Late recensie (2): Plantenrijk (1978) en Gras (1979) van Wim Schroevers
Rolf Roos
23 aug. 2025
Van de Amsterdamse schoolbioloog Wim Schroevers (1930-2004) kreeg ik voor mijn verjaardag in 1982 het boekje ‘Gras’. Het is een kunstwerkje dat Wim van zijn uitgever Kosmos mocht samenstellen, nadat hij in 1978 samen met fotograaf Jan den Hengst de bestseller ‘Plantenrijk’ had geschreven. ‘Gras’ is nauwelijks te vinden op het internet, ‘Plantenrijk’ wel. We lopen de verdiensten van beide boeken langs.
‘Plantenrijk’ was ‘boek van de maand’, meer dan 100.000 verkocht. Dat is geen enkel ander natuurboek (behalve vogelgidsen) gelukt, voor zover ik weet. Met 5000 ben je in dit millennium al een kassucces. Dat komt niet omdat we niet meer lezen, maar het aanbod van boeken is overweldigend.
Wim beschreef in zijn overuren in ‘Plantenrijk’ de gehele Nederlandse flora. Het is een handzaam boek en stukken toegankelijker dan de in die tijd best dure turven (drie delen!) over Wilde Planten van Westhoff c.s. Het boekje ‘Gras’, de kleine artistieke echo van ‘Plantenrijk’, is in alle opzichten een fijn boekje en het andere uiterste. Heel klein, dun, met een stoffen groene en harde kaft, een knipoog naar de omslag van de ‘Aaibaarheidsfactor’ van Rudy Kousbroek. In het binnenwerk staan fijne tekeningen van de hand van Wim zelf en een handgeschreven tekst bij elke soort. Dit is de manier als een auteur zijn handschrift voor 100 procent te boek wil stellen; zelfs de naam van uitgever en ISBN zijn in zijn leesbare kriebelpootje geschreven, met een ouderwetse inktpen.
Het boekje ‘Gras’ is inmiddels even zeldzaam als sommige door Wim beschreven bloemen. Maar ‘Plantenrijk’ is een toegankelijk boek op rustige toon uit de tijd dat zure regen net wel en klimaatverandering nog net niet bestond. Nu nog voor 7,50 te koop via het web. We citeren Wim’s openingsalinea over de Duinen (pag. 110):
Onze duinen zijn, samen met de schorren, onze meest natuurlijke streken. Ze zijn niet systematisch afgegraven, de plantengroei is voor het merendeel spontaan en de indeling van het landschap werd door de natuur zelf opgebouwd. Toch heeft de mens ter dege zijn stempel op het duinlandschap gedrukt. Hij bracht er al enkele duizenden jaren geleden konijnen, hij weidde er tot in het begin van deze eeuw overal zijn vee, waardoor kale vlakten ontstonden die in de wind gingen verstuiven. Hij deed op sommige plekjes (niet zo succesvol) aan landbouw. Om de verstuiving tegen te gaan plantte hij honderden jaren helm en later ook bos. In de laatste 100 jaar zijn landbouw en veeteelt nagenoeg uit het duin verdwenen. Sindsdien zijn er twee nieuwe menselijke invloeden ontstaan, de een nog ingrijpender dan de ander: het winnen van drinkwater en de recreatie.

Version 1.0.0
Na 50 jaar is zo’n breedwerpig boek natuurlijk wat gedateerd. We denken nu over veel zaken weer anders, als het bijvoorbeeld gaat over de nare gevolgen van recreatie (daar hoor je bij de huidige beheerders met hun grote recreatie- en ledenbelangen weinig meer over). En de oude duinen delen binnenduinrand zijn wel degelijk systematisch afgraven: voor bollenteelt, voor zandwinning voor o.a. Haarlem en Alkmaar. En die konijnen zijn er pas 700 jaar. Ook over effecten van vee wordt nu wel anders gedacht. En stikstof kwam nog niet uit de lucht, hoewel…
Maar ik geniet van de treffende tekstjes in zijn verhaal: “Een grappig klein plantje is melkkruid: kruisjes van kleine donkergroene blaadjes in etages boven elkaar een kleine onopvallende, maar mooie roze bloempjes”. En: “Op plekjes met een iets kleiiger bodem groeien kleine rusjes: ijle stengeltjes met bovenaan bruine knopjes. De zilte rus”. De auteur is niet bang voor wat verkleinwoorden. Een teer en puntgaaf beeld, inclusief het mooiste deel van een olifant, treffen we bij zijn beschrijving van het rondbladig wintergroen: “Langs de randen van de vallei, onderaan de noordhelling, staat een prachtig plantje, met vlak boven de grond enkele ronde bladeren en daarboven aan een lang steeltje een trosje van helder witte heideachtige bloempjes, waaruit een rood stijltje als een slurfje naar buiten steekt”.
Mooie, beeldende woorden gebruikt Wim ook in zijn nakomertje, het kleinood ‘Gras’, zoals over de bevertjes, ongetwijfeld zijn lievelingsgras. Bij zijn laatste zin kijken we in spanning mee of iemand slaagt de bloempjes stil te houden.
Een prachtig grasje met fijne bloempakjes als damestasjes, bungelend aan ragfijne zijsteeltjes. (…) Het wordt ook trilgras genoemd. Als je een halm tussen duim en wijsvinger houdt, dan kun je proberen, de bloempakjes stil te houden, zodat ze niet trillen. Ik denk dat het niet zal lukken.
Hier een In Memoriam Wim Schroevers, overgenomen uit Nieuwsbrief Heimans en Thijssestichting nr. 28-3 (2005)
Oproep: wie heeft nog exemplaren van dit boekje en wie heeft herinneringen of foto’s aan en van Wim die velen in de jaren 70 en 80 inspireerde? Mail het ons of laat onder dit bericht een bericht achter. Ik vond een karakteristieke foto van een met de vegetatie vergroeide, gebarende Wim, in het Biologisch Werkkamp voor het (basis) Onderwijs ca 1980.







het boekje gras ( 1 exemplaar)is via boekwinkeltjes nog verkrijgbaar