Nationaal Park Hollandse duinen: bestuurlijk sprookje of natuurwinst?
“Kun je goud maken door een goud-ijzer legering goud te noemen? Kun je natuur beschermen door de standaard voor kwaliteit en bescherming te verlagen? Zo ja, dan hebben we er sinds april een nationaal park bij: Nationaal Park Hollandse Duinen (NPHD), met 18.000 hectare strand inclusief vele tientallen strandtenten, bollenvelden, pretparken, woonwijken, waterwingebieden, weiden waar jaarlijks mest wordt uitgereden met rondom sloten waarin geen leven te bekennen is, het Haagse Bos met het Malieveld en stukken mooie natuur. ” (Michel Hegener , NRC, 15 mei 2026)
Rolf Roos en Nico van der Wel
In feite is de uitholling van het begrip ‘Nationaal Park’ die Michel Hegener in de NRC op 15 mei 2026 zo treffend beschrijft, al jaren gaande. De parken zijn bestuurlijk krachteloos opgezet, met aan de top een ‘Overlegorgaan’ waarin alle betrokken natuurbeheerders, ngo’s, de provincie, gemeenten en belangengroepen al polderend werken aan de ‘ontwikkeling’ van het park. In de praktijk is dat allemaal niet verplichtend en boterzacht waarbij vooral de marketing en, met enig geluk, enkele vormen van natuureducatie van de grond komen. De nieuwste parken betreffen waardevolle landschappen, ook in cultuurhistorische zin, met daarin enkele grote natuurkernen. Dit geldt al langer voor de Drentsche Aa, recenter ook voor het Van Gogh Nationaal Park en nu dus voor Hollandse Duinen. De status ‘nationaal park’ levert geen extra geld op voor natuur of cultuurhistorie, wel meer bezoek en naar je mag hopen meer ‘draagvlak’. Wat vooral opvalt: ook dit nationaal park is een feest van positieve geluiden – maar de ingevoerde natuurliefhebber moet zijn uiterste best doen om tussen de regels van de marketing door iets te vinden over concrete natuurplannen, onderzoek aan natuur, beter beheer, demping van de milieudruk. Waar is de winst voor de natuur?
Bij alle soms ronkende websites is er echter maar één proof of the pudding, namelijk deze eating: wat doet men daadwerkelijk, wat herstelt, investeert, onderzoekt en evalueert men echt. En daar ontbreekt het ook bij het bestuurlijke sprookje van Nationaal Park Hollandse Duinen aan. Zoek op de site van NPHD naar een budget en een plan van aanpak van dit nieuwe park en je verdwaalt in een woud van ‘stakeholders’ die allemaal het landschap op hun manier te gelde mogen maken, zonder een deel van hun winst voor natuur of landschap beschikbaar te stellen. Niets nieuws onder de zon, gezien de andere nationale parken. De parken bestaan maar de meerwaarde voor natuur en cultuurhistorie is nihil terwijl de kassa rinkelt bij regionale ondernemers en aanwonende huizenbezitters waarvan de huizenprijzen stijgen.
Wat ontbreekt is slagvaardig bestuur en een goed gedekte begroting die mede door de bedrijven en burgers die de vruchten van de mooie gebieden plukken gedekt wordt. Jazeker, naast ruim landelijk budget graag een (lokale) natuurbelasting, en/of toegangskaartjes, en/of parkeergelden ten behoeve van het park zodat er een economisch fundament ligt onder een fraai ecologisch doel.
Als natuurbeleid zo leidt tot meer en beter beschermde natuur, dan maakt het ons niet uit of het een nationaal park is of niet. Duidelijk is dat de Rijksoverheid nauwelijks meer voor de nationale parken over heeft dan voor de verzakte kademuren op Terschelling. ‘Intacte ecologische processen’ zijn in ons land vrijwel overal achterhaald. Het pleidooi van Michel Hegener in de NRC om weer aan te sluiten bij deze internationale IUCN standaard lijkt echter geen haalbare kaart. We pleiten voor ecologisch pragmatisme. De mens kan goed doen of het verzieken, dat is de kwestie in het park dat Nederland heet. Maar als het ministerie voor Natuur etc, de natuurorganisaties en andere betrokkenen de koek goed aansnijden en uitserveren met concrete herstelplannen en verlaging van de vergader- en milieudruk, is er veel te winnen.






