Over zaadverspreiding van cranberries in zeer natte winters
Rolf Roos
Na onze oproep voor beeld van verzopen duinen (februari 2024) stuurden twee fotografes opvallend roze getinte, drijvende cranberries. De normaliter donkerpaarse cranberry of grote veenbes, nog lager groeiend dan dopheide, is in de 19e eeuw ingevoerd uit Noord-Amerika en heeft een niche gevonden in de natste delen van zure duinvalleien. Nu groeit de soort op Ameland en Terschelling (en andere Waddeneilanden) en in diverse zure en natte terreinen landinwaarts, zie het kaartje. Een succesvolle exoot en door de grootte van de bes makkelijk te onderscheiden van de kleine veenbes, waardplant van de zeer zeldzame veenbesparelmoervlinder.

Verspreiding cranberry in ons land. Bron Verspreidingsatlas; klik op kaart voor link naar meer info.
De Verspreidingsatlas meldt over de grote veenbes: “Deze veel bladstrooisel producerende veenbes wordt door insecten bestoven, de bessen worden gegeten en de niet verteerde zaden worden uitgescheiden en zo verspreid. De bessen zijn rijk aan vitamine C en citroenzuur en worden gebruikt voor compote en bij drankbereiding.”
Wikipedia meldt: “De soort komt oorspronkelijk uit Noord-Amerika en is in Europa een exoot. Het verhaal gaat dat in 1845 een vat bessen op Terschelling aanspoelde en door een jutter achter de eerste duinenrij werd gebracht, omdat hij dacht dat het om een waardevol vat wijn ging. Toen de inhoud uit bessen bleek te bestaan, liet hij die ter plaatse achter, waarna de soort zich op Terschelling uit kon zaaien. Levende planten werden daar in 1868 ontdekt door botanicus Franciscus Holkema. Vóór die tijd werd de soort al in Engeland en Duitsland gekweekt om de eetbare en vitamine C-rijke vruchten.”
Duidelijk is dat de cranberry zich goed gewapend heeft tegen snel bederf, mogelijk zouden benzeenverbindingen daarbij ook een rol spelen.
Ook vermeldenswaard (Wikipedia) is de werking als antibactieel middel bij urineweg-ontstekingen: “De proanthocyanidines in cranberry’s remmen de aanmaak van de bacteriële celwand en voorkomen de expressie van de haartjes (pili) waarmee de E. coli zich probeert te hechten aan het epitheel in de urinebuis.”
Zo blijkt de cranberry, die in overdaad in valleien groeit, vaak maandenlang een gave bes te behouden, deels gevuld met lucht. Zoals de natte opnames in de winter laten zien drijven de bessen uitstekend en worden door de wind naar lagerwal geblazen. Het zou niet vreemd zijn als de bessen ook op deze wijze worden verspreid. Niet (alleen) dus door besetende vogels, maar net als veel waterplanten via het water. Wie onderzoekt eens of die aanspoelzones veel kiemplanten hebben? Wie weet hebben we hier ten maken met een ook door het water verspreide heidesoort.




