Westduinen (Goeree) op een kaart van Kouter (1610)
Door: Rolf Roos
(december 2023)
(Met dank aan Frans Beekman)
‘Westduyne’ op Goeree, gemaakt in 1610, is een van de drie kaarten in het Nationaal Archief die van cartograaf Jacob Cornelis Kouter (Koutter) zijn overgeleverd. Hij noemde zichzelf ‘gezworen landmeter van Voorne’. Dat was nog in de tijd dat met Voorne drie delen werden bedoeld: Oostvoorne, Westvoorne (Goeree) en Zuidvoorne (Flakkee). De kaart van Voorne, Gorzengebied bij Rockanje, 1608 wordt elders op deze site getoond en besproken.
Jacob Cornelis moeten we niet verwarren met Cornelis Lenartsz. (Leendertsz.) Kouter, Landmeter, geadmitteerd in Holland op 8-9-1638, die zich ook ‘landmeter van Voorne’ noemde en tijdgenoot was van J. Dou. Van Cornelis Lenartsz. is o.a. overgebleven: Eiland Rozenburg, Blankenburg en ‘Ruyge Plaet’, 1645; Brielse Meer, deel van de Maas en aanliggende gebieden, 1648.
De kaart van de Westduinen (hier als pdf te downloaden).

Jacob Cornelis Koutter 1610 (NA 4.VTH.2216) Kaart van de Westduinen en annexe polders op het eiland Goeree. De windroos laat zien dat de kaart niet noord-zuid maar west-oost is georiënteerd, d.w.z het noorden is hier rechts.
Het lijkt een raadsel dat van een zo afgelegen gebied als de Westduinen zo’n kostbare kaart is gemaakt. Maar in de jaren van de jonge republiek (ontstaan 1572) was van het overgeleverde (voorheen grafelijke) duinbezit niet altijd duidelijk hoe groot het was en wie er woonden en hoe (en bij wie) er belastingen konden worden geheven. Voor de herkenbaarheid kantelden we de kaart en voegden er namen aan toe.

Kaart Kouter 1610, gekanteld naar noord-zuid met daarin aangegeven een aantal tot op heden bekende plekken en dijken (wegen).

Ook in 2022 is de topografie van het gebied nog goed herkenbaar. Wegen in het zuiden, vele bungalowparken en een zenderstation (dat mogelijk in 2025 zal worden gesloten) markeren de moderne tijd.
Details van de kaart
De kaart van de Westduinen toont (in de maatvoering van de 17e eeuw) de omvang van het gebied en de woonstedes.

Van belang zijn o.a. de expliciet verlaten woonerven aan de zuidwestzijde. Ze staan in een zwierig handschrift beschreven.

Vele wegen uit 1610 zijn nu nog te herkennen en dragen dezelfde naam, zoals de Boutweg aan de westzijde. In Zeeland is ‘bout’ een stuk dijk dat uitsteekt (ook -nol). Een dijkrestant. Het zou dus de weg naar een bout kunnen zijn (afgeleid van Frans ‘bout’ = einde).
Aan alle kanten van de Westduinen, een middeleeuws laag duincomplex, zijn aanhechtingen van dijken te zien die zich in het heden ook nog laten traceren: o.a. de Zeedijk in het zuiden, Groene dijk en Lange dijk in het Noorden en Dijkstelweg en Stelleweg in het oosten. Aan oostzijde het oude land, de eerste polders. Aan de westzijde de jonge polders.
Het duincomplex had, als laag duin, een vergelijkbare vorm en functie als het Heveringengebied op Voorne: verankering van dijken voor de polders die vanaf ca 1100 zijn aangelegd.

Detail kaart met duinmeyerswoning bij Groene dijk en twee welen. De linker bestaat nog steeds.
In al deze dijken zijn beschadigingen, doorbraken te zien, aangegeven als ‘weel’: het na een stormvloed resterende ronde gat (wiel) in de dijk. Van historisch belang is dat de doorbraakkolk bij het (verdwenen) duinmeyershuis aan het begin van de Groene dijk tot op heden een drinkpoel blijkt te zijn (zie de kaart 2022). Dat maakt deze poel tot de oudste nu nog zichtbare, door de zee gevormde, poel in de duinen op Goeree (een andere is de Meindertswaal in de Oostduinen uit ca 1700). De vele kolken rond de Westduinen lijken het gevolg geweest van de Allerheiligenvloed (1570) die geheel Nederland teisterde. Wikipedia: “De Allerheiligenvloed vond plaats op een kritiek moment in de geschiedenis van de Nederlanden. De belastinghervormingen die Alva trachtte door te voeren mislukten erdoor en de wijdverspreide ellende onder de bevolking verhoogde de spanning in het land. Er was al sinds Willem van Oranjes vertrek een groeiende mate van onvrede met het bewind van de Spaanse koning en zijn landvoogd.” De watersnoodramp versterkte dit alleen maar.
De verlaten werven (erven met woonstedes) aan de westzijde zijn mogelijk een direct gevolg geweest van de stormvloed van 1570, evenals, uiteindelijk – na de machtsovername door de Staten van Holland en Zeeland – deze kaart zelf. In de duinen zijn de hobbelige stukken (getekend als molshoopjes) hooguit 3m hoge droge duinen doe spaarzaam werden beweid door jongvee. Groene delen op de kaart zijn lage meer vlakke delen met gras en beweid door koeien. Konijnen waren waarschijnlijk in hogere en lagere duinen veel te vinden.
De Westduinen zijn vanaf de middeleeuwen beweid en zijn dat nog steeds, met een bijzondere flora. Het hoogste duinruggetje in het gebied, ’t Bergje, wordt apart op deze site besproken.
Verder lezen:





