Van Gogh’s: Turfspitters in de duinen van Den Haag. Waar zat hij en wat zag hij?
Rolf Roos
(met dank aan Frans Beekman)
Update 29 december 2025
Vincent van Gogh (1853-1890). Turfspitters in de duinen, mei 1883. (Coll. Van Gogh Museum, Amsterdam)
Turf in de duinen? We kennen van Vincent van Gogh duistere Drentse turftaferelen, maar er blijkt ook een Haagse pendant. Maar waar zat dat veen in het Haagse duin? Als we ons in het landschap van Den Haag in de 19e eeuw verdiepen, blijken hier wel degelijk pakketten veen (voor turfwinning) naast veel afgraafbaar zand te liggen. Op het zand van de landinwaarts gelegen Oude Duinen ligt ook de oudste stadskern met Binnenhof en het Haagse Bos. Veen en zand weerspiegelen zich in de taal van de bewoners: rijke ‘Hagenaars’ woonden hoog & droog op zandgrond en arme ‘Hagenezen’ laag & nat op veengrond. Bij van Gogh, die rond 1883 kort in Den Haag verbleef, komen we beide accenten, zand en veen, droog en nat, tegen in zijn afbeelding van de Hagenezen die turf staken en verzamelden in manden en afvoerden in hun houten kruiwagens. De steiger links in de compositie lijkt een afvoer naar een erachter gelegen schuit of vaart.
We veronderstellen dat de schets van dit duidelijk gecomponeerde werk de realiteit het meest weerspiegelt, bv. de lage duinen op de achtergrond. In het uiteindelijke werk (boven) zijn de duinen hoger en verschijnen er een turfscheepje, wat boerderijen en mogelijk een kerk. In 2 brieven van Gogh over dit werk geeft hij duidelijk aan naar een eigen compositie te werken. Op basis van deze informatie gaan we het werk niet duiden als ware het een foto. Al zijn de zwaaiende houwelen op de achtergrond die hij (zie werk bovenaan) tegen het hoge duin mooi uit laat komen even dreigend als intrigerend: in het zachte Hollandse landschap van veen en zand volstaat een spade. Een houweel hier als symbool van de zwoegende arbeider? “Het heeft iets van ’t opwerpen van een barricade.”, schrijft van Gogh zelf.
Dekkersduin en ’t Kleine Veentje
Als mogelijke lokatie voor dit werk (en de schets die er aan vooraf ging) wordt online het Dekkersduin (of het Oostblok daaruit) genoemd; maar het iets ten oosten ervan gelegen Kleine Veentje (zie pijl) is waarschijnlijker omdat daar in de jaren 1870 -1890 veel graafwerk plaatsvond ten behoeve van de stadsuitbreiding. Zand en veen grenzen hier aan elkaar. Ook in een ander werk van van Gogh is het Dekkersduin te zien. Volgens Frans Beekman waren er in de oude duinen ook lokaal pakketten veen aanwezig als restant van natuurvalleien eeuwen geleden. t Kleine Veentje was volgens hem te nat om veen te steken. In het Oostblok was droge afgraving voor zand mogelijk met af en toe een kleine of grote laag veen.
De Dekkersduinen zijn de tegenwoordig vrijwel geheel verdwenen binnenduinen (Oude Duinen). Ze liepen van het smalle deel van de Laan van Meerdervoort tot Loosduinen. Ter weerszijden van deze binnenduinen lagen meer dan 2000 jaar terug natte strandvlaktes met zeer natte omstandigheden waar zich veen kon vormen. Veldnamen herinneren aan dit natte verleden: het Segbroek bijvoorbeeld, maar ook ’t Kleine Veentje. En tussen de oude duinen en de jonge nabij zee stroomde de Haagse beek.
De naam Dekkersduin(en) met Oost-, Middel-, en Westblok zien we op de topografische kaarten van voor 1900. Veen werd gestoken en de zwak golvende binnenduinen werden afgraven. Zand werd gebruikt voor de stadsuitbreiding en daarna werd het geestgrond voor de tuinbouw. Als de stad oprukt worden ook de mobiele vinkenbaantjes, gebruikt als hobby voor de betere klasse, verplaatst naar het volgende stuk natuurlijk binnenduin. Het was ook een uitloopgebied voor wandelaars uit de stad. Er zijn veel toponiemen, rusthuizen e.d. die Dekkersduin heten. Schilders als Mauve hadden in het duin een atelier. De destijds al beroemde schilder Mauve, die rond 1883 in contact stond met van Gogh maakte in geheel andere stijl hier o.a. zijn romantische werk ‘Dekkersduin’ dat in elke slaapkamer zou passen en ook beter verkocht dan het werk van Gogh in die tijd maakte (alleen de turfstekers vonden destijds een koper). Van Gogh had het minder op schapen en meer op mensen in het duin.In deel 2 van de brieven van van Gogh staat pag 157: “Ik ben laatst met v.d. Weele in ’t duin geweest. We vonden daar een plek waar de duinen afgegraven worden voor zand, een mooi ding met kerels en kruiwagens.”
Stadsontwikkeling
Het oostelijk gedeelte van het in blokken opgedeelde Dekkersduin heette Oostblok. Na vergraving is het nu het Zeeheldenkwartier en Regentessekwartier. Het grootste gedeelte is gebouwd tussen 1870-1890 in de veenpolder ‘t Kleine Veentje. Voordat in 1868 de aanleg begon, lagen op deze plaats boerderijen, buitens en tuinen. Tot de oudste straten behoort de nu nog bestaande Veenkade (1870), waarvan de naam verwijst naar het oude veenlandschap.

Landschap en mogelijke werkplek en kijkrichting van van Gogh, 1883. Klik op beeld voor uitvergroting.

Zelfde plek rond 2000 met Regentessekwartier en nu nog herkenbare Beeklaan. Klik op beeld voor uitvergroting.
Bijna alles in het landschap veranderde behalve de oriëntatie van de wegen.
Tenslotte
Van Gogh bezocht ongetwijfeld verschillende plekken waar werd afgezand en/of veen gewonnen. De vele plekken waar dit vanaf de middeleeuwen is gedaan staan in een overzichtsartikel van L. van der Falk en A. P. Pruissers uit 1988. Zij veronderstellen in navolging van Visser, 1973 , dat het werk ‘Turfspitters” is gemaakt nabij Loosduinen, maar daar zien we te weinig aanknopingspunten voor. Wel voor de door ond genoemde locatie. Van Gogh, 1883: ” Ik was met v.d. Weele in Dekkersduin en we kwamen daar aan die zandgraving en ging ik er sedert heen, en had druk model dag in dag uit, en zoo staat de tweede er ook op.”
Bronnen
Anja Verbers (red.), Eigen Aardig Nederland. KNNV. 2005
Visser, 1973. Van Gogh in s-Gravenhage . Jaarboek Die Haghe 1973.
Zie ook: Vincent van Gogh, aardappelakker op Scheveningen 1885: een alternatieve locatie











