over de site | contact | info auteurs | toegang auteurs
  • Home
  • Nieuws
  • Thema’s
    • Ontstaan van de kust
      • Duinen als zeewering
      • Klimaat en duinen
    • Archeologie
    • Zeedorpen
    • Jacht
    • Duinlandbouw
    • Cartografie
    • Veldnamen
    • Militaire kustverdediging
    • Waterwinning
    • Natuur en landschap
      • Flora en vegetatie
      • Fauna
      • Bos
      • Natuurbeheer
    • Strand
    • Recreatie
    • Beeldende kunst
  • Gebieden
    • Zeeland
    • Zuid-Hollandse eilanden
    • Zuid-Hollandse vasteland
    • Zuid-Kennemerland
      • Amsterdamse Waterleidingduinen
      • Nationaal Park Zuid-Kennemerland
      • Kennemerstrand
    • Noord-Kennemerland
      • Wijk aan Zee
      • Noordhollands Duinreservaat
      • Bergen
      • Schoorlse Duinen
    • Noordkop
      • Camperduin-Petten
      • Zwanenwater
      • Zijpe- en Hazepolder
      • Callantsoog
      • Noordduinen
      • Den Helder
    • Texel
      • Zuidpunt van Texel
      • Duinen bij Den Hoorn
      • Duinen bij De Koog
      • Ten noorden van De Koog
    • Vlieland
    • Terschelling
    • Ameland
    • Schiermonnikoog
    • Rottumerplaat / Rottumeroog
  • Landschapselementen
    • Eendenkooien
    • Landgoederen
    • Wegen en paden
    • Kanalen
    • Stuifdijken
    • Agrarisch
    • Militair
    • Heemtuinen
    • Recreatief
  • Portretten
  • Onderzoek
  • Hotspots
  • Programma
rss

Artikel

19
JAN
2025

Glimlachen om oude plannen: beheer(s)plan Kwade Hoek, 1971

Goeree
Tags : beheerplan, De Beer, kwadehoek
Posted By : Redacteur
Comments : 1

 Rolf Roos

  • Met dank aan: Kommer Tanis, Ton van Kooten, Lia Vlietland, Ed Buijsman, Annelies Breen en Freek Aberson.
  • Oorspronkelijk: november 2025; update 19 januari 2025.
  • We zoeken nog een foto van J. Sennef en foto’s van de Kwade Hoek 1960 -1980

Oproep: wie heeft tussen ca 1965 – 1975 als scholier de broedvogelkolonies op de Kwade Hoek bezocht en daar nog herinneringen aan? Laat het ons weten, per mail of onder dit bericht.

Eerste pagina Beheersplan 1971; kaft ontbreekt

Onlangs stuitten we op het eerste ‘Beheersplan’  – let op de ‘s’ – voor het natuurreservaat “DE KWADE HOEK” uit 1971. Het doet aan als een onooglijk stencil (zie hiernaast) en heeft geen vrolijk kleurenkaft met een lief bontbekpleviertje zoals het Natura 2000-plan van 50 jaar later (zie verderop). Het dunne rapportje van elf pagina’s bevat (althans in het door ons geraadpleegde archiefstuk 999-2647, Stadsarchief van Amsterdam) geen kaarten en illustraties.

Maar wat zijn die oude plannen toch leerzaam! Waarover dachten we toen en nu hetzelfde, wat is er veranderd? We halen enige krenten uit de oude pap.

We citeren passages uit het door J.C. Sennef geschreven plan. Tot 1 augustus 1971 was hij natuurwetenschappelijk medewerker van de Stichting Natuurmonument  ‘De Beer’. Nadat dit zeer rijke kustgebied teloorging bij de aanleg van de Maasvlakte, kreeg deze stichting als troost (compensatie) o.a. de Kwade Hoek in beheer, later ging het beheer (niet het bezit) over naar Natuurmonumenten. Het oude beheer(s)plan is hier als pdf te vinden. Passages over beweiding en problemen met de pacht behandelen we in een apart artikel elders op deze site. Ook staan we apart stil bij  een zwalkend vergunningenbeleid rond 1975. In dit artikel de grotere veranderingen in het landschap rond 1971 en hoe de beheerder met onderzoek en de aanwonenden omging.

In het gebied zelf was Jan Vlietland als boswachter actief. Uit zijn verslagen (januari 1971) lezen we dat na grote sterfte onder kramsvogels er een inzamelingsactie op Goeree volgde met erg veel voer voor de vogels. Dat soort acties doet de moderne natuurbeheerder niet meer, net zo min als helm planten in stuifgaten, ook dat was Jan’s werk destijds, naast vogels tellen en stropers vangen. Zie verder het artikel over zijn werk in 1965.

Haringvliet gaat dicht

1971 is een belangrijk moment in de geschiedenis van de Kwade Hoek en de hele voordelta, want de Haringvlietsluizen gingen dicht. Een keerpunt dat wordt onderkend:

Na de voltooiing van de Deltawerken zal de Kwade Hoek, een van de laatste zogenaamde Groene Stranden blijven die regelmatig bij hoge vloeden overstroomd zal worden door bet water van de Noordzee. In tegenstelling tot de situatie van voor november 1970 zal het water nu niet of nauwelijks vermengd zijn met het zoete rivierwater.

Commentaar vanuit huidig perspectief: dat het gebied vaker zou worden overstroomd en er meer zand en slib zou worden afgezet, werd toen nog niet voorzien. Het gebied zou in een halve eeuw vooral door de Deltawerken zeewaarts en westwaarts groeien van 350 hectare in 1971 naar 826 hectare in 2020 (Beheerplan 2015- 2020). Weinig gebieden in ons land kunnen zich verheugen op een ruime verdubbeling in omvang als gevolg van min of meer natuurlijke processen. En hoe het echt gaat hebben we niet in de knip. Zo voorspelde medewerker Hassefras van Natuurmonumenten in 2000 in het Algemeen Dagblad nog forse afslag van de Kwade Hoek als de Haringvlietsluizen weer deels open zouden gaan. Die opening als gevolg van het ‘Kierbesluit’ werd toen voorzien voor 2005 maar ging pas in op 16 januari 2019. Toen werden de sluizen voor de eerste keer op een kier gezet zodat er zout water weer in kon komen en trekvissen weer konden migreren. Over afslag tot nu toe geen berichtgeving. Terug naar Beheersplan 1971:

Dit op zichzelf vrij gecompliceerde duingebied strekt zich uit als een lange smalle tong in westelijke richting, geleidelijk oplopend en versmallend. In het noorden grenst deze tong aan de smalle zeereep en het strand. Aan de zuidkant wordt het begrensd door de waterleidingduinen.

(…) De toename van de frequentie van zogenaamde “Hoge Vloeden” door de afsluiting van het Haringvliet is nog niet bewezen, doch dit wordt niet onmogelijk geacht. Bedoeld wordt dat bet Groene Strand vaker dan vroeger met hoog water en harde westenwind wordt overspoeld.

Recent beeld van een kreek in het beweide gedeelte van de Kwade Hoek met op de achtergrond jongvee. Op voorgrond in de kreek zelf: stenen en palen van een blootgespoelde strekdam uit ca 1830. Deze was rond 1955 nog niet onder slib en zand verdwenen. Annelies Breen: “in die tijd  hinkelden wij meisjes  er nog op.” De foto maakt duidelijk dat Kwade Hoek in 70 jaar hier minstens 35 cm is opgeslibd.

De naar zee open groene stranden van weleer zijn deels omsloten door nieuwe duinenrijen waardoor het gebied meer dan vroeger op een duingebied lijkt, behalve in het oosten waar het bij Havenhoofd overgaat in een grote, deels door riet omzoomde gors en daarachter slikplaten. Langs de paden groeien ruigtekruiden waaronder de zeldzame heemst. Aan de zeezijde liggen vele lage duintjes met biestarwegras: evenzovele tekens van een echte aangroeikust. Ook liggen er embryonale duinen met o.a. zeewolfsmelk, zeewinde en soms zeelathyrus met erachter zilte en soms verzoetende strandvlaktes met o.a. zeeaster, zeerus en zilte rus. Er zijn enkele echte slufters, waarvan de meest oostelijke (nabij het Geliefdeneiland) bij stormen met zgn. ‘wash-overs’ zand landwaarts transporteert. Interessant is dat in 1971 al sprake was van een  ‘Parnassiaweide’ onderlangs de zeereep ten westen van het hoofdpad richting zee. Deze veldnaam ging niet geheel verloren en maar de parnassia is, waarschijnlijk als gevolg van een groter aantal zoute overstromingen vanuit het oosten, alleen nog te vinden in wat nu de westpunt hiervan is: de Bunkervallei (zie artikel over veldnamen van de Kwade Hoek).

Toegang beperkt

In 1971 is de Kwade Hoek officieel een geheel afgesloten gebied en alleen “Buiten de broedtijd (1 april – 15 juli) vrij voor leden van de Stichting toegankelijk. Niet-leden kunnen kaartje (0,25 cent) kopen bij de opzichter.” Deze restricties werden door aanwonenden (elders aangeduid met ‘autochtonen’), stropers en leden van de familie Breen (tot ca 1970 duineigenaar van de zeereep en van 1947 tot ca 1974 hoofdpachter van het gors), niet altijd gerespecteerd, zo blijkt uit teksten in het Beheersplan. Maar van drukte of platgereden bermen door auto’s bij de entree is een halve eeuw terug nog zeker geen sprake. Het beheerplan, 1971:

“Volgens het voorlopige bestemmingsplan voor Goedereede ligt de Kwade Hoek buiten de recreatiecentra, met inbegrip van de kampeerterreinen. In de zomer blijkt bet strand voor de Kwade Hoek toch wel in trek te zijn bij gemiddeld enkele tientallen mensen.”

” Zo ligt in het uiterste oosten van de lange reeks duintjes die het Groene Strand scheiden van het strand een van de drie Grote Stern kolonies van Nederland.”

De tijd van grote sterns (die in de jaren ’60 sterk leden onder landbouwgif) is op de Kwade Hoek na de jaren ’70 voorbij. Broedende grote sterns zijn hier verleden tijd.  De restricties op betreding zijn  vergelijkbaar, maar het landschap heeft zich sterk door ontwikkeld. In de jaren ’60 was het nog open en de zeewaartse duinenrij laag. Ed Buijsman, auteur van het boek ‘Fraaie schepsels’ berichtte me: ” In de  jaren zestig, toen de omvang van de kolonies in Nederland, meer dan gedecimeerd werd, hoorde ik van Gerard Ouweneel dat op de Kwade Hoek de overlevende restanten van de grote stern in Nederland voorkwamen. Hij had die kennis weer van vogelkenner en bestuurslid van Stichting de Beer, Tom Lebret, die de kolonie op 6 juni 1965 bezocht. Er resteerden destijds nog drie kolonies: Griend, Kwade Hoek en Hompelvoet.”

Destijds gaf het veel aanloop, inclusief scholieren. Uit het beheersplan 1971 deze passage:

Het bezoek aan de vogelbroedkolonie o.l.v. de opzichter is populair onder de badgasten. Elk jaar nemen wel 1000 tot 1500 mensen deel aan deze excursies. De laatste jaren nemen ook steeds meer schoolklassen, speciaal van het eiland, deel aan excursies, in het kader van het biologie-onderwijs op basis en MAVO scholen.

Kaft Beheerplan klik op beeld voor de pdf

Destijds was de structuur bij terreinbeheerders als volgt: een opzichter was verantwoordelijk voor een groot deelgebied (vaak met dienstwoning en de hulp van een enkele terreinmedewerker). De opzichter was de ouderwetse boswachter, tevens de BOA. Tegenwoordig zijn er regiomanagers en vele ‘boswachters’, waaronder slechts een enkele die feitelijk toezicht houdt.

Onderzoek

Onderzoek ging vroeger ad hoc, door vrijwilligers en studenten, landelijke instituten en deels ook door de opzichter, tegenwoordig is het allemaal provinciaal gestroomlijnd, inclusief de opstelling van het beheerplan. Dat doet de terreinbeheerder ook niet meer zelf, maar de provincie. Interessant is dat destijds ook individuele buitenstaanders welkom zijn om onderzoek te doen:

Aan 7 amateurs is een doorlopende toegangsvergunning uitgereikt. Deze personen verrichten waardevol onderzoek aan avifauna, flora en entomofauna. Van de resultaten van hun onderzoek wordt regelmatig verslag uitgebracht.

Van vrijwillige onderzoekers maakt Natuurmonumenten nu nog maar weinig gebruik. Professionele inventariseerders van ingehuurde bureaus werken nu volgens vaste, door de provincie bepaalde methodes. Maar, en dat is niet veranderd: onderzoek bleef en blijft in kleine kring hangen. Echt publiceren deed en doet men zelden, de vele ‘medewerkers voorlichting’ ten spijt. Op websites wel wandelingen maar geen jaarlijks overzicht van nieuwe kennis. De natuurbureaucratie is sterk gegroeid. En daarmee de angst om te laten zien hoe het echt gaat in de gebieden. In het oudste beheerplan staan keurige actiepunten voor de opzichter en/of voor zijn superieuren (destijds de districtsmedewerker en daarboven de Inspecteur, de regionale directeur). In moderne plannen kom je dit soort aanspreekbaarheid niet tegen en is het altijd zoeken wie ergens voor verantwoordelijk is. Soms blijkt het de nieuwe medewerker ‘externe zaken’ soms is het de ‘boswachter ecologie’, dan weer de ‘boswachter voorlichting’.

Relatie met de buren

Uit een familie-document ‘Herinneringen aan Jacob Breen’, kennen we naast een stamboom van de familie Breen- Aberson ook vele verhalen over stamvaren Jacob (ook bekend als Japie) Breen, eigenaar van de zeeduinen tot eind jaren ’60 en pachter van het gors tot ca 1973.

“Goeree was voor ons altijd een prachtige plek waar een boel kon en mocht, waar we eindeloos konden ravotten in de duinen en hutten bouwen in het bos en grote zeeweringen bouwden op het strand die de volgende dag weer weggespoeld waren.” (Jochem Voogt in: Herinneringen aan Jacob Breen)

”  … de familieduinen, waar mijn vader vlak na de oorlog een verlaten Duitse bunker verbouwde tot zomerhuisje. De kinderen kregen in die tijd soms een ongeladen buks in de handen geduwd met de opdracht ongewenste toeristen weg te jagen! Overigens mochten de ‘autochtonen’ altijd vrij wandelen wat zij gewend waren.” (Annelies Breen in: Herinneringen aan Jacob Breen)

In 1971 waren er volgens het Beheerplan spanningen met aanwonenden:

De houding van de autochtone bevolking langs de Oostdijkseweg en op Goedereede-Haven ten opzichte van bet reservaat en de opzichter is moeilijk voor het beheer. Volkomen begrijpelijk, maar niet juist, zien zij het gebied als vrij toegankelijk. Met afsluiting en bewaking hebben zij weinig op. Met de de tijd zal deze houding veranderen, enerzijds door een toenemend milieubesef onder de plaatselijke bevolking in Goedereede-Havenhoofd, anderzijds door een verandering van de bevolking van de huizen langs de Oostdijkseweg. In toenemende mate worden deze huisjes betrokken door allochtonen die hun werk in de randstad hebben.

Dat laatste was goed gezien maar die nieuwe aanwonenden bleken even eigenwijs. Terreinbeheerders zien zich zelf meer als grootgrondbezitters dan als ‘buren’ , bij wie je soms even langs moet gaan om wederzijds begrip te cultiveren. Dat gaat niet via websites en oukazes. Meer over deze relatie in het verleden:

Eerst in dienst bij Stichting de Beer. vanaf 1975 bij Natuurmonumenten en bij velen geliefd: Jan Vlietland. Opzichter tot 1987.

Stroperij op het Groene strand en achterliggende duinen is niet zeldzaam. De opzichter dient hiervoor te waken in samenwerking met het plaatselijke korps Rijks-Politie. Vooral bij vriezend weer of sneeuwval is stroperij frequent te konstateren. Potentiële stropers zijn bekend op het buro van de R.P. en bij de opzichter.

Voormalig zomerhuis ‘Klein zeezicht’ in 1954. Tijdens de overstroming van februari 1953 zaten hier volgens Annelies Breen (destijds 11 jaar) ca 30 evacuees uit de achtergelegen Bokkepolder. Er was uitzicht tot Goeree en over de Kwade Hoek.

Opzichter van dienst in die tijd was Jan Vlietland, waarover we wat kunnen vinden in een boek van Koppelaar uit 1998. “Jan Vlietland behoort tot de mensen, de weinige mensen, wier jeugddromen in vervulling zijn gegaan. „M’n hele leven heb ik jachtopziener willen worden, zoals grootvader Visser,” heeft Jan ons gezegd, toen hij vierentwintig was.” Een droombaan maar ook met gedoe.

Landschap rond het zomerhuis ca 1970. Op de horizon links de hoge iepen van Zeezicht die rond 1990 zijn gesneuveld. De groene strook op de achtergrond is van ’t Plaatje, toen nog een geheel open gebied. Het wordt begrensd door inlaagdijk 1717. (Zie hiervoor dossier Bokkepolder). Zichtlijn wordt gevisualiseerd op luchtfoto 1970.

En er waren soms wrijvingen met de buren die de zeeduinen bezaten, destijds de familie Breen, tevens (hoofd)pachter van het gors. Hun oude zomerhuis op een oude bunker moest door zeereepophoging in het kader van de Deltawerken verdwijnen. De familie behield rechten, zoals herbouw van een ander zomerhuis (zie foto), maar nu binnen hun gekrompen duinrandbezit van 40 naar 8 ha. In een kleine hoek duin ten oosten van Havenhoofd is nog steeds een jager uit Goedereede actief ondanks alle in latere natuurplannen aangekondigde restricties voor dit stiltegbied. Dit gaat ongetwijfeld om oude rechten want een verondersteld hoog risico op aanrijdingen van reeen met auto’s is hier tamelijk vergezocht. En dan werkt knallen & opjagen trouwens eerder averechts. Het oude beheersplan meldt:

Fam. Breen, zomer 1956, v.l.n.r.en boven naar beneden: Nel Aberson-Breen (1932-2021), Jaap Breen Senior (1905-1983), Robs Breen-Viëtor (1907-1957), Jetje Tilanus-Breen (1936 – ), Annelies Dammers-Breen (1942 – ) vóór 1988 Voogt Breen, Jaap Breen Junior (1933- 2017).

Met leden van de familie Breen, die vermoedelijk wel een nieuwe zomerwoning zullen laten bouwen achterin de duinen achter het Groene Strand zal een regeling getroffen moeten worden. De opzichter zal er voor waken dat aan deze regeling de hand gehouden wordt.

Huize de Bult ca 1975

Huize de Bult verscheen bovenop de opgehoogde zeereep en kreeg een eigen opgang naar het hoofdpad.

En wellicht niet ten overvloede en ter voorkoming van misverstanden, tot slot het Beheerplan 1971:

Van belang is de controle op de naleving van bet verbod het strand te bezoeken ten oosten van de borden. Ook  hieraan dient streng de hand gehouden te worden. Aparte vermelding verdient de familie Breen. Niemand van hen of van hun gasten mag de kolonie zonder toestemming van de opzichter bezoeken. Dit geldt ook voor de pachter en zijn inschaarders. Controle door de opzichter.

Vlak voor zijn afscheid was er in 1987 een aardig krantenartikel over Jan Vlietland. Klik op het beeld om dit te lezen.

Interessant is dat volgens Annelies Breen (interview op 28 okt. 2025) zij als kind een jaargeld (contant, 500 gulden) naar de opzichter bracht.  Naar verluid: voor zijn werkzaamheden als inning van pacht (Breen pachtte het gors) . We praten dan over de jaren ’50. “Ik kwam binnen en ze waren net aan tafel, tussen de middag, en het konijn werd geserveerd.” De gezagsverhoudingen langs het duin waren verre van eenduidig in die jaren.   Een duinrandbewoner als Jacob Breen kocht ook nimmer een toegangskaartje maar kreeg wel een speciale vergunning in 1975 om het schor op te mogen  (Zie artikel: Quod licet bovi, non licet bovi ). ” Vlietland deed weinig tegen lokalen”, aldus Annelies Breen. En “niemand langs de Oostdijkse weg hield van uniformen, dat hebben we uit de oorlog overgehouden”, zo vertelt ze. Met wel met een uitzondering voor het pak van de jager. Een lastige klus: opzichter in een tijd dat iedereen vond dat het duin van iedereen was. “Jan Vlietland was een aardige kerel waarvoor een dienstwoning werd gebouwd, die hij later na ontslag (hij was volgens Annelies Breen niet streng genoeg) gedwongen werd om te verlaten.” Volgens zijn vrouw Mina, die we in 2025 er naar vroegen, was er ook een beroerde samenwerking met zijn opvolger, Siep Kuiper, die nog enkele jaren samen met Jan Vlietland de Kwade Hoek onder zijn hoede kreeg.

Kommer Tanis uit Havenhoofd over zijn jeugd en de Kwade Hoek (1976)” “Op een dag gingen we ook weer zwemmen en eerst eieren zoeken. Mijn vader ging mee vissen op het strand en toen was de opvolger van Jan Vlietland, Siep Kuiper en daar kreeg mijn vader bijna slaande ruzie mee. Siep riep zelfs de politie er bij en is het zo gelopen dat we er echt niet meer mochten komen. We zijn ook gestopt met eieren zoeken, dat is dus na een conflict geëindigd, net als het vissen vanaf het strand.”

Ton van Kooten, woont anno 2026 in Zierikzee en was schoolmeester  p Havenhoofd van 1969 tot 2004. Hij heeft in de klas Kommer Tanis gehad en ook zijn broer Ewout en wellicht zijn er foto’s van excursies die Jan Vlietland gaf. Over Jan: “Het was een gouden vent, hij wist veel en liet de kinderen struinen en liet ze het strand schoonmaken en aan planten ruiken. Kortom, hij leerde ze wat.”

Siep Kuiper, kwam later in de klas bij Ton eind jaren ’70 en hij maande Ton: “wil je er voor zorgen dat je kinderen ophouden met loopgraven maken in de duinen.” Ton antwoordde:  ” dat klopt dat ze dat doen, want ik heb net de Eerste Wereldoorlog behandeld. En ik ben geen toezichthouder.” Waarvan akte.

Bronnenlijst historie Kwade Hoek

Gerelateerde artikelen:

  1. Haringvlietmonding: Zuid-Hollandse Wadden?
  2. Aangroei van de Kwade Hoek 1820-1970: ooggetuigen en oude kaarten
  3. Uit de archieven van de Kwade Hoek: broedvogels in 1966
About the Author

Social Share

    One Comment

    1. Annelies Breen 29 oktober, 2025 at 16:20 Reply

      Leuk om te lezen, Rolf! Een mooi document. Detail is dat van ik in 1953 pas 11 jaar was nl uit bouwjaar 1942.

    Laat een antwoord achter aan Annelies Breen Reactie annuleren

    *
    *

    Doorzoek alle artikelen

    Dossiers

    Landgoederen
    Dijk of duin
    Kwade Hoek, Goeree
    Westduinen, Goeree
    Bokkepolder, Goeree
    Natuurerf
    Zeer natte duinen
    Dennenkap
    Duinschilderijen
    Veldnamen
    Website Natuurmonument de Beer
    hotspots duinen wandeling Bezoek hotspots bloeiende duinen

    Duinen en mensen: boeken & website

    Het project 'Duinen en mensen' omvat een serie boeken + website over de Nederlandse kust. Cultuur en natuur van het kustlandschap worden gelijkwaardig en veelzijdig beschreven. Met honderden nieuwe kaarten en de laatste stand van wetenschap. Kennemerland (2009), Noordkop en Zwanenwater (2011) en Texel (2013). In 2023 verscheen Duinen en mensen Voorne. Meer over het tot stand komen van deze boeken. De website is continu in ontwikkeling en omvat ca 1000 berichten, boeken, films die gerelateerd zijn aan de boeken of de daarin behandelde onderwerpen. De website is een openbaar archief. Mocht u menen rechten te kunnen ontlenen aan gebruikte tekst of beeld, laat het weten dan zoeken we een oplossing. Deze website wordt draaiende gehouden door een vrijwillige redactie. Nog wel beschikbare titels (o.a. Voorne, Texel) zijn elders te bestellen.

    Maandelijks archief van berichten

    Digitale documentatie duinen Voorne

    Deze site van het streekarchief is onderdeel van Kenniscentrum Duinen

    Deze site is tot stand gekomen met steun van het Cultuurfonds en ondergebracht bij het Streekarchief Voorne-Putten

    Redactie: Rolf Roos & Nico van der Wel, m.m.v. Henk Terhell, Machiel van Wijngaarden, Danny Zuurbier, Bob Benschop (eindredactie)
    Ontwerp en ontwikkeling: toomanywords.nl