over de site | contact | info auteurs | toegang auteurs
  • Home
  • Nieuws
  • Thema’s
    • Ontstaan van de kust
      • Duinen als zeewering
      • Klimaat en duinen
    • Archeologie
    • Zeedorpen
    • Jacht
    • Duinlandbouw
    • Cartografie
    • Veldnamen
    • Militaire kustverdediging
    • Waterwinning
    • Natuur en landschap
      • Flora en vegetatie
      • Fauna
      • Bos
      • Natuurbeheer
    • Strand
    • Recreatie
    • Beeldende kunst
  • Gebieden
    • Zeeland
    • Zuid-Hollandse eilanden
    • Zuid-Hollandse vasteland
    • Zuid-Kennemerland
      • Amsterdamse Waterleidingduinen
      • Nationaal Park Zuid-Kennemerland
      • Kennemerstrand
    • Noord-Kennemerland
      • Wijk aan Zee
      • Noordhollands Duinreservaat
      • Bergen
      • Schoorlse Duinen
    • Noordkop
      • Camperduin-Petten
      • Zwanenwater
      • Zijpe- en Hazepolder
      • Callantsoog
      • Noordduinen
      • Den Helder
    • Texel
      • Zuidpunt van Texel
      • Duinen bij Den Hoorn
      • Duinen bij De Koog
      • Ten noorden van De Koog
    • Vlieland
    • Terschelling
    • Ameland
    • Schiermonnikoog
    • Rottumerplaat / Rottumeroog
  • Landschapselementen
    • Eendenkooien
    • Landgoederen
    • Wegen en paden
    • Kanalen
    • Stuifdijken
    • Agrarisch
    • Militair
    • Heemtuinen
    • Recreatief
  • Portretten
  • Onderzoek
  • Hotspots
  • Programma
rss

Artikel

05
DEC
2023

Tijdreizen met Nescio en prof. Theodorus Weevers op Goeree

Flora en vegetatieGoeree
Tags : kwadehoek, Westduinen
Posted By : Redacteur
Comments : 3

Door: Rolf Roos

(november 2023, aangevuld 06 12 23)

Goeree-Overflakkee was lange tijd een zo afgelegen eiland dat alleen echte liefhebbers het wisten te vinden na een daglange reis en enkelen schreven er ook over. Een van hen was de schrijver Nescio die er vakanties doorbracht in 1947 en 1948. Een andere randstedeling die veel vroeger al sporen naliet omdat hij de eerste goede beschrijvingen van de flora van het eiland maakte, was Theodorus Weevers, vanaf 1921 hoogleraar in Amsterdam. Hij was in 1920 op Goeree met vakantie en kon het niet laten de natuur te onderzoeken. We geven aan de hand van hun teksten indrukken van een eeuw veranderingen in flora en landschap op dit voormalige eiland. Dankzij deze ‘vreemden’,  deze ‘overkanters’ weten we meer over het eiland .

Nescio

Met zijn schoonzoon (rechts) bij Ouddorp, 1948. In: Nescio. Schrijversprentenboek 14, p36

Nescio schreef in een eenvoudige en zwierige, losse stijl over het landschap, ook bijvoorbeeld. de Noord-Hollandse duinrand: “Tot de zon heel laag stond, zwierven wij langs den duinkant. Het was één van die dagen waar niets aan ontbrak. De wind was nu pal Zuid. De zon stoofde op onze ruggen, onze kleeren begonnen voor ’t eerst dat jaar te plakken, bij de weiden was een sterke geur van gras, de vrijende paren zaten weer voor ’t eerst langs alle wegen en oue kneutjes maakten samen wandelingetjes en de leeuwerik was niet van de lucht.” (Uit: Het Begin). 

De -waarschijnlijke – logeerplek van Nescio: het Jachthuis

En over Goeree (in Brieven 1947, toen hij in het Jachthuis aan de West Nieuwelandseweg (van jachtopziener Aren van Steven Visser) logeerde):

“Door Gods groote goedheid waren we attent gemaakt op Ouddorp, dat aan het eind van Goeree ligt, maar net niet genoeg aan het eind, zoodat de zee nog wel 3 KM ver is. Overigens krijg je er weinig voor veel geld, ook in de winkels is alles duurder, maar het is er stil en het herinnert eenigszins aan Camperduin, met veldjes kers, ook donkerrooie en net zoo’n begroeiing. Een mooi strand, met een vooruitspringende duinkaap, die aan de Middellandsche Zee doet denken, zoodat je een baai krijgt, met 21 visschersscheepjes. (..) Het varen van Hellevoetsluis naar Middelharnis over een heel breed water is haast alleen al de reis waard. Van het C.S.  tot Ouddorp is ’t 5½ uur en dan moet je nog naar het strand baggeren en 5 cent betalen aan een vent bij een hekje, zoo echt voornaam en vriendelijk en dan voel je je zoo welkom en in Ouddorp hebben ze bijna allemaal godsdienstwaanzin zegt de bovenmeester die een Amsterdammer is (althans geweest is). Het binnenland is saai: suikerbieten en spinazie.” (3 juli 1947)

Landschapsfoto’s van duinen van Goeree van voor de oorlog zijn zeer zeldzaam. Deze van Rykel te Kate (1938) komt uit het archief van Frans Beekman en toont de hobbelige Westduinen vanaf ’t Bergje, 18 april 1938, 17u. Het lijkt te hebben gesneeuwd maar  overbelichting t.g.v. het tegenlicht van de dalende zon is waarschijnlijker. De hobbelwei komt evenwel goed uit.

En ook heel kort over de vanzelfsprekende rijkdom: “Bloemen, konijnen, vogels” en staat hij op Het Bergje aan de rand van de Westduinen (1 juli 1948).

Meer citaten van Nescio zijn samengevat bij Pau Heerschap (2021): De schrijver Nescio en Goeree-Overflakkee. In: De Ouwe Werelt, tijdschrift van De Motte, 21, nr 63: pag. 22 – 26.

Biografie van Nescio.

Weevers, grondlegger van vooroorlogse natuurbescherming: onderzoek op Goeree

In het werk van Nescio is geen aanwijzing te vinden dat hij het werk van Theodorus Weevers (1875-1952) heeft gekend, een vooroorlogs, vooraanstaand, maar vrijwel vergeten bioloog. Nescio putte alleen direct uit eigen observaties. Dat doet Weevers ook, maar hij keek als botanisch vakman en detail naar de flora van Goeree waarover hij in in 1920 en 1940 publiceerde. Beide publicaties staan online op duinenenmensen.nl:

De plantengroei van het eiland Goeree in verband met zijn bodem en geschiedenis. Th. Weevers, 1920

De flora van Goeree en Overflakkee dynamisch beschouwd, Th. Weevers 1940

Westduinen, 1914 met de Klarenbeekweg en koetsje. Een kort gegraasd duinland, zonder hekken. Zo moet het er hebben uitgezien toen Theodoor Weevers hier planten zocht. Foto ontleend aan: Prof. J. van Baren, De Bodem van Nederland II 1927.

Bitterling

” Een verblijf gedurende verschillende vacanties op het eiland Goeree bracht mij tot de studie van de flora, die om meer dan een reden een onderzoek waard scheen te zijn. In de eerste plaats om de weinige bekendheid.”

Helaas zijn de artikelen van Weevers geschreven voor een wetenschappelijk publiek en je wordt geacht de Latijnse namen van planten te kennen of (bij zijn publicatie van 1940) ingevoerd te zijn in de vegetatiekunde, een door het taalgebruik redelijk ontoegankelijk kennisbastion. Op Goeree treft hij een landschap dat we niet meer herkennen zoals de omgeving van Ouddorp dat toen nog een intact schurvelingenlandschap had met zandwallen en landjes. Ook de flora kende hier destijds andere accenten. De landerijen zijn ten tijde van Weevers nog maar net tot op de grondwater uitgegraven en niet al het land is in 1920 in cultuurgebracht. Zo beschrijft Weevers tussen de uitgegraven delen en opgeworpen wallen ook onbemeste, schrale graslandjes. Dit is al sinds de middeleeuwen door de regen uitgespoeld duinland en bevat zo goed als geen kalk. Weevers beschrijft hier o.a. struikheide en dopheide, soorten die hier door de cultuurdruk al lang weg zijn. Wat wel resteert in sommige reservaten en op walletjes is de gewone brem en het zandblauwtje. Als Weevers nu had rondgekeken in het rijk geworden villadorp, dan hadden we hem kunnen troosten met het kleine reservaat de Kleistee (zie onze wandelroute langs 10 bloemen aldaar) en het achter de Marijkeweg gelegen akkercomplex dat is teruggegeven aan de natuur, de Kouwe grond, 2 ha en nu in (maai)beheer bij het Zuid-Hollands Landschap. Hier zijn zeer veel zandblauwtjes  een echo van het schrale maar bloemrijke verleden en er is iets bijgekomen: de blauwe knoop, een soort die ontbrak in de beschrijvingen van Weevers, maar nu hier voorkomt (en in het door hem beschreven Preekhilgebied). Volgens Krijn Tanis, natuurkenner uit Ouddorp, is de blauwe knoop daar terechtgekomen vanaf Voorne met een maaimachine en dit geldt volgens hem ook voor de Preekhilpolder.

We moeten ook nu nog uitkijken naar het  liggend hertshooi, dat vroeger rond Ouddorp voorkwam (nu alleen nog in de Middelduinen en incidenteel in de Westduinen). Hoe rijk het vroeger ook was, er duiken nu toch steeds nieuwe soorten op, zoals op Goeree naast de  bovengenoemde blauwe knoop, ook het hondskruid (nu m.n. op de dijk bij de Preekhilpolder) en de bitterling, die Weevers ondanks speuren in de vochtige duinvalleien van rond 1920 niet kon vinden (wel ook toen reeds op Voorne).

“Reeds bij oppervlakkige beschouwing blijkt onmiddellijk het groote verschil, dat er bestaat tusschen de zeeduinen eenerzijds en de West- en Middelduinen anderzijds, de Oostduinen vormen een overgang tusschen beide.”

“De West- en Middelduinen hebben daarentegen een geheel ander karakter. Ze zijn behalve op de enkele plaatsen, waar de wind het plantendek heeft losgewoeld en stuiving optreedt, geheel en al begroeid en vertoonen het uiterijk van een sterk golvende weide, met kleinere en grootere ronde heuveltjes (hobbelwei is de typische locale naam). Tusschen die heuveltjes zijn vochtige plekken, waar op sommige plaatsen tot ver in ’t voorjaar water kan staan, ’t Is een meent, omsloten door dijkjes met dooden duindoorn erop en waarin veel vee graast.”

Bloemrijke dijk met o.a. beeldkroon

Weevers was een ecoloog die relatie legde tussen kalkgehaltes, bodemtypes en gebruik. Over de bloemrijke dijken (met destijds veel beemdkroon dat nu is terug gedrongen is tot enkele locaties) merkt hij op dat bevertjes op deze dijken een teken zijn van gebruik van zand als ophoogmateriaal. Helaas zijn de bevertjes door de cultuurdruk en overbemesting vrijwel verdwenen van de dijken en nu alleen nog veel op de dijke  bij de Preekhilpolder en in de Goereese duinen te zien, m.n. de Middelduinen.

Weevers beschrijft ook de jonge zilte stranden van de Kwade Hoek, toen veel kleiner dan nu, maar wel reeds in aangroeifase: “Vooral is de toeneming van de kust duidelijk ten noorden van de gemeente Goedereede en dit aangroeiende strand vertoont enkele bijzonderheden op floristisch gebied en tevens op dat der landschapsvorming. Het is een zoogenaamd „groen strand”, een strandweide van eenigszins ander karakter dan die op het eiland Voorne. In het Oosten bij de Haven van Goedereede heeft het begroeide strand vrijwel het karakter en den plantengroei van een gors, (…) bij den duinvoet vond ik Bupleurum tenuissimum (Fijn goudscherm, red.). Het gors grenst direct aan het Haringvliet en heeft grootendeels een slibbodem met de typische geulen, toch liggen landwaarts goed ontwikkelde duinen met begroeide valleien, waarvan de flora o.a.gekenmerkt is door Thalictrum minus dunense (Kleine ruit, red.), die ik verder op het eiland niet aantrof.”

Het is bijzonder dat de kleine ruit nog steeds wordt aangetroffen in de grotendeels verruigde duinen achter Havenhoofd. En Rijkswaterstaat noteerde in 2020 bij vegetatiekartering van de Kwade Hoek eveneens het voorkomen van de bijzondere kweldersoort fijn goudscherm, een rode lijstsoort van de hogere kwelder. Een openbare route langs 15 soorten staat hier.

Theodorus Weevers, ca 1950

De lage duinen van Westduinen (op zijn Ouddorps ” Westdune”), Middelduinen en Oostduinen lijken na 100 jaar nog sterk op het landschap van Weevers’ tijd, al groeiden er toen veel meer bijzonderheden als herfstschroeforchis, harlekijn en een versmaad kleinnood als de overjarige hardbloem. Veldgentianen waren regelmatiger te vinden dan nu. De Middelduinen en Oostduinen kregen na 1937 een dreun van de waterwinning die pas na 2000 weer te boven is gekomen. Zie hier voor o.a. artikel over herfstschroeforchis en het belang van  Goeree en gedeeltelijke voorpublicatie van het inmiddels uitverkochte boek van Marten Annema c.s.’Het Vroon ontrafeld‘. Er is door ons een online wandeling uitgezet langs 10 bloemen van het huidige gebied.

Weevers’ gebruikt het woord ‘vroon’ ook maar dan voor de omgeving van Ouddorp: “De groote plantenrijkdom, die Walcheren kenmerkt, vinden we op Goeree niet terug; de binnenduinen op Noord-Walcheren, vronen genoemd, die ook brem en op enkele plaatsen struikheide dragen, hebben misschien een overeenkomstig karakter als ’t Oude Land van Diepenhorst.”

Een andere observatie van Weevers is dat de Zeeuwse koebraam niet benoorden het Haringvliet voorkomt, evenmin als de veel op Goeree te vinden ruwe klaver. Dat maakt Goeree, net als het hier gesproken dialect, een stuk ‘Zeeuwser’ dan men zelf wel wil beamen.

Weevers is van historisch belang als een van de oprichters van de Contact-Commissie voor Natuur- en Landschapsbescherming in 1932 en als voorzitter van de Natuurwetenschappelijke Commissie van de Natuurbeschermingsraad. Natuurbeschermingsraad? Hadden we die nog maar! Marcus Adriani was een van zijn leerlingen en eerste directeur van het in 1952 opgerichte en in de jaren 90 opgeheven onderzoeksstation Weevers’ Duin.

Weevers, 1940: ” Het is in het belang van de natuurwetenschap, dat enkele van de meest belangrijke terreinen behouden blijven als voorwerpen van studie. En het is een gelukkig feit te noemen, dat hierbij tevens gesproken mag worden uit naam van allen, die prijs stellen op het behoud van de typische schoonheid van ons land. De zuidwestpunt van Goeree met zijn combinatie van zich vormend gors en duin, de golvende vlakte van de Westduinen met de „Hillen” op de achtergrond, zijn landschappen van een zeer biezondere schoonheid en van grote wetenschappelijke waarde.”

De slinger van de tijd heeft korte metten gemaakt met de Punt, dat nu grotendeels opgaand struweel is en de door Weevers bezongen landschapsprocessen zijn  hier verleden tijd, maar hij zou blij verrast zijn met de Kwade Hoek, dat door de afdammingen van de zeegaten en verschuiven en aanlanden van zandbanken nu 6-7 hectare per jaar groeit.

Zie ook de Natura2000 beschrijving van Goeree en Kwade Hoek: redelijk correct en toegankelijk, helaas zonder links naar openbare achtergrondrapporten, en geen publicaties van onderzoek van terreinbeheerders.

Wel openbaar maar zware kost, voor de liefhebber:

Rijkswaterstaat, 2020: Toelichting bij de vegetatiekartering Haringvlietmonding, deel 1.

 

Gerelateerde artikelen:

  1. Minutieus onderzoek bewijst: herfstschroeforchis in de Westduinen van Goeree is vitaal
  2. ’t Bergje op Goeree: ligging, ouderdom, gebruik en wat resteert?
  3. Herkomst en betekenis van de veldnaam ‘Kwade Hoek’
About the Author

Social Share

    3 Comments

    1. G. Lokker 3 november, 2023 at 15:32 Reply

      Liggend hertshooi tot enkele jaren geleden ook waargenomen in de Westduinen.
      Vooral na daar gedane plagwerkzaamheden in 2015, kan er een jaartje naast zitten.
      De laatste jaren niet meer waargenomen maar ook niet door mij accuraat gezocht
      Wellicht ook voor volgend jaar extra aandacht voor deze soort.
      zie verder waarneming.nl

      • Redacteur 3 november, 2023 at 18:16 Reply

        Veel dank G.Lokker voor de aanvulling. In waarneming.nl staat liggend hersthooi voor de Westduinen vermeld in 2017 en 2019. Waarnemingen in de Middelduinen staan niet op waarneming.nl, maar zijn wel vermeld in het boek van Annema, Het Vroon ontrafeld. Er zijn verder geen openbare publicaties van terreinbeheerders die we in deze kunnen citeren. Op Schouwen zag ik zelf de soort in 2023 op de rand van de vroongronden aldaar naar de kalkrijkere duinen. De fotogenieke soort stond in een geplagd, zeer schraal terreingedeelte samen met zeer veel bleekgele droogbloem. (Rolf Roos)

    2. krijn Tanis 13 november, 2023 at 09:25 Reply

      Grondwater uitgegraven (tot het grondwater vind ik niet helemaal juist; dichter bij het grondwater is beter)en niet al het land is in 1920 in cultuurgebracht.(Het meeste land was wel in cultuur gebracht maar dan hebben we het over de eerste cultuurslag 1200/1850 (de haygemeten); daarna tot omstreeks 1950 de tweede cultuurslag: het ontstaan van de zandwallen.

      Ook op de ooievaarsdijk staan vrij veel bevertjes.

      Westduinen met de „Hillen” op de achtergrond.
      Grappig is wel dat de ouddorpers hun erf direct bij het huis ook de hil noemen.

    Laat een antwoord achter aan G. Lokker Reactie annuleren

    *
    *

    Doorzoek alle artikelen

    Dossiers

    Landgoederen
    Dijk of duin
    Kwade Hoek, Goeree
    Westduinen, Goeree
    Bokkepolder, Goeree
    Natuurerf
    Zeer natte duinen
    Dennenkap
    Duinschilderijen
    Veldnamen
    Website Natuurmonument de Beer
    hotspots duinen wandeling Bezoek hotspots bloeiende duinen

    Duinen en mensen: boeken & website

    Het project 'Duinen en mensen' omvat een serie boeken + website over de Nederlandse kust. Cultuur en natuur van het kustlandschap worden gelijkwaardig en veelzijdig beschreven. Met honderden nieuwe kaarten en de laatste stand van wetenschap. Kennemerland (2009), Noordkop en Zwanenwater (2011) en Texel (2013). In 2023 verscheen Duinen en mensen Voorne. Meer over het tot stand komen van deze boeken. De website is continu in ontwikkeling en omvat ca 1000 berichten, boeken, films die gerelateerd zijn aan de boeken of de daarin behandelde onderwerpen. De website is een openbaar archief. Mocht u menen rechten te kunnen ontlenen aan gebruikte tekst of beeld, laat het weten dan zoeken we een oplossing. Deze website wordt draaiende gehouden door een vrijwillige redactie. Nog wel beschikbare titels (o.a. Voorne, Texel) zijn elders te bestellen.

    Maandelijks archief van berichten

    Digitale documentatie duinen Voorne

    Deze site van het streekarchief is onderdeel van Kenniscentrum Duinen

    Deze site is tot stand gekomen met steun van het Cultuurfonds en ondergebracht bij het Streekarchief Voorne-Putten

    Redactie: Rolf Roos & Nico van der Wel, m.m.v. Henk Terhell, Machiel van Wijngaarden, Danny Zuurbier, Bob Benschop (eindredactie)
    Ontwerp en ontwikkeling: toomanywords.nl