Een nieuwe kijk op Roghmans plaat van Saxenburg (Bloemendaal)
Wim Bosman en Theo Nieuwenhuizen – 26 juni 2026
[red.] In de 17e eeuw trokken diverse kunstenaars, waaronder Rembrandt en Ferdinand Bol, naar de buitenplaats Saxenburg nabij Bloemendaal en legden het landschap vast. Tegenwoordig is er van dit landgied weinig meer van te zien maar het lag ten oosten van hoge duinen, de Kopjes van Bloemendaal. Eerder besteedden we hier op deze website uitgebreid aandacht aan de kunstwerken die hier gemaakt werden. Wim Bosman en Theo Nieuwenhuizen komen nu met een compleet nieuwe interpretatie die we hier graag presenteren.
Het aan Roelant Roghman toegeschreven blad toont het toenmalige Saxenburg, zij het van een veel vertrouwder kant dan tot nu gedacht. Het weidse landschap komt sterk overeen met het hoofdonderwerp van de panoramische ets van zijn veronderstelde leermeester Rembrandt uit 1651.

Roelant Roghman (?), Het landgoed Saxenburg gezien naar het noorden, ca 1651?, pen in bruin, penseel in kleur, 16,6 x 27,5 cm, Dresdan, Staatliche Kunstsammlungen, Kupferstich-Kabinett, inv.nr. C 1920-150
Echter, tijdens het vergelijken van de landschappelijke hoofdkenmerken van de actuele situatie, de ets van Rembrandt en de afbeelding van Roghman zijn weliswaar de vele overeenkomsten treffend, maar houd je er tegelijkertijd een draaierig gevoel over; de onderlinge verhoudingen kloppen gewoonweg niet. Na kort reflecteren werd duidelijk: deze weergave is gespiegeld ten opzichte van de toenmalige werkelijkheid: létterlijk! Zoals op een etsplaat.
Na ‘ontspiegelen’ valt alles ineens op zijn plaats. We kijken niet in noordelijke richting maar net als Rembrandt en De Koninck naar het oostzuidoosten, waarbij het praktisch om hetzelfde gezichtsveld gaat (zie de Google-Earth-afbeelding onderaan). Picturaal bezien is het grootste verschil dat zij waarnamen vanuit een aanzienlijk lager standpunt. Roghman daarentegen neemt ogenschijnlijk een meer zuidelijk gelegen uitgangspositie in, maar dat blijkt gezichtsbedrog zodra je de respectievelijke perspectieven over elkaar heen legt. De al snel meer dan 20 meter hogere, en circa 100 meter westelijker positie van Roghman heeft als perspectivisch effect dat de herkenbare landschapselementen van de meer nabije onderste beeldhelft minder ver uiteen staan. De niet te overtreffen weidsheid van Rembrandts verbeelding heeft een sterk horizontaal karakter, en daar doet de ruimtelijk meer verticaal gestructureerde Roghman nauwelijks voor onder. Het adembenemend fraaie landschap van Saxenburg, Duin en Daal en het Bloemendaalse Bos in wording ontrolt zich richting de verre horizon.
Naast de verschillen (stijl, techniek, positie met inbegrip van de waarnemingshoogte), zijn er ook andersoortige afwijkingen. Deze topografische aspecten zijn onderwerp van een aanstaande nader onderbouwde publicatie. Toch willen we op deze plaats een enkele noemen, voor meer houvast wat betreft de datering van deze Roghman.
Zo vallen direct de sterke verschillen op qua weergave van de valleibodem-verkaveling van de bleekvelden op de voorgrond. Aan de linkerkant (noord) komen de afbeeldingen van Rembrandt, De Koninck en Roghman nog redelijkerwijs overeen. Waar het midden en de zuidzijde door eerstgenoemde meester heel neutraal worden weergegeven, is bij De Koninck een ongespecificeerd en vagelijk bruin terrein afgebeeld. Het gaat hoogstwaarschijnlijk om recent ‘aangekard land’ – landaanwinning door demping van een meer met aangevoerde grond – zoals lokaal al aangegeven op de kaarten van Okkersz. uit 1599. Dit kennelijk te dempen en volgens historische bronnen visrijke ‘Den Meer’, dat bij Okkersz. nog zo’n 4,5 hectare besloeg, is 50 jaar later vrijwel gereed om voor de bleekindustrie en/of agrarische benutting dienst te doen. Ook het telkens weergegeven prieel of vogelhuis, dat bij Rembrandt en Philip Koninck nog omgeven is door de restanten van het meer, staat bij Roghman geheel of ten minste grotendeels op land en wordt omringd door allerhande gewas waaronder bomen. Er is nog een bewijs voor een aanzienlijke tijdsspanne tussen 1651 en het vastleggen door Roghman: de laan en zichtas vanuit huize Saxenburg naar het zuidzuidwesten is nu tot voorbij het paviljoen doorgezet. Het bijkomende belang hiervan is dat de verschillen in topografie bewijzen dat tussen het vervaardigen door Rembrandt en Koninck in 1651 en anderzijds dat van Roghman ten minste een decennium gemoeid moet zijn, en vermoedelijk zelfs nog aanzienlijk meer jaren zodat een datering van rond 1670 reëel lijkt.
Een aspect dat voorafgaande aan een definitieve publicatie ook reeds hier verdient te worden aangestipt is het ontbreken van de Haarlemse contour. Het zal met de lichtval van dat moment te maken hebben. Helaas is de ons ter beschikking staande afbeelding onvoldoende scherp om zekerheid te kunnen bieden, maar op de plaats waar je de Grote Kerk (St. Bavo) van Haarlem zou verwachten, zijn net voldoende friemellijntjes aanwezig om aan dit ‘landmark’ te suggereren. En bijvoorbeeld ook de ruïne van Huis te Kleef – vanuit Roghmans standpunt bezien precies tussen de kerk van Haarlem en Bloemendaal in – lijkt afgebeeld.
Nu we over ten minste drie direct vergelijkbare afbeeldingen beschikken, wordt niet alleen het ruimtelijk gebruik en de inrichting van dit deel van zuidelijk Kennemerland verder opgehelderd, maar ook de landschapsdynamiek tijdens de overgang van de neringdoende naar ontspanning zoekende en naar rust en schoonheid verlangende mens.
Voor verdere bespreking – zoals ook over het hoe-en-waarom van de gespiegelde weergave – wordt verwezen naar de aanstaande publicatie.






