Ouderenbond voor Natuurstudie ontdekt nieuw zeedorpenlandschap
Rolf Roos, 16 juni 2026; update 1juli
Met dank aan Mathijs Broere, Gerard Lokker en Gerben van Geest
Tot nu toe zijn alleen duinen bij Scheveningen, Katwijk, Noordwijk, Zandvoort, Velsen, Wijk aan Zee, een hoekje van Castricum en Egmond aan Zee erkent als ‘zeedorpenlandschap‘. Na enige verkenningen van het duin bij Havenhoofd, Goedereede, door de Ouderenbond voor Natuurstudie (voor mensen tussen 23 en 123 jaar) denken sommigen daar heel anders over. Keken de randstedelingen wel ver genoeg om zich heen? Een reportage.
Het begint deze dag al goed: meteen aan ons beginpunt aan het Haveneind, het oude havenfront van Havenhoofd, zeehaven van Goedereede sinds 1641, stond voor onze neus een nieuwe plantensoort voor dit voormalige eiland: zilverkruiskruid. Gewoon bij de ingang van een duinpad. Het blijkt een variatie op een bekend thema: uit warme landen en/of verwilderd uit tuinen. Toch een leuk ding. Maar we hadden het niet helemaal goed – waarneming.nl waar we onze gegevens uploaden helpt ons uit de jongensdroom en meldt binnen 24 uur: “De foto’s laten een andere soort zien: Zilverkruiskruid x Jakobskruiskruid – Jacobaea x albescens (J. maritima x J. vulgaris).” Dank. Daar doen we (twee heren, goed voor 100 jaar natuurstudie) het ook mee.
[Op de hoogte blijven van natuuronderzoek rond Havenhoofd? Meld je hier aan voor appgroep ‘Natuurstudie havenhoofd‘]

Kaart van Gevers 1927 toont de ongeschonden kustduinen; naast de Lazaret zien we exact 4 huisjes bij Havenhoofd. In de naastgelegen ‘Gorzenpolder’ staan boompjes: hakhoutcultuur van waarschijnlijk wilgen die werden gebruikt als rijshout voor kustverdediging en beschoeiingen. Klik op kaart voor vergroting
Havenhoofd, Goedereede heeft als bos vermomde zeeduinen. We volgen een pad achter de zeereep dat dichtbegroeid is met bos (iepen, abelen, meidoorns) en klimop op de bodem. Meer iets voor een matig voedselrijk stadsbos dan een natuurlijk struweel
met vlier en af en toe een krom eikje, het gewone beeld van vlak bij zee. Hier werd de zeereep (en een deel van het gors) rond 1970 fors opgehoogd met (helaas) enigszins voedselrijk zand. Voedzamer dan gewoon duinzand. We volgen een door kinderen uitgelopen bospad, donker en zonder veel doorkijkjes, met af en toe een bouwsel als een halve wigwam en sporen van een illegaal vuurtje. Het wilde westen van Goeree. Ergens staat de stinkende lis midden in het bos. Er moeten ook bunkerresten te vinden zijn. Ik zou er als kind voor tekenen. We weten dat die opgehoogde zeereep verderop overgaat in de oorspronkelijke zeeduinen van de ‘Rooklaasduynen’ met, ter hoogte van ’t Plaatje, een ‘Quaade Hoek’, zwakke plek in de kustverdediging. Die duinen waren ooit de zeewaartse begrenzing van de Rooklaasplaat, ingepolderd in 1641. Toen ontstond ook, na aanleg van het kanaal naar Goedereede, het Havenhoofd met een Lazaret, een pesthuis; in de 18e eeuw stond er aan de overzijde van het kanaal in het gors een galg en vanaf de 19e eeuw was het Haveneind door vissers bevolkt, deels uitgeweken uit het voor vissersschepen moeilijk toegankelijke Goedereede. De tijd van de zeilboten eindigde ruim een eeuw geleden en in de oorlog werd Havenhoofd gesloopt en daarna weer herbouwd. Het lag net hoog genoeg om in 1953 niet te worden overspoeld. Daarna kwamen Deltawerken, de havens van Stellendam, de ophoging van de zeereep, toen werd Havenhoofd onthoofd en beroofd van haar ingang naar de zee. Huizen met uitzicht op zee en op de koeien op het gors verdween (zie verder beweiding Kwade Hoek). Maar wat deed de natuur?
Op zoek naar het duin uit de 17e eeuw
We speuren naar resten van oorspronkelijke duinen. Voorbij wat hoge, grauwe abelen en veel rode kamperfoelie stuiten we op een bosje zeegroene zegge. Een voorbode. Ineens staan we in een omsloten, grasrijk duin met hoge hellingen bedekt met duinsterretjes en zanddoddegras. Kalkrijke duinen. Een rommelig duin, door aanwonenden belopen en daardoor deels open maar niettemin met veel opslag van wilg en ratelpopulier. We zien meteen duinsoorten als sint-janskruid en kraailook. En daar is ook een van de weinige soorten die al voor de oorlog in 1920 door Theodorus Weevers van hier werd gemeld: de kleine ruit. Voor de open duinen van Havenhoofd een kenmerkende soort, want hij staat ook bij het enige open (gemaaide) stukje een paar honderd meter westwaarts, waar de laatste jaren ook kegelsilene en walstrobremraap zijn aangetroffen, maar ondanks maaiwerk vergassing domineert. Andere zeedorpensoort blauwe bremraap is op dijk en langs Mr Snijderweg ten oosten van Havenhoofd te vinden, niet in het duin zelf.
We noteren leuke soorten van duingraslanden: liggende klaver, zachte haver, duinfakkelgras, de gewone en ook wat veelbloemige veldbies. Een enkel exemplaar van gewone vleugeltjesbloem duikt op, muizenoor, schermhavikskruid en gele morgenster. In jongere open stukjes ook wat buntgras maar vooral veel mosrijke stukken met kandelaartjes. Gerard Lokker determineert duinreigersbek en gewone reigersbek, de kleverige vinden we niet. Ook geen zwenkdravik, die we vanaf Voorne veel in het kalkrijke duin treffen op net tot rust gekomen stuifzand, hier alleen ijle dravik. In de jongste delen met veel duinsterretjes of open zand staan tussen het zanddoddegras ook honderden kegelsilenes.
In dit pioniermilieu hebben ook nachtsilenes en kleine ruit een optimum. De zeer rijk bloeiende pollen van nachtsilene is een van de vijf Rode Lijstsoorten die we treffen. Ja, staat ook mooi op de nabijgelegen Nieuwendijk, maar hier veel koninklijker.

Zuidhelling met kruisdistels en nachtsilenes op de achtergrond struwelen, duingraslandjes en huizen van Havenhoofd.
Zeedorp Havenhoofd
Ik loop hier met de werkhypothese in mijn hoofd dat dit stuk duin bij het vissersdorp een ‘zeedorpenlandschap’ is: meestal eeuwenlang beweid met wat vee en gebruikt door aanwonenden. Bekend en beschreven van Scheveningen tot Egmond aan Zee als bloemrijk duingrasland met veel silenesoorten (kegelsilene, oorsilene, nachtsilene) en duinfakkelgras. Een deel van de kenmerkende bloemenrijkdom missen we hier (b.v. geen kleine ratelaars, geen bitterkruid) of staat alleen iets verderop in deze duinenrij een kenmerkende soort als wondklaver, maar we hebben drie extra’s: gewone kruisdistel (nergens in het zeedorpenlandschap van Scheveningen tot Egmond, maar hier in de deltaduinen wel), de eerder genoemde kleine ruit, en als we een helling afdalen blijkt een dalletje goed voorzien van grondwater (dus ook nog vochtig in de zomer) en belanden we in een uniek duinvalleitje. Naast de ‘normale’ soorten als koninginnekruid, zomprus, zeegroene zegge en ruw walstro staat er veel rode klaver en ongekend veel gewone vleugeltjesbloem. En, nog nooit door ons in een duinvallei gezien: klavervreters, parasitair op rode klaver. Heel brutaal ook midden op een pad. Rietorchis completeert het moerassige boeket, net als enig riet. Een ‘zeedorpenduinvalleitje’, niet bekend uit enig ander zeedorp, want daaromheen werd, zoals bij Egmond elke vallei meteen omgezet in aardappelakkertje.
Het gebied heeft vrij veel open zand volop harkwespen en andere gravende insecten, en ook smal vlieszaad en wat ruigtesoorten als vlasbekje, bijvoet en bleke klaprozen groeien hier. Een helling waar we een oudere humuslaag vermoeden staat vol schapenzuring. Enkele stukjes zijn wat graziger en minder een zand- en mosrijkpioniermilieu en daar treffen we bv. kruipend stalkruid en dauwbraam. Ineke de Jong vond in dit gebied ook walstrobremraap, parasitair op het vele geel walstro, dat hier groeit, zo lezen we op waarneming.nl. Van grote betekenis is ook het voorkomen van beemdkroon (in particulier perceel buiten het Natura2000 gebied maar wel in de zeeduinen van Havenhoofd) en net buiten ons werkgebied is ook blauwe bremraap bekend, een ‘zeedorpensoort’.
Conclusies en beheer
Conclusie: door rommeligheid en gebruik (veel belopen door autochtonen, honden) en het beheer en is de flora te beschouwen een zeedorpenlandschap, al zullen scherpslijpers zeggen dat we een aantal kenmerkende soorten en de duinakkertjes (die lagen wel in ruim bemeten voortuinen van de vissershuisjes) missen. Op een kaart van rond 1850 staat welgeteld 1 akkertje in het duin. We speuren voort. We missen ook de koetjes van lang geleden. Ook konijnen, hier volksvoedsel in de jaren ’50, ontbreken tegenwoordig geheel. En wanneer stond hier nog een geit aan een touw die de boel af en toe kort afvreet? Eigenaar en beheerder Natuurmonumenten heeft rond 2014 enkele hectares zeeduin open gemaakt, zowel achter Havenhoofd en aan de Stellingweg. Veel bomen en struiken zijn verwijderd en zo is het half open landschap deels teruggekeerd. Sindsdien bestaat het vervolgbeheer uit het periodiek maaien/afvoeren en het verwijderen van exoten (met name mahonie – waardoor er tijdelijk veel kaal zand is) en verwijderen van populieren/abelenopslag, eens in de 2-3 jaar. Resultaten in het diepgelegen achtre de Breenstraat duin zijn prima maar het open duintje in het begin van de Stellingweg (met een fijn uitzichtbankje) is landschappelijk fraai, er zingt af en toe een boomleeuwerik, maar qua flora & vlinders is de opbrengst mager. Gras blijft hier domineren ondanks de vele ingrepen, al houdt de kenmerkende kleine ruit ook hier al een eeuw stand. Of de goede resultaten in het centrale deel komen door de extra dynamiek door wat bezoekers of door de betere kwaliteit van de bodem (oorspronkelijk duin) verdient aandacht. Duidelijk is dat indammen van het oprukkend bos hier loont. En dynamiek in een dynamisch milieu kan geen kwaad als er ook weer decennia van rust volgen.
Soortenlijst Zeeduinen Havenhoofd (tm juni 2026). Alleen waarnemingen van plantenwerkgroep NLGO zijn opgenomen. Totaal bijna 80 soorten waaronder 8 soorten van de rode lijst. Veel algemene soorten zijn nog niet ingevoerd.

Luchtfoto (winterbeeld). Veel bebossing maar ook nog open duin. Bron pdok. Klik op beeld voor online versie











Goed verslag. Precies zoals het is.