over de site | contact | info auteurs | toegang auteurs
  • Home
  • Nieuws
  • Thema’s
    • Ontstaan van de kust
      • Duinen als zeewering
      • Klimaat en duinen
    • Archeologie
    • Zeedorpen
    • Jacht
    • Duinlandbouw
    • Cartografie
    • Veldnamen
    • Militaire kustverdediging
    • Waterwinning
    • Natuur en landschap
      • Flora en vegetatie
      • Fauna
      • Bos
      • Natuurbeheer
    • Strand
    • Recreatie
    • Beeldende kunst
  • Gebieden
    • Zeeland
    • Zuid-Hollandse eilanden
    • Zuid-Hollandse vasteland
    • Zuid-Kennemerland
      • Amsterdamse Waterleidingduinen
      • Nationaal Park Zuid-Kennemerland
      • Kennemerstrand
    • Noord-Kennemerland
      • Wijk aan Zee
      • Noordhollands Duinreservaat
      • Bergen
      • Schoorlse Duinen
    • Noordkop
      • Camperduin-Petten
      • Zwanenwater
      • Zijpe- en Hazepolder
      • Callantsoog
      • Noordduinen
      • Den Helder
    • Texel
      • Zuidpunt van Texel
      • Duinen bij Den Hoorn
      • Duinen bij De Koog
      • Ten noorden van De Koog
    • Vlieland
    • Terschelling
    • Ameland
    • Schiermonnikoog
    • Rottumerplaat / Rottumeroog
  • Landschapselementen
    • Eendenkooien
    • Landgoederen
    • Wegen en paden
    • Kanalen
    • Stuifdijken
    • Agrarisch
    • Militair
    • Heemtuinen
    • Recreatief
  • Portretten
  • Onderzoek
  • Hotspots
  • Programma
rss

Artikel

21
FEB
2026

Leven met geschiedenis (epiloog uit: Bewogen kustlandschap, 1995)

Noord-Kennemerland
Tags : inleiding-historische-ecologie
Posted By : Redacteur
Comments : 0

Rolf Roos

(slothoofdstuk uit: Bewogen Kustlandschap, duinen en polders van Noord-Kennemerland, 1995, bewerkt 2026)

[Noot 2026: In 1995 ben ik  begonnen met lichtvoetig-stichtelijke slotpraatjes bij mijn boeken. Er was altijd van alles wat nog samen moest vloeien of met elkaar in verband moest worden gebracht. Slothoofdstuk ook als stijlbreuk met de voorafgaande teksten: Niet in derde maar in eerste persoon en als ik een essayistische schaatslag wilde uitproberen, niemand die me kon tegen houden op het gladde ijs. In 1995 koos ik ook voor veel poezie, soms omdat ik dacht dat anderen het echt veel beter konden verwoorden. Maar we beginnen met een fijn pittig citaat zoals van vogelkenner en fotograaf Strijbosch, al was het vanwege de ‘stommiteiten’ en  het woord ‘smullen’. En ook in dit stukje bak ik bouwstenen voor een synthese tussen natuur en het menselijk gewoel.]

Leven met geschiedenis

Wel heeft Kennemerland in de laatste kwart eeuw heel veel verloren zien gaan, dankzij Wateronttrekking, Wegenaanleg, Werkverschaffing, Stadsuitbreiding en Stommiteiten, maar nog steeds is het een oord waar we naar hartelust kunnen smullen van planten en bloemen, vogels en insecten, een streek die met de beste en rijkste landschappen van ons land kan wedijveren.” (Jan. P. Strijbos, 1929)

In het jaar dat ik dit boek schreef kreeg ik een ander beeld van het duin. Ik had permissie om de meest kwetsbare hoekjes op de meest onmogelijke tijdstippen te mogen bezoeken. Dat is een voorrecht. Het duin krijgt, na een schemerig bezoek aan de duinrooshellingen bij Wimmenum of door het begluren van spelende vosjes in een stuifkuil, een heel ander aanzien.

Ik behoor sindsdien tot de mensen die het verwijderen van asfalt en overbodige bordjes toejuichen. Om -in deze tijd vol regeltjes- het zwerversbloed een beetje te kunnen laten stromen, vormt een nieuw plan als Het Voetspoor een uitdaging. Bij dit plan voor de duinroosrijke duinen ten zuiden van Bergen aan Zee, zal meer ruimte komen voor de duinwandelaar én voor de spontane verstuiving van het duin.

Gekielde veldsla: nog kleiner dan een konijnenkeutel

De behoefte om ook buiten het ‘braamseizoen’ – wanneer  buitenpaads duinbezoek net wordt gedoogd – te mogen struinen is door de toenemende aantallen bezoekers echter niet onbeperkt te bevredigen. Nu is het bijzondere van een afwisselend duingebied dat bijna alles ook vanaf het pad is te zien, horen of ruiken. Soms groeien curieuze planten tamelijk brutaal pal naast die paden. Zoals (in april) de gele voorjaarsganzerik langs het pad in het Castricumse infiltratieveld, begin juni gevolgd door roze en wit stralende rozenkransjes bij Bergen aan Zee of (in september) de bloeiende blauwe knoop op een duinkopje bij Bakkum. En waar een nachtvos het pad van de wandelaar heeft gekruist, hangt overdag de onzichtbare, maar goed te ruiken ‘geurvlag’ van verse urine: een markering van het territorium.

Bij de laatste jeneverbes van Bergen aan Zee, ca 1994.

Tijdens het schrijven volgde ik het spoor van het heden naar het verleden. Eén spoor liep naar de anno 1995 uiterst zeldzame jeneverbes. Archeologen berichten over greppels die er mee in de ijzertijd werden afgedicht en ook de stuifmeelkenners (palynologen) melden op basis van fossiel jeneverbesstuifmeel een ruime verspreiding in het verre verleden. Dat maakt nieuwsgierig. Ik vond op aanwijzing van de beheerder in het uiterste hoekje van het Noordhollands Duinreservaat een eenzaam exemplaar. Helaas zonder de leven verspreidende bessen. Het was een mannetjesstruik of een onbevrucht vrouwtje. Rijkelijk groeiden de korstmossen in de bejaarde takken. Dankzij geologen kreeg ik een beeld van het oude duinlandschap waar deze sprookjesachtige struik deel van uitmaakte. Zo drong via de huid van de natuur vooral de geschiedenis zich op de voorgrond.

Roelant Roghman: Oud-Haerlem, 1646. De ruine is weg, maar de bult in het landschap is er nog.

Het meest indrukwekkend vond ik in dit verband een polderperceel dat in 1995 op de kop af al 644 jaar met rust gelaten was. Op het oog een rommelig graslandje met wat kuilen en sloten, bij nadere beschouwing een sinds 1351 verlaten gebied, waar in dat jaar het kasteel Oud-Haerlem in puin werd gelegd. De bodemschatten en het reliëf bleef ongeschonden omdat het terrein tot voor kort adellijk bezit was, er geen nieuwbouw verrees en er alleen wat vee stond.  En wat wellicht ook hielp: vanwege het ‘archeologisch bodemarchief’ is het een Rijksmonument.

[Rond 2017 later beschreef ik samen met Boudewijn Bakker een 17e eeuws werk van Roelant Roghman van deze plek: de ruine van het kasteel van Oud-Haerlem, te Heemskerk.]

Toen ik er in 1995 rondliep, raasde er een snelweg en een spoorbaan langs. Even verderop lag achter de middeleeuwse dijk van de Zuidermaatweg een motercrosterrein. De Heemskerkse nieuwbouw zat reeds op de eerste rij mocht het tot een eventuele opgraving komen. Door mijn bezoek verjoeg ik kortstondig hazen en watersnippen. Een oud landschapje met zich steeds verjongende natuur die zich al eeuwen voegt naar de historische vormen van vroegere burcht en wallen.

De ontdekking

Wij leefden eertijds, grazend als de dieren,

in een stil dal tussen de duinen in,

spelende met het licht en bruiloft vierend,

beschut tegen het raadsel van de wind.

Maar wie van ons ’t ruisen der zee vernamen,

wilden haar zien, stegen een duin ten top,

tuurden tot aan de kim en nieuwe namen

vielen hen in. Sindsdien gaan zij rechtop.

Het duin noemen zij zeewering, de stilte

ontdekten zij als een zwijgend geluid.

Het komt hun voor als liep een god op vilten

zolen hun dal onzichtbaar in en uit.

 (G. van der Graft)

(Uit: Verzamelde gedichten I

1940-1946)

Een illusie armer, een ervaring rijker

Op zaterdagavond 17 december 1994 belt de historicus Frits David Zeiler me op. Op een veiling had hij een 17e eeuws boek op de kop getikt. Hierin stond een conflict uit 1613 over de toenmalige duineigenaren bij Castricum, die de toen overal aanwezige duinmeren door middel van een gegraven waterloop hadden ontwaterd. En nu zaten de buren, de boeren van Bakkum, met de wateroverlast. Dit definitieve bewijs van de voorheen ‘natuurlijk’ geachte Hoepbeek -waarnaar het Bezoekerscentrum te Castricum is genoemd- laat wel zien dat de invloed van de mens op het duin niet van gisteren is. En waren er toen klachten over wateroverlast, rond 1935 klaagden dezelfde partijen over watertekort. En wat ‘natuur’ leek, bleek toch ‘geschiedenis’.

Door het achterhalen van de geschiedenis wordt het landschap een stuk spannender. Maar de natuur verliest haar onschuld.

Nu u tot deze bladzij bent gevorderd, herkent u dat wellicht. Wie niet gehinderd wordt door de in dit boek beschreven geschiedenis zal de duinen wellicht als een veel woester en gaver gebied ervaren. Als u die illusie zou willen koesteren, dan bent u nu te laat. Want wie weet van zaken als bosaanplant, de effecten van de jacht, het geploeter van kleine boeren, de geslaagde pogingen het stuifzand te bedwingen, de ongekende verdroging en het gesleep met zand en dieren, dan lijkt bijna niets meer ‘gaaf’. Zelfs de nu alom gewaardeerde konijnen bleken, in tegenstelling tot de vos, niet ‘echt’ inheems. Alleen in de brede strook achter de zeereep tot aan de rand van de bebossing is de bodem gaaf, zoals het Reggers Sandervlak en de duinen ten noorden van de Woudweg. In deze strook zal nog menige archeologische vondst  worden gedaan.

Het beeld van een natuurrijk, maar vaak slechts gedeeltelijk natuurlijk, landschap wordt door minstens twee betrokkenen opgevijzeld: de natuur zelf en de beheerders.

De natuur en haar partner ’tijd’ schaven alle harde menselijke vormen bij tot zachte en kleurrijke overgangen in het landschap. Zelfs op een plek waar een bunker lag, kan na een halve eeuw weer een bosje gedijen, tot boven op het betonnen casco. En rechte sloten in bosgebieden waaien langzaam vol bladeren, die weer de voedzame basis vormen voor jonge elzen of varens. Dan duurt het ruwweg een eeuw of drie voor we er niets meer van terugzien.

De ecologische lijn

De beheerders, PWN en Staatsbosbeheer, geholpen door vele vrijwilligers en onderzoekers, werken tegenwoordig ‘mee met de natuur’. Natuurlijke processen worden waar mogelijk de vrije hand gelaten en op vele plaatsen stuift het duin weer. In het Noordhollands Duinreservaat zijn bovendien redelijke kansen voor herstel van de grondwaterstand. Geholpen door een enige natte jaren staat er in de winter zelfs weer volop water in het eens verdroogde Tranendal. Drooggevallen duinrellen komen weer tot leven. De kleine stroompjes schoon water kunnen in de binnenduinrand natuurherstelprojecten gaan voeden. In ons verlangen naar vochtige valleien worden oude landbouwgronden soms afgeschaafd tot duinmeertjes of starre waterwinningswerken omgetoverd in rivierachtige baaien.

Het is deze nieuwe richting in de landschapsarchitectuur, die ik in navolging van de Franse (rechte lijnen, geschoren hagen) en Engelse (kronkelende weggetjes) de ‘Hollandse’ zou willen noemen. Op basis van ecologische uitgangspunten worden ongerechtigheden als vervuilde bodems verwijderd, de waterstand zo mogelijk hersteld en dan mag de natuur van alle kanten oprukken. Daarbij geldt het principe: ‘wie het eerst komt, die het eerst maalt’. En niet zelden zal dat het door sommige beheerders verwenste esdoornzaadje zijn.

Welke inrichtingsstijl ergens past, hangt af van de geschiedenis en het gebruik van de plek. Tegenover een klooster of oud landhuis zie ik persoonlijk liever een goed geproportioneerd park met majestueuze bomen dan een poging tot oerbosje. Maar in het ruim bemeten duin, waar natuurwetten heersen boven de menselijke toevoegsels, is de ‘ecologische lijn’ thans gangbaar.

Soms brengen de natuurbeheerders het geduld op om de natuur zelf het werk te laten verrichten, zoals in het Watervlak bij Heemskerk, waar oude landbouwgrond door de wind tot op het grondwater is weggestoven. Op andere plekken doen de Grote Gravers machinaal het voorwerk. Voor de gemiddelde recreant lijken de natuurlijke en de ‘man-made’ plasjes overigens precies op elkaar, maar de natuur zal afhankelijk van de ontstaansgeschiedenis zich anders ontvouwen.

Een schoon eiland

Ik wil nog iets anders onderstrepen. Wie het duin vooral als ‘natuurgebied’ wil ervaren, kan beter niet de in dit boek beschreven duintoppen bezoeken. Blijf op de grond en werp de blik omlaag. Want alleen dan hoeft u zich niet omringd te weten door Hoogovens, Afvalverbrandingsinstallaties, boorplatforms en een tweetal kernreactoren. En alleen bij chronische kortzichtheid lukt het ook om het snelle verdwijnen van het polderland uit het vizier te houden.

Wie deze realiteit gewoon wel onder ogen ziet, beseft hoezeer het duin een schoon eiland in een vieze omgeving is geworden. En hoezeer er na een recente fase gericht op herstel van de waterstand in duinen, vooral het achterland piept, kraakt en om herstel vraagt.

Voor de ‘overwoekering’ van de duinen door de waterwinning, lijkt recent een nieuwe synthese tussen ‘natuur’ en ‘water’ te zijn gevonden. Het zichtbare resultaat daarvan is de terugkeer van natte valleien voor parnassia en moeraswespenorchis. In de polder is het evenwicht nog volledig zoek. Het oude cultuurlandschap wordt overwoekerd door bebouwing, wegen en bollenland. Kleurrijke bollenakkers zijn prachtig in het voorjaar maar betekenen het ecologisch einde van wateren en een vogelrijk polderland.

Langs twee sporen wordt aan verbetering gewerkt: de eerste is het gedeeltelijk inperken van de lucratieve bollenteelt, waarbij gronden vrijkomen voor ‘agrarisch natuurbeheer’ (waar boeren proberen meer natuur toe te laten binnen hun bedrijf) of voor ‘natuurontwikkeling’ (waar natuurbeschermingsinstanties het heft in handen hebben).

Een tweede verbetering is het ‘ecologiseren’ van de teelten zelf. Van de 400 jaar tulpenteelt ging het ruim 300 jaar zonder gif, dus het uitbannen van dit milieuprobleem moet tot de mogelijkheden behoren. In het duin zelf dreigt een nieuwe vorm van overwoekering in de gedaante van een aanzwellende stroom recreanten, die bovendien in toenemende mate met de auto naar het duin gaan. Beheerders zullen de komende jaren heel wat hebben uit te leggen in hun keuze voor de ‘natuurgerichte recreant’ en terugdringen van allerlei vormen van (collectieve) sportrecreatie. Daarvoor lijkt het strand of de polder geschikter. Als boeren en bestuurders de unieke polderdijkjes in ere zouden herstellen en open stellen, vangen we twee vliegen in één klap. Of is dat desastreus voor de resterende weidevogels?

Een mooi voorbeeld van deze ontwikkeling ligt bij Bakkum, waar het 12e eeuwse Zeerijdtsdijkje het hart gaat vormen van herstel van de overgang tussen oud nollenland (begraasd duin) en het oudste polderland van Noord-Kennemerland.

Waardering op de helling

Wie zich met natuur bezighoudt, ontkomt niet aan enige verwondering als het gaat om de verhouding tussen mens en natuur. Zo was soms de waardering voor natuur en landschap zelfs onder gerenommeerde kenners compleet anders dan nu. Treffend waren enige regels bij F. van Eeden die op zijn wandelingen rond Alkmaar in 1882 spreekt over ‘eentoonige graslanden’. Hè? Keek Van Eeden dan wel goed? Berichten zijn navolgers Heimans en Thijsse rond 1910 niet van de meest bloemrijke polders die we ons maar voor kunnen stellen? Of had de romantische aristocraat Van Eeden vooral binding met de stuivende duinen en oude Kennemerbossen van zijn tijd? Van Eeden baadde in de overdaad van open polderlandschappen, maar vluchtte naar de ‘wildernis’.

Ook bij de beroemde Jac. P. Thijsse zien we een boeiend verschil in waardering. Hij kon, in het kielzog van de ploeterende bosbouwers, vol afschuw schrijven over het konijn, die alle mooie boompjes en bloemen weg zou knagen. Maar in het tijdperk van luchtvervuiling en vergrassing is de waardering voor het knagende zoogdier met 180 graden gedraaid.

Hoge waardering kan ook in zijn tegendeel verkeren, want onderzoek heeft uitgewezen dat naaldbos (dat Thijsse verwelkomde) een grote bijdrage levert aan de verdroging van het duin, en wil menige bioloog een deel van dit bos kappen. Alleen veel vogelaars die er ‘hun’ roofvogelhorsten in vinden en paddestoelenkenners zijn terughoudender. Zo blijft er voor de beheerder wat over om te beslissen.

Het open conservatisme

Natuurbeheer kan wellicht niet gevarieerd genoeg zijn, als het maar door de jaren heen hetzelfde is. Het leven past zich aan de geboden omstandigheden aan. Maar vooral natuur die gebonden is aan stabiele milieus (bossen, oude graslanden) zijn we met een verandering in beheersvorm (bijv. het goed bedoelde inzetten van grazers) soms sneller kwijt dan rijk. Ook wat dit betreft betekent natuurbeheer ‘leven met geschiedenis’. Zo is een goede beheerder doorgaans een conservatief met open vizier.

Maar soms kan leven zonder geschiedenis ook heel goed. Schep een nieuw milieu met overgangen van nat naar droog, zorg dat het niet te voedselrijk is en het wonder van nieuwe natuur zal zich snel ontvouwen. Voorwaarde: zaden moeten wel in de buurt zijn. Zo ontwikkelt zich op een (illegaal) omgegrond stuk land in de Damlanderpolder dat op het nippertje kon worden aangekocht door Natuurmonumenten de flora zich thans voorspoedig. Maar het bodemprofiel en de daarin ‘verpakte’ archeologische resten (‘het bodemarchief’) is hier voorgoed verloren.

Pompstation Bergen, 1931. De trots voor het gebouw spat er af. Iedereen wilde op de foto.

En in het duin, waar oude vormen van landbouw op en onder het oppervlak liggen en waterwinning in de gedaante van NV PWN Waterleidingbedrijf Noord-Holland al 75 jaar present is, mag de geschiedenis van boeren, bosbouwers en waterwinners wat mij betreft zichtbaar blijven. Niet alles en overal behouden, maar wel de kenmerkende elementen. Bijvoorbeeld één oud Pompstation, half vervallen tot ruïne, ooit met bloembakken uitgerust toen men het duin als ‘park’ en ‘jachtveld’ werd behandeld, zegt de bezoeker meer dan een foto in een bezoekerscentrum.

Waardering voor de duinen is een kwestie van geur, hart en ruggemerg, maar ook van kennis van zaken. Vooral het inzicht dat landschappen als bij Egmond en langs de binnenduinrand het resultaat zijn van een eeuwenlang samenspel van menselijke bemoeienis en natuurlijke mogelijkheden, spreekt mensen aan. In de zeedorpenvegetaties en in de begraasde graslanden bij Bakkum geven natuur en geschiedenis elkaar op een prettige manier de hand.

En in het verlengde van dit ‘leven met geschiedenis’ is er iets voor ‘leven met het heden’ te zeggen: het onder het zand laten verdwijnen van moderne pompstations helpt wel mee aan een groene illusie, maar getuigt niet van veel trots voor het eigen produkt. Vooral als hierdoor ineens duintjes verrijzen in de vlakke ‘OerIJ’ vallei van het Geversduin verdient dit geen schoonheidsprijs.

De droom

Natuurlijk zou ik kunnen dromen van een duin zonder waterwinning, maar zonder waterwinning zou het duin veel meer in de verdrukking zijn gekomen dan nu het geval is. Zo gingen stapels plannen door mijn handen over paviljoens op duintoppen, nieuwe wegen door het duin, boorplatforms, voorgenomen bungalowparkjes, house-parties op het strand en glitterplannen van projectontwikkelaars. 9 van de 10 plannen sneuvelde. Natuurbeschermers op alle niveaus in de samenleving kregen het voor elkaar dat er nu nog steeds een ’topprodukt’ ligt langs de kust.

De zeggenschap van de gemeentes over het provinciaal en rijksbezit in Noord-Kennemerland is daarbij beperkt. Dat is enerzijds jammer, want de relatie dorp en duin is velerlei. En juist dankzij die duinen hebben de plaatsjes een grote aantrekkelijkheid voor de bevolking. Dankzij de natuur stijgen de prijzen van de huizen.

Maar aan de andere kant heeft nog geen enkele gemeente in het Noord-Kennemerland een landschaps- of milieubeleid dat maar in de verste verte kan tippen aan dat van het door de provincie bestuurde duingebied. Mijn droom is dat gemeentebesturen voor vitale functies als verkeer, groen, natuur, landbouw en milieu, binnen en buiten hun bebouwde kom, tot visies komen die recht doet aan aanwezige natuur- en cultuurwaarden. Dat als er plannen worden gemaakt waar sprake is van uitbreiding ten koste van natuur en milieu er elders binnen die gemeente adequate compensatie komt. Pas dan zal de grote overwoekering met wegen en woningen wellicht een einde nemen. Pas dan zullen we misschien een omslag in denken zien van als-maar-meer (waardoor voor de handliggende afsluitingen van wegen naar zee op verzet stuiten) naar zo-kan-het-ook. En pas dan zal wellicht minder oude architectuur en rust worden opgeofferd aan de wensen van verkeer en middenstand, die bijna elk dorpshart van de middeleeuwse dorpjes in Noord-Kennemerland weten om te vormen tot stedebouwkundige fiasco’s.

Ik hoop dat het moment nabij is waarop ook de gemeentebestuurders inzien dat nieuwe randwegen, zoals bepleit in o.a. Beverwijk (dwars door de stromende Beek in het landgoed Westerhout en op een steenworp van Huize Beekzang waar Herman Gorter het begin van Mei schreef), Castricum (dwars door een deels zeer gaaf landschap met oude geestgronden aan de rand van het OerIJ of door de duinrand) en Bakkum (dwars door een monumentaal poldergebied) alleen maar leiden tot verplaatsen van problemen.

En een wegenbouwer die mij persoonlijk blij wil maken, komt met een visionair plan voor afsluiting van wegen zoals de polderdoorsnijding tussen Castricum en Uitgeest door elders (ondergronds) een aansluiting op de niet meer weg te dromen A9 te realiseren. Maar misschien moeten we daar maar 75 jaar mee wachten. In het besef dat onkruid niet en beton altijd wel vergaat.

DROOM VAN DE OVERWOEKERDE SNELWEG 

De vanen van de netels wapperen, smal spoor,

wie fietst trekt de schoenen aan, in korte schokjes wind

doen varens, gras onstuitbaar kruid, beton vergaan.

 

Het horen slaan van tennisballen achter hagen

wekt mij, het rinkelen van kopjes en van glazen

op nikkelen bladen rondgedragen door de tuin.

 

Chr.J. van Geel

[Dichter van Geel kreeg na het tragisch afbranden van zijn huis in Groet van het PWN het oude jachthuis bij het Vennewater in huur. Zijn metgezellin en dichteres Elly de Waard heeft er ook nog jaren gewoond.]

About the Author

Social Share

    Leave a Reply Reactie annuleren

    *
    *

    Doorzoek alle artikelen

    Dossiers

    Groene stranden
    Inleiding Historische Ecologie
    Landgoederen
    Dijk of duin
    Kwade Hoek, Goeree
    Westduinen, Goeree
    Bokkepolder, Goeree
    Natuurerf
    Zeer natte duinen
    Dennenkap
    Duinschilderijen
    Veldnamen
    Website Natuurmonument de Beer
    hotspots duinen wandeling Bezoek hotspots bloeiende duinen

    Duinen en mensen: boeken & website

    Het project 'Duinen en mensen' omvat een serie boeken + website over de Nederlandse kust. Cultuur en natuur van het kustlandschap worden gelijkwaardig en veelzijdig beschreven. Met honderden nieuwe kaarten en de laatste stand van wetenschap. Kennemerland (2009), Noordkop en Zwanenwater (2011) en Texel (2013). In 2023 verscheen Duinen en mensen Voorne. Meer over het tot stand komen van deze boeken. De website is continu in ontwikkeling en omvat ca 1000 berichten, boeken, films die gerelateerd zijn aan de boeken of de daarin behandelde onderwerpen. De website is een openbaar archief. Mocht u menen rechten te kunnen ontlenen aan gebruikte tekst of beeld, laat het weten dan zoeken we een oplossing. Deze website wordt draaiende gehouden door een vrijwillige redactie. Nog wel beschikbare titels (o.a. Voorne, Texel) zijn elders te bestellen.

    Maandelijks archief van berichten

    Digitale documentatie duinen Voorne

    Deze site van het streekarchief is onderdeel van Kenniscentrum Duinen

    Deze site is tot stand gekomen met steun van het Cultuurfonds en ondergebracht bij het Streekarchief Voorne-Putten

    Redactie: Rolf Roos & Nico van der Wel, m.m.v. Henk Terhell, Machiel van Wijngaarden, Danny Zuurbier, Bob Benschop (eindredactie)
    Ontwerp en ontwikkeling: toomanywords.nl