Strandnarcis, sieraad uit het zuiden, ook in de delta
Rolf Roos
De rij ‘klimaatmigranten’ langs duin en kust wordt jaarlijks langer. Sommige zuidelijke soorten breiden zich al vele tientallen jaren uit zoals de inmiddels langs de kust vrij algemene zeewolfsmelk, bekend van de spectaculaire rups van de niet meer zeldzame zeewolfsmelkpijlstaartvlinder. Maar ook de zuidelijk zeevenkel staat tot op Texel en zeeradijs verscheen in 2015 op Terschelling.
Zeealant, een zeer gulle, gele bloeier uit het Middellandse Zeegebied, dook in 2008 op in Kwade Hoek op Goeree, maar heeft vooral waarnemingen in de Waddenzee, tot voorbij Schiermonnikoog. Hiermee is de rij niet af. Ook de zeekool verscheen, bijvoorbeeld tussen basaltblokken op de afsluitdijk. De fotogenieke strandnarcis voegt zich nu in de rij van soorten waarvoor ‘adaptatie’ geen probleem lijkt.
Na de bloei maakt de strandnarcis zwarte zaden in vrij plompe vruchten, die na de rijping opengaan na blootstelling aan de elementen. De zaden kunnen drijven en lange afstanden over zee afleggen. De wetenschappelijke naam Pancratium maritimum verwijst naar de oud-Griekse vechtsport, waarbij zo’n beetje alles mocht: pankration. Groeien in zeeduinen is ook geen kleinigheid.

In de verspreidingsatlas staan eind 2026 twee locaties: eentje in de delta en een aan de zandige zuidkust van de voormalige Zuiderzee. Klik op beeld voor de verspreidingsatlas.







