel. Beeldbepalende grassen van voorjaar tot nazomer zijn: reukgras, zachte haver, glanshaver, goudhaver en witbol. Behalve een groot verschil tussen noord- en zuid is er een frappant onderscheid tussen oost en west, ruwweg  aan weerszijden de doorsnijding van de dijk door de weg. De oostzijde is veel bloemrijker. Bodemonderzoek door Marten Annema (mondelinge med.) toonde aan dat dit dijkdeel veel zandiger is en het westelijker deel meer zavelig.

Ook voor andere soortsgroepen is de dijk van bijzondere betekenis. Bij bijenkenners is de dijk bekend vanwege de vele tientallen soorten, de dagvlinderstand was tot voor kort redelijk rijk. Recent is gebleken dat de dijk een van de rijkste vindplaatsen in ons land is van de zeer zeldzame kruisdisteloesterzwam. Zie de online bibliotheek van artikelen over Bokkepolder waar de Nieuwendijk de zuidzijde van vormt.

Sinds 1979 wordt de flora van de dijk onderzocht door de provincie Zuid Holland als onderdeel van het provinciaal vegetatiemeetnet, onderdeel van LMF. Het gaat om 3-jaarlijkse herhalingsopnames van permanente proefvlakken, die om vergelijking mogelijk te maken zoveel mogelijk op vergelijkbare datum worden gelegd. Het doel van het  LMF meetnet, vanaf begin 2000, is het uitwerken van landelijke trends in verzuring, vermesting en verdroging.

Beheer van kwetsbare zuidhelling door Jan en Walter van Natuurmonumenten

Sinds 1984 is de dijk in beheer bij Natuurmonumenten die het beheer grotendeels uitbesteed (via verpachting met voorwaarden) aan een lokale boer die 1 of 2 per jaar maait en hooi afvoert; de meest bloemrijke zuidzijde wordt ook  (deels) kort gehouden door Natuurmonumenten zelf, bijgestaan door vrijwilligers. Er  is een (westelijk) deel van de zuidhelling dat sinds enkele jaren ongemaaid blijft, vanwege ‘structuurvariatie’ maar of dat goed is voor de flora of de vele wilde bijen wordt betwijfeld.

Bedreigingen van de dijk liggen naast veranderingen in het klimaat en inwaaien van grond (in zomer, na de oogst), meststoffen en bestrijdingsmiddelen uit de naastgelegen Rooklaasplaatpolder,  mogelijk ook in het  hooibeheer (waarbij veel maaisel blijft liggen en de bodem wordt ingereden ), verruiging door delen ongemaaid te laten (waardoor brandnetels, fluitenkruid en meidoorn zouden kunnen opduiken) en stuk rijden van de berm en dijkdelen door passerende auto’s en  landbouwvoertuigen, soms is er ook misbruik door squads en motorcrossers. De laatste 5 jaar is er ook onvoorzien graafwerk uitgevoerd: een breuk in een hoofdwaterleiding en onderlangs het talud aan de wegzijde van de verbrede Galgeweg.

In droge jaren is er een beperkte productie maar in natte jaren zoals 2024 wil het gewas flink groeien waardoor zowel op noord- als zuidhelling grassen mogelijk meer lijken te domineren dan voor het gestelde doel  (gericht op bloemrijke dijk) goed is. Berichten over trends zijn  fragmentarisch (Simmelink, 2017) of anekdotisch: ” Er komt steeds meer kruisdistel” (een aanwonende). Of: ” er is nu zoveel jacobskruiskruid dat het niet meer naar het vee kan”, (2024, de beherende boer). Of: ” ik heb het idee dat er meer beemdkroon groeit ook aan de noordzijde richting Helmdijk,”(een boswachter). Behalve de melding van achteruitgang van klaversoorten bij Natuurmonumenten (Simmelink, 2017) zijn er geen onderbouwde trends bekend. Maar wat levert 40 jaar hooilandbeheer hier op? Veel mensen die de dijk al jaren kennen vertellen iets maar of het klopt? Is er echt minder tijm? Neemt beemdkroon ook aan de bovenzijde echt toe? Is de bloemenrijkdom minder? We proberen aan de hand van diverse bronnen deze vragen deels te beantwoorden.

In dit artikel proberen we zicht te geven op trends in de vegetatie op basis van alle onderzoeken die openbaar zijn.  Een verzoek om inzage te krijgen in niet ontsloten monitoringgegevens van Natuurmonumenten werd niet gehonoreerd.

Vraagstelling

  1. Zijn er trends zijn in soortenrijkdom en bedekking?
  2. Zijn er trends bij rode lijstsoorten (10 stuks) en andere belangrijke graslandsoorten (maar thans niet bedreigd): oa St janskruid, peen, muizenoor, schapenzuring, pastinaak, morgenster, hazenpootje, aardaker, reukgras, veldbies, goudhaver, zachte haver, knolboterbloem, margriet, grote tijm, jacobskruiskruid, gewone kruisdistel, biggenkruid, gewone rolklaver, kraailook, smalle weegbree, zachte ooievaarsbek, akkerhoornbloem, zandzegge, glanshaver, zachte dravik, gewoon struisgras, duizendblad etc).
  3. Is er sprake is van verschuiving in vegetatietypen in de proefvlakken van de provincie?
  4. Is er sprake is van aantoonbare verschuivingen in de abiotiek bv. rijkdom aan voedingsstoffen?

 

Bronnen flora en vegetatie

Dankzij verschillende bronnen is een goed beeld van de flora van de Nieuwendijk te verkrijgen, inclusief trends.

  1. Inventarisaties door vrijwilligers NLGO Nieuwendijkin 2017 en 1986
  2. Provincie Zuid-Holland: Vegetatieopnames Nieuwendijk 1979-2022
  3. Simmelink. M. 2017. Flora- vegetatie- structuurkartering Polders van Goeree 2016. Intern rapport Natuurmonumenten; samenvatting
  4. Waarneming.nl: gegevens Nieuwendijk 2010-2024

Ligging proefvlakken Provincie; Bron: Provincie Zuid-Holland | Gebiedsviewer Zuid-Hollands Programma Landelijk Gebied. Viewer Online

Al deze bronnen kennen voor- en nadelen, waaronder:

  • fragmentarisch want kortdurend bezoek/ vrijwilligerswerk (1, 4)
  • voor trends onbetrouwbaar want groot waarnemerseffect (o.a. zeer uiteenlopende aantallen waarnemingen) (4)
  • niet gebiedsdekkend maar alleen proefvlakken (2)
  • niet openbaar voor derden raadpleegbaar (3)

De beperkingen overziend gebruiken we het degelijke rapport van Simmelink (3) in die mate waarin we er uit mogen citeren (zie aparte pagina en kaart) en baseren we ons qua trends m.n. op de provinciale gegevens (2).

Soortenlijsten

We hebben uit alle data een overall soortenlijst opgesteld die hier is te vinden. Een samenvattende tabel vind je hieronder.

Samenvatting van soortenaantallen (hogere planten) van de Rode Lijst per bron plus aanduiding van de gebruikte methode.

Grote tijm en geel walstro

Zoals niemand volmaakt is is ook geen bron ‘compleet’.  Data afkomstig uit alle bronnen en verworven via verschillende methodes zijn waardevol omdat ze soms aanvullende soorten opleveren. Zo is waarneming.nl de enige bron van het voorkomen van de moeslook, een voor bloemdijken in de delta zeer kenmerkende soort. Dat deze (waarschijnlijk al decennia aanwezige soort) gemist is bij de provincie en rapport Natuurmonumenten 2017 is  begrijpelijk vanwege het zeer late bloeien en de bescheiden bloeiwijze die niet elke flora-medewerker paraat heeft. Bij de provinciale data ontbraken, door de tijdstippen van de vegetatieopnames, ook de vroege bloeiers  sneeuwklokje, vroegeling, kandelaartje en gewone veldsla. Dat men toch vroeg in het seizoen heel scherp kijkt blijkt uit een provinciale waarneming van lathyruswikke. Hoewel de rapportage van Natuurmonumenten minder dan de helft van de soorten beschrijft in vergelijking met de provincie is deze rapportage  adequaat t.a.v. de aanwezige rode lijstsoorten en bijzonder geachte karteersoorten (van asperge en gevlekte rupsklaver tot viltig kruiskruid, bijzondere grassen, pijlkruidkers en bijna alle rode lijstsoorten (m.u.v. moeslook, blauwe bremraap en gewone agrimonie). Voor zicht op soorten die in de natuurbescherming belangrijk worden geacht en verantwoording van subsidiegelden is de Natuurmonumenten-methode (ook uit oogpunt van arbeidsinvestering) heel effectief; wil men de hele biodiversiteit volgen dan werkt de methode van de provincie, aan te vullen met data van vrijwilligers (o.a.waarneming.nl). Methodes voor en door vrijwilligers zijn meestal onbruikbaar voor ruimtelijke of temporele vergelijkingen maar bieden wel vaak zicht op soorten die over het hoofd zijn gezien. Op waarneming.nl schitteren vooral de aaibare soorten (morgenster, grote tijm, geel walstro) en de mooi bloeiende (beemdkroon) en delven de grasachtigen en minieme klavertjes het onderspit.  Wel leverde waarneming.nl nog een handvol indicatieve andere soorten: vanaf 2022 en niet elk jaar: rattenstaartgras,  harige ratelaar, grote ratelaar, blauwe bremraap, behaarde boterbloem. Alle met een enkele vindplaats. Als deze datastroom verder toeneemt zal deze  aan waarde kunnen winnen.

Trends op basis van provinciaal meetnet

Hieronder bespreken we enkele resultaten.  De grafiek van aantal opnames per jaar vertoont na een intensieve start in 1979 veel fluctuaties. De opnames geven door de grote hoeveelheid ervan een goed beeld van de vegetatie. Er waren 16 verschillende waarnemers bij betrokken wat soms enige variatie in de opnames kan verklaren (het missen van soorten als smal beemdgras bijvoorbeeld, maar ook lijken er lacunes bij andere grassen, zoals Engels raaigras.).

Ligging van de proefvlakken langs Nieuwendijk: 4 aan de noordzijde en 4 aan de zuidzijde.

Trends bij soorten

Gemiddelde bedekking per jaar van glanshaver 1979 -2022

 

Van vele soorten zijn trends bekeken die we deels op een aparte pagina tonen. Bijna altijd gaat het om wisselende bedekkingen zonder duidelijke trend, behalve enkele soorten zoals goudhaver die in de jaren 90 verschijnt en daarna stabiel aanwezig is. Toename lijkt ook aan de orde bij zandzegge, reukgras en gewone veldbies.

Zachte haver

Er is afname bij zachte haver, een kenmerkende soort van dit type hooiland, mogelijk ook bij geel walstro en hazenpootje.

Hiernaast tonen we de grafiek met bedekkingen van de beeldbepalende grassoort glanshaver, tevens naamgever aan dit type hooiland. De fluctuaties kunnen samenhangen met het weer van een betreffend jaar maar ook met het opname tijdstip en de opnemer. Behalve ‘stabiele aanwezigheid door de jaren heen met wisselende bedekking’ is er weinig over te concluderen. Dit geldt ook voor beeldbepalende soorten als jacobskruiskruid (hoewel de soort iets lijkt toegenomen), beemdkroon en gewone kruisdistel.

Bij de 10 soorten van de Rode Lijst zijn er geen glasheldere trends. De laatste 20 jaar zijn er weliswaar meer gezien maar dat schrijven we primair toe aan een waarnemerseffect (er wordt door meer mensen op meer tijdstippen gekeken): o.a. moeslook.  De twee soorten bremraap (naast de blauwe ook de klavervreter, bovenop de dijk) die incidenteel de laatste 10 jaar zijn gezien kunnen een aanwijzing zijn voor verschraling.

Trends vegetatie

Hoewel de totale soortenaantallen door de jaren geen trend laten zien lijkt er wel een subtiel onderscheid tussen noord- en zuidhellingen. Bij de zuidhellingen neemt het aantal soorten licht af, bij de noordhellingen is er een kleine toename te zien, althans in de eerste 20 jaar. Zie bijgaande grafieken.

Soortenaantallen in opnames (4) in noordhellingen Nieuwendijk 1979 -2022

Soortenaantallen in opnames (4) in zuidhellingen Nieuwendijk 1979 -2022

 

 

 

 

 

 

 

Percentage kale grond in opnames (niet bekend van 1979)

Verder valt op dat de hoeveelheid kale grond in de opnames door de jaren heen minder wordt. Hieruit valt te concluderen dat de vegetatie zich door de jaren heen steeds meer sluit ondanks de toegevoegde dynamiek van de relatief zware maaimachine en vele mollen op de noordhellingen.

Uit de analyse van al het materiaal blijkt ook dat de dijk er in 1979  wat anders uit zag, alsof de vegetatie toen nog in een overgangsfase zat van wat ruiger naar schraler. Vermoedelijk werd de dijk in 1979 nog niet goed gemaaid (bijv. met maaisel dat bleef liggen) of zelfs nog gemest. Gestreepte witbol gaat over de hele meetperiode gezien achteruit, al zijn er meldingen dat de recente natte jaren (2023, 2024) weer toename te zien geeft.

In algemene zin is de vegetatie van de Nieuwendijk, zowel de noord, als de zuidhellingen op te vatten als een goed ontwikkelde glanshaverassociatie. Dit is vrij constant in de tijd over het onderzocht tijdvak van 1979 tot 2022.  Op (sub)associatie-niveau zijn er wel verschillen van plek tot plek (zie hiervoor de uitgebreide beschrijving per proefvlakreeks.

De aanwezige  kensoorten zijn van associatie zijn: glanshaver, pastinaak en beemdkroon. Pastinaak is echter zeldzaam. Ook ontbreken (in de opnames) de kensoorten groot streepzaad en glad walstro. De Nieuwendijk lijkt daarvoor in algemene zin toch te voedselarm en te weinig kleiig, wat ook blijkt uit het amper voorkomen van rietzwenkgras.

Op de hogere vegetatiekundige niveaus (glanshaververbond en -orde) zijn  ongeveer alle kensoorten aanwezig, met name: kropaar, goudhaver, gewone margriet, gewone paardenbloem, kleine klaver, timoteegras. Ontbrekende soorten op deze hogere niveau’s zijn bijvoorbeeld echte karwij en heel opvallend: de pinksterbloem ontbreekt.

Plaatselijk wijkt de vegetatie wel af van dit beeld, zo zijn er op de warme zuidelijke geëxponeerde stukken natuurlijk meer warmte- en droogte-resistente soorten te vinden zoals muizenoor en grote tijm, maar ook de knolboterbloem. Op de noordhellingen vindt men deze soorten niet of minder en dan zien we juist weer wel wat meer grassen.

Als we inzoomen op een enkel proefvlak (bv. 682) dan vallen ter plekke lokale trends en bijzonderheden op. Dit proefvlak aan de noordzijde was in 1979 veel ruiger met relatief veel Engels raaigras en gewone raket. Soorten die bleven maar wel afnamen in de tijd. Het is niet ondenkbaar dat eind jaren ’70 hier nog kunstmest werd gestrooid. In proefvlak 12 valt de hoeveelheid zandzegge weer op.

Boven en zuidzijde, 2019

Het lijkt niet spectaculair maar het is in het dynamische Nederland eigenlijk wel: Er zijn wel wisselingen in bedekking van de vele soorten van jaar tot jaar maar er zijn weinig opvallende trends in 45 jaar. Met name bij de grassen zijn enkele verschuivingen te zien over de afgelopen ruim 30 jaar. Maar zoals uit berekening van de diversiteitsindex is te zien is deze al 40 jaar ruwweg hetzelfde.

Shannon-diversiteitsindex Nieuwendijk 1979 -2022

Er zijn ook (in de proefvlakken) geen aanwijzingen gevonden voor verruiging; de afvoer van voedingstoffen via hooien lijkt in balans met de influx van meststoffen uit o.a. de lucht. 40 jaar hooilandbeheer toonde verrassend genoeg ook geen duidelijke aanwijzingen voor verschraling (wat wel te verwachten zou zijn bij jaarlijkse afvoer van biomassa), wel lokaal een lichte mate van verzuring (meer reukgras) en afname van kenmerkende soorten als zachte haver.  Met een negatieve blik is het hier ‘maaien tegen de klippen (van de vermesting) op’. Een stabiele hooiland samenstelling is – positief gezien – een regionaal wonder want de trends in populaties in het cultuurlandschap (dijken, graslanden, bermen, akkers, sloten, bosjes, erven) geven zelden aanleiding tot vreugde, al proberen waterschappen dit tij nu te keren. Kennelijk treffen we op de Nieuwendijk een sluitende ‘balans’ aan tussen aanvoer van voedingstoffen enerzijds (uit de bronnen landbouw, verkeer en industrie) en anderzijds het afvoeren met hooi. Over 4 decennia! Het zandige/droge karakter van de dijk helpt hier wel mee: klei zou veel meer voeding vashouden.

Bevertjes

Het historische gegeven van het voorkomen van bevertjes en ruig viooltje (deel Korte Nieuwendijk van het waterschap, NLGO, 1986) laat zien dat een veel schralere vegetatie goed mogelijk zou zijn als de milieucondities (nog) beter zouden zijn.

Kortom: de Nieuwendijk heeft een redelijk stabiele bloemrijke hooilandvegetatie die dankzij m.n. het provinciaal meetnet goed is te volgen. Kleine aanpassingen in het beheer (alles, ook de zuidzijde goed jaarlijks maaien en niet te laat in november) lijken gewenst. Het is ook de moeite waard de paddenstoelenflora eens goed te inventariseren (en dat enkele malen te herhalen)  en te vergelijken met graslanden elders. Juist langjarig en stabiele- niet bemeste- graslanden kunnen veel soorten paddenstoelen (zoals wasplaten) herbergen. Hieruit kan ook een aanwijzing worden verkregen van het potentieel.

Het verdient tenslotte aanbeveling dat de hele dijk minimaal 6 jaarlijks op alle soorten wordt gevolgd (naast de proefvlakken). Met name de vele soorten grassen en hun relatieve aandeel zijn indicatief voor de ontwikkeling. Wellicht kan de NLGO hier een rol vervullen.

Ook is het van belang de evaluatie van gevoerd beheer niet alleen over te laten aan terreinbeheerders, maar ook door onafhankelijke onderzoekers te laten doen. Hiervoor is het wenselijk dat alle beschikbare natuurwaarnemingen bij voorkeur online gedeeld worden door zowel overheden (provincie, waterschap, rijk), terreinbeheerders als particuliere natuurorganisaties. 

Bronnen

Inventarisaties door vrijwilligers  NLGO Nieuwendijk 2025 2017 en  1986

Provincie Zuid-Holland: Vegetatieopnames Nieuwendijk 1979 -2022

Gebiedsviewer Zuid-Hollands Programma Landelijk Gebied. Viewer Online

Simmelink. M. 2017. Flora- vegetatie- structuurkartering Polders van Goeree 2016. Intern rapport Natuurmonumenten; samenvatting

Waarneming.nl: gegevens Nieuwendijk 2010-2024

Tabel (excel)  met alle opnamegegevens PZH Nieuwendijk

Lees ook:

Maaien tegen de klippen op

Variatie in structuur verhoogt insectenrijkdom binnendijk 

 

Excel KNNV Voorne 2025

Gerelateerde artikelen:

  1. Planten, dieren, paddenstoelen & historie van de Bokkepolder (Goeree), vroeger en nu
  2. Vergeten duindijken hersteld?
  3. Herkomst en betekenis van de veldnaam ‘Kwade Hoek’
About the Author

Social Share

    2 Comments

    1. Redacteur 9 januari, 2025 at 11:55 Reply

      Aanvullende reactie van provincie ZH over beheer

      “Ook (maai)beheer kan relatief groot effect hebben. Volgens onderzoeksbureau van der Goes en Groot (die de opnames op de dijk voor de provincie verzorgt) kan het zijn dat in het verleden kleinschaliger, meer toegesneden op de situatie ter plaatse, werd gemaaid. Tegenwoordig lijkt het maaibeheer meer efficiëntie gedreven: als het nat is bij het maaien kan het zijn dat de vegetatie bij een druk maaischema blijft liggen in plaats van uiteindelijk afgevoerd wordt; ook zou het vaker kunnen voorkomen dat de vegetatie niet op het meest optimale tijdstip wordt gemaaid. Er vindt vooral verruiging/vergrassing onderaan de dijkvoet en op de noordhelling plaats.”

    2. Redacteur 28 januari, 2025 at 16:16 Reply

      Bijenonderzoeker Linde Slikboer vult aan: “Bij een “intensief” maaibeheer (minstens jaarlijks alles maaien) is er zoals besproken in het artikel (Van Slikboer e.a., 2025) weinig ruimte voor structuurvariatie en overwinteringsplekken voor insecten. Dergelijke plekken zijn in de omgeving echter wel rijkelijk aanwezig. De bijzondere vegetatie van de Nieuwendijk heeft een jaarlijkse maaibeurt nodig. We zien er al een toename van bijv. dauwbraam waardoor kruiden verdrongen worden.
      Wat we hooguit nog aan zouden kunnen raden is om het beheer nog kleinschaliger en zorgvuldiger uit te voeren, met kleine en lichte machines (liefst zelfs met een eenassige maaimachine), of zelfs met vrijwilligers. Zo wordt zo min mogelijk schade toegebracht aan bodem en aanwezige insecten. En er moet natuurlijk altijd op het juiste moment gemaaid worden (lastig te zeggen wanneer dan precies maar niet te laat in de herfst) en het maaisel moet heel goed afgeruimd worden.”

      Lees ook verder in artikel DLN, 2025

    Leave a Reply Reactie annuleren

    *
    *

    Doorzoek alle artikelen

    Dossiers

    Landgoederen
    Dijk of duin
    Kwade Hoek, Goeree
    Westduinen, Goeree
    Bokkepolder, Goeree
    Natuurerf
    Zeer natte duinen
    Dennenkap
    Duinschilderijen
    Veldnamen
    Website Natuurmonument de Beer
    hotspots duinen wandeling Bezoek hotspots bloeiende duinen

    Duinen en mensen: boeken & website

    Het project 'Duinen en mensen' omvat een serie boeken + website over de Nederlandse kust. Cultuur en natuur van het kustlandschap worden gelijkwaardig en veelzijdig beschreven. Met honderden nieuwe kaarten en de laatste stand van wetenschap. Kennemerland (2009), Noordkop en Zwanenwater (2011) en Texel (2013). In 2023 verscheen Duinen en mensen Voorne. Meer over het tot stand komen van deze boeken. De website is continu in ontwikkeling en omvat ca 1000 berichten, boeken, films die gerelateerd zijn aan de boeken of de daarin behandelde onderwerpen. De website is een openbaar archief. Mocht u menen rechten te kunnen ontlenen aan gebruikte tekst of beeld, laat het weten dan zoeken we een oplossing. Deze website wordt draaiende gehouden door een vrijwillige redactie. Nog wel beschikbare titels (o.a. Voorne, Texel) zijn elders te bestellen.

    Maandelijks archief van berichten

    Digitale documentatie duinen Voorne

    Deze site van het streekarchief is onderdeel van Kenniscentrum Duinen

    Deze site is tot stand gekomen met steun van het Cultuurfonds en ondergebracht bij het Streekarchief Voorne-Putten

    Redactie: Rolf Roos & Nico van der Wel, m.m.v. Henk Terhell, Machiel van Wijngaarden, Danny Zuurbier, Bob Benschop (eindredactie)
    Ontwerp en ontwikkeling: toomanywords.nl