MOB: Zwanenwater zwaar belast met bestrijdingsmiddelen
- Overgenomen van H2O actueel, het oorspronkelijke artikel verscheen op 2 juni 2026 (titel en lead hier iets aangepast, en beeld toegevoegd)
In het Zwanenwater, een Natura 2000-gebied in de kop van Noord-Holland, stapelen tientallen bestrijdingsmiddelen zich op. Dat concluderen milieuorganisaties Mobilisation for the Environment (MOB) en Stichting Advocaat van de Aarde in een rapport dat op 29 mei is aangeboden aan de Provincie Noord-Holland, Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) en Natuurmonumenten.
Het Zwanenwater – het grootste duinmeer van Europa en grootste natuurreservaat van de Noordkop – bestaat naast twee ondiepe zoetwaterplassen uit vochtige duinvalleien, natte graslanden, moerassen en wilgenbos. Het als Natura 2000 aangewezen gebied grenst aan het grootste bollenareaal van Nederland, dat bekend staat om een intensief gebruik van bestrijdingsmiddelen.
Zodoende verdiepten de stichtingen, bekend van de broers Johan en Frans Vollenbroek, zich in waterkwaliteitsmetingen die HHNK tussen 2020 en 2024 uitvoerde. Conclusie: de duinmeren bevatten tientallen bestrijdingsmiddelen, waaronder insecticiden, herbiciden, fungiciden, biociden en PFAS-houdende middelen. Daaronder bevinden zich ook niet-toegelaten middelen, en stoffen die soms al sinds de jaren ’70 verboden zijn.
Het Zwanenwater wordt uitsluitend door regen- en kwelwater gevoed. Er wordt geen gebiedsvreemd water op aangevoerd, of op geloosd vanuit bijvoorbeeld rioolwaterzuiveringen. Zodoende is “de enige verspreidingsroute die het grote aantal bestrijdingsmiddelen in dit water kan verklaren” verspreiding via de lucht, door drift, verdamping en verwaaiing van bodemdeeltjes, aldus de stichtingen.
Toxische druk
Naast het feit dat sommige van de aangetroffen stoffen waterkwaliteitsnormen overschrijden, uiten de organisaties met name hun zorgen over het ‘cocktail’-effect dat de stoffen gezamenlijk kunnen hebben. De gelijktijdige aanwezigheid van herbiciden, fungiciden, insecticiden, biociden en afbraakproducten daarvan vergroot immers de kans op mengseltoxiciteit. Ondertussen maken de geïsoleerde ligging en lage doorstroming van het duinmeer dat de stoffen nauwelijks verdund worden en zich langzaam opstapelen.
Zodoende is het van belang, aldus het rapport, om te bepalen wat het gezamenlijke effect is van alle aangetroffen stoffen op het leven in en rond het water. Daarbij gaat het om zowel acute als chronische negatieve effecten die aquatische soorten kunnen ondervinden voor bijvoorbeeld overleving, groei en voorplanting; de zogeheten toxische druk.
Om een beeld te krijgen van het aandeel van bestrijdingsmiddelen in deze toxische druk, heeft MOB een inschatting gemaakt met een rekentool van zowel de Bestrijdingsmiddelen Atlas als het STOWA-programma Sleutelfactor Toxiciteit. Hierbij wordt de totale toxische druk ingeschat die mengsels van chemische stoffen – bestrijdingsmiddelen, maar ook andere stoffen zoals zware metalen, ammonium en PAKs – uitoefenen op het waterleven.
[artikel gaat verder onder de foto]
Achteruitgang van macrofauna
Uit de berekeningen die MOB deed volgt dat de ecotoxische druk in het Zwanenwater voornamelijk bepaald wordt door bestrijdingsmiddelen en PAKs. Terwijl ammonium, metalen en andere stoffen vrijwel uitsluitend in de klassen ‘geen’ of ‘geringe toxische druk’ vallen, laten bestrijdingsmiddelen meerdere resultaten zien in klasse ‘hoog’.
Een hoge toxische druk betekent dat het ecosysteem structureel onder druk staat: effecten kunnen zich ophopen en tot een verlies aan biodiversiteit of veranderingen in de soortensamenstelling leiden. Eerdere studies hebben aangetoond dat een hogere toxische druk van stoffenmengsels gepaard gaat met een daling van de ecologische toestand. Daarbij wordt opgemerkt dat de beoordeling van macrofauna in het Zwanenwater inderdaad gedaald is van ‘matig’ (2009, 2015) naar ‘ontoereikend’ (2021, 2024), in strijd met het verslechteringsverbod van de Kaderrichtlijn Water.
PFAS
Overigens zijn deze berekeningen om velerlei redenen waarschijnlijk een “forse onderschatting” van de daadwerkelijke mengseltoxiciteit, stelt het rapport. Zo gaan de gehanteerde waterkwaliteitsnormen voor chronische blootstelling uit van lineaire dosis-effectrelaties, terwijl onderzoek erop wijst dat ecologische schade mogelijk juist exponentieel toeneemt bij langdurige chronische blootstelling.
Ook worden in voornoemde rekentools lang niet alle aanwezige stoffen meegenomen, zoals PFAS. Metingen van twee PFAS-stoffen, PFOA en PFOS, laten echter zien dat deze in significante hoeveelheden zijn aangetroffen in het Zwanenwater. Zo werd in 2022 een PFOA-gehalte van 110 nanogram per liter gemeten (ruim het dubbele van de oppervlaktewaternorm voor zoete wateren, 48 nanogram per liter), en in 2019 een PFOS-gehalte van 25 nanogram per liter (ruim 38 keer de norm van 0,65 nanogram per liter). Ook worden lang niet alle werkzame stoffen en afbraakproducten – zoals trifluorazijnzuur (TFA), een belangrijk afbraakproduct van PFAS-houdende bestrijdingsmiddelen – gemonitord in het Zwanenwater.
Bestuurlijk probleem
“Opmerkelijk is dat het waterschap ontzettend veel metingen doet, maar dat met deze gegevens weinig gedaan wordt”, concludeert het rapport. “Jaarlijks wordt in Nederland 80 tot 100 miljoen uitgegeven aan het monitoren van de waterkwaliteit, maar aan de gevonden meetwaarden worden weinig harde conclusies verbonden.”
“Het onderzoek wijst op een structureel bestuurlijk probleem”, schrijven MOB en Advocaat van de Aarde in een gezamenlijk bericht. “Het Ctgb beoordeelt toelatingen van middelen zonder rekening te houden met verspreiding naar nabijgelegen natuur of mengseltoxiciteit. Waterschappen meten en rapporteren, maar kunnen nauwelijks ingrijpen bij normoverschrijdingen. Provincies zijn verantwoordelijk voor Natura 2000, maar voeren vrijwel geen monitoring uit op bestrijdingsmiddelen.”
Aanbevelingen
De veertien aanbevelingen die de stichtingen naar aanleiding van het onderzoek doen zijn dan ook op alle betrokken overheden gericht. Zo worden het waterschap en de provincie aangeraden om doelstellingen voor de Kaderrichtlijn Water te koppelen aan instandhoudingsdoelstellingen voor Natura 2000-gebieden, en wordt het Ctgb aangeraden de toelatingsprocedure voor bestrijdingsmiddelen zodanig aan te passen dat rekening wordt gehouden met cumulatieve effecten. Ook wordt de provincie opgeroepen om de vergunningplicht voor het gebruik van bestrijdingsmiddelen nabij Natura 2000-gebieden actief te handhaven.
“Het verrast mij hoe ongelooflijk veel schadelijke stoffen hier gevonden zijn”, liet hoogheemraad Jos Beemsterboer van HHNK alvast weten aan het Noordhollands Dagblad. “Dat vind ik echt verschrikkelijk en daar baal ik van. Waar komt dat vandaan? Is dat binnen een straal van 300 meter of hebben we het over twintig kilometer? Om in te kunnen grijpen, moeten we dat eerst uitzoeken.”
Handhavingsverzoeken
Natuurmonumenten, beheerder van het Zwanenwater, heeft aangekondigd stappen te zullen ondernemen “om de partijen in beweging te krijgen” indien de overheden geen passende maatregelen treffen. De natuurbeheerder ziet het onderzoek als “belangrijk en urgent signaal om de provincie Noord-Holland, het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, de Gemeente Schagen en gebruikers van bestrijdingsmiddelen erop te wijzen dat ze verantwoordelijkheid moeten nemen. (..) We zijn verbaasd dat de uitkomsten van dit soort metingen niet vanzelfsprekend tot actie leidt bij overheden.”
Daar verbaast ook MOB zich over. “Hoe kan het dat de overheid dit soort onderzoeken niet zelf doet? Waarom moeten het partijen van buiten zijn die deze problematiek aankaarten en zich verdiepen in die gegevens?”, aldus chemicus Jantine Leeflang (MOB), auteur van het rapport, gistermiddag in radioprogramma Noordkop Actueel. “Als het te lang duurt tot er actie ondernomen wordt, gaan wij handhavingsverzoeken de deur uit sturen.” Leeflang hoopt dat de overheden ‘voor de zomer’ met een inhoudelijke reactie op het rapport komen.
Topje van de ijsberg
Het Zwanenwater is geen uitzondering, benadrukken MOB en Advocaat van de Aarde tot slot; eerder “het topje van de ijsberg”. Onderzoek van onder andere De Vlinderstichting en Vereniging Meten=Weten heeft immers laten zien dat bestrijdingsmiddelen zich tot tientallen kilometers kunnen verspreiden en diep in Natura 2000-gebieden doordringen.
Overigens besluit Leeflang haar rapport met de opmerking dat ze voor het tot stand komen van het onderzoek een aantal mensen had willen bedanken, maar de namen van deze mensen uit veiligheidsoverwegingen niet noemt. Vorig jaar werd een onderzoeker van de Vlinderstichting met de dood bedreigd na het publiceren van een rapport over pesticidemetingen in Natura 2000-gebieden. Ook andere natuurorganisaties in binnen- en buitenland hebben rondom dit thema regelmatig met bedreigingen te maken.
UPDATE (2 juni):
“De aanwezigheid van deze stoffen in het water, zeker in normoverschrijdende concentraties, vinden wij onwenselijk”, laat een woordvoerder van HHNK desgevraagd weten. “Het rapport laat zien dat Natura2000‑gebieden geen gesloten systemen zijn en dat invloeden uit de omgeving kunnen worden aangetroffen. Daar waren wij van op de hoogte, maar dit rapport onderstreept dat feit wederom. Wij bestuderen het rapport nader en gaan in overleg met de provincie over wat de mogelijkheden zijn.”
“Daarnaast nemen wij actief deel in gebiedsprocessen met stakeholders om een impuls te geven aan de waterkwaliteit, ondersteunen en ontwikkelen we diverse initiatieven en zijn we voortdurend in overleg met medeoverheden en de branche om tot een verbetering van de waterkwaliteit te komen.”
Het volledige rapport van MOB eb Advocaat van de aarde over het Zwanenwater kunt u hier downloaden

Panorama van het Zwanenwater, 2014. Foto MatsAlkmaar (licentie via Wikimedia Commons)





