over de site | contact | info auteurs | toegang auteurs
  • Home
  • Nieuws
  • Thema’s
    • Ontstaan van de kust
      • Duinen als zeewering
      • Klimaat en duinen
    • Archeologie
    • Zeedorpen
    • Jacht
    • Duinlandbouw
    • Cartografie
    • Veldnamen
    • Militaire kustverdediging
    • Waterwinning
    • Natuur en landschap
      • Flora en vegetatie
      • Fauna
      • Bos
      • Natuurbeheer
    • Strand
    • Recreatie
    • Beeldende kunst
  • Gebieden
    • Zeeland
    • Zuid-Hollandse eilanden
    • Zuid-Hollandse vasteland
    • Zuid-Kennemerland
      • Amsterdamse Waterleidingduinen
      • Nationaal Park Zuid-Kennemerland
      • Kennemerstrand
    • Noord-Kennemerland
      • Wijk aan Zee
      • Noordhollands Duinreservaat
      • Bergen
      • Schoorlse Duinen
    • Noordkop
      • Camperduin-Petten
      • Zwanenwater
      • Zijpe- en Hazepolder
      • Callantsoog
      • Noordduinen
      • Den Helder
    • Texel
      • Zuidpunt van Texel
      • Duinen bij Den Hoorn
      • Duinen bij De Koog
      • Ten noorden van De Koog
    • Vlieland
    • Terschelling
    • Ameland
    • Schiermonnikoog
    • Rottumerplaat / Rottumeroog
  • Landschapselementen
    • Eendenkooien
    • Landgoederen
    • Wegen en paden
    • Kanalen
    • Stuifdijken
    • Agrarisch
    • Militair
    • Heemtuinen
    • Recreatief
  • Portretten
  • Onderzoek
  • Hotspots
  • Programma
rss

Artikel

12
SEP
2025

Late recensie (1): Fredrik Sjöberg (2004) De Vliegenval

Geen categorie
Tags : late recensie, recensie
Posted By : Redacteur
Comments : 0

Rolf Roos

1 augustus 2025

Met ‘Beste Rolf Roos,’ begint de handgeschreven tekst op een ingestoken boekenlegger van Uitgeversmaatschappij Ad. Donker BV. Een datum ontbreekt, maar het zal rond het jaar 2015 zijn geweest. “Bijgaand stuur ik u met veel plezier een recensie-exemplaar van de ‘De Vliegenval’. “

Als je zo vriendelijk door de uitgever wordt bejegend, ga je wellicht geen dwarse dingen meer zeggen over de vreselijke nepquote op het titelblad (”Opgaan in een passie”) of over die mooie beestjes op de stofomslag die geen zweefvliegen zijn (hoofdonderwerp van dit boek), maar een geheel andere groep nl. wespvlinders. Zeer fraai, zeer zeldzaam en vooral een mooi verkopend plaatje. Foei! Tot zover enig ritueel gemopper. Bijna tien jaar later eindelijk een recensie, die zo bol staat van de citaten dat ik me zou moeten schamen.

Wat beschrijft dit boek? Het lijkt een biografisch eerbetoon aan de, voor de oorlog, in Zweden wereldberoemde René Malaise,  ontdekkingsreiziger en uitvinder van de naar hem genoemde vliegenval. Een vangtent die de diertjes richting dodelijke flesjes met formaldehyde leidt. Een val die iedere entomoloog nog jaren werk geeft om al die soorten allemaal uit te zoeken. Voor Malaise gold bovendien dat hij vele anderen voor decennia werk bezorgde. Naar hem zijn tientallen nieuw ontdekte en beschreven soorten vernoemd, waardoor je als verzamelaar in taxonomenland het walhalla bereikt. Jouw naam prijkt achter de soortsnaam. Of nog mooier: wordt de basis van een nieuw ontdekt geslacht.

Dat is slechts een van de vele draden. Maar het boek is geen biografie maar vooral een persoonlijke, vrolijke en taalvaardige poging om je onbegrijpelijke en onbegrepen geluk over te dragen aan niet-ingewijden. Een messscherpe lijn is er niet, maar de thema’s en invallen rijgen zich aaneen tot een wandkleed waarop tot in de uithoeken iets te ontdekken valt. De Zweed Frederik Sjöberg is een goed schrijvende nerd. En daar zijn er niet zoveel van.

Altijd was ik ‘s nachts buiten. Luisterde naar bosrietzangers, bespioneerde dassen, gapte aardbeien en gooide dennenappeltjes tegen ruiten van meisjes. Ik ving natuurlijk ook vlinders, hopen en was bijna altijd alleen (..)

Maar vlinders zijn natuurlijk niets voor mij. Niet zoals vliegen. Maar je ziet ze wel voortdurend in het landschap, net zo onwillekeurig als je krantenkoppen leest. Grote, mooie vlinders zijn net als vogels, bomen en veldbloemen de feitelijke inleiding tot al dat subtiele, al die nuances die een verschrikkelijke hoeveelheid kennis vereisen om het te begrijpen.

Geen bekentenisliteratuur & kennis maakt blij

In de Vliegenval lees je veel over de zweefvliegen-vangende entomoloog en zijn zijpaden zonder dat het bekentenisliteratuur wordt, waar het als tuinboek gepresenteerde ‘Modern Nature’ van Jarman wel onder lijdt. Maar, wellicht ter verontschuldiging, in dat boek overlijdt de auteur Derek Jarman aan Aids, jaren voor het geneesbaar zou worden. Geen spoor van persoonlijk drama bij Sjöberg, wel een prettig onderkoelde toon. Voor hij gegrepen werd door zweefvliegen werkte hij als toneelknecht:

Al een jaar later woonde ik op het eiland, samen met het meisje dat op een avond in het publiek zat en na afloop zei dat het stuk amusant was (…).

In het hoofdstukje ‘Mijn entree in de vliegensociëteit’ beschrijft hij de hilarische komst van een niet nader genoemde oppergod in Zweeds zweefvliegenland, die binnen een dag naar zijn afgelegen eiland reist om Frederiks vondst van de in Zweden uitgestorven gewaande Criorhina ranunculi eerst met wantrouwen te bejegenen om hem daarna ruiterlijk te feliciteren. Waarna een zeer ruime en aantrekkelijke bespreking volgt van alle vier eerdere vondsten. Over de eerste vinder Peter Wahlberg in 1874: “Waarschijnlijk was hij gelukkig. Zijn portret in de encyclopedie doet dat vermoeden”. Gevolgd door nog meer leesbare zijstraten, om dan te eindigen bij zijn eigen vijfde vondst met de relativering: “Later heb ik de soort nog vaak gezien, en anderen ook (…)”. Wie nu op internet zoekt over Criorhina ranunculi stuit op een Nederlandse naam, hommelwolzwever, en komt tot de lichte ontnuchtering dat het ‘gewoon’ een zeldzame soort is die ook in Engeland  regelmatig wordt gespot. Maar in Zweden zit de soort aan de noordgrens van zijn areaal en wordt het door de zeldzaamheid een ander beestje. Sjöberg karakteriseert de zweefvliegverzamelaar.

Wij zijn rustige mensen, die contemplatief aangelegd zijn en in het veld betrekkelijk aristocratisch te werk gaan. Rennen is niet noodzakelijkerwijs beneden onze waardigheid, maar te allen tijde zinloos, aangezien de vliegen veel te snel zijn.

Vangen, verzamelen en beschrijven, het waarnemen leidt tot kleine vondsten.

Het intense en volstrekt eigen geluid van een haastig voorbijvliegende narcisvlieg herkennen is leuk, om de eenvoudige reden dat kennis blij maakt.

De voorbijganger

Een doorlopende worsteling in het boek – een van de draden van zijn weefsel en tevens bron van vrolijkheid – is het contact met mensen die hem vragen wat hij nu eigenlijk aan het doen is. U kent die mannen en vrouwen wel die een oversized witgazen net over de vegetatie zwaaien. Dat vraagt om vragen naar wat men daar nu doet.

Maar op sommige dagen, de allermooiste, wanneer er veel mensen op pad zijn, kan het gebeuren dat ik het zat wordt om tekst en uitleg te geven, en dan begin ik te liegen,(…) “Wat doe je?”

”Ik vang vlinders.“

Dat is de goedkoopste leugen. Hij werkt bijna altijd uitstekend en lijkt niet tot vervolgvragen. De vlinderverzamelaar wordt, denk ik, beschouwd als een in zekere zin aandoenlijke persoon, kwetsbaar en een beetje zielig, iemand die je daar zonder verder commentaar in het zonnetje moet laten staan.

Vastbesloten als ik was om niet te liegen over een hypothetisch nut, heb ik mijn liefde voor de vliegenvangst voorgesteld als een kwestie van simpele en eenvoudige genotzucht, een uitlaatklep voor het eindeloze en eeuwige verlangen van de stumper om de top te halen. En dat is ook wel zo, maar er is nog iets anders (….)

Zeldzaamheid verklaren is een kunst, niet meer en niet minder. Soms kun je alleen maar onder de vragen van voorbijgangers uit als je vertelt over de zeldzame mestkever in de Himalaya, die ooit een goed en wijdverspreid leven leidde in de majestueuze stronthopen van de wolharige mammoeten, maar die zich nu, als een Russische vorst in ballingschap, behelpt met de magere uitwerpselen van jakken. 

De leesbaarheid van het landschap

Weer een andere draad in het boek is het verlangen om het landschap te begrijpen, en om het te lezen, in de taal van de vele soorten.

Hoe dan ook, een taal leren is nooit verkeerd. Laten we daarom even nadenken over de leesbaarheid van het landschap, en over de vraag of de natuur ongeveer zo kan worden opgevat als literatuur, of net zo ervaren als kunststof muziek. Dat is allemaal een kwestie van taalvaardigheid.

Als ik zeg dat het landschap literaire ervaringen van verschillende diepte kan bieden, bedoel ik dat: je moet allereerst de taal kennen waarbij de vliegen dan de woorden zijn, in een vocabulaire die uitsluitend uit dieren en planten bestaat, die binnen het kader van de grammaticale wetten van de evolutie en de ecologie allerlei verhalen kunnen vertellen.

Een ander idee van natuur 

Fredrik Sjöberg wijdt er geen grote passages aan maar heeft op basis van zijn veldervaring meer op met cultuurland dan met de ongerepte wildernis. En zijn venijnige uithalen naar de bureaucraten die het Zweedse natuurbeleid maken, doen vermoeden dat zijn zweefvliegenkennis niet altijd in tune was met het vigerende beleid waar men liever niet te veel discussieert over wat wel en niet waardevol is. Ook in ons land is er inmiddels een klein legioen aan in habitattypes (compleet met nummer)  orerende ambtenaren die een beginnende natuurliefde een doffe dreun kunnen geven.

De ongerepte natuur heeft haar verdienste, zeker, maar ze kan zich maar zelden meten met gebieden die door de mens verstoord zijn.

Ik word naar de tuinen getrokken of naar de weilanden, of wat er van over is. Voor mij zijn die wilder en rijker dan de mensloze natuur, veel leuker, net als akkers, lanen, kerkhoven, bermen en de barse colonnades van de hoogspanningsmasten in het bos. Daar zijn de vliegen!

Hij ging naar een verwilderd gebied, waar hij een eenzame, 8 m hoge espen stomp wist te staan. Die inventariseerde hij. Hij hield dat een paar jaar vol en verzamelde insecten op die ene boomstronk op een stuk kaalslag dat niemand anders de moeite vond om te onderzoeken, omdat het al verstoord was. Merkwaardig genoeg vond hij op zijn stronk, ongeveer evenveel bedreigde houtinsecten als alle andere inventariseerders samen aangetroffen op bijna 100 vierkante kilometer.

 Minder grappig is dat het natuurbeleid zelf een verstoord milieu is dat soms doorbuigt totdat het dreigt om te vallen. De stellingen zijn betrokken en de inzet is niet zelden zo hoog dat iemand die midden in het epicentrum van de plunderingen iets voorzichtigs zegt over fabelvliegen, er op voorbereid moet zijn vrienden te krijgen die jij niet wil hebben. Bovendien is het nooit zo simpel als het lijkt helaas, dus als puntje bij paaltje komt, mogen we geen andere conclusies trekken dan dat sommige pogingen op de waarde van de natuur te meten eleganter zijn dan andere niet per se beter, maar wel vreedzamer.

Meeneemprijs

Dit boek van Frederik Sjöberg hoort bij het beste wat ik ooit aan schrijfwerk over natuur en ons menselijk gezoek heb gelezen (ik ken lang niet alles), maar met die boodschap kreeg ik geen voet aan de grond, tot nu toe. Ik kreeg een recensie niet geplaatst bij Vroege Vogels (boeken zijn altijd lastig) en schaamde me. De hartelijke groet van bureaumedewerkster ‘Nelleke’ onder aan de boekenlegger bleef lang en laf onbeantwoord. Het is (in ons land) nog steeds geen kassucces, maar mijn belofte los ik nu wel in. Mensen, doe gul: voor de meeneemprijs van 7,90 euro bij de Slegte heb je een prachtexemplaar van een liefdevol geschreven boek; de tweede druk helaas ingenaaid. Negeer de ronkzinnen op de omslag, maar spel de bladzijden van het binnenwerk. En laat de behoefte om het boek te rubriceren rusten.

  • PS1 Tip: Negeer de twee slothoofdstukken en geniet van alles daarvoor. Hij blijkt ook kunstkenner, maar we hebben echt genoeg aan de filosoferende zweefvliegenman.
  • PS2 En tip voor de uitgever: noem een boek nooit ‘Vliegenval’. Als dit woord googelt verdwaal je in  het aanbod van de vele instrumenten voor uitroeiing en scrol je je suf voor je een boek vindt.
  • En hier een interview met Frederik Sjöberg uit the Guardian

Vertaling in 2014 uit het Zweeds,
 240 blz. ISBN 9789061006909. Eerste druk gebonden; tweede druk (2020) helaas niet.

 

 

 

 

Gerelateerde artikelen:

  1. Late recensie (2): Plantenrijk (1978) en Gras (1979) van Wim Schroevers
  2. Geschiedenis van de Wadden, een recensie
  3. Recensies en reportages Bloeiende duinen
About the Author

Social Share

    Leave a Reply Reactie annuleren

    *
    *

    Doorzoek alle artikelen

    Dossiers

    Landgoederen
    Dijk of duin
    Kwade Hoek, Goeree
    Westduinen, Goeree
    Bokkepolder, Goeree
    Natuurerf
    Zeer natte duinen
    Dennenkap
    Duinschilderijen
    Veldnamen
    Website Natuurmonument de Beer
    hotspots duinen wandeling Bezoek hotspots bloeiende duinen

    Duinen en mensen: boeken & website

    Het project 'Duinen en mensen' omvat een serie boeken + website over de Nederlandse kust. Cultuur en natuur van het kustlandschap worden gelijkwaardig en veelzijdig beschreven. Met honderden nieuwe kaarten en de laatste stand van wetenschap. Kennemerland (2009), Noordkop en Zwanenwater (2011) en Texel (2013). In 2023 verscheen Duinen en mensen Voorne. Meer over het tot stand komen van deze boeken. De website is continu in ontwikkeling en omvat ca 1000 berichten, boeken, films die gerelateerd zijn aan de boeken of de daarin behandelde onderwerpen. De website is een openbaar archief. Mocht u menen rechten te kunnen ontlenen aan gebruikte tekst of beeld, laat het weten dan zoeken we een oplossing. Deze website wordt draaiende gehouden door een vrijwillige redactie. Nog wel beschikbare titels (o.a. Voorne, Texel) zijn elders te bestellen.

    Maandelijks archief van berichten

    Digitale documentatie duinen Voorne

    Deze site van het streekarchief is onderdeel van Kenniscentrum Duinen

    Deze site is tot stand gekomen met steun van het Cultuurfonds en ondergebracht bij het Streekarchief Voorne-Putten

    Redactie: Rolf Roos & Nico van der Wel, m.m.v. Henk Terhell, Machiel van Wijngaarden, Danny Zuurbier, Bob Benschop (eindredactie)
    Ontwerp en ontwikkeling: toomanywords.nl