Overal op aarde raken strand en duin in de knel, ook in Nederland
Nico van der Wel
Wereldwijd komen duinen en stranden steeds meer in de knel: aan de binnenzijde rukken wegen en bebouwing op, aan de buitenzijde stijgt de zeespiegel. ‘Kustbeknelling’ heet dit fenomeen in het onderzoek van Eva Lansu (RU Groningen/NIOZ). Een opzienbarend onderzoek dat leidde tot publicaties in De Volkskrant, Trouw en, niet achter een betaalmuur, op H2O. Ook in Nederland is de binnenduinrand bijna overal een harde grens, en onze kust is meestal een afslagkust.
Het volledige artikel is hier te vinden. Eva Lansu en haar collega’s keken wereldwijd naar de breedte van duin- en strandgordels. Voor 235.469 punten berekenden zij m.b.v. gegevens van TU Delft en Open Street Map de afstand tussen de kustlijn bij hoogwater en de eerste verharde weg of bebouwing. De gemiddelde breedte bleek 392 meter, een derde heeft minder dan 100 meter ‘vrije ruimte’ voor strand en duinen. Op veel plekken is er alleen maar strand en klotst de zee soms tegen de boulevard aan, zoals bij ons in Katwijk, Scheveningen en Vlissingen. Kilometers brede stroken zoals bij Schoorl (ruim 4 km) zijn een zeldzaamheid.
In een interview in de Volkskrant gaat Eva Lansu dieper in op de situatie in Nederland. De gemiddelde breedte van strand en duinen is 210 meter. Bijna overal in Nederland is de overgang tussen duinen en binnenland een scherpe: er loopt een weg, er is bebouwing en bovendien is er bijna altijd zand afgegraven. Voor heel Europa geldt dat de gemiddelde breedte 130 meter is. Er is een relatie met ontwikkeling: hoe groter de economie, hoe meer bevolking, hoe groter de druk op de kust. Gevolg: een smallere duin- en strandgordel. Blijkbaar gaan duinen en mensen niet zo goed samen. Lansu: “In een natuurlijke situatie zouden stranden en duinen bij een oprukkende zee naar het binnenland opschuiven, maar gebouwen en wegen belemmeren dat.” Nu suppleert Nederland: elk jaar worden grote hoeveelheden zand verder weg op zee opgezogen, en op het land of op de vooroever (de branding) gedeponeerd. Lansu ziet meer in projecten als de Zandmotor bij Monster: in één klap een flinke verbreding van de kust realiseren, waarna de zeestroming het zand langs de kust verspreidt.

Gevolgen van kustbeknelling in huidige en toekomstige omstandigheden. Terwijl de natuurlijke zandige kust naar binnen trekt, komt de beknelde kust met haar ecosysteemdiensten nog meer in het gedrang (figuur en (vertaald) bijschrift uit Lansu c.s. 2023).

Manmade kustversterking op Punt van Voorne (ca 2008); de bunkers in zee verraden de eerdere afslag. Foto Rijkswaterstaat
Natuur: goed idee
Wat ook helpt: natuurreservaten. Die houden het oprukken van infrastructuur en bebouwing tegen, de onbebouwde strook is dan gemiddeld vier keer zo breed. In Nederland is de bijna de hele kuststrook Natura 2000-gebied (behalve bij de Maasvlakte en IJmond), maar wereldwijd heeft slechts 16 procent van de zandige kusten een beschermde status. Een smalle kuststrook is ook slecht voor natuur en biodiversiteit. Een strand moet eigenlijk 300 meter breed zijn om natuurlijke duinvorming op gang te brengen. Ook een duingebied moet lekker breed zijn om planten en dieren een kans te geven. Lansu in de Volkskrant: “Vanaf 1,8 kilometer breedte nadert een duingebied zijn potentiële biodiversiteit. De keerzijde daarvan is dat elke kuststrook die smaller is dan die afstand, soorten heeft verloren.”
Compensatie?
Die laatste is een spannende gedachte in verband met de compensatie van verloren duinsystemen op het land bij de Maasmonding, bij Wijk aan Zee en ook bij andere (te) smalle duinzones zoals op Walcheren en bij Petten, Callantsoog en Den Helder. Gaan we zeewaarts of landinwaarts meer ruimte bieden?




