De veldgentiaan op Voorne (Heveringen)… Experiment mislukt?
Rolf Roos
Laatste update: 10 oktober 2025
Wat vooraf ging: lees: Op een mooie junidag, 2021
Op de oude binnenduinen van de Kleine Heveringen liggen de laatste restanten oudere en botanisch zeer waardevolle duingraslanden van Voorne. Deze binnenduingraslanden zijn gedeeltelijk ontkalkt en relatief intact gebleven, ondanks een tuinbouw- en golfbaanverleden. Omdat de veldgentiaan hier vroeger (tot eind jaren 90) groeide en van heel Voorne is verdwenen (wel nog in de duinen van Goeree), is in in het najaar van 2022 een ‘Herstelplan Veldgentiaan’ uitgevoerd op basis van de ervaringen van Marten Annema op Goeree. Eerst werd hiervoor de flora van de Kleine Heveringen uitgebreid beschreven, in de nazomer van 2022 volgden maatregelen als plaggen en spragelen (zeer kort afmaaien + afvoeren vegetatie) in drie proefvlakken van 100 vierkante meter. Conclusie na drie jaar: het experiment lijkt mislukt.
Na de goede start in het najaar van 2022 heeft de beheerder (Zuid-Hollands Landschap) in vervolgjaren niet, zoals geadviseerd, de vegetatie in de proefvlakken laag afgemaaid en afgevoerd (gesprageld); twee van de drie proefvlakken zijn nu sterk verruigd. Kortdurende schapenbegrazing biedt geen soelaas. Het kansrijke (geplagde) tweede proefvlak is bovendien verdroogd. Ernaast verscheen een beheerpad dwars door een kwetsbare vegetatie (met o.a. de Rode Lijstsoorten voorjaarszegge, bevertjes en en steenanjer). Nog wel mogelijk: een interessante vegetatie met soorten van droge, oudere, deels ontkalkte duinen, maar dan moet het microbeheer (lokaal maaien) jaarlijks goed ter hand worden genomen, het klimaat in de zomer minder dramatisch uitpakken en de waterhuishouding worden verbeterd. Terugkeer van de veldgentiaan lijkt een illusie.
Ook in de Westduinen op Goeree heeft Zuid-Hollands Landschap inmiddels ‘herstelbeheer’ laten uitvoeren, waar de veldgentiaan al lang voorkomt (in wisselende aantallen maar zeker niet afnemend). Daar is in september 2025 over een grote oppervlakte flink graaf- en ploegwerk uitgevoerd. Er zijn grote zorgen over het vooronderzoek, de uitvoering en nazorg (lees hier meer).
Reageren? Graag onder dit bericht.
Wat vooraf ging op de Kleine Heveringen
Na het plaggen en spragelen in september 2022 is de vegetatie in de drie proefvlakken (ca 100 m2) in voorjaar en najaar 2023 onderzocht. Wat maakte ons kort na het uitvoeren van de maatregelen blij en wat stemde ons droef? In het kort: plaggen [proefvlak VELDG2] geeft een mooie nieuwe start, spragelen [proefvlak VELDG1 en VELDG3] zonder aanvullend maaiwerk helpt niet. De tabel met alle onderzoeksgegevens vindt u hier; het verhaal hoe de natuur in de drie proefveldjes zich ontwikkelde staat hieronder.

Marten Annema (links, oud-beheerder Middel- en Oostduinen op Goeree) en Rolf Roos (rechts) maakten in juni 2022 op kansrijke plekken vegetatieopnames zodat we de komende jaren exact kunnen volgen wat de ingrepen in de drie proefgebieden zouden opleveren. Tot en met 2024 vonden wij in totaal 126 soorten waaronder diverse Rode Lijstsoorten (bevertjes, voorjaarszegge, steenanjer) en speciale soorten van ontkalkte duinbodem (hondsviooltje, pilzegge, zandstruisgras). Veldgentiaan liet zich nog niet zien, maar de natuur biedt altijd verrassingen. Plantenkenner Gerard Lokker uit Ouddorp staat in het midden.

Augustus 2022. Met de zgn. spragelmachine van de firma Dick Klok Cultuurtechniek uit Heenvliet wordt de te ruige vegetatie in de Kleine Heveringen in een proefvlak afgeschraapt en geheel afgevoerd. Menno van Lopik van het Zuid-Hollands Landschap houdt toezicht. De activiteit is voorlopig eenmalig.
Tijdens het vooronderzoek in 2022 bleek de vegetatie van de Kleine Heveringen nog zeer soortenrijk, maar wel aan de droge en ruige kant. De graslanden waren ondanks schapenbeweiding (twee weken kort in november) verruigd (te hoog en te dicht) en aanvullend beheer was gewenst. Er werd voorgesteld om twee kommen te spragelen (zie foto) en één kom met ruige moeraskruiden ondiep te plaggen. Ook werd gepleit voor een hoger waterpeil in de vele omringende sloten van dit voormalige tuindersgebied, zodat vochtminnende planten kunnen meeprofiteren. In de kommen (rond 3,5 m +NAP) reikt het grondwater in de winter tot het maaiveld en na veel regenval kunnen ze kort inunderen. In voorjaar en zomer vallen ze geheel droog.
Om de natuur te herstellen moet de beheerder niet alleen de hoeveelheid voedingsstoffen afvoeren en de graslanden openhouden, maar ook de waterstand proberen te verbeteren. Hier is ook een rol voor het waterschap weggelegd want 2022 was een droog dieptepunt voor het duin en hogere peilen aan de binnenduinrand zijn meer dan ooit nodig. In 2024, een zeer nat jaar, steeg het grondwater in een geplagde kom maar net tot het maaiveld. Dat laat zien dat het hier sterk verdroogd is, wat terugkeer van de door van der Maarel (1966) beschreven soorten (naast veldgentiaan ook platte bies) moeilijk maakt.
(artikel gaat verder onder de vier foto’s)

Marten Annema inspecteert in juni 2022 het veld dat vervolgens in augustus van dat jaar werd gesprageld. Het in de nabijheid voorkomen van bijzondere soorten als bevertjes, voorjaarszegge, tormentil, zeer lokaal hondsviooltje en veel tandjesgras, toonde aan dat er hier kansen zijn voor de veldgentiaan. Er is duidelijk sprake van vergrassing mede door de stikstofvervuiling.

Ligging van de drie proefplekken. Op de hoogtekaart kun je aan de omringende sloten goed zien dat het hier flink wordt ontwaterd.

Na de ingreep in 2022 is het een kwestie van geduld oefenen of er nog kiemkrachtig zaad van de veldgentiaan in de bodem aanwezig is, en de soort terugkeert. Veldgentiaan staat symbool voor zeer soortenrijke duingraslanden met tal van vlinders. Foto: Theo Baas
Onderzoeksresultaten 2023 en 2024
In mei en september 2023 werden de proefvlakken onderzocht met medewerking van Erik Ketting (mei), Dick van der Laan (beide keren) en Marten Annema (september). In 2024 in juni deden Dick van der Laan en Rolf Roos dit opnieuw, daarna in september vergezeld van Erik Ketting. We stelden een uitputtende lijst van soorten op en we maakten schattingen van de mate waarin ze in de ca 100 vierkante meter grote proefvlakken voorkwamen. Voor de liefhebbers en ter verantwoording: de tabel met soorten per proefvlak staat hier. We gebruikten de schaal van Tansley: r = zeer weinig, o = weinig f = frequent, a = abundant, d = dominant. Soms wordt bij een letter een toevoeging gezet: l = lokaal of cd = codominant. Na een enkel jaar op deze manier ‘meten’ is niet te beoordelen wat de trend wordt, we beperken ons nu tot enkele hoofdzaken.
Korte beschrijving per proefvlak
- Naam: VELDG1
- Ligging: zie hoogtekaart
- Vorm proefvlak: ca 5 bij 18m rechthoekig-ovaal met uitstulping in de laagte van 5m westwaarts
- Hoogte tov NAP: 3.60m plus
- Beeld voor de ingreep (spragelen), juni 2022: 95% begroeid met veel reukgras maar ook tormentil en veel grote wederik.
- Beeld in mei 2023, na spragelen in nazomer 2022: 95% begroeid; reukgras is dominant op een lagere plek staan tormentil en zwarte zegge; wellicht is er minder dominantie van gewone wederik.
- Beeld in september 2023: 100% begroeid met veel hoogopgaand gras, met name zandstruisgras bepaalt het beeld en in het lagere deel gewoon struisgras; reukgras is goed traceerbaar; het is een soortenarm geheel. Minder grote wederik.
- Beeld begin juni 2024: zeer rijk en ruig begroeid; besloten geen opname te doen
- September 2024: de vegetatie wijkt niet af van die van voor de behandeling.
Schets vegetatie: interessant is al in 2023 een voorjaarsdominantie van reukgras en de najaarsdominantie van struisgrassen. Diverse planten zaten evident in de knel tussen hoog gras, of hadden (nog) geen kans zich te vestigen. “Het lijkt wel of er kunstmest is gestrooid”. Het geheel is soortenarm; er lijkt tussen 2022 en 2023 in plaats van minder biomassa eerder sprake van een toename, waarbij het domineren van twee soorten struisgras opvallend is. Eenmalig spragelen lijkt ontoereikend om openheid t.b.v. de veldgentiaan te verkrijgen. Dat komt mogelijk door de historische (tot 2022) bemesting door een grote kudde schapen die hier twee weken lang overnachtten.
- In september 2024 adviseerden we ZHL het volgende: omdat spragelen plus schapenbeweiding geen effect heeft, in dit proefvlak kiezen voor plaggen in de nazomer of winter net als op proefvlak 2. Aan de randen heel voorzichtig om de humuslaag te sparen (0 cm van de bodem eraf), middenin wat dieper, tot aan de minerale bodem (max 40 cm eraf).
- We kregen geen reactie van de beheerder, en in 2025 waren de twee gespragelde (VELDG1 en VELDG3) verder verruigd.

VELDG 1. september 2023… zoek de verschillen met voor de ingreep…. (zie foto hierboven uit augustus 2022).
- Naam: VELDG2
- Vorm proefvlak: ovaal ca 25m lang en max 7 m breed
- Hoogte tov NAP: 3.55m plus
- Beeld voor de ingreep, juni 2022: tamelijk ruig (ook koninginnekruid) met reukgras en hoge grassen zoals glanshaver
- Nazomer 2022: plaggen in midden tot minerale bodem en dan naar de randen toe geleidelijk omhoog tot maaiveld, met sparen van humuslaag
- Beeld in mei 2023: 95% kaal, alleen aan randen wat vegetatie.
- Beeld in september 2023: 90% kaal maar middenin diverse pionierplanten en kieming aan randen.
- Beeld juni 2024: veel schapenzuring op oude humuslaag rondom en diverse pioniers en verrassingen aan randen
Schets vegetatie: (2023) na het kaal maken van de bodem in 2022 kan er zich van alles vestigen, ook enkele welkome soorten van vochtige duinvalleien en van duingraslanden (klavers) naast diverse struweel- en bossoorten; hoogopgaande grassen lijken nu uit zicht. Soorten van rijke duingraslanden o.a. brunel, stijve ogentroost en veldgentiaan zijn evenwel nog afwezig, maar het hondsviooltje dook op! Moeraswalstro, ruw walstro, diverse russen en koninginnekruid wijzen op goede vochtvoorziening. Pioniers verschenen zoals echt duizendguldenkruid (nu nog alleen rozetten), en in bloei waterpunge en bleekgele droogbloem. Ruigtekruiden van droge bodem duiken eveneens op.

Proefvlak VELDG2. september 2023; let op de crosssporen van een illegale squad o.i.d.
(2024) Opvallend dat ondanks het record natte jaar (mei 2023 tm mei 2024) de bodem niet meer dan net vochtig is. De drainage van dit duin naar de omgeving blijkt fors. De vegetatie heeft zich niettemin interessant doorontwikkeld met (in juni) een rode zoom van schapenzuring aan de buitenzijde op de bodem die humus bevat (en nu mineraliseert); in de overgangsrand naar het ongeplagde deel staan veel liggende klaver, enkele steenanjers en (voor het eerst) bevertjes. De laagste delen zijn dit jaar vochtig met pioniersoorten als echt duizendguldenkruid (veel), greppelrus, zomprus en borstelbies; opvallend is de vestiging en snelle uitbreiding paddenrus en de uitbreiding van zeegroene zegge. Een spoor van schelpen wijst op een oud pad dat hier ooit lag. In september is de pionier bleekgele droogbloem beeldbepalend. Ook riet is gearriveerd en hondsviooltje teruggevonden. Ziet er niet spectaculair uit maar de ontwikkelrichting is prima.
Er bleek in september 2024 een spoor door de vegetatie getrokken voor een nieuw aan- en afvoerpad, net op de rand van dit proefvlak. Dit spoor ging verderop door het fraaiste oude deel met bevertjes en voorjaarszegge. Was dit niet bekend? Hier is het gezegde van ‘het kind weggooien met het badwater’ van toepassing.
Advies 2024: niet te veel betreden (dus ook niet te veel onderzoek); weghalen pad; nog niet (na)hooien want nu is het nog schraal en open. De randen zijn niettemin hoogopgaand en juist daar zou plek moeten zijn voor veldgentiaan. Tenslotte: analyse waterstanden is zeer vereist (er staat al jaren een meetbuis) want ook het natte jaar 2024 gaf geen enkele inundatie in de winter. En werkt de beheerder of het waterschap aan tegengaan van de drainage?
- In 2025 kregen we geen reactie van het ZHL; de zeer droge zomer gaf beperkte vegetatie-ontwikkeling, maar nauwelijks doelsoorten; wel struikheide, een soort van droge zure grond.
- Naam: VELDG3
- Vorm proefvlak: ovaal ca 20m en max 7 m breed
- Hoogte tov NAP: 3.55m plus
- Beeld voor de ingreep, juni 2022: grasrijke vegetatie maar tormentil zichtbaar
- Nazomer 2022: spragelen
- Beeld in mei 2023: 90% begroeid, veel reukgras
- Beeld in september 2023: 95% begroeid, veel gewoon struisgras en plukken zandstruisgras; in zeer kort afgemaaid gedeelte met afgeschraapte bodem veel kiemplanten van o.a. schapenzuring
Schets vegetatie: (2023) Grasrijk maar wel met diverse soorten die na spragelen zich pas vestigden zoals hondviooltje en echt duizendguldenkruid; groot deel (ca 80%) is in het najaar echter hoogopgaand gras met weinig ruimte voor andere soorten. Hoeveelheid grote wederik lijkt min of meer gelijk; hoe de kleinere zeggen (zeegroene zegge, blauwe zegge, pilzegge) zich gaan ontwikkelen is nog onduidelijk. Net als in het andere gespragelde proefvlak lijkt gewoon struisgras flink toe te nemen.
(2024) Er is ondanks eerder advies in 2023 niet extra gehooid en er was veel ruig strooisel aanwezig. In juni nog opvallend veel pilzegge te vinden; daarnaast tormentil, blauwe en gewone zegge en grote wederik: tamelijk zuurj. Gezien de dichtheid van de vegetatiemat lijkt vestiging van veldgentiaan uitgesloten; ook hondsviooltje niet teruggevonden. In september veel verruiging en hoog gras.
- Advies: nogmaals spragelen in de winter en voortaan ook hooien na de schapenbeweiding als er veel productie is.
- 2025: geen respons of actie.

Proefvlak VELDG 3, september 2023 met zandstruisgras op voorgrond en gewoon struisgras aan weerszijden
Wat maakte ons blij?
Het opduiken van veel kiemplantjes van hondsviooltje en echt duizendguldenkruid in twee van de drie proefvlakken stemt tot vreugde; in het proefvlak met plaggen zien we ook een tendens naar vochtige duinvalleisoorten (waterpunge, borstelbies, zomprus, bleekgele droogbloem) naast snelle vestiging van (deels droge) pioniers

Hoog gras ondanks spragelen betekent dat de beheersinzet omhoog moet. Advies: opnieuw spragelen en hooien als er toch nog veel productie is na de begrazing.
Wat stemde ons droef?
Eén gesprageld proefvlak moet duidelijk veel intensiever beheerd worden, het beste door er ook te plaggen; het andere verdient nazorg. Vestiging van veldgentiaan is nog niet aan de horizon. Er zal eerst meer kortgrazig leefgebied moeten komen. Zorgvuldig plaggen biedt wel duidelijk perspectief.
Hoe nu verder?
Beheersinzet intensiveren (hooien met nabeweiden, opnieuw spragelen, plaggen (proefvlak 1 en 3). Vrijwillig onderzoek (incl. deze reportage) is in 2024 afgerond. Het is gewenst dat monitoring in 2025 wordt doorgezet onder leiding van een ecoloog van het Zuid-Hollands Landschap.
Met dank aan: Marten Annema, Erik Ketting, Gerard Lokker en Dick van der Laan

Dubbelbeeld uit het boek Duinen en mensen Voorne.
- Klik hier voor grote versie in onze collectie dubbele beelden.
- Meer historische achtergronden en natuur in: Duinen en mensen Voorne
Met dank aan het Hugo de Vriesfonds die onderzoek en reportages in 2022 en 2023 mede mogelijk maakte.

Gaan we dit ooit nog meemaken? Hier veldgentiaan bij Egmond, Noord-Hollands Duinreservaat.






