Vochtige duinvalleien of bloemrijke graslanden in de Bokkepolder op Goeree? De argumenten op een rij
Rolf Roos m.m.v. Krijn Tanis
In een kleine polder ten zuiden van de Kwade Hoek op Goeree, de Bokkepolder, zijn bewoners, overheden, landbouwers en natuurclubs bezig met toekomstplannen. Dit poldertje ligt ingeklemd tussen een oude bloemrijke binnendijk, de Nieuwendijk (met daarachter een grote ruime buurpolder de Rooklaasplaat), en de beboste duinrand/zeewering langs de Stellingweg met daarachter de zoute kwelder. In de Bokkepolder liggen een aantal grote erven met veel ‘particuliere natuur’ en er zijn nog enkele percelen in gebruik bij agrariërs, meestal voor maisteelt. Waar gaat het naartoe met dit rijke hoekje cultuurlandschap?
(Overzicht van alle online artikelen over de omgeving van de Goereese Nieuwendijk/Bokkepolder: klik hier.)
Sinds 2024 steekt de Provincie Zuid-Holland extra energie in oudere plannen om hier natuur te versterken en herstellen. Mogelijk kunnen de agrarische gronden weer in natuur kunnen worden omgezet, en kunnen de vele middelgrote grondeigenaren langs de Nieuwendijk zich hierbij aansluiten. Het ligt in de lijn der verwachting dat de lokale boeren die enkele percelen als akkers benutten, dan elders grond aangeboden krijgen of gecompenseerd worden. Voor de bewoners langs de Nieuwendijk en inwoners van het aangrenzende Havenhoofd is het spannend of de rust, die nu al vele dagrecreanten trekt, ook blijft gehandhaafd.
De Bokkepolder heeft een kleinschaligheid die vroeger op Goeree normaal was. Liefhebbers van een afwisselend landschap komen hier aan hun trekken. Waar kan je nog wielewalen horen? Diverse grondeigenaren langs de Nieuwendijk doen enthousiast mee om het landschap, hun landschap, nog mooier te maken door natuur op hun erf een extra kans te geven. Daarbij hoort een zeer rijke flora en fauna die we eerder in een aantal artikelen op een rij hebben gezet. Bloemen en bijen die elders verdwenen zijn leven hier nog volop. Komen er straks meer? Die kans is er! De vraag is alleen: welke richting kiezen we?
De Bokkepolder nader bekeken
De algemene trend in het poldertje – eigenlijk een ‘badkuipje’ zonder gemalen dat afvloeit naar lager gelegen sloten in aangrenzende polders – is dat het er jaarlijks eerder natter dan droger wordt, door de toenemende neerslag en kweldruk door zeespiegelstijging/klimaatverandering. Bossages die hier zijn aangeplant of zich spontaan hebben gevestigd groeien uit. Was er vroeger nog wel laag struweel, nu zijn er steeds meer opgaande bomen. De vogelstand verschuift: minder akker- en struweelvogels maar meer bosvogels. Zoals overal in ons land is de stikstoflast groot. Niet alleen door neerslag van stikstof uit de lucht maar ook door inwaaiend blad o.a. uit de verboste duinenrij op de zeereep langs de Stellingweg, en door instuivend zand uit de intensief gebruikte Rooklaasplaatpolder aan de zuidwestelijke zijde.
Zeer belangrijke natuurwaarden zijn de bloemen en bijen op de oude Nieuwendijk (uit 1727), die in de verboste duinrand veel minder aanwezig zijn. Ook enkele privé-erven herbergen veel natuur. Tot ca vijftig jaar terug waren er nog agrarische percelen met weidevogels en orchideeën, maar door vooral de maïsteelt en opgaand bos is dat verdwenen.
Nodig is vooral een goede analyse van het landschap, zoals goed beschreven in het boek van Marten Annema, ‘Het vroon ontrafeld’ uit 2020. Daarin vinden we op pag. 51 het rangordemodel. Hierdoor gaan we de grotere processen in het landschap begrijpen. Voor de Bokkepolder dienen we dan te weten welke bodems er zijn, wat voor grondwater er stroomt en hoe het stroomt, wat de belasting is met stikstof en welke autonome natuurlijke processen zich afspelen (denk aan successie en bodemvorming) naast de vele menselijke invloeden. Zo’n model scherpt het denken en dient te worden aangevuld met andere waarden in het landschap: cultuurhistorie en archeologie. Zo kan je alle pro’s en contra’s rond een ontwikkeling gaan afwegen. Enige twijfels daarbij zijn heel gezond.
Duinvalleien in de Bokkepolder?
In de gedachtenwisselingen over de toekomst van de polder wordt juist voor de oude agrarische grond ‘vochtige duinvallei’ geopperd. Vochtige duinvalleien bieden geweldig mooie vegetaties met parnassia en orchideeën, die de laatste twintig jaar overal in het duin zijn hersteld. Maar daar functioneren ook de bijbehorende natuurlijke processen. Een vochtige duinvallei is een jonge begroeiing, een ‘pioniersvegetatie’ op eerst kale grond. Die kale grond ontstaat van nature op twee manieren: bij kustaangroei, als een nieuwe duinenrij een strandvlakte afsnoert (primaire duinvallei), of door uitstuiven van bestaande duinen tot op het grondwater (secundaire duinvallei). Zo ontstaan in de naastgelegen Kwade Hoek, een groot aangroeiend duingebied, de komende tien jaar naar verwachting fascinerende grote nieuwe primaire valleien. Maar: de natuur geeft en neemt, want elk vallei groeit dicht, met de huidige stikstofdruk soms al in tien jaar, wat betekent dat je dan opnieuw zult moeten graven, zie natuurkennis.nl. Maaien kan het verouderen uitstellen, maar alleen vers zand, spontaan aangevoerd, is een natuurlijke remedie. Aanvoer van vers, voedselarm zand kan wel in het duin maar niet in een oud cultuurlandschap.
We zijn kortom erg voor vochtige duinvalleien, maar dan wel in de duinen. Nu is het denkbaar om de met stikstof en fosfaat belaste akkers deels af te graven, maar dat heeft alleen zin als je dat doet tot op de niet-verstoorde oude ondergrond van schoon zand en klei. Die ligt mogelijk pas op meer dan 30 centimeter diepte dus dat betekent een enorm grondverzet. Grond die je niet wegzet in een klein dijkje hier en daar. We zitten niet te wachten op hoge, voedselrijke zandwallen die lastig zijn te beheren en het doorzicht, een van de kwaliteiten van deze polder, zullen benemen.
Maar los hiervan: de Bokkepolder is nu een polder, een matig afwaterende badkuip waar water heel lang kan blijven staan terwijl een vochtige duinvallei in het voorjaar vlot moet droogvallen wil je echt orchideeën krijgen. In het duin zelf liggen valleien vaak zo hoog dat water vlot de ondergrond in kan. De bodem daar is een zeef, geen badkuip. In een deels uitgegraven Bokkepolder moet je wellicht voor de waterhuishouding meer gaan regelen. Een hogere waterstand? Dat geeft zorgen en kosten.
Een afgegraven polder geeft dus veel nattigheid, maar hoe staat het met de toevoer van ongewenste voedingstoffen? Een bloemrijke duinvallei vereist naast kalk een lage toevoer van stikstof. Die is nu al te hoog, ook door toevoer van organisch materiaal (blad en natuurlijke mest). Een bloemrijke duinvallei vereist ook een zandige bodem. De Bokkepolder, een voormalig getijdelandschap aan de rand van de kwelder van Rooklaasplaat/Rooklaasduinen, kent zowel zandige als kleiige delen, niet de normale uitgangsituatie voor een vochtige vallei.
<Kadertje: Vragen rond ganzen> Omdat er waarschijnlijk meer rust komt in de polder, met minder zware machines, is het niet onmogelijk dat er in de winter meer ganzen komen rusten. Ganzen verrijken zoals bekend de bodem of het water met hun mest, en menige duinvallei of duinmeer is daardoor achteruit gegaan. Nu kan je ganzen weren door boomsingels of bosjes maar die geven dan weer andere effecten: naast beschaduwing (waar de lichtminnende flora niet van houdt) ook bladval: niet goed voor de gewenste bloemen in het grasland. Ganzen zijn een aandachtspunt, maar voorlopig geen groot probleem. Het gaat er nu vooral om goed na te denken over de effecten op soortgroepen na ingrepen in het landschap.
Ten aanzien van de bomen zou het goed zijn dat de hoge populieren in de polder op termijn worden vervangen door elzen (van oudsher de boom in het natte milieu) of, op hogere zandruggen, door meidoorns of berken. Het lijkt in dit verband raadzaam om ook de aangrenzende dichtgegroeide zeereep mee te nemen. Die is rond 1978 opgehoogd met te slibrijk zand en is inmiddels helemaal dichtgegroeid. Geleidelijk omvormen tot struweel met bloemrijk grasland i.p.v. het huidige abelen/esdoornbos lijkt de gewenste werkrichting. Hier kan Natuurmonumenten samen met het waterschap het voortouw nemen.
<Kadertje: Vragen rond waterbeesten> Waterpartijen kunnen een el dorado worden voor muggen op plekken waar predatoren als vissen, libellenlarven etc. ontbreken. Dat wil je liever niet vlakbij de bewoning langs de dijk, de Stellingweg en in Havenhoofd. Vooral stilstaand geïsoleerd water zonder predatoren kan een bron worden van muggen; dat begint al met een verwaarloosde emmer waar water in blijft staan.
Poelen en waterpartijen lokken kikkers en padden die gelukkig weer muggenlarven en andere diertjes eten. Dat is mooi maar in het vroege voorjaar worden er vele doodgereden op de weg langs de Nieuwendijk en, vooral, op de Stellingweg. Genoeg reden om actief te voorkomen dat de polder een ‘ecologische fuik’ wordt voor deze soortgroep (amfibieën) en vooraf samen met de wegbeheerders paddenreddende maatregelen te nemen.
Graag bloemrijke weilanden: een hooiweide met vee in de nazomer
Kortom: de uitgangssituatie in de Bokkepolder is niet gunstig voor vochtige duinvalleien. Er zal teveel ‘inrichting en beheer’ nodig zijn: afgraven, grondverzet, waterhuishouding, vegetatiebeheer (maaien, plaggen) – al dat werk maakt het zeer kunstmatig en zal bovendien eens in de tien jaar moeten worden herhaald. Ook zijn grote en lage, in de winter blank staande gebieden vlak achter de zeewering een breuk met het bestaande landschapsbeeld (een polder). Verder: in tijden van zeespiegelstijging is enige zandmassa aan de voet van de zeewering (de zeereep van ca 12m +NAP) geen overbodige luxe. Daar moet je niet gaan graven. Beter idee: bloem- en bijenrijke weilanden in combinatie met toevoeging van enkele boomsingels, net als de bestaande bomenrijen zuid-noord georiënteerd. De weilanden zijn goed te beheren, ze kunnen hier en daar wat extra reliëf krijgen (maar geen groot graafwerk). Bloemenrijkdom sluit mooi aan op de rijke Nieuwendijk en wat er aan flora op diverse erven al aanwezig is.
Als landbouwgrond wordt omgezet naar natuur is het van belang om de bodem vooraf te verbeteren door op oude akkers twee jaar mais te telen ZONDER mestgift waardoor de bodem snel verarmt. Hierna kan hooi met zaad uit nabijgelegen bloemrijke weides (o.a het Waternest, Nieuwendijk) worden opgebracht, zaadverspreiding vanuit de bestaande drogere graslanden en vanaf dijk en erven zal spontaan gaan. Daarna een lange periode met twee keer maaien (juni en augustus) gevolgd door kort laten begrazen in het winterhalfjaar (met schapen of jongvee). Op termijn een enkele keer per jaar maaien, afhankelijk van de afname van de biomassa productie. Tenslotte nog een goede reden om de polder niet sterk te vernatten: voor schapen is dat slecht en natte bodems kunnen aan gort worden gelopen of door maaimachines sterk worden ingereden. Op het Waternest is dat al te zien. Elk toekomstplaatje van ‘nieuwe natuur’ zou moeten beginnen met het beheer: wie gaat het doen en is dat qua geld en inzet van vrijwilligers etc haalbaar?





Is het een optie om, als het bloemrijke graslanden worden, te oogsten zaad van de vlinderidylles hier in te zetten?
Beste Hans,
dank voor je reactie. Ik begrijp dat je bedoelt om zaad van elders naar Bokkepolder te vervoeren? Daar lijkt het a(ls het vochtige en drogere hooilanden worden) weinig aanleiding voor want in de buurt is al veel zaad (van Nieuwendijk, Waternest en enkele natuurerven) aanwezig. Andersom zou wel kunnen; hooi plus zaad van zuidhelling Nieuwendijk lijkt me heel geschikt (en is gebiedseigen) voor andere droge en zonnige plekken, ook de vlinder-idylles. Overleg daarvoor met de beheerder.
Rolf Roos